Het Groninger Bijbelleesrooster voor vier jaar, jaar-2, oktober
Zie voor nadere informatie de inleiding op dit rooster, te bereiken via deze link

1 oktober: 1 Koningen 1:1-31
Het is een ietwat ontluisterend beeld dat hier van David geboden wordt. De oude koning kan alleen nog maar warm worden door de warmte van het jonge lichaam van Abisag. Dat is ook alles wat hem bezig houdt. Leiding geven is er niet meer bij. En zo ontstaat een hele gevaarlijke situatie. Het is duidelijk dat het overzicht en de helderheid David in de steek laten. Een mens moet leren om op tijd in te zien, dat hij/zij een stapje terug moet doen en anderen het roer moet laten overnemen. David doet dat niet. Adonia maakt handig gebruik van het machtsvacuüm en weet ook Joab en Abjatar in te palmen.

2 oktober: 1 Koningen 1:32-53
Het had echt maar weinig gescheeld of Adonia was koning geworden. De man was slim en geslepen net als zijn broer Absalom en pakte zijn coup handig aan. Met Joab en Abjatar aan zijn zijde bijvoorbeeld had hij invloedrijke medestanders gehad. Maar zo worden Gods plannen met Israël en met Davids koningshuis doorkruist. Nog één keer toont de koning daadkracht, daartoe in staat gesteld door God. Salomo moet en zal koning worden! Het gebeurt ook. De groep rond Adonia spat uiteen. Salomo's eerste regeringsdaad is het leven sparen van zijn broer.

3 oktober: 1 Koningen 2:1-27
David laat zijn testament na. Voor alles aan komt de gehoorzaamheid aan God. Wandel met God! Meer heeft Salomo niet nodig om zegen en bevestiging te verwachten. Dat is nog zo, echt waar! Vervolgens draagt David Salomo op een aantal openstaande rekeningen te vereffenen ten opzichte van Joab (de moord op Abner en Amasa), Barzillai's zonen (vgl. 2 Sam. 17:27-29) en Simi (vgl. 2 Sam. 16:5-13 en 19:16-23). Adonia weet niet van opgeven. Batseba vindt zijn verzoek kennelijk nog niet zo onredelijk, maar Salomo doorziet hem. Adonia doet weer een slinkse poging om de troon te bemachtigen. En dat betekent zijn dood.

4 oktober: 1 Koningen 2:28-46
Salomo voert de opdrachten die David gaf uit. En hij doet dat consequent en zuiver. Dat lijkt misschien niet zo in onze ogen. Er worden immers twee mannen van het leven beroofd. Maar het asielrecht van het altaar gold niet voor moordenaars (Ex. 21:14). Salomo betoont zich dus de uitvoerder en verdediger van Gods recht en wet door Joab bij het altaar te laten doden. En wat deed Simi anders dan de grenzen van het 'uitgaansverbod' opzoeken en bewust overschrijden? Hij heeft er vast niet op gerekend dat Salomo zichzelf, zijn eed aan God en dus daarmee meteen zijn trouw aan God zo serieus zou nemen.

5 oktober: 1 Koningen 3
De dochter van de farao als vrouw en offeren op de hoogtes; kan dat goed komen? Maar toch is de balans positief: Salomo toonde zijn liefde voor de Heer (vers 3). En wie zou niet hebben gezwicht voor de verleiding om van God een lang leven te vragen, of rijkdom of meer van dat korte-termijn-geluk? Salomo vraagt om wijsheid, om 'een opmerkzaam hart'. Hier zie je toch ook iets van 'zoek eerst Gods koninkrijk en zijn gerechtigheid en de rest zal u bovendien geschonken worden'. God geeft wat Salomo vraagt en veel meer dan dat. Als bewijs van zijn gave om recht te kunnen spreken geldt het beroemde verhaal in vers 16-28.

