Het Groninger Bijbelleesrooster voor vier jaar, jaar-4, mei
Zie voor nadere informatie de inleiding op dit rooster, te bereiken via deze link

1 mei: Jesaja 37: 1-20
Opmerkelijk is dat Hizkia zich concentreert op de lastering van zijn God. De enige mogelijkheid tot redding is volgens Hizkia dat de levende God de spot niet over zijn kant zal laten gaan. Daar bidt hij dan ook om. Dat God zijn Naam zal verheerlijken door te redden van wat er nog van het volk is overgebleven. Namens de HERE mag Jesaja doorgeven dat God dat inderdaad zal gaan doen.
Kort daarop wordt een brief van Sanherib bezorgd met een soortgelijke boodschap als die van de maarschalk. Hizkia spreidt deze brief in de tempel uit voor de HERE. In zijn gebed belijdt hij zijn geloof. De God van IsraŽl is met niets of niemand te vergelijken. Van hem verwacht Hizkia heil voor zichzelf en zijn volk. En u/jij?

2 mei: Jesaja 37: 21-38
De spotter wordt bespot. Grootmacht AssyriŽ waant zichzelf onoverwinnelijk, maar moet buigen voor een mini-staatje. Een vreselijke ziekte zal de legermacht wegvagen. Bij dit soort getallen moeten we het woord duizend waarschijnlijk lezen als "militaire eenheid".
De grote vergissing die de AssyriŽrs maakten was dat ze niet rekenden met de Koning van hemel en aarde. De ruimte die ze kregen stond in het kader van oordelen van God over de volken. Maar het werktuig luisterde niet naar z'n Meester. Het ging lijnrecht tegen Hem in.
In vers 29 lezen we beelden van het temmen van dieren door de mens. Tegelijkertijd zijn het taferelen die kenmerkend waren voor de deportaties door de AssyriŽrs. Nu zijn de rollen omgekeerd. God straft hen vanwege hun gruwelijke praktijken.

3 mei: Jesaja 38
Dan wordt koning Hizkia dodelijk ziek. Gods boodschap is dat hij niet meer beter zal worden. Hizkia legt zich daar niet bij neer maar worstelt met God om toch nog te mogen blijven leven. Het feit dat hij nog geen zoon had zal daar een belangrijke rol bij hebben gespeeld. Ook wij mogen voor het leven vechten, in het bijzonder in onze gebeden. In die worsteling beroept Hizkia zich op zijn godvrezende levenswandel. Het gaat er niet om dat Hizkia de genezing zou verdienen. Maar er zit geen concrete onbeleden zonde tussen hem en z'n God. Jesaja mag aan Hizkia laten weten dat de HERE diens gebed wil verhoren. Hizkia dicht een psalm waarin hij zich in het hart laat kijken. De worsteling met het ziek-zijn en daarin met God zal voor velen herkenbaar zijnÖ..

4 mei: Jesaja 39
Hizkia was een godvrezende koning. Hij heeft dappere geloofsstappen gezet. Maar hij was bepaald niet volmaakt. In hoofdstuk 38: 22 lezen we de vraag om nog een teken. Blijkbaar vond Hizkia het moeilijk te geloven dat hij echt helemaal genezen zou.
In hoofdstuk 39 zien we zijn kwetsbaarheid als het gaat om het geloof in de volledige bevrijding van de AssyriŽrs door Gods hulp alleen. Als de koning van Babel een gezantschap naar Jeruzalem stuurt dan gaat het om meer dan uitwisselen van beleefdheden. Als Hizkia al zijn schatten aan het gezantschap toont dan heeft dat alles te maken met het laten zien van de waarde van Juda als bondgenoot van Babel tegenover de AssyriŽrs. Er is een onderliggende stroom in de geschiedenis die leidt naar het oordeel, waarbij een 'rest' ontkomt.

L.C. Buijs, CGK Groningen

5 mei: Jesaja 40:1-11
De JudeeŽrs zijn vanwege hun zonden naar Babel verbannen. Maar gelukkig mogen ze, na verloop van tijd, in Gods naam vertroost worden. Ze hebben voldoende geleden. Aan de verdrukking van het volk zal een einde komen. God komt het weer verlossen.
Daarvoor moet voor de HERE een weg klaargemaakt wordt. Zijn luister zal zichtbaar worden. Een nieuwe tijd breekt aan! Dat is zeker, want de HERE heeft het zťlf gezegd! In tegenstelling tot wat mensen zijn, is God sterk, trouw en onvergankelijk. Wat Hij zegt, is waar en houdt eeuwig stand.
Als een herder zal Hij voor zijn volk zorgen. Een tedere zorg vol liefde en goedheid. Wat een troost voor een volk in druk!
Door Christus is definitief de zonde geboet en de schuld verzoend. Dank zij Gods eindeloze trouw en macht.

