Het Groninger Bijbelleesrooster voor vier jaar, jaar-2, juni
Zie voor nadere informatie de inleiding op dit rooster, te bereiken via deze link

1 juni: Rechters 6:25-40
Hoe beoordeel je de rol van de vader van Gideon? Hij had dus een altaar en gewijde paal voor Bašl: betekent dat, dat hij helemaal ongelovig geworden was gezien zijn reactie op Gideons' nachtelijke actie? Staat dat ver van ons af, deze vorm van afgoderij, of zouden er wel es meer Joassen in de kerk kunnen zitten dan we in eerste instantie doorhebben (wijzelf ook, of een beetje)?

2 juni: Rechters 7:1-18
Waarom mogen maar 300 mannen meedoen met de bevrijdingsactie? Wat is de rol van vers 13 en 14: nog een laatste kans voor bekering of overgave of is dat te ver gedacht (-denk eens aan de moordenaar aan het kruis bijvoorbeeld)?

3 juni: Rechters 7:19-8:9
Een heel krijgshaftig stuk (bijvoorbeeld vers 7): wat voor gevoelens (geloofsgevoelens vooral ook) roept dit bij je op en hoe deel je dat met de HERE?

4 juni: Rechters 8: 10-35
Op Midian is veel goud buit gemaakt: de duivel maakt er meteen een valstrik van. Zo'n geloofsheld als Gideon gaat er zelfs door onderuit. Die gouden efod die Gideon maakt is zonde tegen het tweede gebod: ze schrijven Jahwe er niet mee af, alleen willen ze Hem zo voor hun karretje spannen. Kun je dat eens naar vandaag toepassen: in welke soortgelijke valstrikken trappen wij als we niet onze ogen goed open hebben?

5 juni: Rechters 9:1-33
Misschien hebben de gelovigen van die dagen wel gezegd: hoe heeft God dit onrecht van Abimelech kunnen toelaten, dat hij op deze goddeloze wijze de macht naar zich toegetrokken heeft. Maar God spint lange draden: pas na jaren zet God dit recht. Zijn wij er soms ook niet al te snel bij om meteen na een onbegrijpelijke gebeurtenis God verwijten te maken dan wel ter verantwoording te roepen? Lukt het ons om juist in onbegrijpelijke situaties, ook al is het met veel geloofsstrijd, God te vertrouwen en op God te wachten? Gods adem is vaak langer dan de onze.

6 juni: Rechters 9:34-10:18
Vers 10-16 zijn emotioneel en aangrijpend. Je snapt de teleurstelling bij God en dat zijn geduld een keer op raakt. Tegelijk is Gods hart zo gevoelig voor de bekering van zijn volk en vooral voor de nood waarin ze zitten. Raakt dit gedeelte jou ook en helpt het jou om ook na misschien wel een heel slechte geloofsperiode of na erge zonden toch naar God terug te durven gaan, omdat je vastgelopen bent in je leven? Jezus zei het al en bewees het: ik ben gekomen voor zondige mensen en niet voor rechtvaardigen, voor zieken en niet voor gezonden. Durven wij God te vertrouwen, dat er altijd een weg naar Hem terug is?

M.A.Dronkers, Helpman

7 juni: Psalm 52 tip : lees in 1 SamuŽl 22 eerst over de priestermoord
Wie durft het aan Gods priesters (de dienaars van de verzoening) te doden? DoŽg moordt erop los ( 1 SamuŽl 22 vers 9-10). Hij is er zelfs trots op. Dat is niet normaal meer. Dit is een mens in dienst van satan. Het gaat om duivels verzet tegen Gods zaak. Daarom staat de uitslag vast : Gods vijand wordt ontworteld (vs.7), maar Zijn kind bloeit (vs.10).

8 juni: Rechters 11:1-28
Hoewel God bijna genoeg heeft van het verlossen van een ondankbaar volk (10:14), gaat Hij toch door - nu via de redder Jefta. Wegens afkomst is dit hoerenjong buiten Gods volk geplaatst, maar hij blijkt zich wel een kind van dit volk te voelen : hij kent de geschiedenis van zijn volk prima en weet zo de vijand het juiste antwoord te geven.

9 juni: Rechters 11:29-12:15
Jefta wordt door de Geest in dienst genomen. Hij belooft dat de eerste die uit zijn huis komt voor God zal zijn. Dat hij een gelofte aan de HERE deed, was een teken van inzet voor zijn God, een gegrepen zijn door de Geest (vs.29). Betekent de afloop dat God zijn te snelle gelofte afstraft (Prediker 5:1-2) of dat Jefta laat zien hoe betrouwbaar hij is (Prediker 5:3)?

