Het Groninger Bijbelleesrooster voor vier jaar, jaar-4, augustus
Zie voor nadere informatie de inleiding op dit rooster, te bereiken via deze link

1 augustus: Jeremia 25: 1 - 14
Jeremia kijkt terug op de afgelopen 23 jaar. Al die jaren heeft hij in opdracht van de HERE geprofeteerd. Hij heeft Gods straffen aangekondigd en opgeroepen tot bekering. En wat heeft het opgeleverd? Niets. Ook Jeremia 25 laat ons zien waar het op uitloopt als je zonder de HERE blijft leven.
Tegelijk zie je Gods liefde. In de volgende hoofdstukken zal dit nog duidelijker aan het licht komen. De HERE blijft tot bekering oproepen. En als die bekering na eeuwen onderwijs nog niet komt, grijpt de HERE zelf in: Hij geeft de mensen andere harten.

2 augustus: Jeremia 25: 15 - 38
We lezen hier over God die oorlogen over IsraŽl afroept, die Nebukadnessar laat komen met al zijn wreedheden. En over de HERE, die vreugde en vrolijkheid doet verdwijnen. Het land is verlaten, het hele land is een puinhoop. De HERE brult! Hij vuurt Zichzelf aan zoals iemand die druiven aan het uitpersen is in een bak. Hij gaat maar door met het 'platstampen' van de aardeÖ"ten gevolge van zijn brandende toorn." (vs. 38b). Gods toorn is altijd terecht. Nooit zal Hij iets terug hoeven nemen of spijt betuigen. Wij kunnen ons dat moeilijk voorstellen. Maar bij de Here is zijn toorn ťťn met zijn liefde. Juist omdat Hij ons liefheeft, is Hij terecht gekwetst als die liefde niet wordt beantwoord. De Here wil een goede verhouding met ons en neemt met minder geen genoegen.

3 augustus: Jeremia 26
Opnieuw spreekt Jeremia een indringend, waarschuwend woord. Op twee manieren kun je daarop reageren. De eerste is: je verzetten, de boodschapper de mond snoeren of weglopen. De tweede manier is: je bekeren. Profeten en priesters proberen Jeremia de mond te snoeren en hem te doden. Er blijkt echter nog een derde weg mogelijk te zijn. De vorsten nemen deze weg. Zij verdedigen Jeremia. Ze willen hem niet doden en zeggen: Jeremia brengt niet zijn eigen boodschap, hij geeft alleen Gods boodschap door. Je kunt hem niet de doodstraf geven. MaarÖ verder doen ze niets. Zij roepen de mensen niet op tot bekering. Bekeren is ook voor hen te pijnlijk. Staat u altijd open voor Gods Woord, ook als u het niet leuk vindt om te horen?

4 augustus: Jeremia 27
Allerlei buitenlandse gezanten zijn in Jeruzalem. Zes landen willen samen de strijd aanbinden tegen Nebukadnessar, de koning van Babel. Met z'n zessen moet dat toch lukken! En dan komt Jeremia. Hij draagt een juk. En hij heeft er meer bij zich, voor elke delegatie ťťn. 'Wen er maar vast aan', zegt hij, 'want het duurt niet lang meer voor jullie allemaal het juk van Nebukadnessar zullen moeten dragen'.
De koningen hebben zich laten misleiden door valse profeten en raadgevers. Er is echter maar Eťn die werkelijk macht heeft: de Heer van hemel en aarde. Hij heeft de politieke en militaire macht aan Babel gegeven. Er is geen ontkomen aan. Alleen onderwerping kan je redden. Onderwerping aan Babel? Ja, maar dat is indirect onderwerping aan Gods wil. De HERE had immers de straf aangekondigd? Onderwerping aan vreemde volken was allang voorzegd. Verder verzet maakt het alleen maar erger. Als je je onderwerpt aan Gods macht en wil, heb je nog een kans. Zo niet, dan raak je alles kwijt!