J.M. Oldenhuis, Sauwerd

6 oktober: 1 Koningen 4:1-5:14º
Salomo's regeringsperiode was Israëls gouden eeuw. De welvaart overtreft die van de wereld. Waar zit het verschil in? In Salomo's rijk stond de wijsheid centraal. Dat is de wijsheid die begint bij respect, eerbied voor de HERE. Welvaart met wijsheid is een zegen. Welvaart zonder wijsheid is….??

7 oktober: 1 Koningen 5:15-6:13º
Het gouden rijk van Salomo had een 'hart': de relatie met de HERE. Daarom was Salomo er alles aan gelegen om de wens van zijn vader (Ps.132) te verwezenlijken: een huis voor de HERE. Alles lag klaar, ter plekke werd het in eerbiedige stilte opgebouwd. Zo hebben ze eerbiedig de tempel gebouwd : God dienen was het 'hart' van het gouden rijk.

8 oktober: 1 Koningen 6:14-7:12
Gods kamer in Zijn nieuwe huis wordt de achterzaal. Daar staat zijn troon. Zijn troondienaren zijn de cherubs. Salomo maakt er grote gouden gestalten van die Gods troon - de ark -overvleugelen. Op de ark zelf zijn kleine figuren van cherubs gemaakt die zich buigen over het verzoendeksel..…door het bloed komt alles goed. Lees en bespreek in dit verband het slot van 1 Petrus 1 vers 12 eens.

9 oktober: Psalm 66:1-12
Gods volk was apart gezet in Abraham. Maar de bedoeling was om heel de aarde tot zegen te zijn (Genesis 12 vers 3). In deze psalm komt dat besef mooi naar voren: God deed grote dingen aan Zijn volk om de wereld tot zegen te zijn. De hele wereld wordt opgeroepen die bedoeling van God te erkennen. Hoe doen we dat in onze tijd?

10 oktober: Psalm 66:13-20
Wie God voor je is en wat Hij voor je betekent, is niet iets om voor jezelf te houden. De persoonlijke ervaring van Gods grote daden maakt ons getuigenis doorleefd: de HERE hoort als ik oprecht tot Hem bid. Dat mag iedereen weten - kom en geef je hart een Thuis. Hoe kun je dat een ander vertellen?

11 oktober: 1 Koningen 7:13-51
Twee pilaren staan voor de ingang van het huis van God. Het zijn geen pilaren in de tempel om het dak te dragen (denk aan Simsons einde), ze staan los… Ze wilden je aan het nadenken zetten voor je de tempel inging. Hun boodschap was: 'niet wij dragen de tempel, maar God Zelf draagt Zijn huis'. "Jachin" betekent: 'de Here maakt stevig'. En "Boaz" betekent: 'in Hem is sterkte'. Verwacht het niet van dit huis, denk aan God…

12 oktober: 1 Koningen 8:1-21
Op de dag van de inwijding van Zijn huis komt God Zelf. Salomo is zielsblij, juist ook omdat de HERE in een wolk komt. God is heilig. Een klein mens gaat daaraan kapot. Een zondig mens wordt erdoor verbrand....als niet de HERE Zelf in Zijn genade het vuur inhoudt. En nu komt Hij in genade, want dit huis is de plek van verzoening tussen God en mens…uw altaren, o HERE der heerscharen. Zing maar eens het begin van psalm 84.

13 oktober: 1 Koningen 8:22-43
God neemt Zijn intrek in dit huis, maar zou God Zich in Zijn huis opsluiten? God is veel groter dan dit tempeltje. Vanuit dat besef vraagt Salomo eerbiedig of God uit de hoge hemel - dat is Zijn woning - wil luisteren naar Zijn volk. God komt als een Vader dichtbij, maar blijft in de hoge hemel. Zo eerbiedig leerde de HERE Jezus ons ook God aan te spreken als Vader in de hemel. Wat betekent die grootheid van God voor uw gebed?

