Het Groninger Bijbelleesrooster voor vier jaar, jaar-3, maart
Zie voor nadere informatie de inleiding op dit rooster, te bereiken via deze link

1 maart: Psalm 77:14-21
Gods daden: zijn weg door de geschiedenis, zijn zorg voor het volk in het verleden, de feiten van de Exodus, niet verborgen, alsof de zee erover gegaan is, en Gods pad in de golven verdwenen is, integendeel : zijn pad was dwars door het water en zo kwam het volk aan de overkant. U leidde het volk naar de veiligheid. En zo komt die man eruit. Hij vindt zijn troost niet maar in wat hij heeft gevoeld of ervaren, maar in wat Hij hoort (en leest) over Gods daden in de geschiedenis. Als we ons soms herkennen in de situatie van het eerste deel van de psalm, laten we ons dan ook troosten op de manier van het tweede deel?

2 maart: Romeinen 12
Nu worden de conclusies getrokken: Gods barmhartigheid, barmhartigheden, meervoud, zijn breed beschreven in al die voorgaande hoofdstukken. Dan moet er juist bij hen die Christus kennen iets duidelijk worden van datgene wat God altijd al heeft bedoeld: de geestelijke eredienst die juist christenen past. En laten ze het dan maar zien aan de leden van het 'oude' volk, dat juist op deze manier de hele bedoeling van God van oude tijden duidelijk wordt. Het christelijke leven wordt getypeerd met termen aan het oude testament ontleend! Maak de joden die zich tegen de christenen gekant hebben maar jaloers, door ze te laten zien, dat juist onder het regime van Christus al de oude voorschriften van de 'wet' tot leven komen. Maak ze jaloers!

3 maart: Romeinen 13
Een paar praktische uitwerkingen en dan juist op de voor iedereen allermoeilijkste punten. Je houding tegenover gezag. Dan moet je vaak zelf inleveren. Je houding tegenover de ander naast je. Dan moet je vaak zelf inleveren. En dan die slotzin in dit hoofdstuk: je houding tegenover je eigen lichaam. De Willibrord-vertaling zegt: vertroetel je eigen lichaam niet, er mogen geen begeerten worden opgewekt. Het is voor de 21e eeuw geschreven.

4 maart: Romeinen 14
Laten we er eens over nadenken wat de consequentie is van wat hier staat, dat je vrijheid van ethisch handelen bepaald wordt door - niet wat een ander ervan vindt, maar - of een ander er ook tegen kan. Dat is een fundamentele behoedzaamheid, die we ons denk ik alleen door voortdurende oefening kunnen eigen maken. Sterken zijn pas sterk als ze niet overheersen. En wat kunnen inleveren terwille van de eensgezindheid. Het kost een leven om dat te leren!

5 maart: Romeinen 15
Nog eenmaal wordt de kern van de brief samengevat: jood- en heiden-christen samen in eensgezindheid, vrede en vreugde. En tenslotte volgt nog een aantal persoonlijke mededelingen, die behalve interessant zijn voor de informatie over de plannen die Paulus had, ook inzicht geven in de opvatting die hij had over zijn werk.
En is het verzoek niet ontroerend om gebed voor hem, "dat ik mag ontkomen aan de weerspannigen en dat mijn hulpactie voor de Jeruzalem bij de heiligen aldaar in goede aarde mag vallen" (vert. Willibrord) . Ga eens na, wat hem overkomen is, en hoe hij tenslotte in Rome is aangekomen en hoe juist die gang van zijn leven de bevestiging is geweest van zijn boodschap, dat het heil van Christus is voor ieder die gelooft!

6 maart: Romeinen 16
Wat blijkt uit die lange lijst van groeten - aan mensen in een gemeente, die Paulus nog nooit bezocht heeft - de belangstelling over en weer voor elkaar. Wat blijkt er ook een hartelijk meeleven uit. En het belang van netwerken. Een streep door individualisme. Er zal wel niet vaak over zo'n lijst gepreekt worden maar wat kun je er hartverwarmende conclusies uit trekken voor de samenwerking van kerken zelfs over de grenzen! En dan tenslotte die geweldige slotzinnen waarin als het ware de kern van hele diepzinnige brief terug komt!

