Het Groninger Bijbelleesrooster voor vier jaar, jaar-4, januari
Zie voor nadere informatie de inleiding op dit rooster, te bereiken via deze link

1 januari: Johannes 1: 1-34
Meer dan veel andere teksten uit de bijbel zijn de woorden uit het evangelie van Johannes geschikt om te overdenken. Dit geldt in ieder geval voor de eerste woorden van dit evangelie. Vraag eerst aan de Heilige Geest of je mag begrijpen wat je straks gaat lezen. Dat je niet alleen de tekst begrijpt, maar ook de stem van de Vader die ook nog vandaag tot de mensen spreekt.
Vergelijk het begin van dit evangelie met de woorden uit Genesis 1: 1-5. In het begin was het Woord. Johannes identificeert het Woord met Jezus. Helemaal aan het begin, van de schepping, van de kerk, van dit nieuwe jaar en van je eigen leven gaat het dus blijkbaar al om Jezus. Alles draait om Hem. In hem is het leven, ook jouw leven. Vraag aan God of je mag gaan ontdekken wat dit betekent.
In het stuk van vandaag komen we Johannes tegen. Johannes is een bijzonder man. Een man uit één stuk. Hij doopt, en roept op tot bekering. Door het stuk te lezen, vraag je samen met de priesters en levieten van toen aan Johannes: "wie bent u?" Maar Johannes wijst naar Jezus. Blijkbaar gaat het om Jezus. Johannes zet zichzelf neer als getuige. Hij getuigt over Jezus: "en dat heb ik gezien, en ik getuig dat Hij de Zoon van God is" (1:34). Jezus is de Zoon van God. Begrijp je wat je leest?

2 januari: Johannes 1: 35-50
Johannes staat er weer. Met twee van zijn leerlingen. Door dit stuk te lezen sta jij hier ook bij. Van wie ben jij een leerling? Word maar een discipel van Johannes, en luister naar wat hij zegt. Hij wijst naar Jezus: "…daar is het lam van God". De twee leerlingen gaan achter Jezus aan. Mooi is dat, ze luísteren niet alleen naar Johannes, ze gaan meteen tot áctie over. Dan draait Jezus zich opeens om en Hij vraagt: "wat zoeken jullie?" Wat zoek je eigenlijk bij Jezus? De leerlingen vragen aan Jezus waar Hij woont. Een beetje een rare vraag, misschien weten ze niet goed wat ze moeten zeggen. Maar het maakt niet uit; Jezus nodigt ze uit bij Hem te komen. Hij nodigt ook jou uit om bij Hem te komen. Hij weet al hoe je heet (1:42).

3 januari: Johannes 2: 1-12
De aandacht is verlegd door Johannes, van zichzelf naar Jezus. Vraag aan de Heilige Geest of je echt mag gaan begrijpen wat je leest. Jezus gaat naar een feest, een bruiloft. Als het feest in duigen dreigt te vallen doordat de wijn op raakt, kaart Maria het probleem aan bij Jezus. Maria verwacht hier al iets van Jezus wat de rest van de feestgangers nog niet verwacht. Leer van Maria: "doe wat Hij zegt, wat het ook is". Verleg voor jezelf ook de aandacht naar Jezus. Verwacht alles van Hem. Gaat het bij jou ook steeds meer over Jezus?

4 januari: Johannes 2: 13-3: 21
Lees het stuk aandachtig door. Vraag aan God de genade dat je mag gaan begrijpen hoe je opnieuw geboren kunt worden. Jezus is iemand die opvalt. Dit is duidelijk na de gebeurtenissen in Kana en bij de tempel. Nicodemus komt naar deze Jezus toe voor een gesprek. Het gesprek van vandaag vindt plaats in het donker. Nicodemus komt als het ware 'stiekem' bij Jezus. Door dit stuk te lezen, sta jij er ook bij. Jezus vindt het niet erg dat je niet in één keer de stap zet om in vol daglicht bij Hem te komen. Niemand hoeft Hem iets over de mens te vertellen, want Hij weet wat er in de mens omgaat (2:25). Maar Jezus wil dat iederéén gelooft, en eeuwig leven heeft. Hoe? Jezus zegt: je moet nóg een keer geboren worden. Aan Nicodemus kun je al een beetje zien wat dit betekent; híj is het, die het verderop opneemt voor Jezus (Joh. 7:50). En bij Jezus' dood is hij één van de weinigen die helpt Jezus te begraven en daarvoor kostbare kruiden ter beschikking stelt (Joh. 19:39).
Om deze dag te overdenken: "Wie oprecht handelt zoekt het licht op, zodat zichtbaar wordt dat God werkzaam is in alles wat hij doet" (3:21).