14 oktober: 1 Koningen 8:44-66
Na het gebed tot de HERE draait Salomo zich om naar het volk…om publiek God groot te maken. God heeft immers waar gemaakt wat Hij beloofd heeft. Zijn trouw staat vast als een eeuwig huis. En Salomo spreekt de wens uit dat God ook het hart van hem en Zijn volk trouw wil maken. Het doorleven van Gods trouw maakt ons verlangend Hem trouw te dienen…. dat gebeurt als we dat ook aan Hem vragen. Hoe kunnen we daarvoor bidden?

15 oktober: 1 Koningen 9
God wil wonen tussen Zijn volk als ze Hem trouw zijn, anders…. vertrekt de HERE uit de tempel. De profeet Ezechiël ziet de heerlijkheid van God uit de tempel verdwijnen (11:22-23). Als de tempel leeg is, kan het vuur erin...dat was het dieptepunt van het Oude Testament. Gelukkig komt het Nieuwe Testament vertellen dat God terugkwam - Hij is na het volkomen offer van Golgota zelfs komen wonen in mensen. Zij worden Zijn tempel... door Gods Geest.

16 oktober: 1 Koningen 10
De koningin in het land van de wijsheid hoorde dat in Jeruzalem een koning abnormaal wijs was. Ze kwam om - zoals de Here Jezus later in Lucas 11 zegt - "de wijsheid van Salomo" te horen. Met haar wijsheid testte ze Salomo. De schatkamer van de wijsheid van de wereld was opengegaan, maar de wijsheid van God bleek meer. Van God uit krijg je pas een goede kijk op het leven. Van God uit doorgrond je de diepten van het leven. Bij God word je echt...wijs.

17 oktober: 1 Koningen 11:1-22
De bijbel spreekt over een speciaal verbond van God met David: het koningsverbond. Hij beloofde trouw en vroeg dat ook van Davids huis. Salomo was niet trouw, omdat zijn hart niet bij de HERE bleef. Het probleem is niet dat hij zoveel vrouwen had. Dat was in die tijd een teken van zijn macht. Maar het probleem is dat hij zijn hart laat wegstelen van de HERE. En als de wijsheid verdwijnt, verbleekt de goudglans. Dan komt Gods oordeel.

18 oktober: 1 Koningen 11:23-43
God voltrekt dit oordeel door middel van de groeiende ontevredenheid onder het volk over Salomo. Het oordeel is dat Salomo de troon kwijt raakt. Maar in het oordeel is God genadig om David en trouw aan Zijn belofte: God zal de zoon slaan, maar de troon laten staan. God blijft trouw aan het koningsverbond…..Eeuwen later is het onverwacht te zien : het rijsje uit de tronk, nieuw leven in de dood (Jesaja 11:1): Jezus Christus.

19 oktober: Psalm 67
We gaan naar de kerk om Gods zegen te ervaren. De psalm vraagt om die zegen namens God als de handen van de priester of voorganger omhoog gaan…Waarom willen wij graag gezegend zijn? God zegent ons niet om ons egoïsme te voeden, maar om ons tot een zegen voor anderen te maken. Gezegend om tot een zegen te zijn…. wat gaat u voor anderen betekenen met wat u in de kerk kreeg?