J.T. Oldenhuis, Helpman

7 maart: 1 Koningen 12:1-24
Het lijkt "gewoon" een politieke blunder met verstrekkende gevolgen. Salomo had absolute gehoorzaamheid afgedwongen, ook al zuchtte het volk onder de belastingen en de verplichte diensten aan de koning. Rechabeam heeft de illusie dat hij met hetzelfde gezag als zijn vader over IsraŽl kan regeren, maar komt bedrogen uit. De lang opgekropte onvrede en spanningen komen tot een uitbarsting als hij zijn regeringsprogramma bekend maakt.
De HERE maakt duidelijk aan Rechabeam, het volk IsraŽl, ťn aan ons: Dit is maar niet een menselijke vergissing of dom toeval! God zelf heeft hierin de hand. De hoogmoedige ongehoorzaamheid van Salomo wordt bestraft. Politiek gezien stelt het koningshuis van David nu niet veel meer voor. Maar God blijft trouw aan zijn beloften.

8 maart: 1 Koningen 12:25-13:10
God heeft Jerobeam het koningschap gegeven over het grootste deel van IsraŽl. Wat de profeet Achia namens de HERE tot hem gezegd had (11: 29-39) is uitgekomen. Jerobeam is een geboren leider en het volk draagt hem op handen. Hij beseft echter hoe betrekkelijk de volksgunst is. Dat kan zo maar omslaan. Als een tactisch strateeg doorziet hij dat het contact met de volksgenoten uit het zuiden een bedreiging vormt. Hij moet de noordelijke stammen een eigen identiteit geven, los van Juda en Jeruzalem. Jerobeam offert letterlijk alles op aan zijn politieke ambities. Hij plaatst zijn koninkrijk boven het koningschap van God. Hij vertrouwt meer op zijn eigen kunnen, dan op de belofte van God (11: 38). Indringend wordt hij door de HERE gewaarschuwd: er is nog een weg terugÖÖ

9 maart: 1 Koningen 13:11-34
Het is een aangrijpende geschiedenis. Die arme profeet werd door leugens ongehoorzaam aan zijn Zender en moest dat met de dood bekopen.
De vraag daarbij is niet waarom God dit toeliet, maar hoe het mogelijk was, dat die oude profeet zo weinig ontzag had voor het woord van de HERE. Het tekent het geestelijk klimaat. De man is slechts nieuwsgierig naar die bijzondere "kracht" van zijn collega. "Hoe krijg je zo iets voor elkaar?" Daar moet ik meer van wetenÖ..!
De profeet uit Juda doorzag niet dat hij heel zijn boodschap aan Jerobeam ontkrachtte door zelf de woorden van de HERE te overtreden. Dan gebruikt God de misstap van zijn knecht voor het omgekeerde: diens boodschap wordt met geweldige kracht onderstreept. Jerobeam moet wel beseffen waartoe ongehoorzaamheid aan Gods Woord leidtÖ.

10 maart: 1 Koningen 14:1-20
Hier komen we Jerobeam tegen als ongeruste vader van een ernstig ziek kind. Hij stuurt zijn vrouw naar de profeet Achia. Jerobeam waagt het tot God te naderen zonder enige vorm van verootmoediging. Merkwaardig is die combinatie van vertrouwen in de profeet ťn het idee, dat Achia niet zou ontdekken met welke vrouw hij te maken kreeg. Benauwend is het dat de profeet slechts benaderd wordt als een soort "waarzegger".
De HERE had Jerobeam zulke mooie beloften gedaan en zo geduldig en indringend gewaarschuwd. Nu is de grens bereikt en klinken woorden van oordeel. Het is veelzeggend, dat wij niets lezen over enige reactie van Jerobeam op deze boodschapÖÖ
De vraag dringt zich op: Hoe gaan wij om met het spreken van de HERE?

