Het Groninger Bijbelleesrooster voor vier jaar, jaar-2, november
Zie voor nadere informatie de inleiding op dit rooster, te bereiken via deze link

1 november: Spreuken 8:22-36
De Wijsheid staat aan het begin van alles. Als een eeuwige Persoon spreekt zij. Roept zij. Lokt ieder naar zich. Luister naar mij, je zult gelukkig zijn, als je mij volgt. Wie mij niet zoekt zet zijn leven op het spel, wie mij haat bemint de dood. Laat de echo van deze woorden nooit eindigen in ons leven!

2 november: Spreuken 9
In dit laatste hoofdstuk van het eerste deel van dit boek staan ze tegenover elkaar: de Wijsheid en de Dwaasheid. Elk met de uitnodiging. Ze komen beide aan het woord. Precies zoals het is in het leven. Overal hoor je deze twee stemmen. Het Leven en de Dood. Kies maar. Want ieder moet kiezen. Altijd weer. Zo heeft God de mens geschapen. Niemand ontkomt aan zijn eigen verantwoordelijkheid. Elk staat in het veld van deze botsende krachten. Zolang je adem gaat. Als je wijs bent dien je je eigen geluk. Wie naar de dwaasheid luisteren weten niet, dat ze uitgenodigd worden bij de schimmen…. Ze weten het niet eens zelf. En ze zullen het tenslotte ook niet meer willen weten. Wat een af-gang. O geef ons dat we de ogen open houden en de waarheid zien.

J.T. Oldenhuis, Helpman

3 november: Spreuken 10:1-23
Help! Elke dag meer dan 20 spreuken tegelijk, dat is teveel van het goede. Ja, die spreuken doorlezen, zal nog wel gaan, maar om ze echt tot je door te laten dringen, nee… Daarom kies ik in de komende weken telkens een enkele spreuk eruit om die wat nader aan de tand te voelen. Bovendien geef ik elke dag een kleine bijbelstudieopdracht mee.
Ik kies vandaag vers 4: "een trage hand maakt arm, maar de hand van de vlijtige maakt rijk".
Nogal zwart wit gezegd. Daar houden veel spreuken van: natuurlijk niet om daarmee te beweren dat de werkelijkheid altijd zo duidelijk in elkaar zit, maar om in een complexe situatie te proberen wat helderheid te krijgen. Natuurlijk gaat het niet altijd op. Maar toch ook wel weer vaker dan je denkt: de spreuk bepaalt mensen bij hun eigen verantwoordelijkheid.
Opdrachtje: zie je nog meer van die zwart-wit spreuken in dit gedeelte staan, waarvan je denkt: was het maar zo eenvoudig?

4 november: Spreuken 10:24-11:14
Vers 27: "Wie ontzag heeft voor de Heer, zal lang leven; maar wie dat niet heeft, sterft vroegtijdig."
Leuk om te horen als je vader jong is overleden…
Maar weer: natuurlijk bedoelt deze spreuk niet om iedereen die beneden de 60 sterft, gebrek aan ontzag voor de Here in de schoenen te schuiven. Maar heel puntig brengt hij onder woorden dat ontzag voor de Here echt van levensbelang is. Je denkt vaak buiten Hem om beter uit te zijn, maar vergis je niet. Je kunt Hem ineens tegenkomen.
Opdrachtje: Meestal staan de spreuken lukraak door elkaar heen, als gekleurde kralen aan een ketting. Maar in hoofdstuk 11 zie je een hele serie spreuken over gerechtigheid of rechtvaardigheid. Hoeveel tel je er en wat versta jij onder rechtvaardigheid?

5 november: Spreuken 11:15-12:7
Bij Spreuken als 11:25 (en andere spreuken die in de praktijk gewoon lang niet altijd kloppen) heb je de neiging om meteen maar aan de vergelding bij het laatste oordeel te denken. Maar 11:31 bepaalt ons erbij dat je dit niet te snel moet doen. Spreuken zijn allereerst gewoon voor dit leven bedoeld. Ze houden de spanning erin.
Opdrachtje: Dankdag vandaag: Zet de spreuken in dit hoofdstuk op een rij die te maken hebben met geld en bezit. Spiegel dat eens aan hoe je zelf met geld omgaat.

