Het Groninger Bijbelleesrooster voor vier jaar, jaar-3, juli
Zie voor nadere informatie de inleiding op dit rooster, te bereiken via deze link

1 juli: Psalm 91
Wat een bemoedigende psalm! Onder Gods hoede ben je veilig. Tal van voorbeelden van Gods bescherming worden genoemd. Als mens ben je kwetsbaar, maar de Here zal je redden uit alle nood. MaarÖ je kunt toch ziek worden en zelfs sterven? Ja zeker, maar de Here zegt: "Ik zal hem mijn heil doen zien" (vs. 16b). En de Here Jezus zegt: "Ik ben de opstanding en het leven; wie in Mij gelooft zal leven, ook al is hij gestorven, en een ieder, die leeft en in Mij gelooft, zal in eeuwigheid niet sterven" (Joh. 11: 25 en 26). En daarna stelt Jezus de vraag die ook voor ons zo belangrijk is: "Gelooft ķ dat?" Zeg dan met de dichter van deze psalm: "Ik zeg tot de HERE: Mijn toevlucht en mijn vesting, mijn God, op wie ik vertrouw" (vs.2).

2 juli: Titus 1
Titus moet bekwame opzieners aanstellen met het oog op de situatie waarin de jonge gemeenten op Kreta verkeerden. Zij hadden niet gemakkelijk. Er was goede geestelijke leiding nodig van mensen die thuis waren in Gods Woord en de Here oprecht dienden. Ze moesten allerlei verkeerde invloeden op de gemeenten weren. Paulus is daar erg bezorgd over. Er zijn mensen die van geen gezag willen weten. Ze vinden dat je niemand iets mag opdringen. Anderen moet je niet vertellen wat je geloven moet en hoe je je leven zal inrichten. Herken je daarin iets van onze tijd?

3 juli: Titus 2-3
Het 2e hoofdstuk van de brief aan Titus begint met het spreken over de gezonde leer. Gaat het hier over de belijdenis, het zuivere dogma? Nee, het blijkt dat Paulus hier doelt op het christelijk leven. Die gezonde leer moet uitkomen in de levenspraktijk van ouderen, zowel vrouwen als mannen. En ook de jongeren worden terechtgewezen. Leer en leven horen bij elkaar. Zuiver spreken over God moet samengaan met dankbaar leven voor God. Ben jij ook 'volijverig in goede werken' (2: 14b)?
Paulus sluit zijn brief af met de bekende bede: 'de genade zij met u allen'. Wat is die genade?

4 juli: Filemon
De relatie met God, door Christus, stimuleert tot een goede relatie met mensen. Genade geneest. Het geneest zelfs verbroken relaties. Geloof in God geeft oog voor je eigen verkeerde opstelling in conflicten. Als je weet dat God je aanvaardt, durf je ook je zonden aan de ander toe te geven. Dat geloof in Gods genade geeft ook die ander ruimte om weer verder te willen, als je zo berouwvol terugkeert. Echt: genade geneest!

J.M.A. Groeneveld, Bedum

5 juli: Openbaring 1
Op een (vs.10) verschijnt Jezus aan Johannes. Hij draagt hem op een brief door te geven aan elk van de zeven gemeenten van Klein-AziŽ (hoofdstuk 2-3); daarna geeft Hij Johannes door visioenen een kijkje achter de schermen van de geschiedenis (hoofdstuk 4-22). De aanleiding hiervoor is de verdrukking die de toenmalige christenen ondervonden; Johannes zelf is daarvan ook slachtoffer: hij is verbannen naar Patmos (vs.9). Om zijn volgelingen te bemoedigen gunt Jezus hun een blik op de toekomst.
Wat ons in dit bijzondere boek verteld wordt, roept vele vragen op: op welke tijd, welke situatie, welke personen slaat dit alles? Ook al blijven die vragen grotendeels onbeantwoord, dan nog kan dit boek ons een hart onder de riem steken, want zoveel wordt telkens duidelijk: Christus beschikt over alle macht en die macht zet Hij in voor de zijnen, want Hij heeft ons lief; en hoe alles ook mag lopen, Christus komt terug en brengt ons op onze bestemming (vs.5-6,8,18). Te midden van alle bedreigende ontwikkelingen kunnen we dus gerust zijn: verbonden met Christus hebben we iets onaantastbaars.

