Het Groninger Bijbelleesrooster voor vier jaar, jaar-2, september
Zie voor nadere informatie de inleiding op dit rooster, te bereiken via deze link

1 september: 2 SamuŽl 3:2-21
We kijken er vreemd van op als we lezen dat David maar liefst zes vrouwen blijkt te hebben. Als ze met name worden genoemd, wordt dit door de bijbelschrijver echter niet in een negatief daglicht geplaatst. Dat komt omdat het hem hier gaat om de uitwerking die het heeft bij vriend en vijand in die tijd: Davids aanzien is groot! Type van de messiaanse koning!

2 september: 2 SamuŽl 3:22-39
Joab treedt op. Een vechtersbaas die er niet voor terugdeinst een moord te plegen. 'Hebt u de zaak niet door? Abner is een spion'. Moordenaars hebben meestal een motief en in dit geval is het een politiek motief. Dat rechtvaardigt zijn daad helemaal niet. David neemt afstand van deze moord en overtuigt het volk ervan dat verootmoediging op zijn plaats is. Is David daarin oprecht geweest? Maar waarom heeft hij Joab dan niet terechtgesteld?

3 september: 2 SamuŽl 4
Er zijn belangrijke zetten gedaan op het politieke schaakbord. Na de moord op Abner ziet bijna niemand er nog heil in om Isboset, uit het huis van Saul, de troon te gunnen. David is onaangenaam verrast als hij het hoofd van deze koning aangeboden krijgt. Opnieuw is verkeerd ingeschat hoe David koning wil worden over het hele volk. Welke verklaring zou hiervoor te geven zijn?

4 september : 2 SamuŽl 5
Ruim zeven jaar heeft het huis van Saul zich nog staande gehouden na Sauls dood. Dit hoofdstuk mag gezien worden als de onderwerping van alle stammen van IsraŽl aan David. David gaat wonen in de burcht Sion, een plaats met een gunstige centrale ligging in het rijk. Het is in de stad die bekend wordt als Salem en Jeruzalem. Vraag: Wat betekent het dat de plaats waar God woont (het nieuwe) Jeruzalem wordt genoemd? (vgl. Openbaring 22:3).

A. van der Sloot, Bedum

5 september: 2 SamuŽl 6
Bij het sterven van Uzza lijk je een duistere kant van God tegen te komen. Toen de runderen uitgleden wilde hij alleen maar voorkomen dat de ark zou gaan schuivenÖ. David parkeert de ark niet voor niets bij een immigrant. Obed-Edom is een in Juda woonachtige ex-Filistijn uit de stad Gat. Zijn naam betekent "vereerder van (de Egyptische godin) Edom". Men weet geen raad met de ark en is bang voor God. Pas als de zegen van de HERE tastbaar aanwezig is in het huis van Obed-Edom waagt David een nieuwe poging. Dan heeft hij zijn huiswerk beter gedaan. De ark hoort niet op een wagen. Zeker niet op die Filistijnse: 1 Sam. 6! Al heb je de ark in "huis" gehad zoals Uzza, om de ark te "hanteren" zul je op God gericht moeten zijn. De HERE is bepaald niet duister en grillig. Hij is wťl heilig en laat echt niet met Zich sollen.

6 september: 2 SamuŽl 7
Prachtig is die toewijding van David aan de HERE. Hij wil uit eerbied, liefde en dankbaarheid een tempel bouwen voor zijn God. Wellicht liet David zich daarbij ook nog leiden door bepaalde uitspraken van Mozes over de dienst van God in het beloofde land. Geen wonder dat de profeet Natan enthousiast zegt: "Koning, doe wat uw hart u ingeeft!"
Maar Natan moet terug naar de koning. God wijst het idee van David af. De HERE zal voor David een huis bouwen! God maakt duidelijk dat Hij uiteindelijk helemaal geen tempel nodig heeft. En Hij is ook niet afhankelijk van de inzet van David.
Ook wij willen nogal eens iets voor God doen. Vaak moeten ook wij leren om alleen maar te ontvangen. Dan komt er de juiste ruimte om ons steentje bij te dragen en wat mee te werken!