6 mei: Jesaja 40:12-31
Gods volk is verbannen. Moedeloos en verslagen zitten ze daar in Babel terneer. "God ziet niet meer naar ons om. Hij bekommert Zich niet meer om ons" (v. 27). Maar Jesaja bemoedigt hen: "Weten jullie niet wie de HERE is en hoe Hij is? Dat kunnen jullie toch weten: Hij is eeuwig, de Schepper van de einden der aarde. Het ontbreekt Hem nooit aan kracht en wijsheid om te helpen. Hij geeft de vermoeide kracht."
Jonge mensen zijn over het algemeen een toonbeeld van kracht en vitaliteit. Maar ook zij kennen grenzen. Ook zij kunnen uitgeput raken. Maar wie de HERE verwachten, worden niet teleurgesteld. Zij krijgen weer nieuwe kracht.
In vers 31 wordt het beeld van de adelaar getekend. In zijn hoge vlucht is die een toonbeeld van onvermoeibare kracht en vitaliteit. Zů zullen ook degenen zijn, die hun hoop en verwachting op de HERE stellen. Met nieuw geloof, nieuwe hoop en nieuwe moed en kracht zullen ze telkens weer verder gaan.
Stel je hoop op de HERE, de Almachtige. Verwacht het van Hem. Hij is onvergelijkelijk.

7 mei: Psalm 119:113-136
Vers 113-120: De psalmdichter heeft God lief en wil zich daarom niet door 'weifelaars' laten beÔnvloeden. Hij schuilt bij God en stelt op Gods woord zijn hoop. De HERE heeft zijn hulp beloofd om te volharden. Daarom kan hij Gods wetten steeds voor ogen houden en zich daarin 'verlustigen'.
Heel anders is het lot van degenen die zich aan God niet onderwerpen. Hun valse theorieŽn leveren niemand iets op. Het gevolg van hun wandel is dat de HERE hen voor eeuwig verwerpt
De dichter beseft hoe groot de toorn van de HERE is over degenen die Hem verwerpen. Er is maar ťťn uitweg om die toorn te ontgaan: Gods Woord aanvaarden.
Vers 121-128: De psalmdichter wordt onderdrukt. In die onderdrukking is hij helemaal gefixeerd op dat ene: de uitvoering van Gods oordeel over zijn vijanden. Daarmee komt zijn geloof wel behoorlijk onder druk te staan. Hij wil namelijk actie zien en tot nu toe blijft een daadwerkelijke ingreep van Gods kant uit. Toch is er hier allerminst sprake van een passief afwachten. De dichter wil vťrder. Daarom vraagt hij om goddelijke instructie. Er is een bereidheid om te leren. Om meer inzicht in Gods Woord te krijgen. Gods Woord heeft hij lief. Dat is hem mťťr waard dan geld. De consequentie is dan dat hij de leugen haat.
Vers 129-136: Het Woord van God is zů zuiver en goed, dat het waard is het ter harte te nemen. Dat wil zeggen: waard het te lezen en te overdenken, waard het te geloven en het je eigen te maken. Waard je leven ernaar te richten. Vandaar het nederig gebed van de dichter. Om Gods genade. Om verlossing van de macht van het kwaad. Om bevrijding van de onderdrukking van mensen.

8 mei: Jesaja 41:1-20
De HERE maakt bekend op welke manier Hij redding gaat geven. Hij verwekt een verlosser.
In vers 1 worden alle volken door God uitgenodigd tot een rechtsgeding. Eerst moeten ze zijn pleidooi aanhoren en daarna, als ze dan tenminste nog wat kunnen zeggen, daarop reageren. God daagt ze uit met sterke argumenten te komen, om aan te tonen wie achter heel de wereldgeschiedenis staat, wie nu eigenlijk de macht heeft. In de verzen 2 en 3 gaat het namelijk over het optreden van de Perzische koning Kores. Deze nieuwe koning overwint en overwint maar. Zijn optreden heeft in de wereld voor geweldige opschudding gezorgd. Maar alle volken vragen niet de HERE om bijstand. Ze zoeken steun en hulp bij elkaar en bij hun afgoden, waarvoor ze nieuwe beelden fabriceren. Maar de HERE geeft aan dat HŪj het is die Kores tot koning heeft geroepen. HŪj heeft door zijn almacht het hele wereldverloop in handen. Wat dom dat niet te willen zien...
Zoek daarom niet bij mensen de echte steun en hulp. Zoek die bij God. Bij Hem die trouw is.