11 maart: 1 Koningen 14:21-15:8
Ondanks de splitsing in twee koninkrijken blijft het in de Bijbel gaan om het ene volk van God. Het perspectief wordt telkens van het noorden naar het zuiden gericht en omgekeerd. Zo weten we wat er ongeveer gelijktijdig in het tienstammen- en tweestammenrijk speelde.
Ten tijde van Rechabeam was het met de liefde tot de HERE in Juda al niet veel beter gesteld dan in het noordelijke rijk. Op vele hoge plaatsen verrezen (opnieuw) altaren en heiligdommen. In naam werd daar ook IsraŽls God gediend, maar vaak overwoekerd door allerlei vormen van heidendom.
Het is slechts ter wille van David, dat de HERE "een lamp in Jeruzalem gaf". De lamp is het symbool van het leven. Bedoeld is de doorgaande lijn van het koningshuis van David tot op de komst van de Messias. Alles hangt enkel af van de trouw van GodÖ..

12 maart: Psalm 78:1-39
Aan kindskinderen worden de machtige daden van IsraŽls God doorverteld. Men mag deze God niet vergeten. Zij moeten leren om hun vertrouwen op Hťm te stellen. Maar de geschiedenis blijkt zich telkens te herhalen. Pas als gruwelijke oordelen zich voltrekken vraagt men naar Hem. De bekering lijkt telkens heel wat, alleen in werkelijkheid is het hart er meestal niet bij (vers 34-37). Je zou er moedeloos van worden.
De geschiedenis van IsraŽl maakt pijnlijk duidelijk, dat wij onze hoop niet moeten stellen op mensen. Het is enkel de trouw en de genade van de Barmhartige dat Hij niet definitief met hen afrekent. De mens is "vlees", d.w.z. gericht op deze aarde en wat wij -zondige mensen- in onze beperktheid zien als ons eigen belang. Wat hebben we de Heiland en het vernieuwende werk van Zijn Geest nodig. Zonder Hem wordt het niets met onsÖÖ.

13 maart: Psalm 78:40-72
Opnieuw tekent deze psalm de geschiedenis. God heeft Zijn volk uit het slavenhuis Egypte verlost door machtige daden. Hij beschermde hen in de woestijn. Hij bracht hen naar het beloofde land. Hij verdreef volken om ruimte te maken voor hen. Maar telkens verzette IsraŽl zich tegen de HERE. Telkens ging men los van Hem de eigen gangÖÖ
Asaf, een tijdgenoot van David, tekent de verkiezing van Sion boven Silo en Juda boven EfraÔm. Hij ziet in David trekken van de Messias, die als "goede herder" zorgt voor zijn volk. Toch kan alleen de Here Jezus werkelijk voldoen aan dit ideaalbeeld. Door Hem schenkt de HERE pas echt volkomen redding. Zalig wie Hťm erkent als Heer en Heiland!

14 maart: 1 Koningen 15:9-32
Bij de beoordeling van de Koningen gaat het telkens om volkomen trouw aan de HERE en daarmee ook om die ene plaats waar Hij gediend wilde worden. De Koningen van Juda worden daarbij telkens vergeleken met David. Bij de Koningen van IsraŽl is er telkens een vergelijking met Jerobeam, "die IsraŽl had doen zondigen". Triest is de voortdurende staat van oorlog tussen beide broedervolken. Men put elkaar uit en andere volken profiteren ervan. Terwijl Juda het voorrecht geniet van een stabiele regering door telgen uit het nageslacht van David is er in IsraŽl de ene coup na de andere. Op de weg van de ongehoorzaamheid aan IsraŽls God rust geen zegen.