6 juli: Openbaring 2
Het bemoedigende van het boek Openbaring geldt niet automatisch voor ons. We kunnen Gods geschenken verspelen. Daarom schrijft Christus aan elk van de zeven gemeenten een korte brief om de gelovigen daar te bemoedigen of terecht te wijzen. Alle brieven hebben dezelfde opbouw:
- Eerst een aankondiging van Christus als afzender, waarbij Hij zichzelf telkens anders typeert: 'Dit zegt Hij die....'
- Dan volgt een uitgebreide typering van de gemeente, waarbij de sterke en zwakke punten aan de orde komen, vaak op deze manier: 'Ik weet uw werken.... Maar Ik heb tegen u.....'
- Na of vůůr een aansporing om te luisteren komt Christus met een prachtige belofte, die in bewoordingen telkens wisselt, afhankelijk van wat Hij over de gemeente heeft gezegd: 'Wie overwint, zal Ik...'
Elke brief wordt gericht tot 'de engel van de gemeente': vermoedelijk is dit de bode die door die gemeente naar Johannes is toegestuurd. Deze brieven bewijzen hoe waar en tegelijk hoe goed het is dat Christus het Hoofd is van zijn gemeente: Hij weet tot in detail wat er gaande is en wat wij nodig hebben.

7 juli: Openbaring 3
In dit hoofdstuk staan de brieven aan de laatste drie gemeentes, met dezelfde opbouw als de eerste vier. In zijn typeringen legt Christus bloot wat in het hart van zijn volgelingen leeft: soms veel moois, maar soms ook veel laakbaars. Daaruit blijkt dat het ook in het eerste begin van de christelijke kerk niet ideaal is geweest: van meetaf was er dwaalleer, ontrouw, de neiging om compromissen te sluiten; daarom moesten de gemeentes toen al telkens hardhandig gecorrigeerd worden.
En toch blijft Christus van zijn kant trouw aan zijn gemeentes. Hij keert ze niet uit teleurstelling de rug toe maar blijft met zijn Geest vernieuwend op hen inwerken. Dat komt heel duidelijk uit in de laatste brief, die aan de gemeente in Laodicea. Die krijgt scherpe kritiek te horen: ze zijn lauw, onbruikbaar dus (koud water is verfrissend om te drinken, heet water nuttig om ermee schoon te maken). Maar juist die lauwe gemeente krijgt te horen: 'Ik sta aan de deur te kloppen; als iemand Mij opendoet, zullen we samen eten' (vs.20). Vertroostend: Christus staat met open armen voor ons klaar. Hoe reageren wij daarop?

8 juli: Openbaring 4-5
Hier beginnen de visioenen die Johannes te zien kreeg. Daarmee werd hem een blik gegund op wat vanaf zijn tijd tot aan het einde zich achter de schermen afspeelt. Bij het lezen daarvan moeten we Johannes' verhalen niet overvragen: het blijven visioenen. Dat wil zeggen, we krijgen deze achtergrond-informatie in de vorm van symbolen, die soms moeilijk te duiden zijn. Bovendien: wat Johannes achter elkaar vertelt, hoeft niet achter elkaar te gebeuren; eerder is het zo dat dezelfde periode, van Christus' vertrek tot aan zijn terugkeer, op verschillende manieren wordt bezien. Dat moet ons voorzichtig maken snelle verbindingen te leggen tussen wat wij hier lezen en wat wij in onze geschiedenis meemaken of verwachten.
De reeks visioenen begint heel indrukwekkend met een blik in de hemel. Johannes ziet God daar glorieus tronen met om zich heen 24 oudsten (vertegenwoordigers van de oudtestamentische gelovigen) en 4 wezens (vertegenwoordigers van de schepping) die Hem laaiend enthousiast bezingen.
En dan ziet Johannes hoe in Gods hand een verzegelde boekrol is, vol met geheime profetieŽn over de toekomst. Alleen Christus mag die rol openen, want Hij is het Lam en staat daar 'als geslacht', dus nog met de snijwond in zijn hals. Door zijn plaatsvervangend lijden is Hij bevoegd en in staat sturing te geven aan de geschiedenis. Daarom wordt Hij door miljoenen engelen bejubeld.
Alleen dit visioen is al voldoende om ons moed te geven te midden van alles wat in de wereld gaande is, want daarvan kunnen we zeker zijn: achter de schermen is Christus actief in de weer.