5 augustus: Jeremia 28
Er zijn twee profeten, allebei zeggen ze dat ze Gods boodschap brengen. Maar hun boodschap is tegengesteld aan elkaar. Jeremia zegt: Blijf gehoorzaam aan Nebukadnessar. Chananja zegt: Kom in opstand. Wie liegt er, en wie spreekt de waarheid? Hoe weet je wie gelijk heeft? Jeremia wijst aan hoe je Gods wil ontdekt. Hij zegt: Klopt de boodschap met het verleden? Beoordeel mijn boodschap en die van Chananja met wat de HERE vroeger gezegd heeft (vs. 8). De HERE verandert niet in de loop van de tijd. Gods boodschap is niet in de ene tijd zus en in de andere tijd zo. De HERE heeft steeds oordelen aangekondigd door verschillende profeten; is dat nu plotseling anders? De HERE Iaat zich kennen uit de geschiedenis. Een christen heeft historisch besef nodig. Klopt een nieuwe boodschap met wat de Here vroeger gezegd heeft?

6 augustus: Psalm 129
IsraŽls buurlanden hebben Gods volk vanaf het begin vervlůekt (vs. 1). Maar omdat de HERE Zťlf IsraŽl zegende, is het nooit ten onder gegaan, hoe zwaar de verdrukking ook was (vss. 2 - 4). Beschaamd hebben die buurlanden moeten constateren dat de HERE IsraŽl zegent en dat zij de vloek te dragen kregen waarmee zij vloekten (v. 5 - 7).
In dit leven gaat het er om of je de zegen van Christus' reddingswerk geniet, opdat die zegen eeuwig voort zal duren. Dan kunnen we wťl zeggen (vs. 8): "De zegen van de HERE zij met u".
Zegenen in de naam van de HERE betekent dat je de mensen ook van Gods heil moet vertellen. Hebt u daartoe de vrijmoedigheid?

7 augustus: Jeremia 29
De toorn en de straf van God is niet het einde. De HERE belooft dat er een nieuwe tijd komt. Na de ballingschap. Dan zal God naar zijn volk omzien en naar hen horen als ze bidden! Waarom? Omdat dat volk dan beter zal zijn? Heeft God dan opeens zoveel vertrouwen in hen? Nee, maar Hij zal het zelf beter maken. God zal een betere Voorbidder dan Jeremia geven: Jezus Christus. Hij zal voor de zonden van heel zijn volk het offer brengen. En op basis van dat offer bidt Hij, ook voor ons vandaag. Dat is de rijkdom van het Nieuwe Verbond. U mag er een plaatsje in hebben, uit genade.

8 augustus: Jeremia 30
God houdt een keer op met straffen en verandert het lot van zijn volk (vs. 3a). Omdat het eindelijk leert om met de HERE te leven? Nee. Omdat de HERE iets afdoet van de manier waarop Hij met ons wil omgaan? Nee. Omdat de Here zijn woede en toorn op Jezus legde? Ja!
De heilige God, die ook oordelen kan, wil bovenal de God van alle genade zijn. Vandaar nu ook het spreken van Jeremia over herstel. Gods stad - ze mag letterlijk vanuit het puin weer boven komen (vs. 18). Jeruzalem mag spreken van barmhartigheid; barmhartigheid die het oordeel ook overwint. Vandaag bovenal sprekend getuige daarvan. En is Gods stad - Gods gemeente in Jezus Christus - van die barmhartigheid niet nog steeds het levende en sprekende bewijs tot een getuigenis voor heel de wereld?