6 november: Spreuken 12:8-28
Ik kies deze keer vers 25: "verdriet drukt een mens terneer; een vriendelijk woord beurt hem op."
Uiteraard is dit geen oproep dat je niet verdrietig mag zijn. Het is eerder een oproep om hier rekening mee te houden: iemand die neerslachtig is (misschien denk je: wat een chagrijn!), zou wel eens erg verdrietig kunnen zijn. Misschien kan ik hem helpen door een vriendelijk woord. Kleine moeite, veel plezier.
Opdrachtje: Zit er in dit gedeelte een spreuk bij die absoluut niet spoort met je eigen ervaringen? Wat doe je daarmee?

7 november: Spreuken 13
Dat kan niet missen: vers 24 roept reactie op! "Wie zijn roede spaart, haat zijn zoon; maar wie hem liefheeft, tuchtigt hem reeds vroeg." Instemming bij autoritaire opvoeders, afschuw bij anderen.
Er zit humor in de uitdrukking: 'wie zijn roede spaart'. Ben je zo zuinig op je stok? Nee, er is natuurlijk niemand die uit zorgzaamheid voor zijn stok, zijn kinderen er geen tik mee geeft. Iedereen die niet slaat, zal zeggen dat hij dat doet juist om zijn kind te sparen. Maar de spreuk keert het om, en laat ons zo kritisch nadenken over onszelf: op wie ben je eigenlijk zuinig als je nooit straft: op je kind, of, zeg eens eerlijk, op jezelf: omdat het je allemaal te veel kost: energie, tijd, aandacht… Ben je echt op je kind gericht, of speelt je eigen gemakzucht je parten?
Opdrachtje: 13:13. Het is niet makkelijk om kritiek te incasseren. Wanneer is iemand voor jou zo vriendelijk geweest je te waarschuwen?

8 november: Spreuken 14:1-23
Vers 10 is best een verdrietige spreuk: alleen je eigen hart voelt het verdriet ten volle; en ook je vreugde kan een ander niet volledig delen.
Contact over de hele linie is onmogelijk. Het is dus raadzaam om dat ook niet te willen. Je overvraagt elke relatie als je van de ander verwacht dat die je compleet kan aanvoelen. Anderzijds kan deze levenswijsheid je ook respect aanleren voor je naaste: ieder heeft zijn eigen geheim.
Ik ben wel blij dat ik Jezus ken als de man die wel volledig in al mijn verdriet en mijn vreugde kan delen. En Hij wil het ook.
Opdrachtje: zoek eens alle spreuken bij elkaar die over zelf-bedrog gaan.

9 november: Spreuken 14:24-15:11
Je maakt in het verkeer een fout: je ziet de fietser van rechts te laat aankomen, en hij kan je maar net ontwijken. Bijna een kras op je nieuwe auto. Je krijgt een dikke vinger. Hoe reageer je?
"Een vriendelijk antwoord doet woede bedaren; harde woorden wakkeren woede aan" (15:1).
Opdrachtje: Wat vind je in het gelezen stuk de meest treffende Spreuk?

10 november: Spreuken 15:12-33
Bezint eer ge begint.
In dit stuk staat een aantal Spreuken over nut en noodzaak van goede raad. Vers 12; 22; 31 en 32. (Maar ook vers 14; 25 en 33 zou je hierbij kunnen rekenen.)
Plannen mislukken bij gebrek aan overleg, maar door de veelheid van raadgevers komt iets tot stand (vers 22). Het leven is niet zo makkelijk. De werkelijkheid is vaak veel complexer dan je in eerste instantie denkt. Pas op voor one-liners, ook al doen ze het nog zo goed. Bekijk de dingen van alle kanten. En omdat je dat in je eentje niet kunt, moet je zorgen voor gesprekspartners. Dat geldt op je werk, maar ook in de opvoeding van je kinderen, in je huwelijk of vriendschappen.
Opdrachtje: Durf je advies te vragen en neem die adviezen ook serieus? (Of ben je liever selectief in de keus van de mensen bij wie je om raad vraagt?) Wanneer heb je voor het laatst advies gevraagd?