H. Drost, Haren

20 oktober: Spreuken 1
Nu beginnen we met Spreuken, misschien wel het geestigste boek van de bijbel, in ieder geval woorden van wijsheid, de praktische wijsheid die ieder mens nodig heeft om het leven door te komen met zijn verrassingen, zijn tegenstellingen, zijn onvolmaaktheden, zijn teleurstellingen, zijn rampen en vreugden. Er is niets wat het oog van de wijze ontgaat. Hij noteert, legt vast, scherpzinnig, geestig, sprankelend, en soms schrijnend. De ene keer in een spreekwoord, de andere keer in en scherpe constatering, harde waarheden worden gezegd, spitse gezegden worden bedacht, het is kunst die klatert en klinkt. Het hele leven rolt voorbij. Vader en moeder moeten hun kinderen wegwijs maken, daar begint het voor ieder mensenkind mee. De leraars der wijsheid nemen die taak over en ze spreken hun leerlingen aan als zonen. O, het leven biedt zo veel. En daarboven staat God, die alles overziet en die mensen de weg wil wijzen. De opperste wijsheid is tenslotte altijd georiënteerd aan Hem, die zelf de Opperste Wijsheid is. De woorden der wijzen zijn puntig en scherp, pakkende gezegdes om de ogen van de onervarenen te openen voor de echte werkelijkheid, opdat ze niet in alle sloten tegelijk lopen. Want o wee, wat lopen er een hoop onnozelen rond! Luister dus, laat de woorden in uw hart dalen, al de dagen die komen; kies er telkens maar een voor u zelf uit, want de veelheid maakt duizelig. Het doel van dit bijbelrooster (in vier jaar de hele bijbel door) brengt mee, dat hele hoofdstukken moeten worden gelezen. Ik vind het te veel. En meer dan tien regels commentaar bij elke portie mogen we eigenlijk niet schrijven. Ik kan dat niet. Dus, goede lezers, wees verstandig: Lees de zinnen, proef ze, kies er een paar uit en laat die binnenglijden in de diepten van het eigen hart, bewaar ze daar en mediteer er nog eens over gedurende de dag die voorbijgaat. En laat die woorden dan vast zitten in uw geest als spijkers in het hout! En bedenk: al deze woorden zijn scherp als een herdersstaf! (Prediker 12: 11). Daarmee zijn ze schitterend getypeerd: ze zijn bedoeld om de schapen te leiden op de rechte wegen naar de plaatsen van gras en water om te kunnen overleven in de woestijn. En: ze zijn ons door God gegeven, die onze enige herder is ( Prediker 12: 11 slot).
Lees en luister, lees met je oren. Alle wijsheid, alle praktische levenskennis komt voort uit ontzag voor de HERE,. En dus: wie geen ontzag heeft voor de HERE, de God die alles geschapen heeft en die zijn wetten gegeven heeft, die minacht ook de wijsheid die van God komt en die komt zeker met open ogen in de eerste de beste sloot terecht.

21 oktober: Spreuken 2
Mijn zoon, luister naar mij …. .(vs.1)
Mijn zoon, luister naar mij ….. (vs.9)
Mijn zoon, luister naar mij ……(vs.16)
De wijsheid beschermt. Doe er toch alles voor om die te verwerven. Dan ben je gewapend tegen de on-zin der mensen, tegen de krachten van de dood, die je tegenkomt waar maar leven is en mensen zijn. Zelfs tegen dat wat als sterkste verleiding op elk mens afkomt. Dat wat God geschapen heeft als poort naar het leven, wordt gebruikt als poort naar de dood. En geen mens van vlees en bloed is immuun voor de roep van zijn eigen vlees en bloed. God heeft het zo niet bedoeld! Laat ieder die dit leest dat bedenken.

22 oktober: Spreuken 3:1-17
Welke van deze woorden hebt u gekozen? Zeg het eens tegen elkaar. Of zeg het tegen je zelf, als u de bijbel (altijd) in uw eentje moet lezen. En waarom trof u dat woord. En wat gaat u er mee doen?
O, waren we maar allemaal wijs!

23 oktober: Spreuken 3:18- 35
Ik kies één zin: de HERE heeft een afkeer van wie zich aan hem niet storen, maar met wie naar hem luisteren gaat Hij vertrouwelijk om. Wat zou er een boel minder godsverduistering zijn, als we begonnen met te luisteren naar God. Hij zegt niets, zeggen zovelen. Hier spreekt Hij. Laten we luisteren.