9 augustus: Jeremia 31: 1 - 22
Jeremia blijft niet 'jeremiŽren'! Hij komt met een blijde boodschap: God wil zijn volk weer terug hebben, weer opbouwen. Zijn liefde voor zijn mensen is eeuwig (vs. 3). In allerlei beelden wordt geschetst hoe de HERE weer in liefde voor zijn volk zal gaan zorgen. Er zal weer gedanst en gezongen worden en er zullen weer goede oogsten zijn. De weg terug naar huis zal een effen weg zijn, en onderweg zal het het volk aan niets ontbreken, want de HERE zorgt voor de zijnen.
Ten diepste is de HERE een God van liefde en ontferming. Zo kijkt Hij naar ons. Hij kan het niet over z'n hart verkrijgen ons ten onder te laten gaan. Al hebben we dat duizend keer verdiend. Zijn liefde is boven-menselijk. Die liefde gaat niet ten onder als wij het weer eens verknallen. God denkt steeds maar aan ons. Je bent nooit uit zijn gedachten. God loopt over van liefde, nota bene voor ons.

10 augustus: Jeremia 31: 23 - 40
God spreekt van een nieuw verbond. Hoe is het mogelijk! Mensen die het zozeer verdiend hebben om te blijven zitten in de ellende van ballingschap, onderdrukking en verdriet. Mensen die het verdienen dat God hen verstoot, omdat ze ondankbaar en koppig waren, ongevoelig voor al de blijken van liefde. Hoe bestaat het dat God toch zijn Geest blijft geven, dat Hij zijn verbond toch handhaaft en zelfs intensiveert. Het nieuwe verbond rust op het kostbare bloed van de grote Hogepriester. Op Golgota heeft het nieuwe verbond voor eeuwig rechtskracht gekregen. En op Pinksteren is de Heilige Geest in stromen uitgegoten op de gemeente. God genade en zijn Geest komen naar ons toe in Woord en sacrament. Zijn we daar nog gevoelig voor? Zullen wij als antwoord daarop niet rijk zijn in geloof, liefde en goede werken?

11 augustus: Jeremia 32: 1 - 25
Jeremia zit in de gevangenis. Jeruzalem is belegerd door de ChaldeeŽn. De situatie is hopeloos. Chanamel, een neef van Jeremia, komt bij hem met een vraag: 'Jeremia, wil je mijn akker kopen? Ik heb geld nodig en jij bent m'n naaste familie.' Jeremia gaat daarop in. Alles wat bij deze transactie hoort, wordt op de gebruikelijke manier gedaan. Alsof er geen sprake is van oorlog en bezetting! Met deze koop wil God iets zeggen. Zoals nu deze akker het eigendom van Jeremia is, zo zal eens heel het land weer van Gods volk zijn, waar het in vrijheid mag leven. Toch heeft Jeremia het er moeilijk mee. De ballingschap zou toch 70 jaar duren? Wat moet hij dan met die akker? Hij brengt zijn twijfels op het enige adres waar ze thuishoren: bij God. Hij bidt niet zomaar eventjes; hij weet Wie de HERE is. Hij begint met de belijdenis van Gods almacht, en de herinnering aan al het goede en wonderlijke dat God voor zijn volk heeft gedaan in de geschiedenis. Jeremia beseft ook dat al de ellende die hij nu om zich heen ziet, het werk van God is. Juist daarom begrijpt hij het niet meer. Wat is nu eigenlijk de bedoeling?

12 augustus: Jeremia 32: 26 - 44
De HERE maakt Jeremia alles nogmaals duidelijk. Nog eens verzekert Hij Jeremia Wie Hij is, nog eens legt Hij hem uit waarom Juda gestraft moest worden. Het is deze verzekering en bevestiging die Jeremia zo nodig had. De HERE heeft begrip voor zijn vertwijfeling. Maar Hij geeft hem geen andere taak. Hij geeft ook geen verdere verduidelijking. Jeremia moet het ermee doen en vertrouwen hebben.
Wel komt er een aanvulling. Er is heil, er is herstel, het zal goed komen. De koop van de akker is daar een teken van. Het gaat niet om die akker zelf, het gaat om Gods belofte. Dat moet Jeremia goed beseffen. Het gaat niet om zijn vertwijfeling. Het gaat erom dat duidelijk zal worden dat de HERE zijn woord houdt. DŠt moet verkondigd worden!

