Het Groninger Bijbelleesrooster voor vier jaar, jaar-3, januari
Zie voor nadere informatie de inleiding op dit rooster, te bereiken via deze link

1 januari: Lucas 1:1-25
Ook dit nieuwe jaar beginnen we met het begin van Jezus' leven op aarde, nu naar de omschrijving van Lucas.
Lucas heeft kennelijk interviews afgenomen, want hij vertelt ons dingen die hij alleen van de omstanders zelf gehoord kan hebben. Dat zegt hij ook in de inleiding op z'n Evangelie (vs.1-4). Daarna verhaalt hij over een ontmoeting bij het reukofferaltaar in het heilige van de tempel tussen Zacharias en de engel GabriŽl. Zacharias had daar gebeden om Gods redding voor IsraŽl. 'Dat gebed', zegt de engel, 'is verhoord, want u en Elisabet krijgen een zoon, Johannes, die als heraut zal fungeren', kennelijk als voorbereiding op de komst van de koning zelf. De bejaarde Zacharias wil er niet aan, waarom hij stom blijft tot Johannes' geboorte.
Dat komt ons vast bekend voor: je bidt ergens om, maar kunt dan eigenlijk niet geloven dat je gebed verhoord wordt ook. Wat God doet, is vaak boven alle verwachting.

2 januari: Lucas 1:26-56
Na Zacharias wordt Maria in Nazaret opgezocht door de engel GabriŽl. Zij krijgt een nog wonderbaarlijker boodschap te horen: ook al heeft ze geen seksueel contact met haar ondertrouwde man Jozef (dat was toen nog het normale!), toch zal ze in verwachting raken: Gods Geest zal als een schaduw over haar vallen; daarmee zal de groei van Jezus beginnen.
Waarom zo? Ik denk dat God door Jozefs uitschakeling duidelijk wil maken dat Christus' komst en onze redding helemaal een geschenk van Hem zijn.
'Mij geschiede (Latijn: fiat) naar uw woord', reageert Maria hierop. Om dit 'fiat' van haar heeft de katholieke kerk Maria hemelhoog verheven; daarin gaan wij niet mee, maar intussen heeft ze hierdoor wel een unieke plek gekregen onder Gods kinderen. Door haar ontmoeting met de zwangere Elisabet wordt Maria gesterkt in de weg die ze moet gaan en kan ze het 'Magnificat' zingen: God is te prijzen.

3 januari: Lucas 1:57-80
De engel GabriŽl heeft geen loze woorden gesproken: Johannes komt ter wereld. Dat brengt Zacharias tot een uitbundige lofzang. Daarin legt hij meteen een verbinding tussen zijn kind, uit het huis Levi, en het nog ongeboren kind van Maria, uit het huis van David. Hij heeft de boodschap van de engel goed begrepen: Johannes, zijn zoon, moet het optreden van Maria's zoon voorbereiden. En dat alles zet Zacharias in het teken van Gods barmhartigheid: God wil niets liever dan mensen bevrijden uit de macht van het kwaad, de duisternis, en hen in het licht zetten van zijn vergevende liefde.
Al deze gebeurtenissen hebben de mensen toen beziggehouden (vs.65-66), en geen wonder: het is ook prachtig te horen hoe God zijn liefde voor ons in daden omzet.

4 januari: Lucas 2
Dit is misschien wel het meest bekende hoofdstuk uit de Bijbel. Het begint ermee dat God Augustus' administratiedrang inschakelt om het kind Jezus in Bťtlehem geboren te laten worden. Meteen wordt die unieke geboorte door engelen rondgebazuind aan de mensen die daarvoor openstaan en beschikbaar zijn: herders in de buurt. Zij krijgen te horen: 'Voor jķllie is geboren de Redder, Christus, de Heer. Het bewijs hiervoor? Het kind ligt in een kribbe, heel gewoon.' Als de herders dit met eigen ogen zien, kunnen ze hun mond niet meer houden.
Na enige tijd betalen Jozef en Maria in de tempel het vastgestelde bedrag voor een eerstgeboren zoon. Gods Zoon heeft werkelijk ons gewone, menselijke leven gedeeld, met alles wat daarbij hoort. Simeon en Anna maken het voor Jozef en Maria nog eens extra duidelijk dat hun baby werkelijk een uniek kind is. Deze bevestiging hebben ze wel nodig, want hun kind zal later heel wat vragen en zelfs verzet oproepen. Daarvan is twaalf jaar later al iets gebleken, als Jezus achterblijft in de tempel en met de schriftgeleerden in gesprek is.