15 maart: 1 Koningen 15:33-16:14
Het koningschap van BaŽsa wordt getypeerd door zijn "wandelen in de weg van Jerobeam en in de zonde die deze IsraŽl had doen bedrijven". Opvallend is de manier waarop de Bijbelschrijver de profetie van Jehu vervlecht met de beschrijving van de geschiedenis van deze koning en zijn zoon. De profetie trekt zo alle aandacht naar zich toe. Terwijl BaŽsa ťn zijn zoon Ela genoeg tijd kregen om zich te bekeren wordt er geen enkele vorm van reactie op de profetie vermeld. Men trekt zich van het Woord van de HERE volstrekt niets aanÖ..
De militair Zimri pleegt een coup en moordt niet alleen het huis van BaŽsa uit, maar doodt ook naaste vrienden en verwanten van Ela. Blijkbaar wil hij zijn koningschap met alle middelen veilig stellen. Maar daar rust geen zegen opÖ

16 maart: 1 Koningen 16:15-34
De legeroverste Omri maakt al na zeven dagen een einde aan het bewind van Zimri. Het kost enige tijd voordat hij de alleenheerschappij over IsraŽl heeft, maar dan brengt hij een redelijke mate van politieke, economische en militaire stabiliteit. Hij bouwt een nieuwe hoofdstad voor zijn rijk als persoonlijk eigendom. Naar menselijke maatstaven was hij een succesvol vorst, maar de Bijbel oordeelt anders. In zijn afwijken van het Woord van de HERE ging hij verder dan al zijn voorgangers.
Zijn zoon Achab maakt het nog bonter. Van hem staat er dat het minst erge was, dat hij wandelde in de zonden van JerobeamÖ Achab diende de goden van zijn vrouw Izebel. In hetzelfde kader staat het herbouwen van Jericho tegen het bevel van de HERE in.

17 maart: 1 Koningen 17
Ineens is hij daar. Zonder nadere aankondiging verschijnt Elia in de Bijbel en aan het hof van Achab. In de geschiedenis van IsraŽl draait het niet om koningen maar om het Woord van de levende God. Als Achab zijn heil verwacht van de vruchtbaarheidsgoden van de SidoniŽrs en IsraŽl daarin doet volgen, grijpt de HERE zelf nadrukkelijk in. Hij toont dat Bašl niet in staat is regen en dauw te schenken. De akkers zullen niets opleveren.
Elia blijkt in zijn gehoorzaamheid aan het Woord van de HERE een trouw knecht van God. Op wonderlijke wijze voorzien eerst roofzuchtige raven hem van voedsel. Daarna zorgt God op het "grondgebied van de Bašl" voor zijn levensonderhoud via het wonder in de provisiekast van een arme weduwe. Na het wonder van de opwekking van haar zoon uit de dood klinkt een belijdenis die in schril contrast staat tot het spreken van Achab.

18 maart: 1 Koningen 18:1-19
"Het is jouw schuld!" Wij mensen zijn er vaak heel sterk in om anderen de schuld te geven van dingen, waaraan we op z'n minst medeschuldig zijn. Achab is woest op Elia maar "vergeet" dat hij zelf door zijn ongehoorzaamheid aan de HERE alle ellende veroorzaakt heeft. Wellicht herkent u/je zo iets ook in uw/jouw omgeving. Misschien herken je het wel bij jezelfÖ
Achab weet dat Elia gelijk heeft. Naar alle waarschijnlijkheid heeft hofmaarschalk Obadja niet helemaal buiten het medeweten van Achab om de 100 profeten van de HERE verborgen en onderhouden. Achab gehoorzaamt dan ook het bevel om het volk ťn de 450 profeten van de Bašl bijeen te roepen op de Karmel. De 400 profeten van de "vrouwelijke wederhelft" van Bašl zullen wel bij deze 450 inbegrepen zijn.