13 augustus: Jeremia 33: 1 - 13
De HERE is werkelijk tot alles in staat! Grote, onbegrijpelijke dingen kan en zal Hij doen voor wie tot Hem roepen, meer dan enig mens zich kan voorstellen. Midden in de angst en moeite van oorlog en vernieling krijgt Jeremia dit te horen. God zegt erbij wat Hij van plan is te doen, een machtige belofte!
Maar de HERE gaat niet voorbij aan de situatie zoals die er ligt. Jeruzalem is een stad in oorlog; mensen sterven, huizen worden afgebroken, men probeert zich te verdedigen zolang het nog kan. En God weet dat. Juist daardoor wordt het contrast tussen hoe het nu is en hoe het straks zal zijn, heel scherp. De stad, het land en het volk zullen hersteld worden. God zal zonden vergeven. Er zal weer sprake zijn van vrede en welvaart. Alle blijdschap van het dagelijks leven zal terugkomen. En de HERE zal weer geŽerd worden in Juda. Maar er is nog meer!

14 augustus: Jeremia 33: 14 - 26
Voordat het allerergste komt, de verwoesting van de stad en de tempel, spreekt de HERE over de toekomst van zijn volk. Hij zal aan David een Spruit der gerechtigheid doen ontspruiten. Hij kondigt daarmee de komst van de Messias aan. Ja, maar zijn dat geen lege woorden? Waar is het koningshuis van David gebleven? En als straks zelfs de tempel verwoest zal zijn, worden dan deze woorden niet aan de kaak gesteld als pure onzin?
Kun jij met je blote handen de zon van z'n plaats duwen? Of de aarde een zet geven zodat dag en nacht in de war raken? Als je dat kunt, dan zal de Here ook zijn beloften aan David laten varen. Vreemd gezegd, nietwaar? Maar dat is om duidelijk te maken dat er echt een Zoon zal komen die op de troon van David zal zitten. Loof God voor al het goede dat Hij belooft en doet.

15 augustus: Jeremia 34
Toen Babel voor de poorten van Jeruzalem verscheen was er angst en schrik. Men besloot om op een bepaald punt de wet te gaan onderhouden, nl. door slaven na het intreden van het jubeljaar vrij te laten. Maar wat gebeurde? Toen Babel tijdelijk het beleg onderbrak, nam ieder zijn slaaf of slavin weer terug. De bekering uit nood bleek niet echt geweest te zijn. Men heeft opnieuw het oordeel over zich gehaald. Snijdend boodschap Jeremia: "Daarom - dit zegt de HEER: Omdat jullie niet naar mij hebben geluisterd, je volksgenoten niet de vrijheid hebben geschonken, geef ik het zwaard, de honger en de pest de vrijheid om jullie te treffen. Ik maak jullie tot een afschrikwekkend voorbeeld voor alle koninkrijken op aarde." (NBV)