7 september: 2 SamuŽl 8-9
David was een briljant strateeg maar ook een keihard militair. Meedogenloos voor het volk dat het waagde zich tegen hem te verzetten. Voor ons zijn het schokkende berichten. En dan lees je ook nog dat God achter David stond. Het is en blijft moeilijk. Toch dienen we wel te bedenken dat David in een compleet andere tijd en situatie leefde dan wij. Zijn optreden was in vergelijking met andere oud-oosterse vorsten echt niet buitensporig. David is gestempeld door de cultuur van zijn tijd. En het is zeer de vraag of hij in staat was geweest op een andere wijze zijn doelen te bereiken. Wat hem vooral kenmerkte was recht en gerechtigheid, in buitenlandse en binnenlandse aangelegenheden. Zo zien we ook dat David zijn beloften aan Jonathan houdt, ondanks zijn persoonlijke moeite met het gehandicapte leven (2 SamuŽl 5: 8).

8 september: Psalm 62
We kennen niet precies de situatie waarin David deze psalm dichtte. De verzen 4 en 5 maken duidelijk dat hij een leger op zich ziet afkomen, men is uit op zijn ondergang. Hij heeft te maken met leugen en laster, met bitter onrecht en direct levensgevaar. In die situaties klampt David zich vast aan zijn God. God is voor hem een veilige burcht, waarin je kunt schuilen. Zijn redding en heil verwacht hij van Hem. God zal waken over zijn eer en goede naam. Zo worden ook wij opgeroepen om ons hart uit te storten bij de HERE en dan stil te zijn. Stil "tot" God, helemaal gericht op Hťm! In het vertrouwen dat de Almachtige alle dingen in Zijn handen neemt en in dit leven of daarna alles vergelden zal. Hij waakt over het recht. Aan Hem mag je het overlaten. Eerlijk duurt echt het langst, want God is er ook nog!

9 september: 2 SamuŽl 10
Dit hoofdstuk laat de menselijke kracht van David zien. Hij onderhoudt vriendschappelijke relaties met andere vorsten. Een troonopvolging was in die tijd een spannend gebeuren. Dan komen er allerlei ondergrondse en bovengrondse krachten los. David zorgt dat hij Chanun zijn deelneming betoond vanwege het sterven van diens vader. Er is echter een beweging onder de Ammorieten, die niets voor die vriendschappelijke relatie voelt. Er ontstaat een conflict, waarbij Chanun zich wapent door zich te verzekeren van uitgebreide militaire steun van de ArameŽrs. Zo ontstaat er een gevaarlijke coalitie. Dan grijpt David meteen en radicaal in. De generaals Joab en AbisaÔ gaan de strijd in met een stuk overgave aan IsraŽl's God: "De HERE doe wat goed is in zijn ogen". Biddend en strijdend wordt de overwinning behaald.

10 september: 2 SamuŽl 11
Wat is de Bijbel ontnuchterend eerlijk! Want hier gaat die vrome held wel vreselijk onderuit. Overspel, intriges en leugens om te proberen alles te verbergen, een "perfecte" moord en een overdosis schijnheiligheid. Wat steekt de eenvoudige trouw en toewijding van die niet-joodse beroepsmilitair daar schril tegen af. Uria is met het belang van het land bezig. David is aan het feesten. Vers 1 kon wel eens meer zeggen dan op het eerste gezicht lijkt. David krijgt trekken van collega-despoten. Dit hoofdstuk stelt ons de vraag: waar houd jij je mee bezig? Zijn wij bezig met het Koninkrijk van God? Of draait alles om de "leuke" dingen van het leven?

11 september: 2 SamuŽl 12
David doet echt zijn best om overal in zijn land recht en gerechtigheid te bevorderen. Dat betekent dat hij zich ook nu oprecht druk maakt om die arme man in dat beeldverhaal van Natan. Ondertussen heeft hij zelf op een vreselijke manier het recht verbogen. Door zijn overspel had David de doodstraf verdiend, maar hij had de onschuldige Uria gedood. Zo vreselijk dubbel kan een mens in elkaar zitten. David is daarin bepaald niet de enige. Herkent u het bij uzelf? We zeggen zo gemakkelijk "dat had ik van hťm nooit verwacht!" De Bijbel leert ons om alleen iets goeds te verwachten van de heilige Geest. Laten we leven uit Hem!