11 november: Spreuken 16:1-21
Opmerkelijk veel spreuken in dit stuk waarin de naam van de Here voorkomt. Hierdoor valt het des te meer op hoeveel spreuken er zijn waarin Hij helemaal níet genoemd wordt. Ook zonder zijn naam er telkens bij te noemen kun je inzicht hebben en inzicht doorgeven over hoe de wereld in elkaar zit. Veel spreuken geven dan ook inzichten weer waar je echt geen christen voor hoeft te zijn om ze te waarderen. Hoogmoed komt voor de val, is er zo een (16:18).
In 16:4 zijn de beide regels met elkaar in gesprek. De eerste regel (de Here heeft alles gemaakt voor zijn doel) roept de vraag op: o ja, nou daar is niet veel van te merken in deze onrechtvaardige wereld! De tweede regel geeft een antwoord: wacht maar af, de afrekening komt echt wel, waarbij Hij alles recht zal trekken.
Opdrachtje: Kies een spreuk uit die je uit je hoofd leert zodat je hem vandaag mee kunt nemen in je gedachten.

12 november: Spreuken 16:22-17:11
Beter een droog stuk brood en vrede dan vlees in overvloed en ruzie (17:1).
Je kunt het woordje 'beter' op verschillende manieren gebruiken. Je kunt het opvatten als 'moreel of ethisch gezien beter' maar ook als 'verkieslijker, prettiger'. Als christenen zijn we vaak geneigd om de spreuken te snel te lezen als morele adviezen (over wat fout of goed is, wat God goed of fout vindt) maar het speciale van de wijsheid is dat ze vaak meer aandacht vraagt voor die andere betekenis: het is gewoon prettiger en zelfs handiger om vrede te hebben bij droog brood dan veel geld maar ondertussen ruzie. Gods geboden leren je wat goed en kwaad is, spreuken leren dat je gewoon slim bent als je Gods geboden houdt: je komt er beter mee uit. Uiteindelijk.
Opdrachtje: 16:33 werd vroeger nog wel eens gebruikt om het gebruik van dobbelstenen bij een spelletje te verbieden, omdat je daardoor God zou verzoeken. Kun je dat begrijpen?

13 november: Spreuken 17:12-18:5
7 x kom ik in dit gedeelte met zoveel woorden de dwaas tegen.
Volgens 17:12 is het levensgevaarlijk om in het echt een dwaas tegen het lijf te lopen. Je kunt nog beter een berin tegen het lijf lopen, die van haar jongen is beroofd. Lekker overdreven natuurlijk, denk je in eerste instantie. Ja, inderdaad. Die overdrijving heeft ook wel iets humoristisch. Je glimlacht erom.
Maar denk je er ook over door? Het kan je leven echt compleet verwoesten als je meegesleept wordt in het gedrag van een dwaas.
Wat is eigenlijk een dwaas? Het is niet hetzelfde als ongelovige. Natuurlijk is het stom om niet in God te geloven (Psalm 14), maar je moet die twee dingen niet zomaar naast elkaar zetten. Ook een gelovige kan ontzettend dwaas zijn. Wanneer ben je dwaas? Als je (ook al heb je nog zoveel geld, 17:16) niet echt nieuwsgierig bent naar hoe de wereld werkelijk in elkaar zit: de dwaas stelt geen prijs op inzicht, hij wil alleen maar zijn mening kwijt (18:2).
Opdrachtje: Kun je een toepassing bedenken van de wijsheid van 17:22?

