Het Groninger Bijbelleesrooster voor vier jaar, jaar-3, augustus
Zie voor nadere informatie de inleiding op dit rooster, te bereiken via deze link

1 augustus: EzechiŽl 20:18-31
De les van de geschiedenis (2) God wil zich niet laten raadplegen door de oudsten die zich tot de profeet wenden. Tot op de huidige dag gaan ze immers door met het doen van goddeloze praktijken (vs.29-31a). In het Nieuwe Testament (Handelingen 7) zien we dat Stefanus op soortgelijke wijze te werk gaat als hij zich verweert tegen de Joodse leidslieden. Ook Stefanus laat de geschiedenis spreken: De HERE wordt steeds afgewezen. Op zo'n prediking is maar ťťn antwoord mogelijk, namelijk verootmoediging voor de HERE en erkennen: wij en onze vaderen hebben gezondigd!

2 augustus: EzechiŽl 20:32-44ļ
Vanwege alle goddeloosheid zal God zijn volk verstrooien onder de volkeren. Maar God verbindt daaraan in zijn genadige goedheid een groots perspectief: Hij zal hen daar onder zijn herdersstaf door doen gaan. Omwille van de komende Christus zal God daar tot hun hart spreken: een deel zal zich verharden in ongeloof, maar een ander deel zal door Gods Geest zich gewillig laten verzamelen onder de staf van Christus. Een prachtig vergezicht op de nieuwtestamentische kerk, die God onder het Hoofd Christus uit alle volkeren bijeenbrengt. Ja, het ziet uit op de jongste dag, wanneer al Gods beloften ten volle vervuld zullen worden: en het zal worden: ťťn Herder, ťťn kudde.

3 augustus: EzechiŽl 21:1-22ļ
In dit hoofdstuk wordt voorzegd dat de voltrekking van Gods oordeel aan Juda onafwendbaar is: zowel de goeden als de slechten zullen door de ChaldeeŽn gedood worden. Dit wil niet zeggen, dat er geen verschil is tussen de dood van de rechtvaardige en die van de goddeloze. Maar het zegt wel, dat de ChaldeeŽn dan niets en niemand zullen ontzien. EzechiŽl moet (vers 14) in de handen klappen als symbool dat de ChaldeeŽn elkaar zullen ophitsen om volledig met de JudeeŽrs af te rekenen. Aangrijpend is te lezen, dat de HERE ook zelf in de handen zal klappen (vers 17) om de ChaldeeŽn tegen Juda op te hitsen: Gods toorn is niet meer te keren tegen zijn volk, dat Hem zovaak in ongeloof heeft versmaad. Aan Gods geduld komt bij volharding in zonde en ongeloof een keer een eind. Met te meer klem klinkt die boodschap ook door in het Nieuwe Testament: "Vreselijk is het te vallen in de handen van de levende God!" (HebreeŽn 10,31)

4 augustus: EzechiŽl 21:23-37ļ
De Joden weten zich beschermd door hun nieuwe bondgenoten, nadat zij (meinedig!) het (opgelegde) verbond met Babel hebben verbroken. Maar God heeft tot de ondergang van Jeruzalem besloten. De meineed neemt Hij hoog op! De hoofdstad Rabba van de Ammonieten zal hetzelfde lot als Jeruzalem ondergaan, al voltrekt zich de verwoesting van Jeruzalem eerst. De Ammonieten hebben zich ook aan meineed schuldig gemaakt. Daarnaast hebben zij Gods volk, Gods oogappel, gesmaad. De verzen 25-27 zijn heel bijzonder: God zal verhogen die nederig is (= koning Jojachin) en vernederen die hoog is (= koning Zedekia). De naar Babel weggevoerde koning Jojachin zal eten van de tafel van de koning van Babel (Jeremia 52:31-34). De 'evangelische' ommekeer die hoort bij het rijk van Christus. EzechiŽl profeteert hier van de grote Zoon van David, de Messias, die alle heerschappij zal ontvangen op basis van recht. Gods trouw blijft, zelfs in zulke door de zonde vastgelopen situaties, waarin alles spreekt van Gods toorn! Houdt daarom altijd moed in voor- en tegenspoed!