5 januari: Lucas 3
En dan slaat Lucas zo'n 20 jaar over. Nieuwsgierige kerkmensen hebben daar geen genoegen mee genomen; in de eerste eeuwen zijn er verschillende apocriefe verhalen bedacht over de bijzondere jeugd van Jezus. Lucas beperkt zich tot wat wij echt moeten weten. Daarom stapt hij meteen over naar het optreden van Johannes. Die heeft precies geweten wat zijn positie is: heraut zijn voor de koning die komt. Daarom roept hij zonder onderscheid z'n toehoorders op hun zonden achter zich te laten en als teken daarvan zich te laten dopen.
En opeens laat Jezus zich in het publiek zien. Zijn eerste daad is dat Hij zich laat dopen door Johannes. Daarmee bewijst Hij dat Hij zijn taak op zich wil nemen, namelijk om voor onze schulden te boeten. Vandaar dat God bij die gelegenheid zijn betrokkenheid laat merken: de Geest verschijnt als een duif en God betitelt Jezus als zijn geliefde Zoon. Hier start een fundamentele wending in de geschiedenis van de mensheid, een geschiedenis die al fout is gegaan bij de eerste mens. Vandaar dat Lucas in het geslachtsregister van Jezus Adam vermeldt.

6 januari: Lucas 4:1-30
Je kunt zeggen dat in Luc.3 de officiŽle benůeming van Jezus is beschreven. Dan beschrijft 4:1-13 de test die Jezus heeft ondergaan om duidelijk te krijgen dat Hij zijn taak werkelijk aankan. Natuurlijk, de duivel had maar ťťn bedoeling: Jezus onderuit halen. Maar God heeft hiervan gebruik gemaakt om aan het licht te brengen: Jezus is echt geschikt voor zijn taak.
Opmerkelijk is dat Jezus driemaal uit Deuteronomium citeert. Net als IsraŽl in de woestijn werd ook Hij op de proef gesteld om te weten wat er in zijn hart was (Deut.8:2). We kunnen ook terugdenken aan Adam in het paradijs. Maar anders dan hij bleef Jezus staande, al verkeerde Hij bepaald niet in een paradijselijke sfeer.
Nu zijn geschiktheid gebleken is kan Jezus gaan optreden. Lucas noemt allereerst de pijnlijke episode in Nazaret, Jezus' eigen stad. Het liep slecht af. Simeon had dit al aangekondigd: Jezus' optreden zou verzet oproepen. Het begin van zijn lijdensweg, maar vergeten we niet: dit alles was ter wille van ons!

7 januari: Lucas 4:31-5:11
In dit gedeelte staat een aantal wonderen. We noemen ze ook wel tekens, d.w.z. ze hebben de functie van richtingwijzer. Jezus had daarmee namelijk twee bedoelingen.
Hij gaf om zo te zeggen een visitekaartje af: 'Ik heb macht over alles, ook over de natuur. Ik kom dan ook van God vandaan en ben in zijn opdracht bezig.'
Bovendien gaf Jezus een illustratie van zijn boodschap over zijn koninkrijk; met dat koninkrijk zou een tijd aanbreken waarin het gedaan is met de gevolgen van de zonde en met de macht van de duivel.
Opmerkelijk is dat in hoofdstuk 4 niet alleen bij twee duiveluitwerpingen staat dat Christus 'bestrafte' (4:35,41) maar ook bij een genezing (4:39): in ziekte en allerlei ellende is op de een of andere manier de duivel destructief bezig. Geen wonder dat Christus' volgelingen diep onder de indruk zijn van zijn optreden en daarin God herkennen (5:8-10).

