Het Groninger Bijbelleesrooster voor vier jaar, jaar-3, februari
Zie voor nadere informatie de inleiding op dit rooster, te bereiken via deze link

1 februari: Lucas 18
We zijn met Jezus op weg naar Jeruzalem (18:31). Indringend is Jezus' onderwijs onderweg. Wie Jezus volgt, begrijpt niet altijd waar de weg naar toe gaat (18:34). Maar over wat je onderweg te doen staat, kan geen onduidelijkheid bestaan. Bid omdat je leven ervan af hangt (18:1-8). Verneder jezelf als die tollenaar (18:9-14). Word als een kind (18:15-17). Geef alles op en volg Jezus (18:18-30). Veel is dan nog onduidelijk (18:34), maar wie gelooft zal uiteindelijk zien (18:35-43).

2 februari: Lucas 19:1-27
Een nieuwe werkweek is begonnen. En Jezus' boodschap voor het dagelijks leven is: drijf handel met wat je is toevertrouwd (19:13). En met dat laatste (wat je is toevertrouwd) bedoelt Jezus: wat je weet, hoort en ziet van Mij. Laat dat winstgevend zijn. Houden wat je hebt is er dus niet bij (19:20). Handel drijven vraagt inzet. Daar moet je voor uit de stoel. Dus: gebruik de tijd die er nog is voordat Jezus terugkomt goed. Zouden we dan niet als kerk en als gelovigen daar moeten beginnen, waar Jezus begon: het verlorene zoeken en redden (19:1-10)?

3 februari: Lucas 19:28-20:8
Paradoxaal is en blijft Jezus' optreden. Als een koning claimt hij een ezel, maar huilend zit Hij erop. Bovendien, een koning op een ezeltje is in zichzelf al paradoxaal genoeg! Maar, afgestapt van het ezeltje veegt Hij de tempel schoon (19:45). Welke heilige huisjes zouden er in uw/jouw leven omver gaan? De vraag kan dan ook niet zijn 'met welk recht doet u dit alles?' (20:2), maar 'laat ik Hem koning zijn in mijn leven?' Want anders 19:44: 'zij zullen in u geen steen op de andere laten, omdat u het moment dat God naar u omzag niet hebt herkend'.

4 februari: Lucas 20:9-47
Jezus gaat de confrontatie niet uit de weg. Het lijkt er zelfs op, alsof Hij er op aan stuurt. Neem die gelijkenis (20:9-16). Daar is om zo te zeggen geen woord frans bij! En kijk eens in 20:45-47! Zo is Jezus blijkbaar. Hij zoekt de confrontatie op en gaat die niet uit de weg. Of het nou schriftgeleerden zijn die bij Hem komen met hun slimme trucjes. Of u het nou bent, jij of ik. Hij confronteert net zolang totdat het duidelijk wordt: f je buigt voor Hem f je kruisigt Hem. U/jij mag het zeggen.

5 februari: Lucas 21
De vraag van de discipelen is denk ik best herkenbaar: wanneer gaat het gebeuren en hoe zullen we het weten? Het antwoord van Jezus is onthullend, maar ook verbergend. Onthullend, want oorlogen, rampen, vervolging van christenen, angst over de wereld zullen de voorboden zijn van Jezus' komst (21:27). Verbergend, want zo is de geschiedenis verlopen sinds Jezus' hemelvaart. Dus staar je niet blind, maar wees gewoon in het leven van elke dag waakzaam. Wijd je aan het gebed en maak je klaar om voor Jezus te verschijnen (21:36).

6 februari: Psalm 75
Deze psalm verwoordt het geloof dat ook al wijst alles op het tegendeel God - de God van Jakob - als zijn tijd gekomen is, 'rechtmatig zal richten'. Richten is: heelmaken en rechtzetten. Hoogmoed is het als je geen rekening houdt met deze God en in je leven gewoon maar een beetje je eigen plan trekt. God is rechter. Hij komt met de beker van zijn toorn. In de lezingen van Lucas gaan we het lijdensevangelie van Jezus lezen. Richten doet God in Jezus. En de beker van zijn toorn waar Psalm 75:9 over spreekt is door Jezus helemaal leeggedronken.

7 februari: Lucas 22:1-38
Sober wordt het verteld. En daardoor wordt het indringend. Er is de moordzucht van de joodse leiders (22:2). Er is ook het verraad van Jezus' volgeling Judas (22:3). Hiertegen steekt Jezus' verlangen om voor het laatst het pascha met zijn leerlingen te vieren al schril af (22:15). Maar het lijkt allemaal aan Jezus' leerlingen niet besteed. Zij maken zich druk om de vraag wie de belangrijkste is (22:24). En dan Petrus met z'n overmoed. En zo zijn wij wel om Hem heen, maar gaat Hij heel alleen de weg naar wereldvrede.