16 augustus: Psalm 130 en 131
Bidden en (ver)wachten, dat zijn de kernwoorden Psalm 130. Een zondaar, terneergedrukt door eigen zonden en schuld (vs. 3), maar ook door die van zijn volk (vs. 8), roept zijn Verlosser aan. Noem Gods naam maar in de diepten van je bestaan. Luid en aanhoudend. En vrijmoedig, omdat je heel zeker mag weten: de HERE is een vergevend God.
Als een wachter wacht de psalmdichter op zijn Redder. Wachters, dat waren de bewakers van een stad die op de morgen wachtten om dan afgelost te worden. (Ver)wachten, dat vraagt veel geduld. Je ziet reikhalzend uit ... actief gelovend! Zo wacht de dichter op de HERE. Op zijn hulp en steun. Want bij de HERE is verlossing. Niet maar een beetje. Nee, een overvloed. Mťťr dan genoeg om alle zonden van een heel volk te vergeven!
In Psalm 131 lees je van dat vertederende beeld van een kind bij zijn moeder. Het heeft net gedronken en is helemaal tevreden. Het weet niets van alle rottigheid uit de krant en van wat er om hem heen gebeurt. Het heeft meer dan genoeg aan de liefde van moeder. Het is een beeld van overgave. Overgave als kenmerk van een christelijk leven. Bij God mag je je veilig weten en geborgen. Ook wat de toekomst betreft (vs. 3). De HERE is je enige echt veilige plaats, de plaats waar je in elke situatie terecht kunt. De plaats waar je, ongeacht wat er aan de hand is, tot rust komt. Het is een geweldig geheim die plaats te kennen!

J.M.A. Groeneveld, Bedum

17 augustus: Jeremia 35
Beloofd is beloofd.
Een bijzonder verhaal: een familie die naar de tempel moet komen en uitgenodigd wordt om samen te komen in een bepaalde kamer. Daar worden ze vergast op kannen vol heerlijke wijn. En dat allemaal op initiatief van de profeet. Jeremia. En als ze allemaal een plekje hebben gevonden worden ze uitgenodigd om te drinken. En wat ze nooit hadden gedaan deden ze ook nu niet: eenmaal beloofd is beloofd: zij drinken geen wijn. En het zal voor hen extra van betekenis zijn geweest, dat ze in het huis van God zitten: beloofd is beloofd. En dat eenmaal beloofd blijft beloofd. En Jeremia gaat met dit nee de straat op en zegt tegen de mensen: waren jullie maar zo. Standvastig en trouw aan de Here. En hij kondigt de gevolgen van hun houding aan. Wat hebben wij de Here beloofd?

18 augustus: Jeremia 36: 1-15
Gods Woord mag niet verloren raken.
Jeremia moet schrijven. Een heel verhaal. Hij moet vastleggen wat er allemaal door de Here tegen Jeremia is gezegd. De Here heeft zich zo geŽrgerd aan het volk met het toelaten van sociaal onrecht en het dienen van God. Niet met het hart, maar voor de vorm. Een zekere Baruch treedt op als schrijver. En als het er allemaal goed op staat moet Baruch ook nog eens de voorlezer zijn. Alleen het Woord van God kan overtuigen. Het gebeurde op een speciaal daarvoor georganiseerde vastendag !! Jeremia hoopt: misschien zal men dan tot inkeer komen. Alleen het Woord van God kan overtuigen.

19 augustus: Jeremia 36: 16-32
Gods Woord mag niet verloren gaan.
Moet koning Jojakim ook weten wat in de boekrol staat? De vooraanstaande personen die in nauw contact met de koning staan, zijn bang als ze het niet doen. Zij vragen aan Baruch hoe hij aan de inhoud van de boekrol komt. En hij vertelt van de bron: Jeremia. Dan slaat de schrik echt toe. De koning moet niets van Jeremia hebben. En ze geven het dringende advies om zich te gaan verbergen. De rol wordt voorgelezen en uit de houding van de koning wordt goed duidelijk hoe deze over de inhoud denkt. Maar God wil dat Zijn Woord niet verloren gaat. De koning krijgt een bikkelhard oordeel aangezegd.