5 januari: Johannes 3: 22-4: 42
Als er één ding duidelijk wordt uit het evangelie van Johannes, is dat het niet om hém gaat. Het gaat om Jezus. Verleg daarom weer je aandacht naar deze Jezus. Vraag eerst weer of je iets mag gaan begrijpen van wie Hij is.
We staan samen met een Samaritaanse vrouw bij een waterput, met Jezus. De vrouw grijpt de gelegenheid aan om met Jezus te discussiëren over allerlei belangrijke politieke kwesties. Maar Jezus is niet iemand om interessante discussies mee te houden. Hij kent je door en door. Er is geen verstoppen mogelijk. "Je hebt vijf mannen gehad, en degene die je nu hebt is je man niet". Er zijn geen plekken waar je je kunt verstoppen voor Jezus. Hij wil dat we zien dat Hij de gezalfde is, die ons alles zal vertellen (4:25).
Johannes getuigt van het getuigenis van de vrouw (4:39). Het gaat Johannes om Jezus. Daarvan is hij getuige. Hij vertelt dat de vrouw getuige wordt. Hij wil dat jij ook getuige wordt van Jezus. Láát je dan ook overtuigen door het getuigenis van Johannes (Ik getuig dat Hij de Zoon van God is) en het getuigenis van de Samaritaanse vrouw (Hij weet alles van me).

6 januari: Johannes 4: 43-5: 18
Voordat je gaat lezen: vraag of tot je door mag dringen wat je leest. En wie deze Jezus is, waar Johannes ons op wijst.
Johannes vertelt ons over Jezus, dat Hij mensen geneest. Johannes heeft de Geest als een duif op Jezus zien neerdalen. Hij heeft Hem water in wijn zien veranderen. En hij heeft ook mensen die ziek waren, genezen zien worden. Johannes bedoelt maar: deze Jezus móet wel de Zoon van God zijn (1:34)! Johannes voert zoveel mogelijk van Jezus' tekenen en wonderen als bewijs op. Jezus zélf wil niet dat wij alleen kijken naar zijn wonderen en tekenen. Want Hij weet hoe slecht wij zijn. (Zie de menselijke reacties op de wonderen van Jezus: 'het is sabbat, het is niet toegestaan een slaapmat te dragen!' (5,10).
Maar Jezus ziet ons ook in medelijden, en Hij weet hoe lang wij al ziek zijn (5:6). Het is zijn verlangen om ons beter te maken. Wil je gezond worden?

7 januari: Johannes 5: 19-47
Lees het stuk aandachtig door met de indringende vraag in je gedachten: geloof je wat Jezus over zichzelf zegt? Johannes wijst Hem aan als Zoon van God. Jezus zélf zegt het ook (5:23): "dan zal iedereen de Zoon eer betuigen zoals men de Vader eert". Eerder verlegde Johannes al de aandacht van zichzelf naar Jezus. Nu doet Jezus zelf dit ook. Hij zegt: "Johannes was een lamp die helder brandde, en u heeft zich een tijd in zijn licht verheugd. Maar ik heb een belangrijker getuigenis dan Johannes,…".
De schriftgeleerden van die tijd kunnen Jezus niet accepteren, ook al bestuderen zij dagelijks wat er in de schriften staat! Door dit stuk te lezen sta je bij de schriftgeleerden. Je kunt er niet omheen: geloof jíj wat Jezus zegt?

8 januari: Johannes 6: 1-27
Vraag eerst in een gebed of je mag begrijpen wat je leest. Door te lezen, sta jijzelf ook tussen de grote menigte mensen die gezien hebben welke wondertekenen Hij bij zieken deed. Jezus lijkt eerst de stilte te willen opzoeken. Met dat doel ging Hij al vaker de berg op om te spreken met de Vader. Maar als Jezus om zich heen kijkt, ziet Hij dat er een enorme menigte mensen naar Hem toe komt. Dan gebeurt er een geweldig wonder. De hele menigte krijgt te eten van vijf broden en twee vissen. En als iedereen gegeten heeft, is daar misschien wel het grootste teken: er is nog eten óver! De leerlingen krijgen de opdracht het overgebleven brood te verzamelen. Jezus legt er de nadruk op, dat ze niets van het overgebleven eten verspillen. Later vergelijkt Jezus zichzélf met het brood. Híj is het brood dat door het te eten niet mínder wordt, maar méér. Jezus deelt zichzelf uit, en door Hem te eten, stil je niet alleen je tijdelijke honger, maar krijg je eeuwig leven in overvloed. Maar pas op: het leven dat ontstaat bij Jezus, mag niet verspild worden! Verzamel alles om te eten en uit te delen!

