Het Groninger Bijbelleesrooster voor vier jaar, jaar-2, maart
Zie voor nadere informatie de inleiding op dit rooster, te bereiken via deze link

1 maart: Psalm 43
In dit vervolg van Psalm 42 komen de dingen tot een climax. De dichter zegt tegen God: "Waarom verstoot Gij mij?" Er is sprake van een ontstellende worsteling. Want de dichter heeft God lief. Daarom kan hij het van God niet hebben, dat Hij Zich verborgen houdt. Heel zijn wezen komt daartegen in verzet.
En tochÖ. Toch verwacht hij zijn hulp van deze Verlosser. Hij blijft bidden en smeken tot Hem. Tegen de klippen op, blijft hij deze God loven. De lofzang is niet afhankelijk van de omstandigheden. De lofzang eert God om Wie Hij is. Daarmee wordt een mens boven zichzelf en zijn ellende uitgetild. Ik snap er niks van, ik voel er niks van, maar God is goed. Hij is de liefde Zelf. Heer, vervul mij van Uw licht en Uw waarheid, om U te prijzen!

2 maart: 2 KorintiŽrs 11
Als het dan echt zo nodig moet wil Paulus zich best meten met die geweldige "apostelen", waar ze in Korinte vol van zijn. Paulus heeft de gemeente nooit gediend om er zelf beter van te worden. Echte liefde dreef hem. Dat maakt het ook zo bitter, dat men in Korinte zich zo gemakkelijk van de waarheid liet afbrengen. De eerste de beste prediker die een andere Jezus verkondigde, bij wie een andere geest ontvangen werd en een ander evangelie klonk, liep men achternaÖ.
Het is maar geen platte jalousie die Paulus verteert, maar oprechte bezorgdheid. Die enorme sprekers doen zich wel voor als apostelen van Christus, maar het zijn bedrieglijke arbeiders, ja, knechten van Satan. De vorst van de duisternis doet zich immers wat graag voor als een engel van het licht. Met alle gevolgen van dien. En hij is nog geen steek veranderdÖ.!

3 maart: 2 KorintiŽrs 12
In de manier van spreken hoor je de pijn van Paulus doorklinken. Zijn liefde is afgewezen. Nu hij plannen heeft om naar Korinte toe te gaan vreest hij het conflict. Want Paulus zoekt de tegenstelling niet, maar kan evenmin zwijgen waar de Naam van Christus onteerd wordt. Op geen enkele manier heeft hij ondergedaan voor die onvergelijkelijke "apostelen", maar dat wil nog niet zeggen dat er naar hem geluisterd wordtÖ..
Paulus kan de vergelijking best doorstaan, maar zoekt zijn kracht niet in opzienbarende dingen. Hij heeft geleerd dat Gods kracht juist naar voren kwam, als Paulus zwak was. Je bent sterk als je God nodig hebt! Als we de betekenis van het woord "genade" echt leren kennen!

4 maart: 2 KorintiŽrs 13
Paulus is in zijn spreken herkenbaar als joods rabbijn. Zijn derde komst in Korinte is de derde "getuige", op grond waarvan de zaak ook beslist zal zijn. Paulus roept in verband daarmee op tot zelfonderzoek. Weet je wel heel zeker dat je door Christus gedreven wordt? Het kan geen kwaad om die vraag ook tot ons te laten doordringenÖ.
Via een vrij ingewikkelde vorm van redeneren maakt Paulus duidelijk, dat hij het goede wenst voor de gemeente. Opvallend is in het rijtje van vers 11 die oproep "weest blijde". Bij het goede nieuws van het Evangelie en de heilrijke doorwerking ervan hoort ook die blijdschap. Blijdschap over wie de Here is en over wat Hij tot stand brengt onder ons!