8 januari: Lucas 5:12-39
Telkens valt in het optreden van Jezus zijn persoonlijke aandacht op voor mensen, zijn mededogen met hen. Zo raakt Hij die melaatse met zijn hand aan; dat moet een sensatie zijn geweest voor deze onreine, uitgestoten man. Daarna richt Hij zijn blik op die vier mannen en hun verlamde vriend met hun hardnekkige toewijding; dat moet een hele opluchting zijn geweest voor hen, want Jezus had hen ook om hun brutaliteit kunnen afwijzen. Tenslotte heeft Hij oog voor Levi de tollenaar; Hij veracht hem niet om z'n bedenkelijke functie, maar komt hem tegemoet in zijn noodsituatie.
Bij dit alles blijkt telkens dat Jezus zich afhankelijk weet van zijn hemelse Vader; zo wordt in 5:16 vermeld dat Hij zich terugtrekt om in alle rust te kunnen bidden.
Door het beeld van die nieuwe lap en nieuwe wijn maakt Jezus duidelijk dat ze een nieuwe periode zien aanbreken: zijn komst betekent een beslissende stap vooruit naar de komst van zijn koninkrijk.

9 januari: Lucas 6:1-26
Twee keer wordt hier verteld over een botsing tussen Jezus en de FarizeeŽn over de betekenis van de sabbat. Kennelijk waren de FarizeeŽn de rust van de sabbat gaan zien als een doel in zichzelf, met als gevolg dat de sabbatsviering een last werd. Ze waren het kwijtgeraakt dat die rust door God juist gegeven was voor het welzijn van mensen. Daarom had Jezus geen bezwaar tegen het plukken van aren op sabbat en ook niet tegen het genezen van iemand op die dag.
En dan volgt het belangrijke moment dat Jezus zijn twaalf apostelen uitkoos. Maar voordat Hij hiertoe overging bracht Hij een hele nacht in gebed door: ook Hij, of beter: juist Hij wilde zo iets belangrijks alleen doen in afhankelijkheid van zijn hemelse Vader.
Omdat Hij wist dat zijn apostelen een zware taak tegemoet gingen, richtte Hij bemoedigende woorden tot hen: ook al zouden ze op allerlei moeiten stuiten, met God aan hun kant waren ze te feliciteren. Leef je zonder God, dan ben je te beklagen ('Wee u'), ook al heb je het op dit moment geweldig, want zonder God heb je geen perspectief.

10 januari: Lucas 6:27-49
Net zoals Mozes aan IsraŽl Gods grondwet, de tien geboden, bekendmaakte, zo maakte Jezus bij deze gelegenheid zijn grondwet voor het nieuwe IsraŽl bekend. Die grondwet gaat heel diep, want Jezus doet een beroep op ons hŠrt: er moet bij ons liefde zijn voor de ander. Met liefde wordt niet alleen een gevoel bedoeld (in deze beperkte zin gebruiken wij de term liefde vaak), maar voor alles een hartelijke Ūnzet. En daarbij mogen we geen selectie maken, zodat we ons alleen inzetten voor wie ons ligt. Wie ook maar als naaste op onze weg komt: we moeten die ander zo behandelen als we zelf behandeld willen worden. Daarin volgen we God na, die op dit moment gelovigen ťn ongelovigen laat profiteren van zijn goedheid.
Belangrijk is ook de waarschuwing om toch niet te oordelen, want hoe gauw heeft zo'n oordeel niet de functie om jezelf te profileren: hoe zwarter de ander is, des te witter ben jij. Het moet in ons leven te merken zijn dat we bij Christus horen; we moeten Hem dan ook als startpunt en oriŽntatiepunt hebben.

11 januari: Lucas 7:1-23
Doordrenkt als we zijn met therapeutische begrippen zijn wij misschien geneigd te denken dat die hoofdman een laag zelfbeeld heeft: 'Ik ben het niet waard....' Inderdaad kan zo'n uitspraak verraden dat iemand niet gezond in elkaar zit doordat hij zichzelf ten onrechte wegzet. Maar deze militair had haarscherp door hoe de verhoudingen in elkaar staken: hij was een heiden, een gewoon, dus beperkt mens; maar Jezus was de joodse Messias van goddelijke herkomst en met goddelijke macht. Terecht dat die militair zich als een bedelaar met lege handen opstelde. Een houding die ons trouwens allemaal past tegenover God.
Indrukwekkend hoe Jezus bij NaÔn een stukje paradijs schiep: de dood moest een jongen teruggeven aan een weduwe die anders zonder uitzicht was.
Ondanks al deze wonderlijke gebeurtenissen werd Johannes, die gevangen zat, onzeker over Jezus: 'Was Hij nu wel de Messias of toch niet? Immers, het oordeel, dat Johannes had aangekondigd, bleef maar uit.' Jezus kwam niet met redenaties aanzetten maar gaf een citaat uit Jesaja; dat moest afdoende zijn; zijn programma was inderdaad in eerste instantie grootse dingen vertellen en doen.