9 mei: Jesaja 41:21-42:9
De HERE spreekt de heidense goden toe. Zij worden uitgedaagd duidelijk te maken of zij het verleden kunnen verklaren of ook de toekomst kunnen voorzeggen. Daarbij moeten ze geweldige dingen doen.
Maar zij zijn niks en hun werk stelt niets voor.
De HERE weet wťl wat er allemaal zal gebeuren. Hij heeft de geschiedenis in handen. Hij zal de Perzische koning Kores laten optreden. Kores zal uit het noorden en het oosten komen en binnenkort het rijk van Babel onderwerpen. De HERE kijkt in de rechtszaal rond, in afwachting of een van de gedaagde goden naar voren zal komen om zijn zaak te verdedigen. Maar allemaal laten ze het afweten. Ze zijn totaal machteloos.
De Messias zal komen. Hij wordt Knecht genoemd omdat Hij als Gods Zoon op aarde tot ons niveau is afgedaald. Nederig en zachtmoedig zal Hij te werk gaan.
Hoewel Zelf zwak als mens, is Jezus niet bezweken onder zijn taak, maar heeft die tot het eind toe vervuld.
De HERE, zo oneindig groot en machtig, heeft uit liefde een heilsplan gemaakt. Zijn Zoon heeft dat uitgevoerd. Licht was Hij en bracht Hij. Wij mensen, blind door de zonde, hebben weer zicht en uitzicht op God gekregen. Als we tenminste geloven dat Christus werkelijk de Verlosser is.

10 mei: Jesaja 42:10-25
Wees blij, zing en dank. Alle mensen worden uitgenodigd tot een eensgezinde hulde aan de HERE. Zů zeker komt die verlossing! Voor Juda. Voor andere volken.
Krachtdadig zal de HERE ingrijpen om zijn vijanden te vernietigen. Het zal blijken hoe waardeloos het vertrouwen op (af)goden is en wie werkelijk God is.
IsraŽl is doof geweest voor de stem van de HERE en blind voor zijn plannen. Ook in de ballingschap hebben zij de bedoeling van God met dat lijden niet onderkend. Hoewel ze de HERE kenden, dienden ze Hem niet werkelijk. God had grote plannen voor en met IsraŽl. Zijn naam zou door middel van hen getoond worden aan de wereld, maar er is helaas niets van terechtgekomen. Gods volk is gevallen. Door zijn eigen schuld.
'Wees gewaarschuwd door de oordelen die over jullie gekomen zijn!' is de boodschap. 'Wees de HERE toch gehoorzaam in het vervolg!' Maar het lijkt hopeloos. Menselijk gezien moet Gods volk afgedaan hebben bij God. Maar het tegendeel is waar!

11mei: Jesaja 43
De HERE verklaart zijn liefde en zijn trouw aan zijn volk! Want Hij heeft IsraŽl geschapen, verlost en speciaal uitgekozen om met hen een verbond aan te gaan. En dat blŪjft overeind staan. Zij worden niet totaal vernietigd. God zal zijn macht over de volken gebruiken ten gunste van zijn eigen volk. Zů groot is zijn liefde. Tot in de verre toekomst. De HERE verliest hen nooit uit het oog. Wat de HERE begint, maakt Hij af.
De HERE zal voor Juda een weg banen, terug naar huis. Net zoals Hij voor zijn volk een pad maakte door de Rode Zee, waarbij het leger van de Farao omkwam. Grootsere dingen staan zelfs te gebeuren. Zů indrukwekkend dat zelfs dieren reden zullen hebben om de HERE te loven.
Maar helaas. Gods volk gelooft het allemaal zo weinig. Omdat ze in feite buiten God om leven. Er is geen echt gebed te vinden onder hen. Geen oprechte toewijding. Geen tere genegenheid. Zonden, dat is het enige waar ze volop mee bezig zijn.
Toch wil de HERE IsraŽl vergeven. Graag zelfs. Ter wille van zijn naam, zijn eer. Hij wil het verbond gedenken. Al is het van mensenkant al direct vanaf het begin misgegaan.