9 januari: Johannes 6: 28-71
Verleg opnieuw je aandacht naar Jezus. Lees het evangeliegedeelte aandachtig door. Vraag of je mag begrijpen wat Jezus zegt, Hij is het brood dat leven geeft. Herken je jezelf in de reactie van de menigte? Eerst ben je enthousiast, want je ziet geweldige tekens. En wat wil je daarna? Nóg meer tekenen en wonderen (vs. 30)! Let ook op de enthousiaste reactie in vers 34: Geef ons altijd dat brood, Heer!
Dan zegt Jezus twee keer: "Ik ben het brood dat leven geeft". Je moet mijn lichaam eten en mijn bloed drinken. Voor veel Joden uit de menigte, die eerst zo enthousiast waren, wordt dit toch te gek. Trouwens, het was voor Joden verboden om bloed te nuttigen, want in het bloed zit het leven!
Als je de kruisweg die Jezus ging op je laat inwerken, kun je op een soortgelijke manier verontwaardigd raken van de pretentie van deze Jezus. De zonden van de wereld wegnemen?? Maak je maar eens een voorstelling van de mensen voor wie Jezus een aanstoot was, en ontdek hoe dat ook voor jou zo kan zijn.
Om deze dag te overwegen: Mattheüs 11: 2-6

10 januari: Psalm 109: 1-20
Geen vrolijke psalm, maar een "wraakpsalm." Op het moment dat ik dit schrijf zijn we in ons land aan het discussiëren over de grenzen van de vrijheid van meningsuiting, over aanzetten tot haat. Doet deze psalm dat ook?
Allereerst: deze psalm is geen pamflet om mensen tot haat aan te zetten, maar een gebed van een uiterst getergd persoon tot God om recht te doen. Let op vers 4: de man zelf heeft juist veel voor zijn tegenstanders gebeden, hij heeft hen liefgehad!
En laten we niet vergeten: het was niet niks wat hem is aangedaan. Wat hij meemaakte van hun kant was: vijandigheid, bedrog, beschuldigingen, leugens, haat, bestrijding, kwaad, ontrouw, vervolging, moord, vervloekingen.
Maar op een gegeven moment kwam er blijkbaar een eind aan zijn geduld en sloeg zijn gebed om van voorbede in het afroepen van Gods straf.
Mocht ik ooit in zo'n noodsituatie verzeild raken, dan hoop ik als volgeling van Jezus op meer geduld, om voor mijn vijanden te blijven bidden, zolang de zon nog schijnt voor alle mensen, goed en kwaad (Matteüs 5:43-45).

11 januari: Psalm 109: 21-31
Ook in het Nieuwe Testament kom ik Psalm 109 tegen: Petrus heeft deze psalm geciteerd in verband met de dood van Judas en de noodzaak van een opvolger voor hem (Handelingen 1:20). Daarom zal ik ook niet zeggen dat Psalm 109 voor ons als christenen compleet uit de tijd is. Tegelijk: wat Petrus aanhaalt is maar een klein stukje, het gedeelte dat een ander het ambt van deze vijand van Christus moet overnemen (vers 8). Ik hoor hem verder zijn voormalige collega Judas niet uitvloeken.
Ik hoor hem gelukkig ook niets zeggen over wat hij de kinderen van Judas allemaal toewenst aan ellende. Ik zal - nog helemaal afgezien van het ouderwetse taalgebruik - psalm 109:4 in de kerkdienst niet als psalm opgeven: "verwees zijn kroost, verweeuw zijn gade, laat op genaad' of ongenade zijn kinderen bedelen en dolen en opgejaagd zijn uit hun holen."
Zolang God nog geduld heeft met onze vijandige wereld, zing ik dat niet.
Ik hoop de dag van zijn toorn en wraak net als Hij zelf eerst met geduld af te wachten.