12 januari: Lucas 7:24-50
Johannes de Doper was de heraut van zijn neef Jezus, de beloofde koning. Daarom hechtte Jezus eraan om zijn betekenis goed te laten uitkomen. Tegelijk prees Hij zijn toehoorders gelukkig: zij kregen meer te zien dan Johannes, namelijk de doorbaak van het koninkrijk in de persoon van Jezus. Daarom was het zaak dat zij zich aan Hem en zijn boodschap gewonnen gaven.
Maar die overgave was niet vanzelfsprekend. Dat bleek weer eens tijdens een maaltijd bij Simon de FarizeeŽr. Terwijl een 'zondares' Jezus hulde bewees door zijn voeten te zalven en te kussen, had Simon het nagelaten een hoffelijk gastheer te zijn. Juist voor wie zichzelf zo goed vinden, is het kennelijk moeilijk zich over te geven aan Jezus. Daarom feliciteerde Jezus die vrouw met haar overgave. Zij klampte zich aan Hem vast? Daarmee kwam zij niet bedrogen uit: vergeving, vrede kreeg zij geschonken.

13 januari: Lucas 8:1-25
Vrouwen waren in Jezus' dagen, en trouwens vaker in de geschiedenis, niet in tel, maar Jezus liet zich door vrouwen dienen en gaf hen daarmee waarde.
In de bekende gelijkenis van de zaaier komt naar voren hoe weerbarstig de hoorders van het Woord vaak zijn. Hoe vaak sluiten zij zich niet voor het Woord af. Vaak zijn daar allerlei omstandigheden voor aan te wijzen en dan zijn wij gauw geneigd te spreken van verzŠchtende omstandigheden. Psychologisch zit daar vast veel in, maar tegelijk is waar dat je je nooit achter die omstandigheden of waar achter ook kunt verschuilen. Iedereen die het Woord te horen krijgt, blijft zelf volledig verantwoordelijk voor zijn reactie op dat Woord.
Bemoedigend is die geschiedenis over de storm die Jezus heeft gestild. Daaruit mogen we afleiden dat we ons onder alle omstandigheden veilig kunnen weten bij Christus: dwars door alles heen houdt Hij ons vast.

14 januari: Lucas 8:26-56
Tijdens het schrijven van mijn korte commentaar op het begin van Lucas heb ik de verschillende tekstgedeeltes achter elkaar doorgenomen. Dan dringt het zich pas goed aan je op hoe overweldigend Jezus' optreden geweest moet zijn: de ene indrukwekkende actie na de andere. Na de vele die al beschreven zijn, volgt nu de genezing van een man die compleet bezet werd gehouden door Satans boze geesten. Hij komt weer tot zichzelf en krijgt tegelijk een aanstelling als evangelist. Dan die vrouw die twaalf jaar aan bloedvloeiing leed (een humoristisch detail is dat de arts Lucas ermee volstaat om te zeggen dat die vrouw niet genezen kon worden, terwijl Marcus aldus uitweidt: 'Zij had veel doorstaan van vele dokters en had al het hare daaraan ten koste gelegd en had geen baat gevonden, maar was veeleer achteruit gegaan', Marc.5:25). Tenslotte het dochtertje van JaÔrus.
De boodschap die van deze feiten uitgaat naar de mensen van toen en nu, is: 'In Jezus heb je dus te doen met God zelf! Geloof in Hem!'

15 januari: Lucas 9:1-27
Wat een veelheid aan gebeurtenissen alleen al in hoofdstuk 9: zijn begeleiding van de apostelen bleef constant zijn aandacht houden; de dreiging op de achtergrond van de kant van Herodes en andere overheden ging maar door; de claims op Hem van duizenden mensen hield haast geen moment op; en tenslotte drong het komende lijden zich telkens aan Hem op. Als je dit allemaal leest, verbaas je je erover hoe Jezus dit fysiek en psychisch heeft kunnen opbrengen.
En wat moet het Hem pijn hebben gedaan dat zijn eigen apostelen er soms nog weinig van snapten en Hem nog onvoldoende vertrouwden. Het meest aangrijpend hier is de episode met Petrus: op het ene moment komt hij met een pracht-belijdenis: 'U bent Gods Zoon.' Maar even daarna zegt hij fel: 'U moet lijden? Geen sprake van!' Dat laatste is altijd weer een moeilijk punt: volgeling van Christus zijn is lang niet in alle opzichten een feest. Integendeel, het kan je soms heel wat kosten, je menselijk geluk, je leven zelfs. Maar daar staat het eeuwige leven tegenover!