9 juli: Openbaring 6:1-7:8
Tot en met hoofdstuk 8 wordt beschreven hoe het Lam de zeven zegels verbreekt van de boekrol met z'n profetieŽn over de toekomst. Johannes ziet dan hoe God straffend optreedt in de geschiedenis, maar tegelijk ook tot inkeer oproept en zijn volgelingen beschermt (zie H.R. van de Kamp, Openbaring):
- Zegel-1: Een ruiter op een wit paard: hoe geduldig Christus ook is, uiteindelijk zet Hij zijn overwinning door.
- Zegel-2: Een ruiter op een rossig paard: ondanks z'n dromen over wereldvrede, sticht de mens telkens weer allerlei kwaad.
- Zegel-3: Een ruiter op een zwart paard: de aarde is vaak het tafereel van voedselschaarste.
- Zegel-4: Een ruiter op een vaal paard: de dood slaat telkens onstuitbaar toe in onze wereld.
- Zegel-5: Gestorven martelaars in de hemel, die aan de voet van het altaar daar hunkerend roepen om het einde van de geschiedenis; zelf mogen ze al tot rust komen.
- Zegel-6: Een hevige aardbeving en een ontregeling van de sterrenwereld, waardoor het voor de ongelovigen overduidelijk wordt dat met God niet valt te spotten. Tegelijk ziet Johannes hoe God ervoor zorgt dat er 144.000 gelovigen overblijven, symbool voor een onoverzienbare menigte.
Dit alles maakt duidelijk dat de goede en kwade dingen in de wereld niet toevallig plaatsvinden. Daarin of daarachter (hoe je het ook maar moet formuleren) is Christus actief. Hij laat merken dat Hij zonde hoog opneemt, maar tegelijk stimuleert Hij ons om (alsnog) aan Hem gehoor te geven, want alleen bij Hem is er uitzicht.

10 juli: Openbaring 7:9-8:13
Dwars door alle angstaanjagende gebeurtenissen heen heeft God een onoverzienbare massa gelovigen om zijn troon verzameld. Dat is het uitzicht dat Christus geeft, dank zij zijn gevloeide bloed. Nu maken we nog allerlei ellende mee, maar het eindresultaat is: God wist onze tranen af en geeft ons eeuwig leven. Nu we dat weten, kunnen we de toekomst gerust ingaan.
Als Christus het 7e zegel verbreekt valt er een gespannen stilte in de hemel. Tijdens die stilte worden 7 bazuinen/ramshoornen uitgedeeld; op elk daarvan moet straks een stoot gegeven worden als waarschuwing voor wat komen gaat. Maar eerst wordt aandacht gegeven aan de gebeden van de gelovigen: die tellen dus mee in Gods bestuur van de geschiedenis! En dan volgen na elke bazuinstoot Gods straffen. Na de vierde roept een rondvliegende arend zijn medelijden uit met de mensen op aarde om wat nog komen gaat.
Deze gang van zaken maakt duidelijk dat wij op aarde nooit een paradijs kunnen en zullen stichten. De macht van de zonde is te sterk en Gods toorn daarover laat zich onvermijdelijk gelden. Zo kijken wij meestal niet naar de gebeurtenissen op het journaal: naar ons idee gebeuren de dingen zoals ze gebeuren. Hier leren we dat God daarin bezig is om de macht van de zonde te stuiten en om ons op te roepen tot inkeer. Het 'Wee u' van die arend kan dus omgezet worden in 'Gelukkig bent u' als we ons vastklampen aan het Lam dat zichzelf heeft laten slachten.

11 juli: Psalm 92
Vaak lijkt het net alsof het loont voor het kwaad te kiezen, want het gebeurt nog al eens dat het juist ongelovigen voor de wind gaat. Ook de dichter van Psalm 92 heeft hier ervaring mee: hij is geconfronteerd met vijanden, die het alleen maar goed ging. Maar de dichter raakte hierdoor niet van de wijs. Voor hem stond vast: God troont onaantastbaar in de hemel, maar Hij is ook betrouwbaar. Met dit vertrouwen is hij niet bedrogen uitgekomen, want uiteindelijk werden zijn tegenstanders compleet uitgeschakeld en kregen de gelovigen het goed: onbedreigd konden ze weer meedoen met de eredienst in de tempel.
Op korte termijn loopt het lang niet altijd zo goed af. Telkens botsen we op tegen het ondoorgrondelijke van Gods bestuur: 'Waarom ik en waarom zo?' Maar op de lange termijn komt het goed, al is het misschien pas na dit leven. Daar staat Gods liefde en trouw garant voor. Nooit zal Christus erin berusten dat zijn volgelingen eraan gaan. Daarom hebben we alle reden uitbundig de lof te zingen op God.