10 juni: Rechters 13
God gaat Zijn volk redden door een bijzonder man. Iedereen kon nazireeŽr worden. Dat betekende dat je je aan God wijdde voor een bepaalde tijd. Die tijd dronk je geen wijn, ging je niet naar de kapper en mocht je niet in de buurt van een dode zou komen. Dat gold voor een bepaalde tijd. Simson kreeg levenslang: een bijzonder mens, Gods redder voor dit volk.

11 juni: Rechters 14
Simson is niet uit op een avontuurtje met een vrouw, maar op oorlog met Gods vijanden (vs.4) : de Geest van God port hem op (13:25). Hij zoekt een aanleiding om de strijd met Gods vijanden te beginnen. Is het dan nog wel terecht dat zijn vader en moeder tegen zijn dat hij met een heidin trouwt? Heiligt het doel dit middel?

12 juni: Rechters 15:1-16:3
Simson is geen persoonlijke vete aan het uitvechten is met de filistijnen. Als zijn vrouw aan een ander gegeven is, heeft de richter de aanleiding die hij zoekt om de strijd tegen de filistijnen te beginnen. Nu slaat de vlam in de pan...en Simson wilde dat ook. Het was Gods Geest die hem aanvuurde Gods strijd te strijden - ondanks Gods volk.

13 juni: Rechters 16:4-31
De krachtpatser Gods wordt geveld Ö.door een vrouw. Dat is het einde van Simson. Hij houdt hen (onbewust) de spiegel voor. Want : Simsons zonde is IsraŽls zonde. Was IsraŽl ook niet aan gaan pappen met de heidenen? Dat is de tragiek: samen zakken ze weg in de zonde. Het wachten is op Iemand die kan redden van de zonde zonder er zelf in onder te gaan

14 juni: Psalm 53
Het lezen van zo'n psalm is goed voor ons in een wereld waarin ongeloof aardig normaal begint te worden. De westerse mens lijkt het aardig zonder God te redden, nietwaar? Vanuit de Schepper gezien is zo'n mens een dwaas. Hij komt niet tot zijn bestemming. Hij leeft zich uitÖ.en gaat onder.

15 juni: Rechters 17:1-18:10
Aan wat de stam Dan overkwam, kun je precies zien hoe het in de Rechterstijd toeging. Dan kreeg een plek in het midden van het land toegewezen (vergelijk 13:2). Maar omdat ze de vijanden niet uitroeien, komt Dan daar knel te zitten. Een groep Danieten maakt dan een tocht naar het noorden om een stad te veroveren: ze organiseren buiten God om leefruimte.

16 juni: Rechters 18:11-31
Op hun rooftocht richting noorden rooft de bende uit Dan de tempel van een zekere Micha leeg. Het beeld gaan ze vereren en ze organiseren ook een priester. Het lijkt de dienst aan God, maar is de dienst aan een beeld. Het lijkt het eren van Gods naam, maar is de verering van eigen kracht. Dan leeft buiten God om.

17 juni: Rechters 19:1-15
Wie een beeld vereert, heeft geen contact met God. Wie een beeld aanbidt, kijkt in een spiegel van zichzelf. Gods volk zonder contact met de levende God wordt nog erger dan heidenen. Er was geen koning die namens God het volk beÔnvloedde. Wat is een mens zonder Christus?

18 juni: Rechters 19:16-30
Wie de levende God vervangt door een beeld, wordt overgegeven aan hartstocht en onreinheid "zodat...het lichaam onteerd wordt" (Romeinen 1:24). De perverse zonde in Gibea laat zien hoe diep een mens zakken kan. Er was geen koningÖwanneer komt de Messias, de Christus met Zijn Geest?

19 juni: Rechters 20:1-28
Op zijn sterfbed ziet vader Jakob hoe Benjamin als een roofdier - een verscheurende wolf - op zal treden (Genesis 49:27). Dat blijkt in ons hoofdstuk: als de andere elf stammen een strafexpeditie tegen hun broer Benjamin op touw zetten, slaat Benjamin zo hard terug dat alleen al op de eerste dag tweeŽntwintigduizend IsraŽlieten omkomen - wat een wolf !