5 augustus: Psalm 95
Het volk van God gaat naar de tempel. Er wordt gezongen:"God is de rots van ons heil". Let erop dat het in dat woord 'heil' om 'helen' gaat: goed, gezond maken. Jezus wordt Heiland van de wereld genoemd, omdat Hij het is die van zonde bevrijdt, met God verzoent en alle gevolgen van de zonde wegneemt. Hij wast alle tranen weg, Hij heelt echt! Uit de samenhang van de hele Bijbel weten we, dat de HERE een genadig God is, omdat zijn lieve Zoon de weg is gegaan van kribbe en kruis. Groot is Hij in zijn zorg: het beeld van een Herder die schapen weidt, spreekt tot de verbeelding. Luister dan naar zijn heilzaam Woord! Vergelijk Johannes 10:14-16.

A. van der Sloot, Bedum

6 augustus: EzechiŽl 22:1-16
"Hij is eraan verknocht, meer dan aan welke stad van Jakob ook." Dit zijn woorden uit een nieuwe berijming van Psalm 87, uit 'Psalmen voor nu'. Waarschijnlijk kent u dťze berijming beter: "De HEER, die Zich in Sions heil verblijdt, bemint haar meer dan ťťn van Jakobs steden."
Een mooie Psalm. God hield van Jeruzalem. Hij houdt van de gemeente. Maar door EzechiŽl zegt God heel iets anders: "Ik schud mijn vuist tegen je, Jeruzalem." (Zie vers 13.) Hoe kan dat nu?
En toch: bent u nooit heel erg boos op iemand van wie u heel veel houdt? Vast wel. Waarom? Omdat je het weer goed wilt krijgen. Nu, zo is het met God ook.

7 augustus: EzechiŽl 22:17-31
Een land waarop de regen geen vat heeft, waarin de regen niet doordringt als het stormt. (Zie vers 24.) Met zo'n akker begin je niets. Dat het niet goed gaat, ligt niet aan de omstandigheden. Het komt door de grond.
Met zulke grond vergelijkt God IsraŽl. De omstandigheden waren prima en toch ging alles heel erg fout. Zelfs mensen die de toon aan moesten geven, deden dat verkeerd. De profeet EzechiŽl noemt de koningen (vers 25), de priesters (vers 26), andere leiders (vers 27), de profeten (vers 28) en de landadel (vers 29). Maar vergis je niet, want je krijgt heel vaak de leiders die je verdient.
Ik moest denken aan Jezus' gelijkenis van de Zaaier. Het zaad was uitstekend, maar heel veel grond niet. Het zaad is ook vandaag prima. Veel andere christenen zijn er jaloers op. Hoe staat het met de grond?

8 augustus: EzechiŽl 23:1-27
Kent u dat lied van Ria Borkent over het nieuwe Jeruzalem? Getoonzet op de mooie melodie van Willem Vogel is het echt ontroerend: "Als een bruid op haar mooist Ö" (Negentig Gezangen Lied 42.)
De vergelijking van de gemeente met een bruid is bekend en geliefd. In het huwelijksformulier komen we hetzelfde tegen, maar dan omgekeerd. "Zoals de gemeente Christus liefheeft Ö"
Maar nu de vergelijking tussen de kerk en een prostituťť: is dat niet iets voor het Oude Testament? We kennen het beeld via Hosea, die profeet die van God met een hoer moest trouwen. We komen het nu bij EzechiŽl opnieuw tegen. Deze keer gaat het om twee hoeren. De eerste heet Ohola. Dat betekent: 'haar eigen tent'. Ohola is een symbool voor het tienstammenrijk, en dat rijk kiest heel eigenzinnig haar eigen plaatsen voor de eredienst.
De tweede heet Oholiba, dat wil zeggen: 'mijn tent is in haar'. Oholiba duidt Juda aan. De JudeeŽrs kwamen bij elkaar op de plaats die God verkoos. Toch bleek dat niet de garantie voor een goede afloop te zijn.
Maar nogmaals: is dit niet heel erg Oudtestamentisch? Een vraag: 'zou God zich vandaag nooit grandioos verraden voelen door een gemeente, een kerk? En zou dat ook onze kerk kunnen zijn?'