12 september: Psalm 63
Iedereen heeft wel eens dorst. Maar een vluchteling in het woeste en droge gebied ten westen van de Dode Zee doorstaat ontberingen, waar de meesten van ons geen idee van hebben. Weet u wat mij opvalt? Dat het in deze psalm eigenlijk niet eens zozeer gaat om deze "dorst", maar om het "water"! David zingt van het verzadigd worden in de ontmoeting met God. Woorden schieten te kort om aan te duiden wat je dan proeven en ervaren mag! Een dorstig mens die zich laaft aan heerlijk fris en koel water. Een hongerig mens aan een feestmaal met de meest fijne delicatessen. Een vluchteling die geborgenheid vindt. Die ervaart veilig te zijn bij een geweldige Beschermer. Een zondaar die genadig vergeving ontvangt. Dat raakt je ziel en je zinnen. Al moge duidelijk zijn dat onze redding niet van de ervaring van de redding afhangt!

13 september: 2 SamuŽl 13:1-22
Het komt in de "beste" families voor: incest. Je wilt het niet weten en je houdt het stil, maar het is verwoestend aanwezig. Absalom zegt tegen zijn zus: "trek het je niet te zeer aan". Maar ondertussen woekert bij hem zelf het vuur van de haat tegen Amnon. Het stempelt ook z'n houding ten opzichte van zijn vader, die wel boos is maar "niks" doet. Het kostbare geschenk van de seksualiteit is door de zondeval een groot gevaar geworden. Wie seksuele gevoelens niet laat kanaliseren door Gods heilzame regels en dus ook door het belang van die ander, die richt veel meer verwoesting aan, dan hij/zij zelf in de gaten heeft of wil hebbenÖÖ

14 september: 2 SamuŽl 13:23-39
Uit berekening had Absalom zich altijd "normaal" gedragen tegenover Amnon. Berekenend rekent hij ook met hem af. Opvallend is de rol van Jonadab, de zoon van Sima, de bedenker van de list waarmee Amnon zijn zus kon grijpen. Uit het gedrag van Absalom had hij afgelezen dat zoiets gebeuren zou. Het verdriet in de koninklijke familie is groot. Er zal vooral veel door David heen zijn gegaan. Want het heeft ook alles met zijn eigen zonde te maken. Het oordeel dat Natan namens God heeft uitgesproken (2 SamuŽl 12: 10-14) voltrekt zich. Niemand zondigt goedkoop. God neemt het hoog op. Vergeving zet geen streep door het recht en maakt straf niet overbodigÖ..

15 september: 2 SamuŽl 14:1-24
Joab ziet zijn neef en vriend de koning lijden vanwege die lege plaats van Absalom. David weet niet goed wat hij er mee aan moet. Amnon had meer straf verdiend dan hij hem gegeven had. Maar Absalom heeft het recht in zijn eigen handen genomen en zijn broer gedood. Dat roept om bloedwraak. Ook heeft hij het gezag van zijn vader ondermijnd. David zit in de knoop maar de liefde tot Absalom is daarbij het meest venijnig. De nuchtere Joab, die zelf net zo gehandeld zou hebben als Absalom, ziet geen enkele reden om zo moeilijk te doen. Maar om David te overtuigen heb je meer nodig. Opnieuw wordt David getrakteerd op een voorbeeld-verhaal. David herkent zich erin en beluistert die roep tot genade en vergeving. Maar hij herkent ook de echo van Joab's stem. Toch roept hij Absalom naar Jeruzalem terug.