L.C. Buijs, CGK-Groningen

5 maart: Deuteronomium 1:1-18. De Tien Geboden in het dagelijkse leven
Het volk IsraŽl staat voor de deur van het beloofde land. Mozes neemt nog eenmaal het woord. Hoe zal het straks gaan? Ze breken op van bij de Horeb, de berg waar God zijn Tien Geboden aan IsraŽl gaf. Hoe moeten die geboden nu concreet worden toegepast in het beloofde land? Dat is het thema van het boek Deuteronomium. Daarom vraagt Mozes ook aandacht voor de leiders die over IsraŽl aangesteld zijn, over 1000, 100, 50 en 10 man. Zij vervullen een belangrijke rol in het zoeken naar en het handhaven van de toepassing naar Gods Tien Geboden in het dagelijkse leven.

6 maart: Deuteronomium 1:19-46. Moedeloosheid en overmoed
Terugblikkend herinnert Mozes de generatie die nu klaar staat het land binnen te trekken aan twee dingen: eerst de moedeloosheid en vervolgens de overmoed van hun ouders en grootouders. Het lijken tegengestelde houdingen, maar ze hebben veel overeenkomsten: bij beide houdingen is de Here uit beeld. Als de moeilijkheden zich opstapelen en je vergeet de belofte van de Here, word je moedeloos. Als je jezelf vervolgens oppept en denkt dat je de hele wereld wel aan kan, heb je Hem niet meer nodig, en moet je het ook zonder Hem doen.

7 maart: Deuteronomium 2. Volkerenmoord
We komen hier in aanraking met een barre en voor ons besef onacceptabele kant van Gods bemoeienis met IsraŽl en de volken: de volkerenmoord op de Kanašnieten. Het blijft een lastige zaak voor bijbellezers van vandaag.
Misschien kan het iets helpen om het zwart-wit iets te nuanceren. Let er op dat de volken Edom, Moab en Ammon zeer nadrukkelijk ontzien worden. Het gaat dus niet om een ongerichte bloeddorstigheid tegen iedereen die in de weg loopt. Het gaat speciaal tegen de oude volken van Kanašn, van wie de maat van zonde tenslotte voor God vol is geweest (Genesis 15:16).
En vergeet ook niet dat naar de mens gesproken de Kanašnieten een kans kregen een vredesaanbod te aanvaarden.
Maar het blijft een heikel punt. In elk geval mogen we vandaag als christenen niet meer vechten tegen mensen en volken van vlees en bloed, maar tegen geestelijke machten, op een geestelijke manier (EfeziŽrs 6)

8 maart: Deuteronomium 3. Samen uit, samen thuis
Het volk heeft eerst de east-bank veroverd, op Og en Sichon. Maar de stammen van IsraŽl die daar kwamen te wonen, konden zich niet meteen settelen. Ze moesten mee om ook de anderen te helpen hun plek te vinden. Een mooi voorbeeld van solidariteit die nog steeds de kerken in hun onderlinge verhouding moet kenmerken: samen uit (Egypte), samen thuis (in het beloofde land).
Helaas zit het er voor Mozes niet in het beloofde land binnen te gaan. Jammer voor Mozes, maar vooral ook jammer voor IsraŽl. Hoe kunnen zij overleven zonder deze middelaar? Het antwoord is niet: door Jozua (die een deel van Mozes' werk zal overnemen), maar het antwoord valt verderop in Deuteronomium: door de dienst van de verzoening!

9 maart: Psalm 44:1-9. Geestelijke strijd
Vandaag het eerste stukje van een dringende smeekpsalm: het begint met een lofzegging. Dankzij U zijn we bewoners van dit heerlijke land geworden. Niet door onze militaire kracht maar door uw genade. Hier schemert al een beetje door (zoals vaker in de psalmen als de macht van wapens wordt gerelativeerd) dat de strijd niet primair een militaire maar een geestelijke strijd is.