14 november: Spreuken 18:8-24
18:17: De eerste pleiter lijkt altijd gelijk te hebben; maar de volgende brengt je weer aan het twijfelen.
Zo vergaat het mij inderdaad vaak: ik hoor wat en denk: daar zit wat in. Maar dan hoor je een ander die de andere kant van het verhaal vertelt… Tja, als je het zo bekijkt. Wie zal zeggen wie de waarheid spreekt? Zelfs spreuken kunnen op die manier elkaar tegenspreken. Niet te snel oordelen dus (18:13).
Opdrachtje: Een aantal verzen in dit stuk gaan over de invloed (ten goede en twen kwade) van je woorden. Zoek ze eens op. Wat je zegt (en wat je wilt horen) heeft grote gevolgen!

15 november: Spreuken 19:1-22
In 19:7 staat een verdrietige spreuk over hoe armoe mensen niet populair en uiteindelijk heel eenzaam maakt. (18:23 was ook al zo'n spreuk over hoe ongelijk en onrechtvaardig het verdeeld is in de wereld).
19:17 stimuleert om daar niet in te berusten: "Wie de armen helpt, leent uit aan de HERE, de HERE zal hem rijk belonen". Een mooie gedachte: lenen aan de HERE. Hoe doe je dat? Door weg te geven aan wie het echt nodig heeft. De Here identificeert zich blijkbaar met die armen: je krijgt het van hem hoogstpersoonlijk terug. Wanneer?
Opdrachtje: Welke link zie je tussen deze spreuk en Lucas 14:12-14?

J.W. Roosenbrand, Groningen-Oost

16 november: Psalm 69:1-19
Niets doet méér pijn dan ruzie in familie- of vriendenkring. Een sterke machteloosheid kan je dan overvallen. Iets dergelijks ervaar je ook als je deze psalm leest. De persoon die aan het woord is, voelt zich als een hulpeloze drenkeling. Hij leeft in een scherp conflict met mensen die hij heel goed kent. Zijn roep om hulp tot God is een noodkreet. Hij pleit op Gods goedheid en vraagt om een voor hem positieve reactie.

17 november: Psalm 69:20-37
Het biedt een krachtige steun dat je weet dat God op de hoogte is van jouw problemen. De schrijver vraagt om bestraffing van mensen die hem tegenstaan. Hij gaat zelfs zover dat hij vraagt om het schrappen van hun namen uit Gods boek van het leven. Er is geen roep om hun bekering. De psalm eindigt in een lofprijzing. Hij die aan het woord is, weet dat God juist naar die mensen luistert die in de knel zitten.

18 november: Spreuken 19:23-20:16.
De meeste spreuken openen het venster op telkens een nieuwe situatie. Elke spreuk vraagt om nadenken en bezinning. Soms is er verband tussen een aantal spreuken. Maar lang niet altijd. We kunnen daarom elke dag slechts van een enkele spreuk iets zeggen. Voor deze dag: leven in diep ontzag voor God leidt naar het echte leven. Bij dit leven past niet: luiheid, spotlust, geen recht doen aan je ouders, drankmisbruik. Bij het betere leven hoort o.a.: een 'goede' overheid, eerlijkheid in zaken doen.

19 november: Spreuken 20:17-21:8
Vers 22: Vergeld geen kwaad met kwaad. 23: Meet niet met twee maten.
Vers 24: God bezit absolute soevereiniteit. 25: doe niet te snel toezeggingen aan God, het kan zo maar zijn dat je ze niet kunt nakomen. 30: wat je uiterlijk doet, heeft effect op je innerlijk. 21: 2: je kunt in je beleving menen dat je goed zit, en dat je er goede redenen voor hebt om zo te doen. Alleen God weet of het echt zo is.