20 augustus: Jeremia 37
Gods boodschapper de mond gesnoerd?
Na de dood van Jojakim werd niet diens zoon als opvolger aangesteld, maar een zekere Zedekia. Ook hij gaf geen gehoor aan het Woord zoals dat door Jeremia was doorgegeven. En het was: zo koning, zo volk. Maar dan nota bene wel vragen of Jeremia voor hem wil bidden. De schijnvroomheid ten top. Het was nog in de tijd dat Jeremia nog niet gevangen was gezet. In die tijd trokken de ChaldeeŽn (BabyloniŽrs) die Jeruzalem bedreigden, van die stad weg op de nadering van het leger van Egypte dat te hulp was geschoten. De koning krijgt te horen dat hij zich niet rijk moet rekenen, want dat leger dat weggetrokken is, komt terug en dan gaat Jeruzalem er onherroepelijk aan. Je merkt hoe de verhoudingen onderling zijn: het is een en al wantrouwen. Dit leidt tot de gevangenneming van Jeremia. Zou Jeremia nu een toontje 'anders' zingen? Nee dus.

21 augustus: Jeremia 38: 1-13
Gods Woord blijft bekend.
Jeremia heeft, ook al is hij gevangen, nog de gelegenheid om het volk toe te spreken. Zijn woord maakt duidelijk dat je beter de stad uit kunt gaan, naar de ChaldeeŽn toe. Toen werd de koning gevraagd om het doodvonnis uit te spreken. Jeremia werd in een put geworpen en zakte voor een deel weg in het slijk. De donker gekleurde knecht Ebed Melech trekt zich het lot van Jeremia aan. Let op de voorzichtige manier waarop deze te werk gaat om Jeremia uit de put te halen.

22 augustus: Jeremia 38: 14-28
Gods Woord is niet altijd aangenaam.
Jeremia moet bij de koning komen voor een tweede onderhoud. Maar Jeremia is er bepaald niet gerust op want hij weet wat de koning wil horen en wat hij niet kan zeggen. De koning zweert dat hij Jeremia niet zal doden. Kort en goed komt het hier op neer: schik u onder machtige hand van God die deze vijand heeft gestuurd. Maar de koning is bang voor bespotting. Jeremia laat merken dat dit toch de enige kans is om te overleven. Samen bedenken ze een list om aan lastige vragen van de stadsvorsten te ontkomen.

23 augustus: Jeremia 39
God doet naar wat Hij zegt.
Toen was het moment daar dat gebeurde wat de Here had voorzegd: de inname van de stad Jeruzalem door de troepen uit Babel. De koning en de zijnen vluchten in het duister van de nacht Maar ze worden toch gepakt. De gevolgen zijn voor hem en vooral voor zijn kinderen vreselijk. Jeremia wordt met opperste vriendelijkheid behandeld. Hij mag aan zijn toegewijde vriend Ebed Melech een prachtige boodschap van de Here overbrengen.

24 augustus: Psalm 132
Zoek eerst het koninkrijk van God. Zo begint een bekend lied. Ps. 132 is zo'n lied waarin allereerst aan God gedacht wordt , aan de dienst aan God, waarin iemand als David voorop gaat. Om daar alles voor in gereedheid te brengen. En dat zoeken is van alle tijden. Zoek jij ook zo? Laat je je door Hem vinden? Want Hij zoekt jou. Hij zoekt een woning die bestaat uit mensen die Hem willen dienen. Denk aan wat Paulus zegt: u bent een tempel een woonstad van God in de Geest (Ef. 2: 21, 22) Zij die Gods koninkrijk zoeken vormen een heilige natie om de grote daden van God te vertellen (1 Petr. 2: 9).

25 augustus: Jeremia 40
Je ziet het voor je: Jeremia temidden van andere gevangenen met hun reisbagage klaar voor vertrek naar Babel. Hij wordt uit de groep gehaald en mag of naar Babel meegaan of hier blijven, onder het bestuur van Gedalja. En Jeremia krijgt een geschenk en eten en drinken mee. Gedalja belooft de achtergeblevenen veiligheid tegenover de ChaldeeŽn als men zich aan hen onderwerpt. Gedalja wordt bedreigd. Hij slaat een waarschuwing in de wind

26 augustus: Jeremia 41
De bestuurder Gedalja wordt vermoord, met al degenen die bij hem zijn, waaronder ook mensen uit Babel. Met list en bedrog. Er heerst een schrikbewind onder leiding van een zekere IsmaŽl. Maar deze krijgt met een geduchte tegenstander te maken: Johanan. Tenslotte weet IsmaŽl met 8 mensen te ontsnappen naar de Ammonieten.