24 oktober: Spreuken 4
Ik heb er helemaal niets aan toe te voegen. Mijn woorden zouden de kracht van deze woorden verzwakken. Bewaak je hart boven alles wat te bewaken valt, daar ligt de bron van het leven.

25 oktober: Spreuken 5
Scherp en ontdekkend is de beeldspraak. Ze staat helemaal uitgetekend voor je: Vrouwe Dwaasheid, de Verleiding. En hoe vaak laten we ons toch door haar bij de hand nemen. Ze licht ons een beentje. En het eind is de dood. Als en mens niets meer wil weten van wat men hem leerde, verdwaalt hij in zijn eigen dwaasheid, dan wacht hem de dood. De doodsteek voor alle eigen-wijsheid die begint met: maar ik denk… of ik voel…. Of ik weet…. en zonder te luisteren naar de wijsheid daar ook weer uitkomt: ik denk toch…., en ik weet toch….en ik voel toch, wat ik voel.

26 oktober: Spreuken 6:1-19
Prachtig is zoals de luiaard hier verwezen wordt naar de mieren, vers 6-11.

27 oktober: Spreuken 6:20-35
Je kunt geen vuur in je zak steken, zonder je kleren te verbranden. Asjeblieft. Snediger kan het haast niet worden gezegd. Diefstal om in leven te blijven is echt wat anders dan je leven te verspelen aan de omgang met de vrouw van een ander. Dat zouden alle mensen en alle christenen zich eens voor gezegd moeten houden! En bedenk het eens even: Het is ons allemaal al gezegd in deze spreuk. Een woord van God! Wereldwijd verspreid en eeuwen geleden vastgelegd!

28 oktober: Spreuken 7
Schitterend getekend, met de spitse pen van de etser in het metaal gegrift. Onuitwisbaar. Daar staat ze, die vrouw. Helemaal. "Ik stond aan het venster en ik keek nar buiten…. " en toen ontrolde zich dat hele tafereel. Je hoort het diepe geluid uit haar keel, de zachte stem, het kirrende lachje en je proeft de zwoele sfeer. En daar gaat ie dan: als een os naar de slachter, sjokkend op weg naar wat ie niet weet. En tegelijk als een vogel die in het net vliegt: nu nog hoog in de lucht, maar straks vleugellam. Als het niet zo triest was, zou je er om moeten lachen. Die sjokkende os ….

29 oktober: Psalm 68:1-19
Vandaag en morgen heel iets anders dan Spreuken: psalm 68. Grootse litteraire stijl. Prachtige beelden. God in zijn grootheid. God die opgestaan is tot de strijd. Daarmee wordt zijn ingrijpen in de geschiedenis getypeerd: Hij is niet werkeloos gebleven. Hij heeft volken op de vlucht gedreven. Hij heeft plaats gemaakt voor zijn volk. Je kunt bij Hem aankloppen! Wees en weduwe, de rechteloze en de eenzame. Het is de God die zijn kracht bewezen heeft in de geschiedenis. De feiten van de geschiedenis blijken het steunpunt te zijn voor het vertrouwen op God. Of het ook zin heeft de geschiedenis te kennen!

30 oktober: Psalm 68:20-36
Het vervolg: nu ook het gebed tot God om door te gaan, zijn werk voort te zetten, de arme te beschermen, de eenzame te vertroosten. Plaats te maken voor de zijnen, ruimte te geven aan allen die op Hem vertrouwen. En respect af te dwingen, wereldwijd. Bidden wij zo? Wanhopen we nooit?

31 oktober: Spreuken 8:1-21
Terug naar Spreuken. De Wijsheid spreekt. Sterk zijn de woorden, krachtig de beelden. Ze nodigen uit door het perspectief dat ze openen. Beter dan er commentaar bij te schrijven, kan ik zeggen: lees ze nog maar eens en laat ze tot u doordringen. En laten we altijd en overal bidden om de wijsheid!

J.T. Oldenhuis, Helpman