8 februari: Lucas 22:39-71
De Bijbel is heel eerlijk over Jezus' volgelingen bij de beschrijving van Jezus' lijden. Als voor Jezus de nood het hoogst is, liggen zijn discipelen te slapen. Als Hij gespuwd en geslagen wordt, zegt zijn trouwste leerling 'deze Jezus ken ik niet'. In Jezus' lijden zijn wij niet alleen niet met Jezus, wij zijn ook nog eens tegen Hem. Jezus keek Petrus aan, toen de haan kraaide (22:61). Wat zal er in Jezus' ogen te lezen zijn geweest? Ik denk: het is goed, Petrus. Want toen wij vijanden waren, toen werden wij met God verzoend door de dood van zijn Zoon (Rom.5:10).

9 februari: Lucas 23
Onder aan het kruis worden gezworen vijanden vrienden. Maar of Pilatus en Herodes de reikwijdte hiervan hebben begrepen, vraag ik me af (23:12). Simon van Cyrene heeft de reikwijdte van wat hij deed later wel begre-pen. Als toevallige voorbijganger wordt hij kruisdrager, maar omdat z'n zoons later in de Bijbel christenen blij-ken te zijn (Rom.15:13), moet deze Simon dus eens en ergens tot de ontdekking zijn gekomen, dat niet hij het kruis voor Jezus droeg, maar Jezus het kruis voor hm. En er is meer in Lucas' beschrijving dat indruk maakt. En het eindigt allemaal onherroepelijk met Jezus' dood en begrafenis.

10 februari: Lucas 24
Er is verwarring bij de vrouwen die het graf bezoeken en verbazing bij Petrus die ook komt kijken. Wat moet je nou denken van een open graf? Maar zo bijzonder is het niet volgens de engelen bij het graf. Want wie zoekt er nou de Levende bij de doden? Maak nooit de fout door van Jezus een schim uit het verleden te maken, een stem van vroeger. Hij leeft en dat zul je merken ook. Dat blijkt wel uit de tocht die de Emmas-gangers maken. Wat hen overkomt mag een bemoediging zijn voor elke volgeling van Jezus. Reken onderweg op Jezus die de schriften opent en die je herkennen zult als het brood gebroken wordt en de wijn rond gaat! Ook als Hij in de hemel is opgenomen.

11 februari: Romeinen 1:1-17
Het lezen van Paulus' brief aan de Romeinen heeft Maarten Luther diepgaand veranderd. Hij 'ontdekte' de bevrijdende boodschap van Gods genade in deze brief. Wellicht verandert er in de komende weken ook iets bij u of jou... In deze eerste verzen is het indrukwekkend om te lezen, hoe Paulus zich een geroepene, gezondene en knecht weet van Jezus Christus. Hij heeft maar n missie, n evangelie, n doel: mensen in de weg van het geloof brengen onder beslag van het evangelie van Jezus Christus dat een kracht van God is tot behoud (1:16).

12 februari: Romeinen 1:18-32
Een ongezouten cultuuranalyse. Messcherp brengt Paulus het doen en laten van mensen terug tot de kern: verzet tegen God. Dat maakt wat Paulus hier schrijft bijzonder leerzaam. Ga het bij jezelf maar na: als de band met God wordt losgelaten, raakt het leven ontwricht. God laat je de consequentie van dat verzet tegen Hem voelen (1:26). Oftewel: het leven raakt geperverteerd. Niet meer 'naar God toe', maar 'van God af'. Overigens, in dit verband, als voorbeeld van deze omdraaiing (pervertie) vallen Paulus' woorden over de natuurlijke seksuele omgang die vervangen wordt door de tegennatuurlijke (1:27).

13 februari: Romeinen 2
De neiging is groot om vanaf de zijlijn van de cultuur hoofdschuddend een oordeel uit te spreken over al die ongelovige en onbekeerlijke mensen die de wereld rijk is. Maar ga je zelf soms vrijuit? Wie weet 'hoe het moet' en het niet doet, wordt des te harder aangepakt in Gods oordeel (2:5). Het hebben van een wet van Mozes zegt dus nog niks (2:11-14). Breng je in praktijk wat in die wet staat, daar gaat het om (2:21-24). Al of niet lichamelijk besneden zijn, zegt dus ook niet zoveel (2:25-29). Is je hart besneden? Is dat niet veel belangrijker? Denk erom dus: geen misplaatste superioriteitsgevoelens!