16 september: 2 SamuŽl 14:25-15:12
Veelzeggend is de naam die Absalom kiest voor zijn dochter. De strijdbijl is nog niet begraven. Zijn vader had Amnon moeten straffen, maar door de dingen op z'n beloop te laten trof hij Tamar ťn Absalom. Dat gaat zelfs door als hij terug is in Jeruzalem. Absalom neemt het niet en provocerend dwingt hij Joab ťn David tot handelen. Voor Absalom heeft het gezag van zijn vader afgedaan. Hij voelt dat hij de ruimte heeft zijn eigen positie op te vijzelen ten koste van die van zijn vader. Handig speelt hij erop in. Hij heeft alles mee. Zijn verschijning en charme, maar ook zijn moed en inzicht. Absalom is met recht een zoon van zijn vader. Op ťťn ding na. David erkende Gods gezag en kwam niet in opstand tegen de gezalfde des HerenÖ..

17 september: 2 SamuŽl 15:13-37
Opnieuw is David een vluchteling. In dit gedeelte herken je hem weer als de man naar Gods hart. In vers 26 lees je hoe David het recht op de troon in handen geeft van de Here. David erkent zijn zonden tegenover God en zijn falen als gelovige, vader en koning. Als hij wenend en barrevoets Jeruzalem verlaat dan is dat geen paniekreactie of radeloosheid. Het is een belijdenis van schuld ťn geloof. David verlaat de stad die zo goed te verdedigen is om mensenlevens te sparen. David adviseert een Filistijns vreemdelingenlegioen om de kant van de nieuwe koning te kiezen, daar ligt een betere toekomst. De ark en de priesters moeten in Jeruzalem blijven. Indrukwekkend! In de meeste conflicten zoeken mensen juist krampachtig steun. David steunt op God. Hij bidt ťn handelt. Hij vlucht ťn organiseert het verzetÖ..

18 september: 2 SamuŽl 16
David ontvangt hulp van Siba. Een geweldig geschenk. Alleen er zit een addertje onder het gras. David doorziet niet dat het gedrag van Siba leugenachtig eigen belang is (zie 19: 24-30) ten koste van Mefiboset. Het vervolg plaatst deze vergissing van David in het juiste perspectief. Nog steeds zijn er lieden die het niet kunnen uitstaan dat David koning is geworden ten koste van het huis van Saul. David geeft ook de vervloekingen van Simi in Gods hand. In Jeruzalem neemt Absalom op grove wijze de plaats van zijn vader in. In het raam van die tijd bij revoluties niet ongebruikelijk, maar lijnrecht in strijd met Gods Woord. Naast de scherpzinnige maar goddeloze Achitofel weet Chusai echter zijn plaats te krijgen.

19 september: 2 SamuŽl 17
Achitofel weet wat hem te doen staat. De revolutie is bijna compleet. Er is maar ťťn gevaar: de oude koning zelf. Zo lang David in leven is, zal er dreiging blijven. Achitofel wil gebruik maken van de verwarring van het moment. Voordat David zich kan organiseren moet hij toeslaan. Aanvankelijk is ieder dan ook enthousiast over zijn plannen. Maar op listige wijze weet Chusai deze plannen te doorkruisen. Hij zaait angst voor David en diens mannen. De overwinningsroes maakt plaats voor bedachtzaamheid. Men kent David. En het is waar dat diegenen die met David mee zijn getrokken voor het grootste deel geharde beroepsmilitairen zijn. De keurtroepen van IsraŽl. Het is inderdaad niet te verwachten dat David zich zomaar gewonnen geeft. Angst is een slechte raadgever. Voor Achitofel staat de ondergang nu vastÖ.

L.C. Buijs, CGK Groningen

20 september: 2 SamuŽl 18:1-19:1ļ
Joab speelt hier een dubieuze rol. Hij is een vertrouweling van David, maar negeert toch Davids hartekreet om zijn zoon Absalom 'met zachtheid te behandelen' (vers 5) en laat Absalom doden (om de schuld af te kunnen wentelen?). Aan de andere kant kun je je ook afvragen, of David zich er wel voldoende van bewust was dat Absalom een gevaar betekende voor Gods plannen met IsraŽl en Davids koningshuis. In ieder geval: Absaloms hoogmoed komt voor de val (NB vers 18!). Verzet tegen God en zijn gezalfde koning is gedoemd om te mislukken (vgl. Ps. 2). En God had beschikt dat Hij Absalom te gronde wilde richten (2Sam. 17:14).