12 mei: Jesaja 44
De HERE is de Heer van heel de schepping. Door middel van een enkel woord heeft Hij alles geschapen. Hij is de enige God.
Aan de afgoden heb je totaal niets. Door mensenhanden gemaakt, leven zij niet, zien zij niet, spreken zij niet. Ze staan maar te staan. Hoe zinloos!
Neem bijvoorbeeld een metalen afgod. Daar wordt vol ijver een paar uur aan gewerkt tot de maker moe en dorstig is. Maar de afgod is niet bij machte de maker kracht te geven of zijn dorst te lessen! Een onmachtig mens kan nooit een (al)machtige god maken.
Of let op een houten afgod. Gemaakt van sterk, duurzaam hout. Maar datzelfde hout wordt voor warmte, koken en bakken gebruikt. Het is toch belachelijk om zo'n stuk hout te aanbidden?
Men wil er niet eerlijk over nadenken. Dat neemt de HERE de mens kwalijk. De mens wil de HERE niet werkelijk als God erkennen.
Wie wťl eerlijk nadenkt, moet toegeven: zo is de HERE en Hij alleen is God. Bij wie anders kunnen we schuilen?
"Ik ben uw Verlosser, Maker, de HERE." God doet alles uit eigen kracht. Hij heeft geen hulp of raad van anderen nodig, want Hij is oneindig veel hoger dan wie dan ook. De HERE doet wat Hij zegt en zegt (vooraf) wat Hij gaat doen. Bijna 200 jaar voordat de besproken gebeurtenissen plaats zouden vinden, heeft Hij met naam en toenaam alles voorzegd!

13 mei: Jesaja 45
Een heiden, koning Kores van PerziŽ, is Gods uitverkoren instrument. Door hem worden Gods beloften waargemaakt. Door middel van Kores wil de HERE goed doen aan zijn volk IsraŽl. Om de wereld te laten weten dat Hij leeft, dat Hij werkelijk bestaat!
De HERE is almachtig en onafhankelijk is. Hij hoeft aan niemand verantwoording af te leggen van wat Hij doet. IsraŽl had kennelijk kritiek op de HERE: moesten ze door een heidense koning verlost worden? Wat kon God nu van zo'n man verwachten! Die kritiek wordt afgewezen door de opmerking dat een pot of een schaal toch zeker het recht niet toekomt om de man die ze maakte, ter verantwoording te roepen? Voor kinderen geldt hetzelfde ten aanzien van hķn voorgeschiedenis.
De toekomst van zijn volk kun je met een gerust hart aan de HERE overlaten. Schiep Hij niet hemel, aarde en mensen? Door Kores' optreden ontvangt IsraŽl een verlossing die tot in heel verre toekomst voortduurt. Die mooie toekomst is niet alleen bestemd voor IsraŽl. Na Kores' optreden zal ook menig heidens volk zijn knieŽn buigen voor IsraŽls God.

14 mei: Psalm 119:137-160
Vers 137-144: Rechtvaardig en getrouw bestuurt God alles in overeenstemming met zijn gegeven Woord. Bij de HERE weet je waar je aan toe bent, Hij houdt Zich aan wat Hij gezegd heeft. Zijn woord is volkomen zuiver. Het bevat wetten-ten-leven. De dichter bidt dat hij werkelijk zal begrijpen wat de HERE zegt. Dan zal hij leven.
Vers 145-152: De wet is belangrijk, maar het gŠŠt om God! De dichter roept de HERE, en blijft roepen, de hele dag, van 's morgens vroeg tot 's avonds laat. De wet kun je niet aanroepen. Dat zijn maar woorden die geen antwoord geven. Regels die je niet gelukkig maken, waar je geen heil bij vindt. Maar er is wel heil te vinden bij God. Hij kan levend maken. Zijn de tegenstanders van de dichter nabij, nabij is ook de HERE. Dat God nabij is, dat is toch ook de grootste zekerheid in ůns leven!
Vers 153-160: 'Zie mijn ellende...'. De dichter hoeft niet eens te vertellen wat er met hem aan de hand is: het is toch duidelijk zichtbaar! Toch is hij in staat de HERE te loven en te prijzen: 'Uw barmhartigheid is groot, o HERE... Heel uw woord is de waarheid, al uw rechtvaardige verordeningen zijn voor eeuwig.'
De dichter heeft medelijden met de mensen die zijn ellende van een afstandje bekijken, want hij heeft iets wat zij niet hebben: zij missen Gods barmhartigheid, Gods heil. Hij heeft Gods belofte, de belofte van leven. Driemaal pleit hij daarop. Hij is niet hopeloos! Want zijn hoop is gericht op zijn God, die ook onze God is.