14 februari: Romeinen 3
De farizeer van Lucas 18:9-14 blijkt springlevend in een ieder van ons. Heeft een christen niet iets voor op een jood? En een jood op een heiden? Paulus rekent er mee af. Wij zijn allemaal zonder uitzondering in de macht van de zonde (3:9). Niemand is ten opzichte van de ander moreel superieur, wet of geen wet (3:20). Vermeende morele superioriteit levert dus ook niks op. In Gods oordeel gaan vrijuit (of: worden gerechtvaardigd, 3:21) wie geloven. Dat is de boodschap van de hele Bijbel (3:21)! Gerechtigheid buiten de wet om. Gerechtvaardigd door geloof in Jezus Christus. Dat is de stijl van God.

15 februari: Romeinen 4
Schriftbewijs. Kijk naar Abraham. Het was zijn geloof dat hem tot gerechtigheid werd gerekend en niet zijn gehoorzaamheid aan de wet (4: 2). Abraham heet niet voor niks de vader van de gelovigen en dat gaat altijd vooraf aan zijn vaderschap van de besnedenen (4:11-12). Doordat hij bleef geloven, 'tegen hoop op hoop' bouwen op onmogelijke beloften (4:18), werd hij rechtvaardig verklaard. En deze woorden, zegt Paulus, zijn voor ons neergeschreven (4:23). Zo is het evangelie van Jezus Christus een kracht van God tot behoud (1:16-17), want door geloof in Jezus gaan mensen (joden en heidenen!) vrijuit in Gods oordeel (4:24-25).

16 februari: Psalm 76
Volgens Paulus 'getuigen wet en profeten ervan dat gerechtigheid Gods openbaar wordt buiten de wet om' (Rom.3:21). Deze psalm bevestigt dat. God is de Rechter en de Redder. De trotsen van hart hebben weinig goeds te verwachten als God zijn oordeel uitspreekt (76:6). Wie zijn deze trotsen anders dan zij die het hart hoog dragen, roemen in hun gehoorzaamheid aan de wet en in hun morele superioriteit, om het in Paulus' woorden te zeggen. Maar God verlost de ootmoedigen (76:10) en zij zijn de 'Betler' in de betekenis die Luther eraan gaf: zij die in geloof een lege hand ophouden bij God.

J.M. Oldenhuis, Sauwerd

17 februari: Romeinen 5:1-11
Groots zet dit hoofdstuk in: de uiteenzetting van de leer van de rechtvaardiging krijgt de hoogte van een loflied. Wij hebben vrede met God! Dat betekent niet dat alles daarom maar vredig verloopt. Het woord verdrukkingen schijnt een dissonant, maar ze dwingt tot de oplossing die uitkomt bij beproefdheid en hoop: dat karakteristieke woord voor het leven van een christen! Deze hoop heeft immers haar basis in het onverwoestbare feit van de verzoening die door Christus is bewerkt. Heeft God ons lief? Ken ik die liefde? Hoe weet ik zeker dat God mij lief heeft? Het zijn de vragen die miljoen keer gesteld zijn en gesteld worden. Er is maar n antwoord : God heeft het bewijs van zijn liefde gegeven doordat Hij zijn Zoon voor ons ter beschikking stelde, terwijl niemand van ons daar om vroeg. Wie van ons zou zoiets doen? Hou dan op met die vragen en begin met aanbidding!

18 februari: Romeinen 5:12-21
Ellende kwam er door n mens. Dood en bederf. De dood heerste als een koning. Door die eenling: Adam Maar toen kwam Christus. Ook een eenling. Maar wat er door hem is bewerkt, is veel geweldiger. Hij overwint de dood en brengt weer lven. Iets kapot maken is gauw gebeurd. Maar uit de scherven iets nieuws bouwen, dat is pas geweldig! Dat gebeurt door Jezus Christus. Zijn opstanding is het feit, dat de wending der wereld betekent.

19 februari: Romeinen 6
Trek nu de consequenties: als Christus de overwinnaar is, dan zijn allen die aan hem verbonden zijn, overwinnaars met en door hem. En die verbinding is bezegeld met de doop: het is een verbinding met die hele Christus, met zijn dood en met zijn opstanding. En dus kun je zeggen dat zijn dood op onze rekening staat en zijn leven ook. Nog sterker, nog vreemder kun je het zeggen: zijn dood is onze dood en dus is zijn opstanding onze opstanding. Leef dan in dat nieuwe leven. Laat dat dan zien. Het doel van het werk van Christus is de heiliging van het leven. Ja, dr is het allemaal voor bedoeld: dat er mensen in de wereld worden gezet, vrijgemaakt van de overmacht van de zonde, om God te kunnen dienen. De vrucht van zijn werk is de heiliging en het einde is het eeuwige leven. En dat in een wereld waar de dood heerste als koning! Dat doet God. Die slotzin van hoofdstuk zes is een zin om te onthouden!