10 maart: Psalm 44:10-25. En toch houdt God van onsÖ
Hoe is het mogelijk dat God zijn volk verlaat? En dan nog wel een volk dat trouw is gebleven aan Hem? Blijkbaar is het niet zo overzichtelijk als wij wel zouden willen: "als je gelovig bent, gaat het goed, als je ongelovig bent, gaat het fout." Nee dus. In die situatie past een smeekgebed, een grondige klacht. De klacht van vers 23 (om onze trouw aan U zijn we voortdurend in levensgevaar, en worden we behandeld als slachtvee) komt ook in Romeinen 8: 36 terug. Maar Paulus voegt eraan toe, omdat Hij Christus heeft leren kennen: ik ben er zeker van dat ook deze rampen ons niet kunnen scheiden van God die ons liefheeft in Christus Jezus!
Daarmee is de klacht niet gesmoord of beantwoord. Maar de Geest van Christus geeft bij alle gegronde klachten moed om vol te houden doordat Hij ons blijvend zicht geeft op Christus.

11 maart: Deuteronomium 4:1-24. Laat je vormen tot beeld van God
Door grote eerbied voor de grootheid en heiligheid van God kan IsraŽl een positief zelfbeeld ontwikkelen: we hebben een geweldige God, die heel dichtbij is, die luistert naar het gebed, we hebben prachtige geboden, waar buitenstaanders jaloers op kunnen zijn. We hebben ze uit Gods eigen mond gehoord!
Hou God hoog, door Hem niet neer te halen in een afbeelding van iets uit deze schepping, dat zou de omgekeerde wereld zijn. In plaats van zichtbare beelden te maken van God, moet IsraŽl door gehoorzaamheid aan zijn geboden in eigen leven het beeld van God op aarde zichtbaar maken.

12 maart: Deuteronomium 4:25-49. Afgoden zijn uiteindelijk niks
De preek van Mozes neemt een dreigende wending: hij ziet het al aankomen dat IsraŽl, in de loop van de tijd, God en zijn geboden zal vergeten. God zal dat niet kunnen laten lopen. Hij zal ze onder de volken aan de volken gelijkschakelen. Maar meteen schijnt het evangelie er weer doorheen: op die manier zal IsraŽl ontdekken dat het dienen van afgoden geen bevrediging kan geven en het zal weer terugkeren naar de HERE, die zich dan ook laat vinden! Vergeet nooit hoe graag Hij met je omgaat.

13 maart: Deuteronomium 5. Tien Geboden uit Jezus' mond.
We horen de Tien Geboden wekelijks in de morgendienst voorlezen (als we het al echt horen en niet wegdromen, wat niet denkbeeldig is bij onze gewoonte om het telkens maar weer, week in week uit, voor te lezen). Maar de eerste keer toen de Tien Geboden live werden afgekondigd, stond de hele berg in vuur en vlam. Zo indrukwekkend dat niemand overeind kon blijven. IsraŽl had echt Mozes nodig als middelaar of transformator. Wij kunnen nooit buiten Jezus Christus om naar de Tien Geboden luisteren en naar de toepassing ervan zoeken. Heb je gemerkt hoe de Here reageert op het verzoek om een middelaar (vers 28-29)? Wat verlangt Hij ernaar dat we werkelijk leren luisteren en dan ook alles in praktijk brengen!

14 maart: Deuteronomium 6. Geloofsoverdracht
Dit hoofdstuk gaat over de overdracht van het evangelie aan de komende generaties. De opdracht om Gods geboden in te prenten (vers 7) werd nogal eens gebruikt als argument voor het uit het hoofd leren van de catechismuszondagen. Nogal vergezocht: het gaat hier niet om een klaslokaal en een leerboek, maar om het dagelijkse leven waarin ouders bij hun daadwerkelijke voorbeeld telkens verwijzen naar de geboden van God.
Als jongeren hun vragen stellen over die soms lastige geboden, moet het antwoord beginnen bij het evangelie van de bevrijding uit Egypte, bij Christus en zijn Heilige Geest.