20 juni: Rechters 20:29-48
Waar liefde woont, gebiedt de HERE Zijn zegenÖ.deze oorlog onder Gods volk is het tegenovergestelde. Deze wraakoefening breekt het getal van Gods volk (twaalf) doordat ťťn stam wordt weggevaagd. Het doet denken aan Judas die uit Gods twaalftal viel: het waren er nog maar elf. En toen?

21 juni: Rechters 21
Het twaalftal wordt hersteld: Benjamin krijgt weer een plek. Gods werk gaat door. De HERE heeft een plan met Benjamin - ook voor ons. Uit Benjamin komt Paulus die er trots op is uit Benjamin te zijn (Filippenzen 3:5). Als deze Benjaminitische vechtersbaas door Christus in dienst genomen wordt, is hij Gods voertuig voor de blijde boodschap aan heel de wereld.

H.Drost, Haren

22 juni: Psalm 54
"Ik ben mijn vijanden ontkomen, met vreugde zie ik op hen neer." Stel, dat u dat vandaag in de kerk moet zingen. Kunt u dat? Kunt u het met al uw gedachten erbij?
'Heb uw vijanden lief', zegt Jezus. Zie je dan hier niet een tegenstelling tussen Oud en Nieuw Testament?
Die tegenstelling is er. Of liever een onderscheid. Nergens klinkt het gebod van de liefde zo sterk als uit de mond van Jezus. Toch zegt die psalm ons best wel iets. Het was natuurlijk heel lelijk van die Ziffieten, dat zij David verraadden aan Saul. Wat werden zij daar zelf nu beter van?
Voelt u zich wel eens verraden? Wat doet u dan met dat gevoel? Spreekt u het ook uit tegenover God? Of maakt het u niet uit, hoe Hij daarop reageert? Verwacht u eigenlijk wel iets van Hem?

23 juni: 1 TimoteŁs 1
God gebruikt ůnze relaties voor zŪjn doel, zoals Hij dat ook deed met de relatie tussen Paulus en TimoteŁs. Ze zijn leraar en leerling met elkaar. Maar ook meer. TimoteŁs is voor de apostel als een zoon, een zoon in het geloof. God gebruikt ůnze relaties. De relatie tussen een catecheet en zijn catechisant bijvoorbeeld. Als die predikant bij wie je altijd met plezier catechisatie hebt gevolgd jou iets vraagt, betekent dat meer dan wanneer een willekeurig iemand precies hetzelfde vraagt. Wat dacht u: zou TimoteŁs doen, wat de apostel hem opdraagt? Vast en zeker! Gůd werkt, maar niet in het luchtledige. In Efeze wordt op zeker moment minder gezeurd over die dingen die er eigenlijk zo weinig toe doen. Daar heeft God voor gezorgd. Maar heel opvallend: dar koos Hij een goed instrument voor. En als wij dat lezen in het boek van God zelf, moet dat ons wel iets te zeggen hebben.

24 juni: 1 TimoteŁs 2
'God wil dat alle mensen gered worden en de waarheid leren kennen.' Een moeilijk tekst. Wil dit niet zeggen, dat ieder mens behouden wordt? Dat klopt toch niet? Als je niet in Jezus Christus gelooft, ga je verloren. Het antwoord weet u waarschijnlijk wel. Het gaat om een opdracht. Met die opdracht moet je naar iedereen. Niemand is te slecht voor het Evangelie. Gelukkig, er is weer een dogma gered!
Toch zet Hij die Paulus ook tot deze woorden inspireert, ons wel aan het denken. Ons wereldje is vaak zo klein. Soms lijkt het alsof het alleen bestaat uit mensen die geloven en behouden worden. Met anderen is het vaak ook heel moeilijk praten. Maar als God nu iets wil? Dat zouden we tegen die ander ook graag willen zeggen: 'God wil dit. God wil dat. Daar mag je niet tegenin gaan. Dat komt je duur te staan.' Maar nu heeft God het tegen u. 'God wil het.' Hoe vaak is dat niet volkomen ten onrechte uitgesproken. Maar de apostel vergist zich niet.

25 juni: 1 TimoteŁs 3
De ambtsdragers in de kerk moeten aan een aantal voorwaarden voldoen. Ik noem er een paar. Ze moeten verstandig zijn en beschaafd, gastvrij, niet opvliegend. Ze moeten hun eigen gezin goed weten te leiden en op waardige manier gezag kunnen uitoefenen over hun kinderen.
Al met al is dat nogal wat. De kerkenraad is meestal al lang blij, dat hij weer voldoende kandidaten aan de gemeente voor kan dragen.
In zijn tijd remt Paulus de begeerte naar het ambt een beetje af. 'Het is waar', zo zegt hij, wie in de gemeente de leiding op zich wil nemen, streeft ene uitstekende taak na. ' Maar Ö. En dan volgen al die voorwaarden.
Volgens mij zou Paulus vandaag dat denken uit nood willen afremmen. Beter geen ambtsdragers dan ongeschikte.