20 februari: Romeinen 7:1-13
Daar staat het: doordat Christus aan de eis van de wet gestorven is, zijn wij vrij van de wet geworden. Maar in n adem volgt dan: om aan een ander verbonden te worden, namelijk aan Christus die uit de doden opgestaan is. De vrijheid van de wet betekent geen vrijheid voor jezelf, maar verbinding aan Christus, om dan nu ook voor God vrucht te dragen. Is het eigenlijk allemaal niet heel erg begrijpelijk, haast logisch? Zijn al die moeilijke redeneringen rondom dit hoofdstuk niet vaak bedoeld als afleidingsmanoeuvres, om te ontkomen aan de claim van Christus, die ons verlost heeft? Gebruiken we de vrijheid niet al te vaak voor onszelf? Maken we de vrijheid die Christus ons geeft niet altijd weer los van Christus en God, om er vrijheid-voor-ons-zelf van te maken?

21 februari: Romeinen 7:14-25
Daar staat het nu, de keiharde werkelijkheid: al die goede dingen die ons ten deel gevallen zijn door Christus wissen de werkelijkheid niet uit, dat ons leven lang verkeerde dingen in ons opkomen. We weten wel beter. En we stemmen Christus wel toe. Maar we vinden deze regel: als ik het goede wil, is het kwade toch aanwezig. Wie door God gekeerd is, kan niet volhouden dat de mens van zichzelf goed is of uit zichzelf het goede bereikt. Elke theologie die niet de radicale bedorvenheid van de mens erkent, breekt stuk op Romeinen 7. Elk mens breekt daarop stuk. Als we niet wisten dat wij in stukken en brokken in handen mogen vallen van deze Jezus Christus, zou Romeinen 7, zou de leer van de bijbel onverteerbaar zijn

22 februari: Romeinen 8:1-17
Er komt toch iets tot stand van het werk van God in mensen. Wat de wet niet heeft klaar gekregen, omdat ze stuk gelopen is op de onmacht van ons mensen, krijgt God klaar: door zijn Geest bewerkt hij iets in mensen zoals wij, van gehoorzaamheid, van luisteren naar God, van goede werken. Dat is regelrecht een Godswonder. En daar begint dit hooggestemde stuk van deze brief nu mee: er is geen veroordeling voor hen die in Christus Jezus zijn. Laat het een stuk rust geven aan opgejaagde zielen en bekommerde geesten en angstige gelovigen. De Geest van God doet wat in mensen, reel, je weet niet precies waar of wanneer het begint, maar het begint en als het begonnen is, zal het niet eindigen. Gods investering in mensen is van eeuwigheidswaarde. Als hij mensen van vlees en bloed niet te min vindt om er met zijn Geest in te werken, dan is er zelfs toekomst voor dat vlees en bloed! Voor mensen zoals wij! Delen in de verheerlijking is ook lichamelijk. God is uit op de redding van hele, en heel echte mensen.

23 februari: Romeinen 8:18-39
Vanuit de zinloosheid van dit bestaan omschrijft Paulus de basis van de hoop: De hele schepping zucht, maar het zijn zuchten van "zwangerschap": er komt dankzij Christus nieuw leven. En de Geest geeft de kracht om de moeiten van de tijd van deze "zwangerschap" te doorstaan. Volhouden dus! Als God nu al in dit bestaan zoveel krachten geeft (bewijzen van zijn "uitverkiezing") dan kun je het ook volhouden. Zelfs in de meest verschrikkelijke omstandigheden. Ja, dat schrijf ik zo maar even naar vanachter mij computertje, en ik huiver er zelf bij. Want het is zo gemakkelijk om dat even op papier te zetten. Maar het waar te maken.. En toch: Pulus schrijft het: God heeft zijn Zoon niet gespaard , maar hem voor ons allen overgegeven, zou Hij ons dan met hem ook niet alle dingen schenken? Niets kan de stroom van liefde die van God naar ons uitgaat in Jezus Christus stuiten. Gods liefde is bewezen in het feit van de zending van zijn Zoon! Dat hangt niet af van onze beleving, ons gevoel, ons geloof. Dat is een feit, buiten ons. En niemand veegt dat uit de wereld weg. Oefen je erin om dat vast te houden!