9 augustus: EzechiŽl 23:28-49
Heel afschuwelijk, een god die zijn eigen mensen in stukken laat hakken. (Zie vers 47.) Is dit God wel?
Als je je eigen boosheid tot die ander door wilt laten dringen, zul je ook zijn of haar eigen taal moeten spreken. Anders denkt hij of zij nog,dat je het niet meent.
Hoe maak je een volk dat er geen been in ziet om kinderen te offeren duidelijk, dat je dit niet neemt?
Het gaat niet om de manier waarop, maar om het feit dat. Als je een hechte relatie met God hebt, ontdek je vanzelf hoe de Here vandaag zijn boosheid uit.

10 augustus: EzechiŽl 24
Er kan een moment zijn, dat God je helemaal voor zich opeist. Dat hoeft niet altijd. Het kan ook zijn, dat je een deel van je tijd besteedt aan het werk waarmee je je geld verdient, een ander deel aan de kerk en aan het evangelie en weer een ander deel aan je relaties en aan ontspanning. Maar soms worden mensen helemaal opgeŽist. Hij is niet voor niets op 55-jarige leeftijd gestorven. De situatie van de kerk op dat moment bracht dit gewoon met zich mee.
Voor EzechiŽl geldt hetzelfde. Niet iedere profeet heeft van God een rouwverbod gekregen bij het overlijden van zijn vrouw. EzechiŽl is zelfs de enige, van wie dit in de bijbel staat. Maar de situatie was ernaar.
De ballingen in Babel, onder wie EzechiŽl profeet was, gingen er zonder meer vanuit dat ze binnenkort wel weer zouden terugkeren naar Juda. Jeruzalem zou niet vallen. Dat kon niet. Jeruzalem was de stad van God!
Deze mensen hadden een bord voor de kop. Dan is er heel wat nodig om ze wakker te maken.
De vrouw van EzechiŽl sterft en hij rouwt er niet eens om. Dan is er maar ťťn mogelijkheid: hij heeft haar zelf vermoord of laten vermoorden. Als Jeruzalem valt, dan is het eigenlijk zo, dat de JudeeŽrs hun eigen stad hebben vernield.

11 augustus: EzechiŽl 25
Je kunt als kerklid naar twee kanten doorslaan: ůf je verdedigt je eigen kerk door dik en dun ůf je kraakt die kerk helemaal af. Het verbaast je vast niet, dat God geen van beide doet.
Jeruzalem is gevallen. De stad en de tempel zijn vernield. Een ooggetuige is het de profeet EzechiŽl in Babel komen vertellen. (Zie 33: 21. Vergelijk 24: 25, 26.)
Het was hun eigen schuld. God heeft hen zo gewaarschuwd. De buurvolken hebben er leedvermaak om. 'Ha, net goed!' Maar schaart God zich nu achter die buurvolken? Nee, God is kwaad op hen en Hij komt op voor Juda. Want waarom was God ook nog maar weer boos op Jeruzalem? Omdat Hij het in orde wilden hebben. Als je echt van iemand houdt, dan blijft je liefde, ook al ben je wel eens boos. Die boosheid staat in dienst van je relatie.

12 augustus: EzechiŽl 26
Als een docent die hoog aangeschreven staat tijdens een hoorcollege het christelijk geloof afkraakt, schrik je. Als de baas van je bedrijf hetzelfde doet, schrik je ook. Naarmate de niet-gelovige meer macht heeft, voel je jezelf onzekerder worden.
Tyrus was in de tijd van EzechiŽl een machtige stadstaat op een eiland vlak vůůr de Syrofenicische kust. Machtig vooral door de handel. Eťn stad maar en toch: de AssyriŽrs en zelfs de BabyloniŽrs kregen het niet klein. Tyrus was ook het centrum van de dienst aan de vruchtbaarheidsgodin Asjera. De goddeloze koningin Izebel kwam er vandaan.
En toch gaat Tyrus eraan. God is altijd nog de sterkste! Wee dus maar niet bang en blijf vooral jezelf.