19 maart: 1 Koningen 18:20-46
"Hoe lang blijft u op twee gedachten hinken?" zeggen wij wel eens. Datzelfde drukt Elia uit, maar dan nog scherper: "Hoe lang zult gij aan beide zijden mank gaan?" IsraŽl combineert de dienst aan de HERE met de dienst aan Bašl. Maar het betekent dat er noch een volkomen toewijding aan de HERE is, noch een volkomen toewijding aan de Bašl. "Kiest dan heden, wie gij dienen zult!" klinkt het in talrijke varianten in de Bijbel. Weet waar je voor staat! Het kan niet half-half. Wie lauw is wordt uitgespuugdÖ.
Na de ontmaskering van Bašl wordt met zijn dienaren afgerekend. In onze beleving schokkend, maar naar toenmalige begrippen heel gewoon (vergelijk DaniŽl 2: 12). Misschien is het nog wel schokkender dat wij de leugen zo gemakkelijk verdragenÖ

20 maart: 1 Koningen 19
Wat is de Bijbel een geweldig boek! Je komt daarin niet maar zwart-wit verhalen tegen van dappere en sterke gelovigen die bergen kunnen verzetten en halfzachte lauwe gelovigen die het er allemaal maar bij laten zitten. Dezelfde Elia die de koning trotseerde en geweldige wonderen mocht verrichten komen we nu tegen als een bang en teleurgesteld mens. Hij ziet het werkelijk niet meer zitten. Hij krijgt de mensen niet mee. Het is voor hem een verloren zaakÖ
Wat gaat de Here God daar op een bijzondere wijze mee om. Hij zorgt er voor dat Elia bij Horeb komt, de berg waar God zich ook in het verleden geopenbaard heeft. Elia krijgt daar alle gelegenheid z'n verhaal te doen (vers 10 en 14). De HERE laat zijn knecht op verhaal komen, maar maakt duidelijk dat Hij het er niet bij laat zittenÖ

21 maart: 1 Koningen 20:1-22
Benhadad, de agressieve en arrogante koning van Aram, is met een overweldigende overmacht opgetrokken tegen IsraŽl. Bij het beleg van Samaria probeert hij het onderste uit de kan te halen bij onderhandelingen over vredesvoorwaarden. IsraŽl staat onder enorme druk. Met de moed der wanhoop besluit men zich te verzetten te-gen een totale overheersing. Dan spreekt de HERE en wijst de te volgen weg. Achab gehoorzaamt en behaalt een geweldige overwinning. Dit hoofdstuk illustreert dat Elia bepaald niet de enige profeet van de HERE was. Het tekent ook Gods bijzondere bemoeienis met Achab. De HERE doet er alles aan om zich aan Achab bekend te maken. Wat is Hij trouw en goed!

22 maart: 1 Koningen 20:23-43
Zoals de HERE gezegd had krijgt IsraŽl het jaar daarop weer met Benhadad te doen. De ArameeŽrs menen dat IsraŽls God een berggod is die zijn volk in de vlakten niet kan steunen. De HERE toont de ArameeŽrs ťn Achab dat zijn macht onbegrensd is. De ArameeŽrs moeten vluchten en Benhadad is nergens. Op zichzelf is het mooi te lezen hoe diens dienaren dan spreken over de reputatie van de koningen van IsraŽl. Daarin horen we een doorwerking van de wetten van de HERE. In deze situatie echter maakt Achab een grote vergissing. Hij laat de tegenstander die God in zijn macht gegeven had veel te gemakkelijk vrijuit gaan. Voor Achab telt de "vriendschap" van zijn machtige buurman zwaarder dan het voltooien van Gods werk. Hoe hoog God het opneemt blijkt uit het vervolg. De profeet die ongehoorzaam is aan het Woord van God sterft als een onheilspellend teken bij het Woord dat Achab ontvangt.