12 juli: Openbaring 9
Na een stoot op de vijfde bazuin/ramshoorn wordt de diepe afgrond geopend waarin de boze geesten in voorarrest worden gehouden. Ze stijgen daaruit op in de vorm van reusachtige sprinkhanen met een menselijk gezicht en leeuwentanden. Onder leiding van de duivelse engel Apollyon (Verderver) kwellen ze de niet-gelovigen met hun giftige angel, waarom die alle levenslust verliezen.
Nadat op de zesde bazuin is geblazen worden vier engelen losgelaten die leiding geven aan miljoenen ruiters, die vele mensen doden door vuur, rook en zwavel uit de bek van hun paarden.
Maar ze bekeerden zich niet van hun afgoderij en andere wandaden, staat er dan. Daarmee wordt duidelijk wat Gods uiteindelijke bedoeling is met alle ellende in de wereld: daarmee wil Hij de mensen niet alleen maar afstraffen maar vooral oproepen tot inkeer. Een oud thema in de Bijbel, want al in Ezech.18:23-24 staat: 'Zou Ik een welgevallen hebben aan de dood van de goddeloze? luidt het woord van de Here. Niet veeleer hieraan dat hij zich bekeert van zijn wegen en leeft?' Ook Paulus wijst erop dat God wil dat alle mensen behouden worden en tot erkenning van de waarheid komen (1Tim.2:3). Als we met ellende geconfronteerd worden, moeten we dan ook niet opstandig of bitter gaan worden maar met overtuiging voor Christus (blijven) kiezen als hŤt houvast.

13 juli: Openbaring 10
Voordat de zevende bazuin/ramshoorn wordt geblazen, volgen er twee intermezzo's. Johannes ziet een indrukwekkende engel, die deels op de zee en deels op het land staat, als teken dat z'n boodschap voor de hele wereld bestemd is. Hij heeft een geopende boekrol in de hand, al eerder genoemd in 5:1. Die rol staat vol met profetieŽn over de toekomst. Hij zweert bij God dat deze profetieŽn vervuld worden.
Dan wordt Johannes opgedragen die boekrol op te eten, net als EzechiŽl destijds (Ezech.2:8-10); het smaakt naar honing, maar als hij het op heeft, ligt het hem zwaar op de maag. Daarmee wordt aangegeven dat Johannes' boodschap vol vreugde zal zijn (Gods kinderen worden bevrijd) maar tegelijk ook verdriet zal oproepen (Gods vijanden worden afgestraft). Het is waar, bij het evangelie domineert het gůede, blŪjmakende. Maar het evangelie heeft ook een donkere kant: uiteindelijk laat God de zonde niet ongestraft en schakelt Hij de goddelozen eens uit. We zijn dus gewaarschuwd!

14 juli: Openbaring 11
Hier volgt het tweede intermezzo nadat op de zesde bazuin/ramshoorn is geblazen. Johannes moet de tempel opmeten, om zo dit terrein af te bakenen: God biedt zijn kinderen bescherming. Tegelijk krijgt Johannes te horen dat de voorhof en de stad zelf vertrapt worden. In die tijd laat God twee profetische getuigen optreden, een nieuwe Mozes en Elia. Ze staan symbool voor de kerk zoals die als licht voor de wereld optreedt, of in elk geval hůůrt op te treden. Zodra hun taak voltooid is, worden ze door het beest (zie Openb.13) vermoord. Een paar dagen later worden ze weer levend en gaan de hemel in.
Dan wordt op de zevende bazuin/ramshoorn geblazen en krijgt Johannes weer de geopende hemel te zien. Daar wordt God om zijn koningschap en om zijn bevrijdend ingrijpen enthousiast toegejuicht, waarna er een imponerende donderbui losbreekt als een uiting van Gods ontzagwekkende glorie.
We zeggen wel eens dat we nu tegen de ŗchterkant van Gods borduurwerk aankijken, maar dat we zeker kunnen zijn van het prachtige ontwerp aan de vůůrkant. Maar in het boek Openbaring wordt ons telkens al een blik op de voorkant gegund. De feiten zoals wij die waarnemen, kunnen ons soms onzeker of zelfs bang maken: 'Hoe loopt het met Gods kinderen af?' Maar als we ons met Johannes naar de hemel verplaatsen, kan het buiten discussie staan: als onze koning biedt God ons afdoende bescherming en zet Hij zijn plan om het kwaad uit te bannen onstuitbaar door. Het kÚmt dus goed.