16 januari: Lucas 9:28-62
Als zijn aanstaande lijden zich aan Jezus opdrong, moet dat heel zwaar voor Hem zijn geweest (dat haal ik ook uit Joh.12:24,27). Daarom was die ontmoeting op een onbekende berg (de Tabor?) zo belangrijk: het zal Jezus ontzaglijk bemoedigd hebben dat Hij met deze voornaamste vertegenwoordiger van de oudtestamentische wet (Mozes) en profeten (Elia) over zijn aanstaande lijden kon spreken.
Maar dan kan duidelijk zijn dat de gebeurtenissen daarna een steenkoude douche zijn geweest voor Hem: het onvermogen van zijn apostelen om die jongen te genezen, hun onderlinge ruzie over de beste posities in het koninkrijk en hun meedogenloze reactie op die onkundige Samaritanen.
Het volgen van Jezus lijkt zo makkelijk, maar het vraagt heel wat van een mens: de controle uit handen geven en zich overgeven aan Hem.

C. van der Leest, Groningen-Oost

17 januari: Psalm 73:1-16
Deze psalm is voor dit rooster in tweeŽn geknipt: we lezen vandaag alleen de klacht, de vraag zonder het antwoord. Dat is wel een goede oefening: niet meteen naar de 'oplossing' toe lezen, maar eerst het probleem eens goed wegen. Herken je dit probleem? Hoor je het anderen wel eens zeggen? Hoe ga je er zelf mee om? Waar zoek je een antwoord?

18 januari: Psalm 73:17-28
Nu dus de 'oplossing' die Asaf zelf gevonden heeft voor het probleem van gisteren. Waar ontdekte hij een antwoord? In Gods heiligdom. Dicht bij de Here (overigens ontstůnd het probleem daar ook voor hem: als hij God niet gekend had, was het probleem minder heftig geweest!). Asaf leerde vanuit de ontmoeting met de HERE verder te kijken dan vandaag alleen.
Wanneer ben jij voor het laatst echt 'dichtbij de Here' geweest. Vertel er eens iets over (vers 28).

19 januari: Lucas 20:1-24
Het begint met een oproep tot gebed: bid voor meer werkers voor Gods oogst. Hoe vaak bid je daar voor?
Dit stuk loopt uit op een gelukwens (vers 23 en 24). Geldt die ook voor jou? Wat heb jij gezien van Christus?

20 januari: Lucas 10:25-42
Mooi om deze twee gedeeltes samen op te lezen: de opdracht om erop uit te gaan en je het lot van je naaste aan te trekken, ťn: de oproep stil en luisterend aan de voeten van Jezus te zitten.

21 januari: Lucas 11:1-28
Weer een gelukwens aan het eind: voor wie luisteren naar Gods woord en het ook in praktijk brengen.
Dat houdt volgens dit gedeelte in:
" Dagelijks bidden voor de dingen die voor God belangrijk zijn.
" Met vrijmoedigheid en verwachting vragen om zijn Geest in je leven.
" Je toevertrouwen aan Christus voor de overwinning op elke demonische macht in je leven.

22 januari: Lucas 11:29-54
Als je al het idee had dat Jezus alleen lief en aardig was, dan moet je dit stuk eens goed lezen en je indenken dat je zelf toen leefde. Je bent opgevoed met de schriftgeleerden en farizeeŽrs als voorbeeld. Maar Jezus veegt de vloer met ze aan. Dat gaat Hij ook met ons, mensen van de kerk, doen als we weigeren een nieuw leven te beginnen (vers 32).

23 januari: Lucas 12:1-34
Waar je schat is, daar is je hart (vers 34). Elke passage in het bijbelgedeelte van vandaag illustreert dat.
Ga maar eens na hoe hier ter sprake komt: de hel (vers 5); de wederkomst (vers 8-9); elke nacht dat God je weg kan roepen uit dit leven (vers 20); het koninkrijk (vers 31); de hemel (vers 33).