L.C. Buijs, CGK-Groningen

23 maart: Psalm 79
Vreselijk! De volken die God niet eren, hebben Zijn tempel ontwijd. Dat is het allerergste wat Gods volk kan gebeuren. De stad Jeruzalem ligt in puin, duizenden volksgenoten zijn op gruwelijke wijze gedood. Anderen zijn in ballingschap weggevoerd naar Babel. Maar o, o, die tempel! Kijk nu toch eens aan: dat prachtige huis van God is weg. De skyline van Jeruzalem vertoont een groot gat. God is dakloos geworden. Erger nog: God is weg! (Ezech. 10) En dat allemaal door eigen schuld, eigen zonden, eigen onbekeerlijkheid, ondanks de woorden van de profeten. Maar nu komt er een schreeuw om redding: "Help ons, o God van ons heil, verzoen toch onze zonden." En dan het wonder: God redt! Hij komt terug en woont weer bij Zijn volk (Ezech. 43). God vervult zijn belofte van verlossing, nu en later: Jezus Christus is de weg, de waarheid en het leven. Alle generaties loven Hem voor altijd. Halleluja! (Ps. 117)

24 maart: 1 Koningen 21
Van geen enkele koning in Noord-IsraŽl wordt gezegd dat hij "deed wat goed is in de ogen van de HERE". Wat dat betreft spant Achab de kroon. Hij doet niet alleen mee aan de 'zonde van Jerobeam' (beeldendienst Dan / Bethel), maar begint op aandrang van Izebel met zijn eigen zonde: de verering van Bašl. De IsraŽlieten die niet knielen voor Bašl, worden vervolgd en gedood. Nabot is een van de slachtoffers. Hij wil, gehoorzaam aan de grote Koning, zijn erfgrond niet afstaan. En dus moet hij sterven, op vals getuigenis. De wereld op z'n kop. Zonde! En daarom straf! Dat zullen Achab en Izebel nog gewaarworden. En iedereen die zijn/haar eigen zondige zin doet. God is echt geen lieverdje. Hij is wel recht door zee. Zijn eigen Zoon weet daarvan mee te praten. En wie zich tot Hem bekeert ook! Goddank.

25 maart: 1 Koningen 22:1-28
Koning Achab krijgt bezoek van collega Josafat uit Juda. Samen plannen ze een veldslag tegen Aram. Maar om te slagen heb je allereerst het Woord van de HERE nodig. Deo volente toch? (Jak. 4: 13-17) De tegenstelling tussen Achab en Josafat is compleet. Wat een vertoning, al die valse profeten die Achab naar de mond praten. Nou zeg, dat maakt indruk: 400 grote monden. Achab krijgt beslist waar voor zijn geld: de klant is koning. Maar dan die haast olijke reactie van Josafat: "Is hier ergens niet ook een (ťťn!) profeet van de HERE?" Achab heeft een leuke act laten opvoeren met veel 'kaBašl', maar het is nu tijd om serieus te worden. Je ziet het vrolijke gezicht van Achab vertrekken: "Een profeet van de HERE? Jawel: die vervelende Micha. Die vent zegt nou nooit eens iets leuks." Nee, dat zal waar zijn. Maar zijn profetie komt wel altijd uit. Wie wil nu niet graag goede woorden horen? Iedereen toch? Dat kan, als je maar gelooft in God. Dan zijn zelfs harde woorden goed. Al komen ze uit maar ťťn mond: Gods mond. Al is het maar ťťn Woord: het vleesgeworden Woord.

26 maart: 1 Koningen 22:29-54
Het is afgelopen met Achab. De profetie van Micha - en ook die van Elia al eerder - wordt vervuld. Achab kan zich laten voorliegen door 400 man, hij kan incognito optreden in de veldslag tegen Ramot, maar dat geeft nog geen zekerheid. Ondanks de goede boodschap van zijn eigen waarzeggers, neemt hij het zekere voor het onzekere. Typische houding voor een ongelovige! En dan ben je koning: aanvoerder van het leger! Bah. Wat een gemene streek ook tegen Josafat, die er wel in koningstenue bij loopt. Maar God is er ook nog! Hij is een schild voor Josafat en Hij weet Achab te vinden met een 'toevallige' pijl. De honden likken zijn bloed. Voor Achab is het einde verhaal. Niet voor Josafat. Die dient de HERE. Daarmee breng je er het leven vanaf. Zelfs voor eeuwig, door Jezus Christus.