15 maart: Deuteronomium 7. Exclusieve liefde
Een combinatie van tedere liefdesuitingen ťn de oproep om radicaal te durven zijn. Het geheim van je leven ligt in Gods keus vol liefde voor jou. Het is een onbegrijpelijk voorrecht, dat je niet aan jezelf te danken hebt maar alleen aan zijn wonderlijke belofte en keus.
Verspeel dat nou niet door andere goden in je leven een plekje te geven. Het is een bedrieglijke gedachte dat die goden je vrij laten om de Here voluit te dienen.
Veel gemengde huwelijken zijn een valstrik gebleken voor de radicale navolging van Christus. Maar hoe zit het in onze 'niet-gemengde' huwelijken: is daar wel een gezamenlijke en onverdeelde toewijding aan Hem?

16 maart: Deuteronomium 8. Alleen woestijnbenen kunnen de weelde dragen
De beschrijving van beloofde land lijkt hier wel op de reclametaal van een toeristische folder. Zo graag wil God ons ertoe verleiden hier binnen te gaan.
Maar tegelijk maakt Hij duidelijk dat het grote risico van zo'n gelukkig leven is dat je God vergeet, dat het om jezelf gaat draaien, dat je verwend wordt en God niet meer nodig hebt. Het zijn sterke benen die de weelde kunnen dragen.
Vergeet daarom nooit de woestijnervaring: moeilijk, maar juist toen bleek de Here wonderlijk dichtbij. Gewoon brood (hoe overvloedig belegd ook) kan je nooit echt verzadigen. Wel de woorden uit Gods mond.

17 maart: Deuteronomium 9. De onmogelijkheid van het verbond
Op de drempel van het beloofde land maakt Mozes ons duidelijk dat het feitelijk onbegonnen werk is voor God om met mensen zoals wij in zee te gaan: elke keer maken wij ons weer onmogelijk bij God. Alleen via de middelaar die maar blijft bidden, is er de mogelijkheid om te overleven.

18 maart: Deuteronomium 10. Herstart
Via de voorbede van de middelaar maakt het verbond een herstart nadat het vastgelopen was. Voortaan zal het document van het verbond (de twee stenen platen met de tekst van de tien geboden) opgeborgen worden in de ark en behoedzaam door de dienst van de Levieten worden omringd!
Vanuit deze dienst van de verzoening, vanuit Christus, komt nu de oproep tot de besnijdenis van het hart. De Geest wil de geboden in het Nieuwe Verbond in ons hart schrijven.
God werkt aan een volk met hart voor Hem en hart voor hun naasten. Speciaal de buitenstaanders, de vreemdelingen, worden genoemd: de liefde van God voor zijn volk moet de wereld verder door.

19 maart: Psalm 45. De bruiloft van het Lam
Een bruiloftslied voor de koning. Probeer het je voor ogen te stellen, de stijlvolle pracht van zo'n oosterse bruiloft. De koning gaat via zijn huwelijk internationale betrekkingen aan. Zijn invloed breidt zich uit over de aarde.
De koning heeft hier bovenmenselijke trekken (vers 7). Hij is de Messias, de zoon van God (HebreeŽn 1:8-9). Uit alle volken kiest Hij zijn gemeente die Hij tot zijn bruid verheft. Heel de aarde moet onder zijn zegenende invloed komen.

J.W. Roosenbrand, Groningen-Oost

20 maart: Deuteronomium 11:1-12:1
Het volk IsraŽl staat op het punt om de Jordaan over te trekken en het land Kanašn in bezit te nemen (vs.31). En in dat land wil de HERE Zijn volk zťgenen. In dit hoofdstuk roept de HERE het volk op om geen verhindering op te werpen, zodat Hij hen zou moeten straffen ('vloek') in plaats van zegenen. Om deze oproep kracht bij te zetten, wijst de HERE hen op de plagen, waarmee Hij Egypte strafte (vs.3-4) en op de straffen, die Hij binnen Zijn volk uitdeelde vanwege hun ongehoorzaamheid (vs.5-6). Het is dus een oproep om heilig ontzag voor de HERE te hebben. En om vanuit die houding Zijn geboden te bewaren. Tegelijk is het ook een oproep om de HERE te dienen uit liefde (vs.13, 22). Voor de HERE is dat kennelijk geen tegenstelling. Het moet samen gaan. En dat is, wat de IsraŽlieten ook hun kinderen moeten leren (vs.19, 21; vgl. 6:6-9). Dan zal de HERE hen zťker zegenen.