15mei: Jesaja 46
Toen Kores Babel veroverde waren de afgoden van Babel totaal machteloos. Alleen maar een last voor uitgeputte beesten. Bij de HERE is het net andersom. Hij hoeft niet door zijn volk gedragen te worden. Het wordt gedragen door Hťm. Het vervaardigen van afgoden is zinloos. Zij leven niet en spreken niet. Met hen kom je bedrogen uit.
IsraŽl moet z'n verstand gebruiken en denken aan z'n geschiedenis. Was z'n voorgeslacht niet trouw door de HERE gedragen, de eeuwen door? Datzelfde zou nu weer plaatshebben. De HERE regeert en voorzegt de geschiedenis. Zoiets doen afgoden toch niet? Koning Kores zal, als een adelaar in de lucht, handelen en Gods volk verlossen. De redding, in de ruimste zin van het woord, is aanstaande.

16 mei: Jesaja 47
De HERE heeft Babel gebruikt als middel om zijn volk te straffen. Hij neemt het de BabyloniŽrs erg kwalijk dat ze dat op een heel onbarmhartige manier hebben gedaan. Daarom komt Hij met zijn oordeel. Het wordt aangekondigd in de vorm van een lied, dat Babel aanspreekt alsof het al gevallen is. Babel wordt voorgesteld als een vrouw. Ze is een verwende dame. Maar ze zal alle luister verliezen: ze zal vernederd worden. IsraŽl echter zal verlost worden.
De BabyloniŽrs kenmerkten zich door hoogmoed. Ze dachten dat hun niets zou overkomen. Maar hun macht zal totaal verdwijnen. Het onheil zal niet te ontkomen zijn. Zaken waarmee men dat onheil trachtte te voorkomen, zullen niet baten.

17 mei: Jesaja 48
Jesaja 40-66 wordt wel het troostboek genoemd. Maar de woorden van hoofdstuk 48 klinken niet direct vertroostend. De HERE maakt zijn volk ernstige verwijten. Het is hardnekkig en ongelovig, het weigert God te erkennen als Verlosser.
De HERE wijst op oude profetieŽn. Wat Hij in het verleden beloofd heeft, is toch ook gebeurd? Wanneer IsraŽl daarbij stilstaat, moet het God toch wel erkennen? God gaat nu nieuwe dingen aankondigen. Maar ontmoet Gods belofte wel geloof?
Wat verwacht u/jij van God? Durven we nog wat van God te verwachten? Vatten we nog moed voor de toekomst, als we letten op de lange weg die God tot nu toe met zijn volk is gegaan?

18 mei: Jesaja 49
In de verzen 1 t/m 7 lezen we de tweede profetie over de Knecht des HEREN. De Knecht is zelf aan het woord. Hij heeft een woord voor de hele wereld. Al van vůůr zijn geboorte is Hij door de HERE voorbestemd voor zijn taak (vgl. Luc. 1: 26-38). De HERE maakt de Knecht gereed voor zijn taak. Hij zal, als een puntige pijl in de pijlkoker, een bruikbaar instrument zijn voor zijn Heer.
Blijkbaar oogst de Knecht weinig resultaat onder Gods eigen volk. Toch betekent dat niet, dat zijn werk is mislukt. Zijn taak is wereldwijd: een licht voor alle volken!
In vers 7 spreekt de HERE zijn Knecht toe en bemoedigt Hem. De Knecht wordt veracht. Hij zal ook verhoogd worden. Zelfs de machtigen van de aarde zullen onder de indruk komen van zijn werk. Om Hem zullen zij God prijzen.