27 maart: 2 Koningen 1
O, o, wat laat die Achazja zich in de kaart kijken! Gehoorzame jongen van slechte ouders. En dus loopt het ook met hem verkeerd af: geen lang leven (tegenbeeld van het 5e gebod). Hij krijgt een ongeluk met dodelijke afloop: een val uit het raam van de bovenverdieping. Dan ga je natuurlijk hulp halen bij de dichtstbijzijnde 'hulppost' op een steenworp van het paleis: de profeet van de HERE. Niet dus! De god van het Filistijnse Ekron, Bašl-Zebub (de vliegengod) staat bekend als een krachtpatser. Wat van ver komt, is toch veel beter? De gedachte alleen al. En toch trappen we er altijd weer in met onze Jomanda's en zo. Elia, de man van God, laat het Achazja hardhandig weten: "Is er dan geen God in IsraŽl? Zou je niet beter naar Zijn Woord kunnen luisteren?" Achazja speelt met hemels vuur. Zijn soldaten worden er de dupe van. En hijzelf sterft in zijn bed. Veel later valt er onder de preek van Paulus een van de hoorders uit een bovenraam, Eutychus. Hij is op slag dood. Maar wanneer Paulus de armen om hem heen slaat, leeft hij (Hand. 20: 7-12). Ja, kinderen van God mogen leven, ook al zijn ze gestorven.

28 maart: 2 Koningen 2
Boven dit hoofdstuk staat in de NV: "Elia ten hemel opgenomen". Ik kies toch liever een ander opschrift: "Elia gaat, het Woord blijft" (Elisa krijgt de Geest van Elia), of: "Door Elisa maakt de HERE met IsraŽl een nieuw begin." Want let eens op de route die Elia en Elisa volgen en op de plek waar Elia wordt opgenomen. Exact het tegenovergestelde van de route die IsraŽl destijds volgde onder leiding van Jozua, na Mozes' dood. Een terugtrekkende beweging: IsraŽl is in al die eeuwen na Mozes' dood en de intocht in Kanašn nog geen stap gevorderd (NB: Jericho is pas herbouwd). Terug dus naar af. Waarom zou anders Elia juist op die plek zijn opgenomen? En waarom zou anders Elisa opnieuw de Jordaan zijn overgestoken en zijn werk begonnen zijn in Jericho? Elia > Mozes, Elisa > Jozua! Elisa presenteert zich als Gods 'mond': in Jericho verandert vloek in zegen (er worden weer kinderen geboren), in Bethel verandert zegen in vloek (kinderen sterven). God is genadig, Hij is ook rechtvaardig. Laat Noord-IsraŽl dat opnieuw erkennen en eindelijk tot geloof komen! Een duidelijke boodschap voor de kerk nu, na Christus' verzoeningswerk: stilstand in geloofsgroei is 'terug naar af'. Levensheiliging is een doorgaand proces, op basis van het Woord.