13 augustus: Psalm 96
Kent u die prachtige bewerking van Psalm 96? Ze staat in de Rooms-katholieke bundel Gezangen voor Liturgie en sinds november 2003 ook in de bundel Negentig Gezangen, die in gebruik is bij de Gereformeerde kerken Vrijgemaakt. Voor een aantal van u, van jullie, waarschijnlijk nieuw.
Maar ooit was ook de oorspronkelijke Psalm nieuw. Op een dag werd hij voor het eerst uitgevoerd in de tempel van Jeruzalem en het hele volk werd aangespoord om het mee te zingen of mee te reciteren: "Zingt nu de Heer een nieuw lied."
Het produceren en uitvoeren van iets nieuws kost inspanning. Het is geen routinekarweitje. Maar juist daardoor heeft het ook iets verfrissends en onze God is dit waard!

14 augustus: EzechiŽl 27:1-25a
In de tijd van EzechiŽl was Tyrus beroemd. Uit allerlei landen deden handelaars Tyrus aan. Je kunt het vergelijken met New York. Op zich is daar niks mis mee. Je kunt zonde doen met veel, maar ook met heel weinig bezit.
Maar het einde van vers 3 is veelzeggend: "Tyrus, jij roemde je eigen schoonheid, je dacht: Ik ben volmaakt." God kent iedereen.

15 augustus: EzechiŽl 27:25b-28:10
Je sterke kant is meteen ook je zwakke kant. Het is wel duidelijk, waarom. Op het terrein waar je sterk bent, bevind je je regelmatig aan de grenzen van je kunnen. Daar loop je dus tegelijk grote risico's. Dat maakt je meteen zwak. Het is prachtig om jezelf te ontwikkelen en om nieuwe ontdekkingen te doen, maar je blijft een mens.
De kracht van Tyrus was de zeevaart en dan ook nog op het wijde water. Dat durfde geen enkele andere zeevarende mogendheid uit die tijd aan. Hun schepen waren kustvaarders. Maar Tyrus was hen in scheepsbouw ver vooruit. Toch kan het ook dan mis gaan en hoeveel indruk maakt dat dan niet!
God heeft de mens bijna goddelijk gemaakt. (Zie Psalm 8.) Wees er blij mee. Geniet ervan. Maar vergeet ook dat woord bijna niet.

16 augustus: EzechiŽl 28:11-26
Het lijkt wel alsof de zondeval zich in de geschiedenis van Tyrus herhaalt.
Maar zo gek is dat nog niet. De val van Adam en Eva is niet een waar gebeurd verhaal dat veilig is opgeborgen in een ver en voor ons onschuldig verleden. Met dat doel staat Genesis 3 niet in de bijbel. Het vallen in zonde komt nog dagelijks voor!
Het kan zo goed beginnen. Je start een prima studie en je wordt lid van een christelijke studentenvereniging. Je begint aan een baan met perspectief en tegelijk ben je actief lid van je kerk. Maar na verloop van tijd komt de klad erin. Het gaat echt helemaal fout met je.
Hoe is dat mogelijk? Ja, waarom ging het met Adam en Eva verkeerd? 'Waarom heeft God dat niet tegengehouden?', zeggen wij dan. Je kunt je ook - en dat is beter - afvragen, wat die eerste mensen mankeerde. Het houdt in elk geval een waarschuwing in: volhouden kost ook energie!

17 augustus: EzechiŽl 29
Vreemd: koning Nebukadnessar heeft bij de aanval op Tyrus het uiterste van zijn leger gevergd. Maar de koning en zijn leger zijn niet beloond voor deze zware strijd. Waarschijnlijk kreeg hij Tyrus niet echt op de knieŽn. Voor God is dit de reden voor een tegemoetkoming. Als compensatie geeft Hij aan koning Nebukadnessar Egypte. De koning van Babel wordt voor zijn inspanning beloond door de God van IsraŽl. Waar slaat dit in vredesnaam op?
Maar als Nebukadnessar nu een opdracht voor God uitvoert? En dat doet hij! God wilde Tyrus straffen voor zijn hoogmoed en Egypte, omdat zijn volk IsraŽl daar niet op vertrouwen kon.
Zo kan het voorkomen, dat iemand die niet in God gelooft toch iets voor Hem doet en dat God er dan ook nog eens goed op let, dat hij zijn loon krijgt. Zo eerlijk is God.