21 september: 2 SamuŽl 19:2-24ļ
Natuurlijk leef je mee met deze vader, huilend om het verlies van zijn zoon, die wegdreef, onbereikbaar werd en zich tegen zijn eigen vader keerde. Je blŪjft toch van die jongen houden! Joab trekt David uit zijn verlies, waarin hij zich dreigde te verliezen. David heeft - zoals ook blijken mag uit vers 22 (GNB: vers 23) - in zijn leven genoeg te stellen gehad met de zonen van Seruja (AbisaÔ en Joab waren broers). David is een stuk verzoenlijker dan AbisaÔ is. Eens komt het moment waarop je zeggen moet: en nu houden we op met elkaar het licht in de ogen niet meer te gunnen!

22 september: 2 SamuŽl 19:25-44ļ
Vreemde geschiedenis, die van Mefiboset en zijn knecht Siba. Wie spreekt de waarheid (vgl. 2Sam. 16:3)? Tijd voor een onderzoek is er niet. Vertrouwt Davids Mefibosets verhaal toch niet helemaal? Het land van Mefiboset dat hij eerst in z'n geheel aan Siba had gegeven, moet nu tussen de twee gedeeld worden. Een Salomo's oordeel avant la lettre. Verder: in nood leer je je vrienden kennen. Neem nu Barzillai, de Gileadiet. Tenslotte: flinterdun is de eenheid in het IsraŽl onder David. Is die er wel ooit geweest en zal die er wel ooit komen? Hoe weinig is ervoor nodig om broeders van hetzelfde volk tegen elkaar op te zetten! Daarin is nog maar weinig veranderd...

23 september: Psalm 64
De bedoeling van het opschrift 'van David' is niet om net zo lang in Davids leven te zoeken, totdat er een geschiedenis is gevonden die geschikt genoeg is om dienst te doen als achtergrond van de psalm. Maar toch. 'Behoed mijn leven voor de vijand' en 'plotseling treft God hen met een pijl'. Het gaat bij de 'bedrijvers van ongerechtigheid' om reŽle mensen, vol verzet en haat tegen God. Mensen dus als Absalom en Seba (2Sam. 20). David heeft in ieder geval ook de werkelijkheid van vers 11 ondervonden: 'De rechtvaardige zal zich in de HERE verheugen en bij Hem schuilen'.

24 september: 2 SamuŽl 20
2 SamuŽl 20 beschrijft de strijd tussen broeders van hetzelfde huis. Er is weinig voor nodig om 'noord' en 'zuid' tegenover elkaar te laten staan. Helaas is dit beeld vaak herhaald in de kerkgeschiedenis: de ene interne strijd is nog maar net over of de volgende dient zich alweer aan. Tegelijk woedt er een andere strijd. Er is iets kapot gegaan tussen David en Joab sinds de dood van Absalom. David passeert Joab als legeraanvoerder ten gunste van Amasa. Vandaar de laffe moord op Amasa, waar Joab zijn straf niet voor zal ontlopen. Joabs bedwinging van de opstand van Seba heeft wťl als resultaat dat hij als legeraanvoerder in het zadel blijft (vers 23).

25 september: 2 SamuŽl 21
Staat u er wel eens bij stil, dat onopgeloste schuld uit het verleden (letterlijk) door blijft zieken in het heden? Saul had Jozua's belofte aan de Gibeonieten gebroken in zijn - onterechte - ijveren voor de IsraŽlieten. En dan nu, zoveel jaren later, hongersnood. De schuld wordt teniet gedaan. Er is de afschrikwekkende executie van zonen en kleinzonen van Saul. God bezoekt de ongerechtigheid van de vaderen aan de kinderen. Er is ook iets van een zorgvuldige afsluiting van Sauls geschiedenis. De lichamen en beenderen van Saul zelf, zijn zoons en kleinkinderen worden in het familiegraf bijgezet. Nu kan het boek 'Saul' echt dicht!