21 maart: Deuteronomium 12:2-31ļ
IsraŽl is een uniek volk. Omdat hun God uniek is! Daarom geen afgoderij, zoals de heidenvolken, die vůůr hen in Kanašn woonden, pleegden te doen. Dus ook geen beelden, offerhoogten, gewijde palen, etc. De HERE houdt Zijn volk hier het 1e en het 2e gebod voor. Zů wil Hij gediend worden. En daarbij hoort ook, dat de HERE ťťn centrale plaats kiest om onder Zijn volk te wonen: het heiligdom in Jeruzalem. Opvallend is hoe royaal de HERE Zijn volk daarbij behandelt. Hij wil, dat ze hun 'vaste' en hun 'vrijwillige' bijdragen naar de tempel brengen. Maar intussen mogen ze - buiten die bijdragen om - thuis van hun bezit genieten. Als ze bij hun rijkdom hun naaste (de Leviet) maar niet vergeten. Zo wil de HERE Zijn volk vrťugde geven. En die vreugde berust op de bediening van de verzoening, zoals die in dat heiligdom plaats vindt. Vandaag mogen we zeggen: onze vreugde berust op het offer van Christus, waardoor Hij ons met God verzoend heeft.

22 maart: Deuteronomium 13:1-19ļ
Twee elementen komen in dit hoofdstuk duidelijk naar voren. Dat is in de eerste plaats de mogelijkheid, dat afval van de HERE veroorzaakt wordt door verleiding van binnenuit. Eigen kerkleden of eigen familieleden kunnen je tot zonde verleiden (Mat.10:37). Ook in de nieuw-testamentische gemeente wordt daarvoor herhaaldelijk gewaarschuwd (o.a. 1 Kor.5:11-12; Gal.1:7; 1 Tim.1:3 e.v.; 1 Joh.3:18-19). En dat is om de andere gemeenteleden op de proef te stellen (vs.3; vgl. 1 Kor.11:19). Met als doel, dat ze op het laatst elke proef kunnen doorstaan. In de tweede plaats moeten die verleiders worden aangepakt (vgl. 1 Kor.5:13). Zo geeft God alle gemeenteleden verantwoordelijkheid voor elkaar. Opdat de hťle gemeente de HERE dient met een toegewijd hart.

23 maart: Deuteronomium 14
Bij de onreine dieren gaat het om dieren die allemaal, op de ťťn of andere manier, met de důůd te maken hebben: aaseters, roofdieren, e.d. God leert Zijn volk om daar een afschuw van te hebben, omdat Hij Zelf de God van het Lťven is. Die Zijn volk wil bevrijden uit de macht van de dood (= rijk van de sŠtan). God wil de dood niet. Hij zendt Christus, om de dood te overwinnen. Zo wijst deze wetgeving van rein en onrein naar Pasen. En uiteindelijk naar de Wederkomst.
Het onderscheid rein-onrein wordt ook toegepast op de offerdieren: 10% van alle opbrengst moet aan de HERE geofferd worden. Om daarmee de eredienst (priester en Leviet) te onderhouden en de arme (vreemdeling, wees en weduwe) te ondersteunen. Zou 10% ook voor ons vandaag een goede richtlijn kunnen zijn? Uiteindelijk moet het gaan om dankbaarheid voor de zegen van de HERE (vs.29).