18 augustus: EzechiŽl 30
De Judese ballingen in Babel geloven het niet, dat Jeruzalem vallen zal. Niet alleen omdat het de stad van God is, maar vooral ook omdat Juda in Egypte een sterke bondgenoot heeft. Egypte heeft hen opgezet tegen Babel. 'Egypte zal en kan', zo geloven ze, 'Jeruzalem voldoende tot steun zijn.
Om dat geloof te doorbreken drukt God zich d.m.v. EzechiŽl heel plastisch uit. Hij vergelijkt Egypte en Babel met twee sterke mannen, ieder met een zwaard in de hand. De armen van de koning van Babel zal God sterk maken. Maar de armen van de koning van Egypte zal Hij beide breken.
Je geloof in God kan ook worden geblokkeerd door een sterk vertrouwen op een mens.

19 augustus: EzechiŽl 31
Heb jij dat wel eens meegemaakt, zo'n reusachtige kastanjeboom die neergehaald wordt?
Onder aan de stam zijn mannen bezig met een kettingzaag. Even verderop staan mannen met stevige touwen in hun handen. De stam is bijna doormidden, de mannen trekken en dan gebeurt het: de oude reus valt met een dreun op de grond. Een gejuich stijgt op. Het is ook niet niks om zo'n oeroude boom de baas te worden. Maar zelfs die boom is eindig.
In de tijd van EzechiŽl en daarna werd een machtige koning vaak door een woudreus aangeduid. Denk aan de geweldige boom, die DaniŽl ooit zag in een droom. Koningen hadden in die tijd ook heel veel macht. De democratie had haar intrede nog niet gedaan. Ook de farao van Egypte was in de tijd van EzechiŽl zo'n ontzagwekkende persoonlijkheid. Geen wonder dat God door EzechiŽl, bijna twee maanden na zijn voorspelling van de val van de farao, nog eens laat aankondigen dat de koning van Egypte vallen zal. Zoiets gelooft toch niemand?

20 augustus: EzechiŽl 32:1-16
Alweer gaat het over de ondergang van Egypte. Blijkbaar is dit iets, wat goed tot de IsraŽlitische lezers doordringen moet.
Wat wŪj bij herhaling te horen krijgen, is vaak heel iets anders, namelijk: de vergeving van onze zonden, de liefde van God, het eeuwige leven. Natuurlijk is ook dat belangrijk. En toch: wat kunnen we ontzettend opzien tegen mensen! Dat staat onze verhouding met God net zo goed in de weg.

21 augustus: EzechiŽl 32:17-32
Wie wint? Wie houdt het 't langste vol? Wie bereikt de top?
Belangrijke vragen vandaag. Het liefste praten we over onze successen. En als je die niet te vertellen hebt, houd je je stil, heimelijk onder de indruk van wie onbetwist de sterkste is.
In de onderwereld doet het gerucht de ronde, dat nu ook Egypte daar komt.
De onderwereld: dat fenomeen kennen wij niet. Maar zo'n beeld is wel heel nuttig. Als je merkt dat je schrikt van iemand die machtig is, denk er dan ook eens aan Wie de allersterkste is.

T.S. Huttenga, studentenpredikant Groningen

22 augustus: Psalm 97
Natuurgeweld is dreigend. In deze psalm wordt het gebruikt om de dreiging van Gods rechtvaardige straf in beeld te brengen. Zij die afgoden dienen zullen beschaamd staan. Er wordt ook over goden, zonder hoofdletter, gesproken. Het zijn de trouw gebleven engelen. Gods volk verheugt zich over de oordelen van God. Dat brengt tot de oproep aan wie de Here liefheeft: houdt afstand van het kwade. In vers 14 wordt gesproken over Sion. Het is voor vandaag de typering van de kerk van God bestaande uit christenen uit joden en niet joden (1 Petr.2:6).

23 augustus: EzechiŽl 33:1-20
Het is de taak van een knecht van God om, waar nodig, te waarschuwen. Hier de profeet EzechiŽl. Die taak is niet altijd gemakkelijk. Want de toehoorders zitten er vaak niet op te wachten. Bij echt gevaar, omdat mensen goddeloos gaan leven, kan men niet zwijgen. En dat mag gelden voor elke christen.