26 september: 2 SamuŽl 22:1-30
Het danklied van David in 2 SamuŽl 22:1-30 is nagenoeg gelijk aan Psalm 18. Er zijn wel degelijk ook verschillen, die misschien ermee te maken hebben dat Psalm 18 voor liturgisch gebruik klaar moest worden gemaakt. De overeenkomst maakt in ieder geval duidelijk, dat de psalmen van het Oude Testament geen liederen waren die boven de werkelijkheid zweefden, maar liederen uit het leven gegrepen. David bezingt op indrukwekkende manier de macht van God die in alles blijkt, en die in Davids leven vooral naar voren is gekomen in de steun die hij van God ontving. Met mijn God spring ik over een muur!

27 september: 2 SamuŽl 22:31-23:7
Aan de ene kant is het natuurlijk jammer om dat prachtige lied van 2 SamuŽl 22 zomaar in tweeŽn te knippen. Aan de andere kant lezen we het nu samen met 2 SamuŽl 23:1-7. En dan ontvouwt zich een boeiend panorama: Davids levenslied (2 SamuŽl 22) en zijn stervenslied (2 SamuŽl 23:1-7). In zijn levenslied kijkt hij terug in zijn leven en brengt God zijn dank. In zijn stervenslied kijkt hij ver vooruit (als een profeet, vgl. 2 Sam. 23:1-2) naar de toekomst van zijn koningshuis, IsraŽl en de hele wereld. Want voorvader David ziet hier de contouren van zijn latere afstammeling Jezus die echt en helemaal is 'een heerser in de vreze Gods'.

28 september: 2 SamuŽl 23:8-39
Een overzicht van Davids helden, mannen die hem 'krachtig terzijde hadden gestaan bij de verwerving van zijn koningschap' (1Kron. 11:10). God stond aan Davids kant, maar ook deze mannen. De Gezalfde heeft de steun nodig van God ťn van mensen. Vertrouwelingen die voor hem door het vuur gaan. Neem bv. AbisaÔ en twee anderen die dwars door vijandelijke linies heenbreken om water te halen voor David. Nog steeds heeft de Messias vertrouwelingen nodig die Hem terzijde staan en voor Hem door het vuur gaan. Om een held te zijn, hoef je niet pas eigenhandig een leeuw te doden. Een trouw en herkenbaar volgeling van Jezus zijn is genoeg.

29 september: 2 SamuŽl 24
David de held valt van zijn voetstuk. Toch nog. Alweer. Hij is niet de Messias op Wie het wachten is. Rust en welvaart hebben zo hun eigen risico's. Omringd door vijanden wist David zich van God afhankelijk. Nu er rust is, slaat de overmoed toe. Toch is het einde van de boeken SamuŽl echt evangelie. God laat zijn oordeel voelen, maar laat zich ook verbidden. Op die plek mag David vredeoffers brengen. Dan zie je de contouren van Golgota, dť plek van oordeel en barmhartigheid ineen. Op die plek ook zal Salomo de tempel bouwen. Zet daar dan eens het begin van de boeken SamuŽl naast: de armzaligheid van het heiligdom in Silo. We komen echt verder!

30 september: Psalm 65
Er můet wel nagedacht zijn over dit bijbelrooster... Op de dorsvloer van Arauna had David zo deze Psalm 65 kunnen gebruiken in zijn liturgie. 'U komt stilheid toe, een lofzang, U, o Hoorder van het gebed'. God verzoent mijn overtredingen! Als je deze psalm zo leest, wat is het dan ontzettend jammer dat er van het heil dat God geeft zo vaak een puur geestelijk gebeuren wordt gemaakt. Want heil is zo breed als het leven. In ťťn adem gaat het over: 'uw sporen druipen van vet en de dalen tooien zich met koren'. Bedenk maar bij de boterham die je eet en het glas wijn dat je drinkt: dit komt van die God die mijn overtredingen verzoent en mijn gebed hoort!

J.M. Oldenhuis, Sauwerd