24 februari: Romeinen 9:1- 29
Nu komen de hoofdstukken 9-11, waarover dissertaties zijn gepleegd en kasten zijn volgeschreven. En daarom kan er bij de eenvoudige bijbellezer wel eens de gedachte ontstaan, dat het wel erg moeilijk zal zijn. En dat is het ook wel, en in de korte stukjes voor elke dag kan uiteraard geen gedetailleerde uitleg gegeven worden bij de nogal lange stukken die gelezen moeten worden. Hier wordt het probleem aangeraakt dat de eerste christenen al net zo in de greep gehouden heeft (lees maar wat Paulus zegt van zijn eigen gevoelens, vs. 3) als het nog altijd voor de christelijke kerk is: hoe komt het toch dat het 'oude' volk, dat God in zo'n bijzondere verhouding tot zichzelf gezet had, die bijzondere positie kennelijk kwijtraakt? Heeft het tenslotte geen waarde wat God in het verleden gedaan en gezegd heeft? Ja wel, dat is de geweldige inzet (vs.1-5). En dan volgt eerst dat grootse betoog, waarin Paulus alle nadruk legt op Gods keuze en zijn ontferming die daaruit blijkt! En nooit heeft dat betekend, dat allen die in die bijzondere verhouding gezet werden ook maar automatisch gered zouden worden. Niet allen zijn kinderen van Abraham, omdat ze nakomelingen van Abraham zijn. Daar begint dit betoog mee. En het eindigt met het citaat van Jesaja, dat spreekt over een rest die behouden wordt uit de duizenden: als God ons niet wat zaaikoren had overgelaten, zouden we geworden zijn als Sodom en Gomorra! Het komt aan op gelovige aanvaarding van wat God geeft.

25 februari: Romeinen 9:30-10:13
Wie steunt op eigen daden, niet op geloof, struikelt over de steen die God kennelijk zelf heeft neergelegd als een struikelblok in Sion. Daar ligt de testcase dus: als je met de wet die God gegeven heeft je eigen gerechtigheid 'opricht', werk je verkeerd met de wet. En dat smeert je ogen al meer dicht. Dat is er gebeurd met het 'oude' volk. Wat God gegeven heeft was niet verkeerd (zie 9:1-5), integendeel, maar ze hebben er verkeerd mee 'gewerkt'. Wie daarmee niet bij Christus uitkomt, komt verkeerd uit. En bij Christus uitkomen betekent : in hem geloven, je van hem afhankelijk weten. Dat is: geloven. Dat geldt voor ieder. Voor de Jood-van-vroeger en de Jood-van-vandaag. Ja, voor ieder: Jood en Griek. Geen verschil. Geloof, daar komt het op aan. Voor ieder.

26 februari: Romeinen 10:14-11:10
Geloven door het horen. Het geloof komt voort uit de boodschap (Willibrord vert.) . En als er geen geloof is, dan ligt da niet aan de boodschap. Dat geldt in alle gevallen. Ook in het geval van de leden van het 'oude' volk. Een eveneens nog altijd vandaag.

27 februari: Romeinen 11:11-36
Door de ongehoorzaamheid van de Joden is het evangelie bij ons gekomen. Dat geeft ons geen reden om ons boven hen te verheffen. Integendeel: het zal slechts moeten aansporen om nu niet net als zij dat wat God ons gegeven heeft te verspelen. Want dat kan dus: Gods strengheid voor de takken die weggekapt zijn, zal de takken die ingeplant zijn tot waarschuwend voorbeeld moeten zijn! Het is eindeloos om te debatteren over de mogelijke bekering van Isral, waar al boeken over vol geschreven zijn, maar de spits van dit gedeelte komt naar ons zelf toe. Als God de takken die aan de boom thuishoorden niet heeft ontzien, dan zal Hij jou ook niet sparen (vert. Willibrord vs. 21)

28 februari: Psalm 77:1-13
De klacht van iemand die zich verlaten voelt van God. Ontroerend. En toch maar blijven aankloppen bij God. Hoe ver gaan deze woorden. Spreek nog eens hardop uit wat er staat in vers 10. Je zou het toch nauwelijks zelf durven zeggen zo. En het staat in de bijbel. God gunt ons een blik in de diepe klacht van deze mens. Zo is er geklaagd. En God heeft het zelfs voor ons allemaal in de bijbel laten zetten. Ook dat die man uitgekomen is bij de zin dat hij toch Gods daden in gedachte blijft houden. En wat hij daarmee bedoelt, staat in het vervolg.

J.T. Oldenhuis, Helpman