24 augustus: EzechiŽl 33:21-33
De boodschap klinkt: de stad Jeruzalem is gevallen. De vijand heeft de stad ingenomen. Wat zeggen de mensen van Gods volk? Heel vroom: het land is van ons, door God gegeven. Maar die praat past hen niet als ze naast hun God de afgoden dienen, als men elkaar haat en om het leven brengt. Vroom praten over God, maar er niet naar leven, is dodelijk.

25 augustus: EzechiŽl 34:1-16
Leiders van Gods volk moeten herders zijn, zorgzaam, beschermend. Maar dat doen ze nu juist niet. De schapen van Gods kudde worden geleid met harde hand en wat doen die schapen dan? Ze gaan er van door. In zulke leiders hebben ze geen vertrouwen. Slechte leiders in de kerk zijn bedacht op zichzelf. De Here God zal zijn schapen leiden en Hij zal zelf de herder zijn.

26 augustus: EzechiŽl 34:17-31
De Here zal als de grote herder van zijn kudde voor eerlijkheid en recht zorgen. De schapen van zijn volk waren onderling in strijd gewikkeld. Dan worden de sterken sterker en de zwakken nog zwakker. Maar juist het zwakke zal de Here verzorgen. Hij zal veiligheid bieden.
Er valt de naam 'huis van David'. En zo profeteert EzechiŽl over de komende koning Jezus Christus, die deze herder is. Let op het steeds noemen van: mijn schapen, mijn schapen. De kerk is van Hem. Niet van mensen.

27 augustus: EzechiŽl 35
Het gaat over het gebergte SeÔr. Dat is Edom. En de naam Edom staat voor Esau en zijn nageslacht. Esau is de tweelingbroer van Jakob. En wat was het een strijd tussen de beide broers. En dat is het nog. Toen het nageslacht van Jakob het benauwd kreeg door vijanden, heeft Edom zich aan de kant van die vijanden geschaard. Zoals Edom Gods volk te pakken heeft genomen, zo zal God Edom ten onder brengen.

28 augustus: EzechiŽl 36:1-15
Gods volk is aan alle kanten gepakt. Het hele land heeft schade opgelopen. De bergen, de dalen, en wat eens dorpen en steden waren. Het volk Edom behoorde mee tot de plunderaars. EzechiŽl mag ook het venster op de toekomst richten: de verstrooide IsraŽlieten zullen terugkeren naar eigen land. En het vruchtbare land zal weer zijn vruchten opbrengen. Er zullen weer veel mensen wonen. En men zal weten dat God de machtige is.

29 augustus: EzechiŽl 36:16-38
EzechiŽl wijst de oorzaak van de ballingschap aan. Het volk werd verstrooid omdat het in zonden leefde. Het heeft het land vuil gemaakt door zijn stijl van leven en werken. Er was onderlinge harde strijd. Men diende andere goden. Dat tast de naam van God aan. De wereld die toekeek zei: dat is nou het volk van de Here, maar toch gaan ze weg uit hun land. Die God laat het maar goed zitten. De heilige naam van God is daarmee aangetast. En toch laat God het niet zitten. Hij zal het laten zien. Hij laat zijn kinderen uit alle landen terugkeren. En dan is er meer dan veilig wonen in een fijn land. God doet meer. Hij geeft zijn kinderen een nieuwe geest, een nieuw hart. Een hart niet meer van steen maar een zacht hart van vlees. Om weer voluit uit liefde te gaan leven naar Gods regels. En men zal walgen over het verkeerde van vroeger. Dat is echte bekering.

30 augustus: Psalm 98
De Here gedenkt zijn goedheid en trouw aan het huis van IsraŽl. En de wereld zal dit weten. Alle volken op aarde zullen daarvan horen. En heel de schepping wordt in de lofprijzing op God meegenomen. God komt met een rechtvaardig oordeel.

31 augustus: EzechiŽl 37:1-14
We worden via een hemelse droom van EzechiŽl verplaatst naar een dal dat vol ligt met doodsbeenderen. Kan zoiets nog tot leven komen? Immers nooit. En toch, het gaat gebeuren. Zo zal het gaan met de verstrooide IsraŽlieten. Het volk komt weer tot leven. De Here brengt de geest in hen. Een dode komt weer tot leven. Hij alleen is daartoe in staat.

A.H. Driest, Groningen-Zuid