12 januari: Johannes 7: 1-36
Bid, dat je door deze woorden te lezen dichter bij Jezus mag komen, en meer van Hem mag gaan begrijpen.
Het gaat over Jezus. Nadat velen Hem de rug weer hebben toegekeerd, trekt Hij door Galilea. Door dit evangeliegedeelte te lezen ga je iets proeven van de situatie waarin Jezus verkeert. Mensen bejubelen Hem om de spectaculaire tekenen die Hij heeft laten zien. Tegelijkertijd kijken de mensen niet door de tekenen heen. Mensen keren zich weer van Hem af, maar verzamelen zich dan toch weer om Hem heen. Door te lezen, sta je erbij en je ziet dat ook zijn eigen broers Hem niet in bescherming nemen. "Blijf dan niet hier, ga naar Judea", zeggen ze. Dáár is het onveilig, de Joden proberen Hem te doden. Maar Jezus neemt zijn broers wél in bescherming, door niet ópenlijk naar Jeruzalem te gaan. En in Jeruzalem blijkt, dat iedereen versteld staat van zijn woorden.
Verleg je aandacht naar deze Jezus. Proef iets van de tweestrijd die Hij doormaakt. Zie het beeld van Hem al weerspiegeld worden door Jozef in het Oude Testament: zijn broers hadden hem verkocht. Nu is hij koning. Hoe zal hij zich bekend maken aan zijn broers, nu zij hem weer komen opzoeken?

13 januari: Johannes 7:37-8:20
Luister naar de woorden van Jezus en de reacties van de mensen daarop. Probeer ook je eigen reactie op Jezus te formuleren. In hoofdstuk 8 kun je lezen dat Jezus de vrouw die overspel pleegde, niet veroordeelt. Hij veroordeelt ook jou niet. Hij maakt je vrij om niet meer te zondigen. In vs. 50 van hoofdstuk 7 komen we Nicodemus weer tegen. Kwam hij eerst nog in de nacht bij Jezus, nu neemt hij het voor Jezus op bij de leiders van de Joden. Hij blijft niet meer in de schaduw staan. Met de kracht van God komt hij steeds meer openlijk uit voor Jezus. Wat kun jij leren van Nicodemus?

14 januari: Johannes 8: 21-59
Vraag eerst in gebed of je mag begrijpen wat er staat. Vraag of steeds dieper tot je mag doordringen wie Jezus is. Het evangelie van Johannes begon met het getuigenis van Johannes over Jezus. Nu is de aandacht volledig gericht op Jezus. Eerst op zijn tekenen en wonderen, maar nu ook steeds meer op wat Hij zélf zegt. Laat goed tot je doordringen wat deze Jezus zegt, terwijl Hij aan het woord is in dit evangelie. Als je de woorden van Jezus bijvoorbeeld zou onderstrepen dan valt het op dat Jezus volop de aandacht op zichzelf richt. Johannes richtte al de aandacht op Jezus. Dat deed hij niet uit beleefdheid. Als Jezus van Johannes het woord krijgt, is dat niet om het beleefd weer door te geven aan iemand anders! Blijkbaar gaat het om Jezus zélf. Gaat het jou om Jezus zelf?
Om deze dag te overwegen: Jezus zegt: "Wanneer ik mezelf zou eren, zou mijn eer niets betekenen, maar het is de Vader die mij eert, de Vader van wie u zegt dat hij onze God is, hoewel u hem niet kent. Ik ken hem."

15 januari: Johannes 9
Bid of de Geest je duidelijk mag maken wat er staat. Het zijn niet alleen de woorden en zinnen, maar het is de stem van de Vader die ook nu nog tot mensen spreekt. Door de woorden uit het evangelie te lezen, zie ook jíj dat er een blinde man genezen wordt. Weer is de reactie op het wonderteken dubbelzinnig. Iedereen loopt te hoop en iedereen heeft een mening. Bijna niemand ziet door het teken heen. Pas op dat op de dag van het oordeel de mensen van Nineve niet zullen opstaan om ook jou te veroordelen, "want zij hebben zich bekeerd na de prediking van Jona, en hier zien jullie iemand die méér is dan Jona!" (Lukas 11,32). Door te lezen komt de vraag aan de man die blind was, ook bij jou: wat denk jíj van deze Jezus?