26 juni: 1 TimoteŁs 4
Over seksualiteit wordt al een stuk opener gesproken dan vroeger. Maar we zijn er nog niet. Er rust nog steeds een taboe op. Hoe vaak wordt over het Hooglied gepreekt? En als dat heel open gebeurt, vindt een aantal mensen dat toch wel wat griezelig.
De liefde is ook onder ons vaak een god. Als Eros je met zijn pijl in het hart raakt, valt daar niets aan te doen. Zo wordt althans gedacht.
Maar de liefde is geen god. Het is iets wat God geschapen heeft. Het is dus ook iets waar Hij, de Schepper, stuur over heeft
En wat moet je nu doen? God bedanken voor je seksualiteit. Als je dat doet en je leest ook nog eens het Hooglied, is het net alsof de seksualiteit wordt overgeplaatst in een heel andere sfeer, de sfeer van de heiligheid.

27 juni: 1 TimoteŁs 5:1- 6:2
Moeilijk, zo'n gesprek met een ouder iemand over iets dat hij zou moeten veranderen. Eigenlijk zou het andersom moeten zijn. Moeilijk om een leeftijdgenoot terecht te wijzen. 'Kijk naar jezelf', zal hij zeggen en anders zie je het hem denken.
Paulus begrijpt het probleem wel. Wat heeft hij vaak getroost ťn vermaand. Vanuit die ervaring geeft hij een gouden tip. Stel je jezelf eens voor, dat je met je vader spreekt of met een broer. Een goed advies ook voor ouderlingen, die graag goede leiding willen geven. Inderdaad, God spreekt niet in het luchtledige.

28 juni: 1 TimoteŁs 6:3-21
'Geldzucht is de wortel van alle kwaad.' Je kunt daar gemakkelijk een theoretische boom over opzetten. Is er niet heel veel kwaad, dat uit een andere wortel voortkomt?
Ja natuurlijk. Maar proef dan eens, hoe bewogen de apostel is. "Wie rijk wil worden, komt in verleiding en raakt verstrikt in veel dwaze en schadelijke verlangens, die een mens in verderf en ondergang storten." Paulus zag het gebeuren, hoe christenen de gevangenen werden van hun verlangen naar geld. Hij maakte het mee, hoe deze zelfde mensen juist hierdoor op de duur de gemeente en God de rug toekeerden. Het zei hen allemaal niets meer. Daarom verzucht hij: 'Geldzucht is de wortel van alle kwaad!' Overdreven?

29 juni: Psalm 55:1-17
Een goede vriend, die je als een baksteen laat vallen, die je door het slijk haalt. Wat doet dat zeer! David ondervond dat. Achitofel en hij hadden geen geheimen voor elkaar. Samen gingen ze naar Gods tempel, samen op weg naar het feest. Maar toen Absalom zijn vader wegjoeg, stapte Achitofel over naar deze onbeschofte koningszoon.
Jezus ondervond iets soortgelijks. Judas: hij was in die jaren dat Jezus door IsraŽl trok een echte vriend voor Hem. Maar in de olijvenboomgaard Getsemanť wijst hij de vijanden van Jezus de weg. 'Judas', zegt Jezus, 'verraad jij de Zoon des mensen met een kus?'
Beter dan iemand kan de Here Jezus ons verdriet begrijpen. Maar niet alleen begrijpen: Hij maakt je ook sterk. Sterk tegenover de mensen wie het kwaad in het bloed zit.

30 juni: Psalm 55:18-24
"Werp uw bekommernis op de Here, Hij zal voor u zorgen." Dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan. Maar wat David overkwam (zie gisteren), was ook niet niks. En DŠvid zegt dit: de last op je schouders, draag hem over aan de Heer. Hoe kan hij dat? David heeft God leren kennen. God was altijd bij hem. Als u daar moeite mee hebt om uw last over te dragen aan de Here, zoek Hem dan, in de kerk, in de bijbel en let ook op de signalen die Hij afgeeft.

T.S. Huttenga, Groningen-West