20 november: Spreuken 21:9-31
14: Iemand omkopen? Denk niet dat je op die manier met geld verder komt. 17: te veel is nooit goed. 18: (een lastig vers) Allen zijn van nature door de zonde onderworpen aan het oordeel alleen de rechtvaardige krijgt vrijspraak, de goddeloze niet en komt als het ware in zijn plaats. 26: begeerte weet niet van geven; wie wel weet van geven heeft het beter.

21 november: Spreuken 22:1-16
Vers 2: men maakt op aarde de grootste tegenstellingen mee, rijken en armen verschillen enorm, maar hun begin is gelijk: God maakte hen.
Vers 7: kijk uit voor het in 'rood staan', je zult merken dat je dan geleefd wordt als knecht/slaaf. 13: de luiwammes ziet meteen een goede reden om niet te hoeven werken. Hij ziet een leeuw. Deze uitvlucht is belachelijk. Want leeuwen waren er in die tijd nauwelijks. 15: men ervoer en propageerde de genezende kracht van de stok. 16: tussen de regels door lees je: God heeft de leiding, Hij helpt wie tekort komt. De arme mag rekenen op voordeel. De rijke wordt er niet beter van, integendeel .

22 november: Spreuken 22:17-29
17: mensen hoor naar de woorden van de wijzen. Met andere woorden: bezoek mensen die wat te vertellen hebben. Het gaat hierbij niet om geleerdheid, maar om praktische levenswijsheid. Bewaar het in je binnenste. Houdt het vast. Je verliest het zomaar. Vers 22b: de mens die in problemen zit en er ellendig aan toe is, zoekt hulp in de poort van de stad. Op die plaats komen mensen samen bij wie je om raad kunt vragen. Negeer niet de geringe die om raad vraagt. Vers 26: stel je niet te gauw garant voor een ander. Voor je het weet, komen ze je bed opeisen.
28: verleg de aloude landsgrenzen niet. Ieder heeft zijn door God toegewezen stukje land. Wie komen in gauw in de knel? Zij die zich niet goed redden, de kwetsbaren. De armen. Neem hun grond niet af.

23 november: Spreuken 23:1-18
Vers 1-3: beheersing gevraagd. Vooral als je alle ruimte krijgt, bijvoorbeeld bij een overvloedige maaltijd waaraan je mag deelnemen. Vers 3: wees niet al te begerig als de lekkerste spijzen voor je staan, de vorstelijke gastheer zou wat van je gedaan willen krijgen. 4 en 5: rijkdom biedt geen echt houvast.
6-8: hier steekt wat achter. Zijn innerlijk past niet bij wat hij uiterlijk doet.
13: een tik geven kan geen kwaad. Een kind moet vroegtijdig voelen als hij verkeerd doet. Daar sterft hij niet aan. Dat gebeurt eerder in de situatie als hij een losgeslagen persoon is geworden.

24 november: Spreuken 23:19-35
20-21: kijk uit voor overdaad in eten en drinken. 22: let op de wijsheid van je ouders. Houd altijd ontzag voor hen. 26-28: wees op je hoede voor het gevaar van zondig seksueel beleven. 29-35: drank (en drugs) maakt meer kapot dan je lief is. Dan kun je vreemde dingen gaan zien. De man die uit zijn roes ontwaakt, weet nauwelijks wat er met hem is gebeurd.

25 november: Spreuken 24:1-22
7: raadgevers zijn in de poort. Dus te vinden. Maar deze man vertrouwt alleen maar op zichzelf. Hij vraagt niet om raad. De dwaas. 10: wie niet flink is bij tegenslagen, bezit niet veel kracht. 11-12: voorkom een onrechtvaardige veroordeling. Toon je sterk. Denk niet: wat niet weet waar niet deert. Doe je het wel, dan heb je geen excuus en je wordt door de Here gestraft. 13: met honig wordt wijsheid bedoeld. Eet er flink van. 17-18: een waarschuwing tegen leedvermaak.