15 juli: Openbaring 12
Al in het paradijs heeft God aangekondigd dat er vijandschap zou bestaan tussen de slang, de duivel Ťn de vrouw met hun kroost (Gen.3:15). Deze strijd wordt hier nader uitgewerkt. Johannes ziet een prachtig versierde vrouw (Gods kerk in de loop van de eeuwen), die belaagd wordt door een angstaanjagende draak (Satan); hij wil het kind dat zij gaat baren meteen verslinden. Die kwaadaardige bedoeling herkennen we in het Oude Testament, telkens als Gods volk in z'n voortbestaan bedreigd wordt. Als het kind geboren is, blijft het buiten Satans bereik en wordt hij meteen naar de hemel gehaald. Daarin herkennen we Christus die tijdens zijn leven de duivel heeft weerstaan en uiteindelijk naar de hemel is gegaan, onbereikbaar voor Satan.
Maar daarmee is het niet afgelopen: er ontstaat een gigantische oorlog in de hemel. MichaŽl en zijn engelen verslaan de draak met z'n engelen en verjagen die uit de hemel. Had Satan tot die tijd vrij toegang (zie Job 1:6-12; Zach.3:1-2), sinds Christus' verschijning daar is Satans optreden als aanklager in de hemel voorbij. Om deze beslissende stap vooruit in de geschiedenis klinkt in de hemel een lofprijzing op God. Tegelijk wordt over de aarde 'wee u' uitgesproken: de duivel zet nu alles op alles om de vrouw, Christus' gemeente, in het nauw te brengen. Die actie wordt in het slot van dit hoofdstuk beschreven: enerzijds angstaanjagend, want geloven blijkt telkens vijandschap op te roepen; anderzijds geruststellend, want God blijkt zijn gemeente afdoende bescherming te bieden.

16 juli: Openbaring 13:1-14:5
De duivel is een geduchte tegenstander. Hij schakelt twee beesten in: een beest dat uit de zee en een beest dat uit de aarde opkomt. Het eerste beest mag namens de draak/duivel macht uitoefenen. Net als Christus, het Lam, overleeft hij een dodelijke wond, wat hem wereldwijd talloze volgelingen bezorgt. Hij keert zich in godslasterlijke taal tegen God en onderneemt bloedige actie tegen de gelovigen. Hier herkennen wij de politieke macht zoals die soms agressief tegen Gods volk wordt ingezet, in Johannes' tijd de moordzuchtige Nero (zijn naam zit verscholen in het getal 666, 3:18).
'Hier blijkt de volharding en het geloof der heiligen', staat er dan (13:9). Het is vaak niet makkelijk om trouw te blijven: de duivel oefent grote invloed uit, vaak tastbaar via agressieve mensen of instanties.
Het tweede beest heeft de verraderlijke uitstraling van een lam, maar spreekt als de draak, de duivel. Het beest fungeert als een minister van propaganda in dienst van het eerste beest (in 16:13 wordt hij daarom 'valse profeet' genoemd) en organiseert daarvoor een heuse eredienst, terwijl hij economische discriminatie toepast op wie weigeren daarin mee te doen. Hier herkennen wij de verleiding die uitgaat van allerlei dwaalleer, onchristelijke godsdienstigheid en ideologieŽn in de wereld.
Toch ziet het er niet hopeloos uit, want diezelfde gediscrimineerde mensen, die geweigerd hebben afgoderij te plegen ('ze zijn maagdelijk', 4:4), zien we in 14:1 terug bij het Lam op de berg Sion; dat wil zeggen: ondanks alle moeiten zijn ze op aarde geborgen bij Christus. Vanuit de hemel krijgen zij een indrukwekkend loflied voorgezongen. Bemoedigend: van onszelf kunnen we onmogelijk standhouden, maar door de kracht van Christus' Geest behalen we uiteindelijk toch de overwinning (52).