29 maart: 2 Koningen 3
Een oorlog met een vreemde afloop. Daarbij roept ook nog es het optreden van Elisa vragen op. Moab heeft zich na de dood van Achab bevrijd van IsraŽls overheersing. Dat kan niet getolereerd worden. Daarom begint Joram van IsraŽl een oorlog, samen met Josafat van Juda en de koning van Edom. Na een week zitten ze zwaar in de problemen: geen drinkwater voor mens en dier. Wat nu? Gelukkig, Elisa trekt mee op. Josafat erkent hem meteen als profeet: "Bij hem is het woord van de HERE." Dat is de reden dat Elisa God vraagt om redding. En kijk: God biedt hulp op een bijzondere manier, met water dat wel bloed lijkt. En Hij belooft ook de overwinning op Moab. Maar dat laatste gaat niet door. Want - en dat roept die vragen op - Elisa profeteert over wat IsraŽl Moab wel niet zal aandoen. Allemaal oorlogsmisdaden, die de HERE via Mozes streng verboden heeft! Hoe kan Elisa dit nu zeggen? Nu, ik denk, dat Elisa niet zegt wat IsraŽl moet doen, maar wat het zal doen. Elisa is geen valse profeet. IsraŽl levert een gemene streek tegen beter weten in. Als dan Moabs koning letterlijk zijn oudste zoon (de kroonprins) opoffert, dan is de maat vol. God is woedend op IsraŽl. Laten we het wel zuiver houden! Eerst van God nieuw leven krijgen en dan jezelf uitleven: dat is foute boel.

30 maart: 2 Koningen 4:1-37
Kinderen weghalen, omdat de schulden niet worden afgelost, dat staat God niet toe. Daarom roept de weduwe de hulp in van Gods man, Elisa. Ze schreeuwt het uit. Elisa biedt hulp met - alleen maar - een stel opdrachten. Zo gebeurt er een groot wonder: van straatarm - wat is nu een flesje reukolie? - wordt deze vrouw schatrijk - een huis vol parfum. Ze kan haar schulden afbetalen en van de rest zorgeloos leven, samen met haar beide jongens.
Nog een gebeurtenis waarin een jongen een belangrijke rol speelt. Om een lang verhaal kort te maken: een kinderloos echtpaar in Sunem krijgt van God een zoon, als dank voor hun uitzonderlijke gastvrijheid. Een aparte kamer voor de profeet Elisa: daaruit spreekt liefde voor God. En dat in die tijd van ontrouw! Wat zijn ze blij met Gods gift. Maar helaas, de jongen sterft aan een zonnesteek. God gaf, God neemt. Dat is hard. De moeder geeft het niet op: dit kan gewoon niet. Ze gaat naar Karmel, naar Elisa. Die stuurt Gechazi met zijn staf vooruit. Die legt hij op de jongen als teken: "Afblijven. Dit is van Elisa." Dan komt Elisa zelf. Hij bidt intens tot God. Met zijn eigen lichaam verwarmt hij de jongen. En zie, de jongen leeft. Zijn moeder neemt hem mee. Maar eerst buigt ze zich neer voor God. God maakt doden levend. Dit is er nog maar ťťn. Door Christus komt een ontelbare menigte tot eeuwig leven.

31 maart: Psalm 80
Gods volk is een kudde schapen. God Zelf is de Herder van IsraŽl. Hij is ook de Koning die troont op de cherubs en de God van de legers. Kortom: Hij is de Herdersvorst die Zijn kudde weidt. Dit beeld is IsraŽl uit het leven gegrepen. Maar het vloeit over in een ander, ook helder plaatje. De tweede dia komt voor: God is de Wijnboer. Hij heeft de aarde klaargemaakt en er een uit Egypte meegebrachte 'wijnstek' in geplant. De wijnstok IsraŽl heeft zich geworteld en het land gevuld. Maar nu zit er een gat in de muur: iedereen doet zich tegoed aan de druiven. Assur verwoest de mooie tuin, want God is boos op IsraŽl. Ze schreeuwen het uit: "HERE, kom toch terug, herstel ons! Laat Uw wijnstok niet als afval verbranden." En dan de derde dia: God is de Vader en IsraŽl is Zijn zoon, door Hem grootgebracht. Dit is het mooiste plaatje. Het kind roept: "Maak ons levend, dan zullen wij uw naam aanroepen." Zou Hij Zijn kind niet redden? Vast en zeker: door Zijn eigen Zoon. God is de Vader met open armen.

H. Venema, Onnen