16 januari: Johannes 10
Verleg - ook in gebed - de aandacht eerst weer naar Jezus. Alles draait om Hem. Om te beschrijven wie Hij is, worden in de bijbel heel veel beelden gebruikt. In het Johannes' evangelie is Jezus al vergeleken met het licht dat schijnt in de duisternis. Hij is ook het ware brood uit de hemel, en het levende water. In Johannes 10 worden we geconfronteerd met één van de mooiste beelden uit de bijbel. Jezus zegt: Ik ben de goede herder. Laat je overtuigen door het getuigenis van Johannes. Proef de woorden van Jezus zélf, en wees kritisch op je eigen reactie. Herken jij de stem van jouw Herder?

Lees vandaag ook: psalm 23

De HEER is mijn herder,
het ontbreekt mij aan niets.
Hij laat mij rusten in groene weiden
en voert mij naar vredig water,
Hij geeft mij nieuwe kracht
en leidt mij langs veilige paden
Tot eer van zijn naam.

Al gaat mijn weg
door een donker dal,
ik vrees geen gevaar,
want U bent bij mij,
uw stok en uw staf,
zij geven mij moed.

U nodigt mij aan tafel
voor het oog van de vijand,
U zalft mijn hoofd met olie,
Mijn beker vloeit over.

Geluk en genade volgen mij
alle dagen van mijn leven,
ik keer terug in het huis van de HEER
tot in lengte van dagen.

J. Roosenbrand, Groningen-Oost

17 januari: Johannes 11:1-44
Het dralen van Jezus is erop gericht om Maria en Martha binnen te voeren in het geheim van de opstanding. Dat Lazarus uit de dood teruggeroepen gaat worden, heeft niet alleen te maken met het feit, dat Jezus de macht heeft om de dood te overwinnen. Het zit ´m ten diepste vast op het feit, dat Hij zelf de opstanding in eigen persoon is. Jezus is geen ´afgod´ die zelfs het staaltje van dodenopwekking verrichten kan. Jezus gaat in eigen persoon dat wat aan de dood ten grondslag ligt, de doodsschuld wegnemen door zijn eigen dood aan het kruis, een dood die in Joh.11 aanstaande is. Ook nu weer is het wonder aan Lazarus verricht, een teken dat zich helemaal samentrekt op de betekenis van Jezus Christus zelf. Daarom: wie in Mij gelooft, ook van hem geldt dat hij zal leven ook al is hij gestorven.

18 januari: Johannes 11:45-12:19
Temidden van al het gekonkel en het wondergeloof van de mensen die zich om Jezus verdringen, stijgt de geur van Maria´s nardusolie op. Het lijkt verspilling, maar het is in wezen het uitgieten van al Maria´s liefde over Jezus heen. In deze kostbare mirre schenkt zij zichzelf aan Jezus weg. Het is vol symboliek: Jezus´voeten, het laagste, gezalfd met het duurste van het duurste, en vervolgens ingemasseerd en afgedroogd met het hoogste dat Maria van haarzelf in huis heeft: haar haren, haar kroon. Al onze kronen aan uw voet, dat gebeurt hier letterlijk. Het huis geurt inmiddels al wel naar de grafspelonk waarin Jezus binnenkort gelegd zal worden, zo zegt Jezus zelf immers. Liefde en naderende dood: het zet alles in een enorme spanning. De intocht in Jeruzalem lijkt alles nog te verbloemen. Geen vuiltje aan de lucht, gestoffeerde straten, komt laten wij aanbidden. Maar het is schijn.

19 januari: Johannes 12:20-50
Het uur van de in de aarde gezaaide graankorrel staat voor de deur. Jezus noemt het Zijn ure. Als een rode draad zigzagt dat uur van Jezus al vanaf de bruiloft in Kana (Joh.2) door het evangelie heen. Naar dit uur stuwt alles toe. Alle spreken en alle tekenen van Jezus zijn daarop gericht. Het is de ure van zijn verheerlijking, van zijn verhoging. Zoals de slang eens verhoogd werd in de woestijn op een paal, zo gaat Jezus verhoogd worden aan een kruispaal: en wie in geloof naar Hem opziet, zal omhooggetrokken worden vanuit de dood naar het leven. Ik zal allen tot Mij trekken, zegt Jezus. Het zijn die ´allen´ die de Vader aan Hem gegeven heeft, want uit jezelf kun je niet geloven en tot de Zoon komen. En toch: ik wordt opgeroepen om naar de verhoogde Zoon te kijken. Om m´n ogen open te doen en niet mee te doen met de blindheid die alom heerst. Dat is mijn verantwoordelijkheid.