17 juli: Openbaring 14:6-15:8
Gods straffend optreden op aarde neemt qua intensiteit toe. Maar eerst worden achter elkaar drie engelen uitgezonden om de mensen te waarschuwen en tot inkeer op te roepen: een samenvatting van het missionaire optreden van de kerk in de loop van de eeuwen. De gelovigen worden bemoedigd met de woorden: 'Zalig de doden die in verbondenheid met de Here sterven; dat ze rusten van hun moeiten.' God laat zich in zijn toorn nooit tomeloos gaan, maar heeft steeds onze redding op het oog. Maar weigeren mensen hardnekkig zich te laten redden, dan ondergaan ze vroeg of laat daarvan de gevolgen.
In het visioen ziet Johannes Christus op een wolk verschijnen, die met een sikkel het graan op aarde maait: het bijeenbrengen van de gelovigen. Daarna gaat een engel aan het werk met een sikkel; hij snijdt de druiventrossen af, waarna die in de druivenpers uitgeperst worden: Gods afrekening met de ongelovigen. Daarop hoort Johannes de trouw gebleven gelovigen op het glazen podium voor Gods troon een overwinningslied zingen, zoals eens de IsraŽlieten na de ondergang van Farao's leger in de Rietzee. Maar nog is Gods toorn niet uitgewoed, want Johannes ziet zeven engelen in de hemel verschijnen met elk een gouden schaal (vroeger: fiool) in de hand, vol met Gods toorn.

18 juli: Openbaring 16
De zeven engelen krijgen opdracht elk hun schaal leeg te gieten en zo rampen op aarde te veroorzaken:
- Schaal 1: Gods vijanden krijgen kwaadaardige gezwellen.
- Schaal 2: het water in de zee wordt gestold bloed, dodelijk voor de vissen.
- Schaal 3: het water van rivieren en bronnen wordt bloed en daardoor ondrinkbaar.
Dit drietal schalen wordt afgesloten met instemmende reacties van een engel en van de zielen aan de voet van het altaar (verg. 6:9): 'Ze hebben het verdiend, hun bestraffing is rechtvaardig.'
- Schaal 4: de mensen worden door de zonnehitte verzengd.
- Schaal 5: het wordt pikdonker en de mensen worden daar benauwd van.
- Schaal 6: het water in de Eufraat droogt op, waarmee de weg gebaand wordt voor de komst van de bondgenoten van de draak en z'n beide beesten naar de verzamelplaats Harmagedon, ofwel Megiddo (waar in de oudtestamentische tijd verschillende veldslagen geleverd zijn).
- Schaal 7: onder het geluid van een donderbui vindt er een grote allesverwoestende aardbeving plaats.
Al deze rampen zijn bedoeld de mensen tot inkeer te brengen, maar, staat er een paar keer: ze bekeerden zich niet maar lasterden God. De oproep die luidkeels van rampen uitgaat, wordt niet door de mensen opgepakt. Integendeel, ze blijven nog hardnekkiger aan hun ongeloof vasthouden. En Gods kinderen? Hopelijk gebruiken wij alle ellende waarmee we geconfronteerd worden als een stimulans houvast te zoeken bij God: alleen de verbondenheid met Christus geeft uitzicht, tot in eeuwigheid.

19 juli: Openbaring 17
Vanaf dit hoofdstuk komt Babylon in beeld: een rijk geklede hoerige vrouw, overdadig behangen met sieraden (tegenpool van Jeruzalem, de bescheiden geklede bruid uit 19:8; 21:2). Van haar wordt gezegd dat ze op zeven bergen zetelt; daarmee wordt verwezen naar de stad Rome, gebouwd op zeven heuvels. Blijkbaar is Babylon symbool voor de economische macht zoals die mensen en instanties verstrikt in de zucht naar welvaart en invloed. De vrouw gebruikt het beest uit 13:1 als rijdier, waaruit blijkt dat die economische macht gedragen wordt door politieke macht. Raadselachtig wordt van dit beest gezegd dat het was, niet is en toch zal zijn; hierin lijkt hij iets op God die is, was en komt (1:4,8), maar bij het beest staat erbij dat hij z'n verderf tegemoet gaat. Alleen de band met God geeft dus uitzicht.
Even raadselachtig wordt gesproken van koppen en horens, die tegelijk koningen zijn; mogelijk wordt hiermee gezinspeeld op toestanden uit Johannes' tijd. Dit slaat vermoedelijk op het totaal aan antichristelijke machthebbers. Het gemeenschappelijke aan al deze personages is hun haat tegen het Lam en zijn volgelingen; van de vrouw wordt zelfs gezegd dat ze dronken is van het bloed van de gelovigen. Maar op het eind keren al die koningen zich onder leiding van het beest tegen de vrouw.
Door dit alles wordt aangegeven hoe vijandig de economische en politieke macht vaak staat tegenover Christus' gemeente, maar hoe Gods vijanden uiteindelijk ondergaan. Bemoedigend voor christenen die de haat tegen Christus in hun eigen leven ervaren.