24 januari: Lucas 12:35-59
Het gaat erom dat we ons hele leven zo leiden dat we straks de Heer iets moois kunnen aanbieden. Daarbij moet onze loyaliteit aan Hem sterker zijn dan die aan de mensen die ons lief en dierbaar zijn. Zijn komst kan vandaag nog plaatsvinden.
Wat moet jŪj nog rechtzetten voor het te laat is?

25 januari: Lucas 13
Een motief in dit gedeelte dat telkens terug keert is: niet blijven steken in woorden en betogen over anderen, maar zelf aan de slag gaan in het leven achter Christus aan. Ga maar na:
1-13: Zijn die slachtoffers slechter dan de rest? Antwoord: zorg dat je zelf vrucht draagt.
14-17: Mag dat allemaal wel op sabbat? Antwoord: zorg dat je die dag gebruikt om elkaar goed te doen.
22-30: Komen er veel mensen in de hemel? Antwoord: zorg dat je er zelf komt!
31-35: Kortom: wil je onder de vleugels Christus komen schuilen, of hou je Hem van je af?

26 januari: Lucas 14
Merkwaardig: waarom hebben zoveel mensen geen zin om naar het feest te gaan? Omdat ze niet werkelijk volgeling willen zijn van Christus. Uit je prioriteiten blijkt waar je hart ligt. Alleen als we echt bereid zijn alles voor Hem op te geven, bezit, werk, familie, kunnen we zijn volgeling zijn en later volop feest vieren.

27 januari: Lucas 15
Drie beeldverhalen, over een zoekende herder, een zoekende vrouw, een op de uitkijk staande vader. Mooi om te zien hoe telkens deze twee dingen corresponderen: iemand die tot inkeer komt (zoals in de toepassing gezegd bij de eerste twee verhalen) is tegelijk iemand die gezocht en gevonden is door God (zoals in het verhaal wordt gezegd). We moeten ons bekeren, en we worden bekeerd.
Waar sta je zelf in dat verhaal over de verloren zoons?

28 januari: Lucas 16
Is het je wel eens opgevallen hoe veel Jezus het heeft over geldzaken? Blijkbaar nam Hij waar dat we met geld vaak zo op de korte termijn bezig zijn. Je kunt beter zorgen dat je met je geld iets doet dat je voor God kunt verantwoorden. Investeren met je geld op de lange termijn.
Het is een lastig verhaal van die slimme rentmeester. Het punt van vergelijking lijkt me dat die man al zijn kaarten zette op het plan dat het voor zijn toekomst bedacht had. De rijke man die Lazarus liet liggen was op een gegeven moment te laat met zijn inkeer en zijn plannen.

29 januari: Lucas 17
Opmerkelijk detail dat van de 10 genezen mensen juist de Samaritaan een voorbeeld is voor ons. Net als in de gelijkenis van de barmhartige Samaritaan. Hij wordt volkomen gered, meer dan de andere 9, die alleen lichamelijk genezen worden. 1 van de 10.
En verderop in dit bijbelgedeelte: 1 van de 2. Zorg dat je aan de goede kant staat. Dicht bij Christus en dichtbij je naaste, met bereidheid te vergeven, telkens weer.

30 januari: Psalm 74:1-11
We houden meer van vrolijke psalmen, lofliederen.
Maar het psalmboek is niet zo eenzijdig.
Net als de vorige Psalm hebben we deze in tweeŽn geknipt: verkeer maar eens een dag lang met de klacht. Moeilijk om je daar wat bij voor te stellen?
Denk eens aan de leegloop van de kerken in ons land en in Europa, honderdduizenden die door de wereld zijn ingepalmd. Profeten spreken niet meerÖ

31 januari: Psalm 74:12-23
Wat kun je in zo'n situatie van onmacht nou nog doen?
Terugvallen op de grote naam van God, zijn daden in het verleden, verwachting van zijn ingrijpen vandaag, of morgen.
Denk ook eens aan de vervolgde kerk, in Noord-Korea, in China, in Soedan, in Pakistan. God, kom hun zaak verdedigen!

J.W. Roosenbrand, Groningen-Oost