20 januari: Psalm 110
De kracht van psalm 110 is gelegen in het feit, dat de koning die ten tonele gevoerd wordt ook en juist priester is. Hij is er niet op uit om te verderven. Hij is juist ten strijde getrokken tegen mijn schuld en mijn dood en heeft die aan het kruis voor mij overwonnen. Dat levert ´gewilligheid´ op, zo´n koning daar wil je gewoon graag achteraan, dat levert een jeugd op die als de morgendauw opkomt in heilige feestdos: zwaarden zijn hier al een beetje aan het omsmelten tot tuingereedschappen, nietwaar, eigenlijk is de strijd al gestreden en staan we langs de weg te handenklappen voor onze Heer die koning is, want priester. Tegelijk: achter deze liefde van de Vader ligt alleen nog het oordeel, wie zich nu nog niet in vreugde gewonnen geeft aan deze Melchizedek, deze koning van vrede en gerechtigheid, die komt Hem tegen. Maar genade roemt tegen zulk oordeel.

21 januari: Johannes 13
Zoëven zijn Jezus´ voeten nog met nardusolie gewassen door Maria (12:1-11). Nu komt het tegenbeeld: Jezus wordt aller dienaar. Filipp.2 zegt, dat Hij zich totaal leeggeschud heeft voor ons, ja voor ons slaaf geworden is tot op het kruis. En nu is het aan ons dat wij elkaar zullen liefhebben, niet maar naar onze eigen maatstaven, want het zit niet zo in ons om elkaar de voeten te wassen (-wij drogen elkaar liever op een andere manier af-), om werkelijk je de minste van die ander te betonen. De maatstaf is Jezus zelf: ´gelijk Ik u liefgehad heb, dat gij elkaar liefhebt´. Ga maar eens na, wat je vandaag dan nog praktisch naar elkaar toe in te halen en christelijk bij te stellen hebt. En dat niet, omdat dat moet, maar omdat je achter Christus aan niet anders kunt en wilt.

22 januari: Johannes 14
Nu komen we bij Jezus´ afscheidswoorden. Zijn testament. Laatste wilsbeschikking. Daarin speelt Jezus´ onderwijs, beter: Jezus´ blijde aankondiging van de Heilige Geest een centrale rol. Jezus gaat heen, Hij laat ons zijn Geest achter. Het wil mij voorkomen, dat we in onze charismatische tijd, die zwanger is van allerlei speciaals van de Geest, dit basisonderwijs van Jezus als het fundamentele onderwijs over de Heilige Geest dienen aan te houden. Hier spreekt niet maar een charismatische gemeente over wie de Geest nu eigenlijk is (zoals de gemeente van Korinthe bijvoorbeeld), zelfs Paulus is hier niet aan het woord over de Geest, nee de Zoon zelf. En steeds koppelt Jezus daarbij ook terug op de Vader. Vader en Zoon beloven hier de Geest en kondigen aan wat ons te wachten staat. Het is heel eenvoudig: dat de Geest ons verbindt aan wat de Vader in de zending van de Zoon voor ons gedaan heeft. Dat is de grote ´bijstand´, de enige troost in leven en sterven die we mogen verwachten. Hou eens bij wat de Geest allemaal volgens deze woorden van Jezus voor ons doet; en bemerk tot je grote vreugde, dat de Geest mij gelukkig helemaal terugwerpt op Jezus Christus, in alles, met lichaam en ziel. En niet op mezelf dus. Al is wel pertinent duidelijk, dat het voor mij nu aankomt op het bewaren van wat Christus mij door zijn Geest geeft: zijn woorden van eeuwig leven. En ´bewaren´ is naar Jezus´gelijkenis niet: wegbergen in de grond. Een geloofsdocument opgeborgen ergens in een la van je bestaan. Bewaren is: ermee aan de gang gaan. Jezus´ woorden kun je allen maar leven.

23 januari: Johannes 15
De vrucht waar Jezus op doelt bestaat blijkbaar allereerst uit: elkaar liefhebben (9-17) en van Jezus getuigen (en dat tegen de haat van de wereld in, 18-27). Getuigende liefde dus. Daarin mogen we, geplant in de wijngaard van de Vader (Jesaja 5), en nu geënt op de volbrachte liefde van de Zoon, een geur en een smaak van Jezus Christus zijn. God houdt van goede druiven. Ja, God heeft onder het regime van de Geest de beste wijn voor het laatst bewaard.