20 juli: Openbaring 18
Luidkeels roept een engel: 'Gevallen is de grote stad Babylon!' Maar voor het zover is, klinkt de oproep tot de gelovigen uit Babylon weg te vluchten om geen last te krijgen van de rampen die over haar komen; hiermee wordt ons voorgehouden dat we geen water in de wijn van ons christen-zijn moeten doen maar ons ver moeten houden van de zonde in onze wereld: anders gaan ook wij de ondergang tegemoet.
Als motief voor Babylons ondergang wordt genoemd: haar hoogmoed (vs.7), haar ongerechtigheid (vs.5) en haar afslachten van gelovigen en anderen (vs.24). En dan volgt een brede beschrijving hoe de koningen/bestuurders, kooplui en zeelui die van haar geprofiteerd hebben, rouwklagen over haar ondergang. Tegelijk worden de gelovigen opgeroepen zich over het gevallen Babylon vrolijk te maken, want God heeft nu recht gedaan aan alle slachtoffers van Babylon. En nog eens wordt bevestigd dat er nooit meer in Babylon gemusiceerd, gefeest en gewerkt zal worden.
Hoe we de verschillende details ook moeten uitleggen en toepassen, de hoofdstrekking is helder: Gods vijanden hebben vaak veel macht en laten zich gelden ten koste van zijn kinderen, maar uiteindelijk gaan ze eraan. Wat onaantastbaar blijft, is Gods beschermende liefde voor zijn kinderen.

C. van der Leest, Groningen-Oost

21 juli: Openbaring 19:1-10
Opnieuw een bericht van de hemelse Bruidegom voor zijn bruid op aarde. De hemel juicht over de val van Babel. De lofzang wordt overgenomen door de vierentwintig oudsten. Bedoeld zijn de vertegenwoordigers van de kerk op aarde. Met de vier wezens zouden de vertegenwoordigers van de schepping bedoeld zijn. Allen zij het eens over de rechtvaardigheid van Gods oordeel. Vers 9 prijst hen gelukkig die zijn uitgenodigd voor het bruiloftsmaal van het Lam. Daarom de oproep om de strijd van het geloof te blijven voeren.

22 juli: Psalm 93
Welk beeld hebt u/heb jij van God? En waar komt dit beeld vandaan? Vast en zeker zullen de psalmen daar een rol in spelen. In deze psalm is veel aandacht voor Gods macht en majesteit. In Hem is kracht en sterkte. Maar er werken ook anti-goddelijke krachten. In vers 3 wordt daarvoor het beeld van rivieren (stromen) gebruikt. Golfbewegingen in de (kerk-)geschiedenis maken de gelovige onzeker. Maar Gods Woord is betrouwbaar.

23 juli: Openbaring 19:11-21
In vers 11 wordt de draad van hoofdstuk 16 opgepakt. Het beest en de leugenprofeet worden gevangen genomen. Zij hebben veel aanhang gehad. Maar God is een God die het kwaad wreekt. Jezus is de ruiter op het witte paard (wit is de kleur van de overwinning en/of van het hemels licht). Hij wordt Getrouw en Waarachtig genoemd. Dat staat tegenover leugen en gruweldaden. Wat daarvan overblijft wordt getekend in vers 20.

24 juli: Openbaring 20
Johannes krijgt adembenemende visioenen. De engel komt in actie tegen de satan. Hij wordt gearresteerd. Maar alweer een ander gezicht: martelaren die onthoofd zijn om hun trouw aan God, mogen zitten in tronen om te regeren met Christus. Vanaf vers 7 trekt satan er opnieuw op uit, mobiliseert volken tegen de kerk. Niet voor lang: in het eindvisioen ziet Johannes een grote witte troon (vergelijk Openbaring 19,6), blinkend vanwege Gods heiligheid. Alle mensen verschijnen daar voor Gods troon en worden geoordeeld. Vijanden van God verdwijnen: de duivel (vers 10), de dood en het dodenrijk en wie niet is opgeschreven in het boek des levens (Openbaring 14,15).