26 november: Spreuken 24: 23-25:11
24-26: een oproep om rechtvaardig te zijn. 29: vergeld geen kwaad met kwaad. Of zoals de Here Jezus het zei: verbreek de houding 'oog om oog tand om tand'. Een houding die in het groot zichtbaar is in de reacties van Joden en Palestijnen op elkaar in bloedvergieten. En hoe is dat in het 'klein' als het gaat om mijn houding tegenover mijn naaste? 30- 34: bedreiging van het lui zijn, met als gevolg geen inkomsten. 25: 2,3: er is veel in het heelal en in de wereld om ons heen dat wij niet begrijpen. Let op Gods almacht in zijn schepping. Van Gods wijsheid straalt iets af in de rechtspraak van de koning (denk aan Salomo bij de twee vrouwen en het dode kindje.) 6: wie zichzelf verhoogd zal vernederd worden. 8: probeer bij problemen allereerst uw zaak privé uit te vechten. Schiet niet meteen in rechtelijke procedures. (Wat zou dat een voordeel in veel kwesties.) 11: een passend woord is goud waard.

27 november: Spreuken 25:12-26:7
14: aan wolken in het droge Midden-Oosten heb je niets. Er moet water uitkomen. 15: zorg voor een milde toon. 17: je kunt ook te vaak bij je kennissen en vrienden over de vloer komen. 20: bij de chemische stof natron/loog doet men geen azijn. Want dat past niet bij elkaar. Je daden moeten passen bij hoe je van binnen bent. 21: zoals Jezus het later zei: heb uw vijanden lief. 26: laat je niet onzeker maken door iemand die een boosaardig iemand is. In die onzekerheid kun je zomaar de waarheid geweld aandoen. 26: 4,5: reageer niet overal op. Laat een dwaas iemand duidelijk merken dat je van zijn doen en laten niets moet hebben, anders gaat hij nog een hoge dunk van zichzelf krijgen

28 november: Spreuken 26:8-28
11: dwaze mensen blijven dezelfde dwaze dingen doen. 13-16: lui zijn is een gevaar. 14: de luiaard lijkt op een deur die gevangen blijft in zijn scharnier en daar niet uit komt. Hij houdt er niet mee op. 17: de oren van een hond zijn gevoelig. Wie er aan trekt moet er op rekenen dat hij gaat bijten. Iets dergelijks gebeurt als je je gaat bemoeien met andermans zaken. Je wordt zelf slachtoffer. 18-19: kijk uit voor de gemene reactie: ach het was maar een grapje. Terwijl je de ander bedroog. 22: een gebakje smaakt prima en valt er goed in. Zo is het ook met lasterpraat. Dat smaakt het hart wel. 25: prik door mooie verhalen heen.

29 november: Psalm 70 (een herhaling van Ps.40:14-18.)
In beeld komen: tegenstanders, broeders en zusters en tenslotte de persoon zelf.
Hij vraagt aan God: de lachers die graag willen dat zijn leven vastloopt, beschaam hen Here. Maar laat juichen die U zoeken, laten zij steeds zeggen: God is groot.
En hij zelf? Hij vraagt indringend om hulp bij God.

A.H.Driest, Groningen-Zuid

30 november: Spr.27:1-20
We gaan verder met Spreuken. Allerlei vergelijkingen - dat is ook de betekenis van het Hebreeuwse woord dat wij met Spreuken weergeven - worden getrokken. Heel het bonte leven passeert. De Spreuken willen ons praktische wijsheid leren. Nu, die vinden we hier in elk vers. Kijk uit voorjaloersheid (4). Overvloed doet niet goed (7). De waarde van echte vriendschap (9, 10). De ramp van de twist (15). Het elkaar opscherpen (17). En het klopt nog steeds, dat onze ogen onverzadigbaar zijn. Kijk maar uit.
Wie Spreuken leest doet goed om eens bij een enkele spreuk langer stil te staan. Proef woord voor woord. Kies maar één uit die aanspreekt of juist op het eerste horen onbegrijpelijk voorkomt.

S.M. Alserda, Hoogkerk.