27 augustus: Jeremia 42
Johanan en de zijnen vervoegen zich bij Jeremia en vragen om te bidden voor het lijfsbehoud van de rest die nu nog in het land overgebleven is. En vraag ook aan God wat we moeten doen. Jeremia belooft te doen wat ze vragen maar zegt ook dat hij alles zal vertellen wat God hem meedeelt. Zij gaan akkoord en zeggen dat het goed zal zijn: of het nu een goede of een slechte boodschap is. Na 10 dagen gaat de Here spreken en de boodschap houdt in: blijf rustig hier en het zal u goed gaan. Maar als jullie naar Egypte willen gaan omdat jullie de strijd willen ontvluchten dan zal het verkeerd aflopen. De Here laat heel ernstig waarschuwen.

28 augustus: Jeremia 43: 1-44: 14
En toch. Het zou goed zijn wat Jeremia als mond van de Here zou spreken maar het valt bij Johanan en zijn medestanders helemaal verkeerd. Allemaal leugens Jeremia! En de schrijver Baruch worden verwijten gemaakt. Zij gaan toch naar Egypte en nemen Jeremia en Baruch de schrijver mee.
In Egypte aangekomen gebruikt Jeremia een heel duidelijk beeld om aan te geven dat ook hier de soldaten van Babel zullen komen. Er is geen ontkomen aan Gods wil. Die doet naar wat Hij zegt, ook in zijn oordelen. De mensen vergeten al dat kwaad dat onder het volk de eeuwen door heeft plaats gevonden. De rest die veilig denkt te zijn in Egypte kan het vergeten.

29 augustus: Jeremia 44: 15-45: 5
Het volk reageert hoogmoedig op de woorden van Jeremia. Men zoekt het bij de afgoden. En ze denken een sterk argument te hebben: kijk eens hier Jeremia, toen wij ophielden met het dienen van de goden , toen ging het juist mis. Met andere woorden je moet vooral niet naar Jeremia luisteren. Maar Jeremia houdt vol: wie niet het koninkrijk van God zoekt en Gods Woord niet telt, met die loopt het verkeerd af. De Here waakt over hen ten kwade. Dit type waken van God bestaat ook. En Baruch maar schrijven. Om niet te vergeten.

30 augustus: Jeremia 46 en 47
God regeert over alle volken.
Niet alleen over het volk IsraŽl voert de Here het bewind. Alle volken vallen binnen zijn machtsgebied. Ook in tijden van oorlog. Egypte krijgt het, nu de profeet van de Here zich in Egypte bevindt, te horen na de nederlaag die Egypte leed tegen het machtige Babel. In fel bewogen beelden wordt de strijd geschilderd. Ook Egypte moet zich opmaken voor een ballingschap. De Here doet bezoeking aan dit land. Maar het zal eenmaal ook weer rustig worden. En dan komt ook IsraŽl in beeld. Het zal eenmaal terugkeren. Rust en vrede eenmaal. Want de grote koning zal komen. Jezus Christus. In het land van IsraŽl. Ook het land van de Filistijnen krijgt een woord van de Here te horen. Ook zij zullen overwonnen worden door de grote macht uit het Noorden: Babel.

31 augustus: Psalm 133, 134
In prachtige beelden wordt het genieten van het samenzijn als kinderen van God in beeld gebracht. Kostelijke olie is de verfrissende odeur die heel aangenaam overkomt. Als heerlijke dauw. Sion staat centraal. De betekenis van Sion vandaag wordt zichtbaar waar de God van Sion zich een kerk vergadert, de gemeenschap der heiligen (catechismus, 21).

A.H.Driest, Groningen-Zuid