24 januari: Johannes 16
Jezus trekt nu alles samen op het werk van De Vader, Hemzelf en de Geest. Nu de ure er zo goed als is, nu komen er krachten in het geding die mensen niet meer kunnen mannen. God komt thans geheel alleen te staan om de daad van het overwinnen van de Tegenstander te volvoeren. De discipelen zullen uiteenstuiven. Verdriet, onmacht, onbegrip en angst zullen hen alle kanten opjagen. Alleen God drieënig is tegen deze ure opgewassen. Het is aangrijpend hoe Jezus telkens de Vader en de Geest erbij betrekt, nu het grote Heilsfeit, de beslissende wending in de geschiedenis volbracht moet gaan worden. De Vader laat hem niet alleen, ook niet in de ure van het kruis (16:31), al komt straks in de diepste diepte van het lijden wel Jezus´ kreet over de verlating van de Vader (onontwarbaar mysterie, dat we ook maar aanbiddend zo moeten laten); en ondertussen staat de Heilige Geest op uitgestort worden, stromen van leven, die de aarde getuigend, maar daarin ook veroordelend voor wie niet wil (16:8-11), zal overvloeien. De woestijn zal bloeien als een roos.

25 januari: Johannes 17
Dit ´hogepriesterlijke´ gebed van Jezus is inderdaad pure voorbede. Jezus bidt niet voor Zichzelf -dat zou je haast wel verwachten nu de kruisgang voor de deur staat - , maar heel zijn gebed staat in dienst van de discipelen (zij, die door de Vader aan Jezus ´gegeven´ zijn) en van hen die door de verkondiging van de discipelen in Jezus zullen gaan geloven. Jezus bidt voor hen om bewaring en heiliging in de waarheid: en blijkens Jezus´ gebedswoorden betreft het hier de waarheid omtrent zijn Zoonschap van de Vader (vs.8), dat Hij van de Vader is uitgegaan. In Jezus Christus heeft God Zich in volkomen waarheid uitgesproken. Jézus kennen is daarom Gods Naam kennen en daarom het eeuwige leven kennen. Rondom die waarheid kan alleen maar éénheid ontstaan. Zoals De Vader in de Zoon is en andersom, zo ook wij in Hen en Zij in ons. En wij in elkaar. Waarheid heeft dus inderdaad met ´de leer´ te maken, maar die moet wel relaties smeden en leven inblazen, de waarheid moet ´organisch´ worden, de kerk het levende lichaam van Christus, het Hoofd. Anders zal de kerk ook geen leven uitstralen (vs.20,23,24!). Van enkel een belijdenis-op-papier komt geen warmte en leven af. Elke keer noopt dit gebed van Christus tot zelfonderzoek: hoe lichamelijk-levend zijn wij eigenlijk als kerk?

26 januari: Johannes 18:1-27
Tijdens de gevangenneming is er op geen enkel moment sprake van overmacht van de vijand. De uitgetrokken horde valt zelfs bevend ter aarde op het moment dat Jezus zegt: Ik ben. Ik ben het. Maar de diepte van de Naam van Jahwe (Ik ben, Ex.3:14)) dreunt er in door (zoals in heel het Johannes-evangelie wanneer Jezus zijn Ik-ben-uitspraken laat klinken). Jezus´ Godheid doet hen van hun stokje vallen. En dan dat tweeluik daarna in de hogepriesterlijke hof: enerzijds Johannes (´de andere discipel´, vs.15) met anderzijds Petrus. Dat tweeluik keert ook weer terug bij Petrus´ ereherstel (21:20,21). Allebei hebben ze lief, allebei volgen ze tot in het hol van de leeuw. Maar dan scheiden zich blijkbaar de wegen, voor even maar, want na Jezus´opwekking verzamelt Jezus zijn discipelen weer. Ik geloof niet in de theorie (die je steeds vaker van kansels hoort), dat Petrus Jezus verloochende, omdat hij het niet eens zou zijn met de weerloze manier waarop Jezus zich had laten boeien en meevoeren. De overmacht van Jezus, ook in de gevangenname, droop van alles af. Nee, Petrus kan de krachten niet aan, de krachten van de boze en van de vijandschap, die zich nu rondom Jezus gaan samenballen. Daarin had Petrus eerder bombastische woorden gesproken. Maar de Zoon zal de pers van de gramschap van God alleen treden. Die beker zal niemand, zelfs Petrus (maar ook Johannes) niet, kunnen drinken. De haan kraait, dat de victorie in geen enkel opzicht van mensen, maar alleen van de Zoon zal komen.