19 mei: Jesaja 50
In de verzen 4 t/m 9 lezen we de derde profetie over de Knecht. Ook hier is Hij zelf aan het woord. De HERE heeft zijn Knecht leren spreken. Elke morgen geeft de HERE zijn instructies. Hierdoor is de Knecht in staat met zijn woord te vertroosten. Hij kan de vermoeide ondersteunen (zie Mat. 11: 28). Ondanks de tegenstand die Hij ondervindt, deinst Hij niet terug. Deze profetie geeft een goed beeld van de dagelijkse omgang van Christus met zijn hemelse Vader.
Gewillig ondergaat de Knecht het lijden. Hij blijft standvastig. Hij vertrouwt op de HERE. Hij weet dat Hij niet beschaamd zal staan. Hij zal door de HERE in het gelijk gesteld worden. De HERE is Hem nabij. Zo kan Hij zijn tegenstanders ook uitdagen: wie zich verzet tegen de Knecht, krijgt met de Heer van de Knecht te maken. Wie de Knecht aanklaagt, zal zelf worden veroordeeld.

J.M.A. Groeneveld, Bedum

20 mei: Jesaja 51:1-16
De profeet bemoedigt een groepje ballingen dat terug zal keren naar Jeruzalem. Het lijkt allemaal te hoog gegrepen. Let er eens op welke bijbelgedeeltes in dit gedeelte door de profeet worden opgeroepen: de roeping van Abraham en Sara (vers 2); de wetgeving (vers 4-5); de bevrijding uit Egypte (vers 10); de schepping (vers 13). De profeet wil maar zeggen: dat zijn geen verhalen van vroeger, dat gaat over de God van vandaag!

21 mei: Jesaja 51:17-52:12
Wat een contrast: de toorn van God, troosteloosheid, vernedering (51:17-23) ťn feest, bevrijding, goed nieuws (52:1-10). De vreugdebode: Paulus past het in Romeinen 10:15 toe op de apostelen en allen die geroepen worden om anderen het evangelie door te geven. Het grote nieuws krijgt des te meer diepte als je het zet tegen de donkere achtergrond van de terechte toorn van God die dankzij Christus voorbij is.

22 mei: Jesaja 52:13-53:12
Het grote geheim van de vreugde uit vorige en latere hoofdstukken is het lijden van Christus in onze plaats. Filippus legt aan de minister uit EthiopiŽ uit dat dit gedeelte gaat over Jezus die zich gewillig voor ons heeft laten slachten als een lam (Handelingen 8:32-35).
Als je The Passion hebt gezien, - of als je het evangelie al lezend tot je door laat dringen - kun je meevoelen met vers 14: "zoals hij velen deed huiveren - zo gruwelijk, zo onmenselijk was zijn aanblik". Stel je voor: deze Gekruisigde zal eenmaal alle volken opschrikken en koningen sprakeloos maken, als de rollen worden omgedraaid bij zijn koninklijke terugkomst! Ik kan er nu al stil van worden.

23 mei: Psalm 119:161-176
Vandaag de laatste twee stukken uit de lange Psalm 119.
In vers 161-168 valt mij op hoeveel verschillende emoties hier tot uitdrukking komen. Ken je ze zelf ook in je omgang met Gods Woord? Huivering / vreugde / liefde / lofprijzing / vrede / verwachting / vastberadenheid / innigheid / openheid.
Het laatste couplet (vers 169-176) heeft een smekende intensiteit door het herhaalde 'laat / laten'. Zonder God en zijn geboden ben je nergens, dwaal je rond als een verloren schaap. Je wilt maar ťťn ding: gevonden worden en dicht bij Hem blijven.

24 mei: Jesaja 54
Velen kennen dat stekende gevoel uit eigen ervaring: kinderloosheid; of door je man weggestuurd zijn en in de steek gelaten worden. Soms kun je je niet indenken dat dit schrijnende verdriet, deze nog nooit verwerkte trauma's van vroeger, ooit vergeten kunnen worden. Maar lees de uitbundige liefdesverklaring van de HERE voor jou en zijn kerk. Hij maakt het meer dan goed.
In Johannes 6:45 (en HebreeŽn 8:11) komt de terloopse belofte uit Jesaja 54:13 terug: in de christelijke kerk werkt Christus' Geest eraan dat ieder persoonlijk de stem van God leert verstaan!

25 mei: Jesaja 55
Wat moet ik van dit heerlijke hoofdstuk zeggen? Lees het, proef het, verheug je erin, bid het hoofdstuk door, dank ervoor. Ga op de royale uitnodiging in, en zoek je leven bij Jezus, de David van het nieuwe verbond.