24 maart: Deuteronomium 15
Het sabbatsjaar (het zevende jaar) wordt genoemd 'het jaar van de kwijtschelding' (vs 9). Daaruit blijkt, dat het de HERE hierbij gaat om de armen. Wanneer iemand in nood zit, moet je hem helpen. Bijvoorbeeld door hem geld te lenen. Maar iemand, die echt arm is, moet ook weer van zijn schulden afgeholpen worden. En laat niemand er spijt van hebben, wanneer hij een arme helpt. Want zo verzamelt hij schatten in de hemel. Wees dus royaal! (vgl. Mat.6:4; Luc.12:33; 14:14). Bovendien: het is God, die je zo gezegend heeft, dat je kÚn helpen. Daarom is zo'n gift ook een bewijs van dankbaarheid jegens de HERE. In het verlengde daarvan ligt de bepaling, dat een hebreeuwse slaaf (een broeder die uit armoede zich aan een ander verkoopt) in het zevende jaar moet worden vrijgelaten. En dan krijgt hij zelfs een startkapitaal mee om een nieuw begin te kunnen maken!

25 maart: Deuteronomium 16
Drie grote feesten kende IsraŽl:
a) het Pascha: viering van de bevrijding uit Egypte; ook wel genoemd: het feest van de ongezuurde broden; zie Ex 12. Voor ons vandaag het feest van onze bevrijding door Christus, die het ware Paaslam is (Joh.1:29; 1 Kor.5:7).
b) het feest der (zeven) weken: het feest van het begin van de oogst, van de eerstelingen; ook wel genoemd het Pinksterfeest (Pinkster=50e ). Ook de uitstoring van de H.Geest op Pinksteren (Hand.2:1) is een feest van 'eerstelingen': er volgt nog een hele oogst! (Rom 8:23).
c) het Loofhuttenfeest: viering van het binnenhalen van de complete oogst. Nieuwtestamentisch gezien zou je hierbij kunnen denken aan de Wederkomst van Christus (Mat.13:39).
Bij elk feest gaat het om viering van wat de HERE geeft aan Zijn volk. Daarom geeft men ook iets aan de HERE. Tegelijkertijd mag men ook zelf genieten van de overvloed, waarmee de HERE hen gezegend heeft. Met name het Loofhuttenfeest werd uitbundig gevierd: zo royaal is God voor Zijn volk. Bij nieuwtestamentische toepassing is dat nog duidelijker!

26 maart: Deuteronomium 17
Op zonde tegen het Eerste Gebod (afgoderij) staat de meest zware straf: dood door steniging. Maar er wordt wel een stukje zorgvuldigheid ingebouwd: er moet terdege onderzoek worden gedaan, de zaak moet onomstotelijk vaststaan, er zijn minstens 2 getuigen nodig. De laatste zin van vs 4 wijst erop, dat 'tucht' ook als doel heeft om de 'gemeente' te beschermen. Die zorgvuldigheid blijkt ook in de 'hoogste rechtspraak' onder IsraŽl, waarvoor de HERE speciaal een priester en een rechter aanstelt. Voor de moeilijke gevallen. De uitspraak wordt in feite gedaan 'namens de HERE' (vs.12). Van de straf op ongehoorzaamheid aan de gedane uitspraak moet een preventieve werking uitgaan (vs.13).
Later is het de koning in IsraŽl, die recht moet spreken. Al in dit hoofdstuk stelt de HERE regels voor die koning in de zogenaamde 'koningswet' (vgl. 1 Sam.8).

27 maart: Deuteronomium 18
De Leviet en de priester, de hele stam Levi, ontvangt geen erfdeel in Kanašn: hun erfdeel is de HERE. Ze zijn aangewezen om op speciale manier de HERE te dienen. De HERE draagt er dan ook zorg voor, dat het hen niet aan 'inkomsten' ontbreekt.
In dit hoofdstuk doet de HERE verder twee dingen. Hij verbiedt alle 'occultisme'. Zijn volk mag niet houvast zoeken buiten de HERE om. In horoscoop, 'glaasje draaien' of spiritisme. Dat hoort bij het duistere rijk van de satan. Vervolgens stelt de HERE het ambt van profeet in: via de profeet is de HERE Zelf te raadplegen. Zij geven Woorden van God door. Daarom moeten wij ook vandaag de HERE 'raadplegen' via Zijn Woord. En uiteindelijk is deze tekst een profetie van de komst van Jezus Christus: de hoogste Profeet en het vleesgeworden Woord.