25 juli: Openbaring 21:1-14
Het hangt van Gods gunst af of je binnen mag gaan in het nieuwe Jeruzalem. Toch is dat geen willekeur. Uitgesloten worden zij die gruwelen bedrijven als in vers 8 beschreven. Toch geeft een braaf leven niet de doorslag. Dat is Gods genade: als je je leven buiten je zelf, in Christus zoekt, wordt je door Hem meegenomen naar de eeuwigheid.

26 juli: Openbaring 21:15-22: 5
Het nieuwe Jeruzalem is vol van Gods aanwezigheid.Het is een geweldige, schitterende woonplaats.De poorten staan uitnodigend open voor wie erin wonen.De namen van de apostelen zijn terug te vinden op de poorten.Wat ook een pracht en praal:goud en edelgesteenten. Johannes die dit visioen gezien heeft kende de prachtige natuurlijke tinten van edelstenen. Hij schildert ons een heilige stad, die er bijzonder kleurrijk uitziet. Het geheim van edelstenen is hun variatie in kleur. Als uit alle volken der aarde mensen deze stad bewonen, dan is Christus degene die hen verlichten zal. Was dat ook al niet zo toen ze nog op de aarde leefden, in verbondenheid aan Hem?

27 juli: Openbaring 22:6-21
"Ik kom spoedig". Dat is de rode draad in dit gedeelte. En daarmee moet je rekening houden! Christus vraagt ons om niets af of toe te doen aan zijn profetie. Hebben wij dan een dor boeken-geloof? Het boek Openbaring is een deel van de bijbel dat wel duidelijk voelbaar maakt dat Christus zelf in de Schrift te vinden is. Wat een actie, wat een werken aan de toekomst! Ons gebed is: Maranata, kom spoedig Here Jezus!

28 juli: Psalm 94:1-11
In Psalm 94 leren we een eigenschap van God kennen die we ook in Openbaring al vaak tegen gekomen zijn. De wraak van God komt ter sprake. De goddelozen overtreden de wet van God. Zij verdrukken Gods kinderen Daarbij worden juist de zwakken niet ontzien. Het lijken wel berichten uit onze journaals. God ziet het en Hij hoort het. Wraakgevoelens kennen we van mensen die heel ver gaan om hun eer te verdedigen. En van onszelf?? Wat doen we ermee?

29 juli: Psalm 94:12-23
De dichter van Psalm 94 houdt zijn verontrusting niet voor zichzelf. Hij legt zijn zorgen over war er aan onrecht gebeurd bij God neer. God is Rechter, er zal verlossing komen!
Of, zoals we zeggen met artikel 37 N.G.B.: die dag verwachten wij met groot verlangen. De psalm merkt opdat die belijdenis je vrede geeft in een wereld van verdrukking.

30 juli: EzechiŽl 19
Een klaaglied over de Judese koningen Joahaz, Jojachin en Zedekia. Het zijn drie broers die voorafgaand aan de Babylonische ballingschap over het Joodse volk hebben geregeerd. Ze worden hier vorsten van IsraŽl genoemd. IsraŽl (= vorst van God) is de erenaam die Jakob kreeg, toen hij bij PniŽl tegen God en mensen had gestreden en door het geloof overwon. Deze vorsten zijn echter goddeloze lieden. Ze strijden ... tegen weduwen en voeren Gods volk naar de ondergang. De profeet treft een uiterst gevoelige snaar door in dit lied een tegenstelling te maken tussen de voortreffelijkheid van koningin-moeder Hamoetal (de fiere leeuwin) Ťn het goddeloze optreden van haar drie zoons (de leeuwen). Hamoetal was de vrouw van de gelovige koning Josia. Zegt het hun niets dat zij het levenswerk van hun gelovige moeder (en vader) moedwillig kapot maken? Op welk spoor bevind jij je?

31 juli: EzechiŽl 20:1-17
De les van de geschiedenis (1) De profeet wordt geraadpleegd door oudsten uit IsraŽl. Judese voorgangers vragen hoe zij aan de dreigende straf van God kunnen ontkomen. Het antwoord van God, via de profeet, is dat de HERE door hen niet geraadpleegd wil worden. Laten ze maar letten op de geschiedenis van Gods volk! Die historie laat namelijk zien, dat God tevergeefs zijn ontfermende armen uitstrekte naar een ongelovig en goddeloos volk!

A. van der Sloot, Bedum