27 januari: Johannes 18:28-19:16
Jezus verzet zich niet, omdat zijn Koninkrijk niet van deze wereld is. Daarom heeft Pilatus macht. Dwars door dit door en door aardse gekonkel heen, spelen zich de krachten van het Koninkrijk af. De vervulling van de Raad van God die op onze verlossing gericht is, stuwt Jezus onontkoombaar heen naar het kruis. Daarin zijn de mensen slechts werktuigen (Rom.9:17, 19vv.), alhoewel ze voluit verantwoordelijk blijven voor hun handelen. Tegelijk zal Jezus straks inzake hun verblinding juist vanaf het kruis voorbede voor hen doen (Lc.23:34). Gods verkiezende raad (geheim van Gods Geest, wee de mens die meent dat in mensenbegrippen sluitend in kaart te kunnen brengen) behelst nooit dat mensen door God als ´materiaal voor de hel´ gebruikt zouden worden. God is geen pottenbakker met een linker- en een rechterhand. Dat te denken is godslasterlijk. God is Licht en in Hem is in het geheel geen duisternis.

28 januari: Johannes 19:17-42
Het kruis van Jezus wordt het kruispunt van Gods Raad. Telkens benadrukt Johannes het: hier, op deze plaats Schedel genaamd, in deze gebeurtenis, kruisen de woorden en de patronen van Gods spreken en handelen zich definitief: opdat de Schrift vervuld zou worden. Hier, in deze verknoping van de Schriften, waar Jezus alles volbrengt naardat alles voorzegd is, worden onze knopen ontbonden. Het is volbracht. Heel het relaas van onze verlossing uit de duisternis van schuld en dood, ja heel het lijden en de vruchteloosheid van onze mensenbeschaving (tot op de dag van vandaag!) vindt hier zijn ontknoping. Enkel hier. Maar hier dan ook definitief en voorgoed. Eigenlijk kunnen we die informatie en de diepte daarvan helemaal niet aan. We staan er maar wat bij te kijken. Het lichaam van Jezus halen we van het kruis af. We zetten onze geijkte patronen gewoon door. Zonder het Licht van de Geest zullen we nooit wakker worden. Zo gaat dat bij stervelingen, als de Zoon van God bezig is je met het leven te overkleden.

29 januari: Johannes 20:1-18
De cocon van de dood blijkt opengebroken en leeg (Van Bruggen), vers 6,7. Toch haakt het pas aan, het evangelie van de opstanding, als Jezus Maria bij haar naam noemt: ´Maria´. Jezus bezorgt de opstanding thuis in onze persoonlijke levens. Hoofd voor hoofd gedoopt bij je naam. Zo sta je op tot een nieuw leven. Vanaf dit moment is Maria een ander geworden. Wedergeboren. Omdat ik gehoord heb met eigen oren hoe Jezus mij bij mijn naam noemt. Hij in mij en ik in Hem.

30 januari: Johannes 20:19-31
De verschijning aan de discipelen en een week later nog eens met Thomas (in de discipelkring) erbij, maakt de discipelen enorm blij. Maar ze moeten niet maar fundament van blijdschap (want weerzien met Jezus) worden, maar fundament van geloof. Daarin is Jezus´ verschijning aan hen een eerste stap, alhoewel Jezus de tweede en beslissende stap juist nu ook meteen zet: jullie zien me en zijn blij, maar zalig wie gelooft zonder gezien te zullen hebben. Zo sluit Johannes dan ook in eerste instantie af: opdat gij gelooft, dat Jezus is de Christus, en opdat gij, gelovende, het leven hebt in zijn Naam. Het blijft, ook na de komst van de Zoon, achter Abraham aan: zijn geloof, dat is: zijn volledige vertrouwen op en overgave aan God die doet wat Hij zegt, werd hem tot gerechtigheid gerekend.

31 januari: Psalm 111
Deze psalm als loflied op het evangelie van Johannes zoals we dat de laatste dagen gelezen hebben, behoeft nu maar weinig toelichting. De psalm staat strak van de trouw, de genade en de barmhartigheid van God. Dat heeft zich volledig belichaamd in Jezus Christus: wij hebben zijn heerlijkheid gezien, vol van genade en waarheid, Joh.1:14. Alle psalmen zijn vensters op Christus: doe ze open en je staat met heel je hebben en houden in de klare lucht van Zijn opstanding. God wil, dat je leven zult.

M.A. Dronkers Helpman