26 mei: Jesaja 56:1-8
Lees dit hoofdstuk eens tegen de achtergrond van de ontmoeting van Filippus met de minister uit EthiopiŽ in Handelingen 8. De man kwam uit Jeruzalem, en was vanuit EthiopiŽ naar de tempel geweest, het huis van gebed voor alle volken (Jesaja 56:7). Als eunuch had hij geen toegang in de tempelvoorhof. Toen Filippus hem aantrof, las de beste man Jesaja 53, na zijn doop heeft hij vast verder gelezen en kwam hij bij 56: Laat de eunuch niet zeggen: Ik ben een dorre boom: de Here geeft de eunuch die zijn sabbat in acht neemt (in Oud Testamentische termen wordt hier over het Nieuwe Verbond gesproken, net als met die offers op het altaar van vers 7), aan een eunuch die het verbond gaat houden, geeft de Here een onvergankelijke naam!

27 mei: Jesaja 56:9-57:13
Een stevige scheldkanonnade tegen de afgoderij en seksuele wellust die zich blijkbaar van bijna het hele volk van God had meester gemaakt. Met grote passie en overgave hebben de meeste mensen zich gewijd aan andere goden. In vers 2 en 13 blijkt dat ook in zo'n goddeloze samenleving enkelingen trouw zijn gebleven aan de Here: aan hen is de toekomst! Dat doet me denken aan Openbaring 3:4: in een gemeente die over de volle breedte genomen tekort schiet in Gods ogen, zijn er gelukkig enkelen die hun kleren schoon gehouden hebben. Zij mogen bij Jezus zijn, in wit gekleed, want zij verdienen het!

28 mei: Jesaja 57:14- 21
Goddelozen zullen geen vrede kennen, ze blijven onrustig als de zee die nooit rust kent; de golven woelen vuil en modder op. Een triest en treffend beeld voor mensen bij wie het om zichzelf blijft cirkelen.
Ken je zelf de vrede van Christus? Hoe ver je ook van huis was, je kunt terug komen, zoals de verloren zoon, met lege handen en een verslagen geest. De Here doet niets liever dan je genezen met zijn vrede. Dat dringt heel diep door tot in ons gevoelsleven. God wil bij je komen wonen, zo dichtbij. EfeziŽrs 3:11-22 is een Nieuw Testamentische toelichting op deze profetie. Is uw eigen leven ook een levende toelichting van deze genezende vrede?

29 mei: Jesaja 58
Zowel het Oude Testament als het Nieuwe Testament beveelt de praktijk aan van vasten: gewoon een dag niet eten. Om je meer te wijden aan schuldbewust en afhankelijk gebed.
Maar zoals elke godsdienstige oefening loopt ook vasten het risico een ritueel te worden dat los staat van je dagelijkse leven. Daar gaat dit hoofdstuk flink tegen te keer. Denk ook aan de kritiek die Jezus geeft op een verkeerde manier van vasten, in MatteŁs 6:16-18. MatteŁs 6 stelt vasten aan de orde, net als Jesaja 58, samen met het geven van giften aan armen.

30 mei: Jesaja 59
In Romeinen 3:15-17 haalt Paulus dit gedeelte aan. Hij wil ermee duidelijk maken dat de macht van de zonde de hele wereld in zijn greep heeft. En dat je dus buiten de wet om moet proberen het met God in orde te krijgen: door geloof in Jezus Christus.
En als je dan eenmaal met God verzoend bent door het bloed van Christus, krijg je zijn Geest, door wie je in staat gesteld wordt om aan de bedoeling van de wet te beantwoorden en God te gehoorzamen (Romeinen 8:1-4). Op die belofte loopt ook Jesaja 59 uit (vers 21): de Geest van Gods verbond zal niet van de gemeente wijken. Dankzij Christus blijven we niet hangen in onze onmacht, maar worden we vernieuwd.

31 mei: Jesaja 60
De hele toekomstige geschiedenis in ťťn visioen: herstel van het oude Jeruzalem en de doorbraak van het nieuwe Jeruzalem; terugkeer uit de ballingschap, de volken gaan met hen mee de Here dienen, er ontstaat een rechtvaardige en fantastische samenleving. Alle ellende wordt meer dan vergoed. God zelf komt onder ons wonen, een nieuw Jeruzalem waar de zon niet meer nodig is, omdat Gods heerlijkheid 24 uur per dag schitterend aanwezig zal zijn!

J.W. Roosenbrand, Groningen-Oost