28 maart: Deuteronomium 19
De HERE vindt het heel erg, wanneer onder Zijn volk onschuldig bloed vergoten wordt. Daarom neemt de HERE bij voorbaat maatregelen: in Kanašn moeten 'vrijsteden' worden aangewezen, als veilige haven voor wie per ongeluk iemand anders van het leven beroofde. Maar de HERE voorkomt tegelijk ook misbruik van zo'n vluchthaven.
Verder bepaalt de HERE, dat valse getuigen een groot risico lopen: wanneer na zorgvuldig onderzoek blijkt, dat iemands getuigenis vals is, dan krijgt hij de straf, die de aangeklaagde zou hebben gekregen, wanneer zijn schuld was komen vast te staan. Bij valse beschuldiging van een overtreding waarop de doodstraf stond, kan de valse getuige dus de doodstraf krijgen. Ook hier weer: preventief karakter van straf (vs.20). Met de uitdrukking "oog om oog en tand om tand" wil de HERE de straf in evenwicht brengen met de begane overtreding.

29 maart: Deuteronomium 20
De HERE bereidt Zijn volk erop voor, dat ze in deze wereld tegenstand zullen ontmoeten. IsraŽl in de woestijn en bij de inname van Kanašn. Maar tegelijk bemoedigt de HERE: je hoeft voor niemand bang te zijn; Ik geef jullie de overwinning. Daarom hoeft niet krampachtig elke man onder de wapens: in bepaalde omstandigheden mag je thuis blijven. Het hangt niet van het aantal strijders af. Maar van de HERE alleen. Met steden buiten Kanašn mag vrede gesloten worden, maar binnen Kanašn moeten alle bewoners worden uitgeroeid: om IsraŽl te beschermen tegen afgoderij en beeldendienst. En breng geen onnodige schade toe aan de natuur!

30 maart: Deuteronomium 21
Wanneer de dader van een moord onbekend is, zal geen onschuldige gestraft worden. Priesters zijn er om recht te spreken en verzoening te doen.
In IsraŽl kwam het kennelijk regelmatig voor dat een man twee vrouwen had. Denk aan Abraham en Jakob. En aan Elkana (1 Sam.1). De HERE wijst op de gevaren daarvan en stelt regels. Maar geen straf of gedwongen scheiding. Vanwege de 'hardheid van hun hart'? Denk aan de scheidbrief, die om die reden werd toegestaan (Mat.19).
Opvoeding van kinderen moet soms met harde hand gebeuren. Om hun leven te redden! (Spr.23:13,14). Doodstraf door ophanging is door God vervloekt. Denk aan de kruisdood van Christus (vgl. Gal.3:13).

31 maart: Psalm 46
Deze Psalm is te lezen tegen de achtergrond van 2 Kon.19: IsraŽl in het nauw, maar de HERE geeft op ongedachte wijze uitkomst. Je hele bestaan kan op zijn grondvesten schudden, maar de HERE is "ImmanuŽl" - Hij is mŤt ons. Dankzij Christus. Die belofte staat centraal: een burcht is ons de God van Jakob (vgl. Lutherlied, Gezang 401 uit het Liedboek). Binnen die muren ben je veilig. Jeruzalem als beeld van de Kerk: God is in haar midden (vgl. Mat.18:20). Het ziet uiteindelijk op het Nieuwe Jeruzalem (Openb.21:2,3). Wanneer de aarde weer een Paradijs wordt (Openb.22:1,2).

S.M.Alserda, Hoogkerk