Het Groninger Bijbelleesrooster voor vier jaar, jaar-2, januari
Zie voor nadere informatie de inleiding op dit rooster, te bereiken via deze link

1 januari: Marcus 1:1-28
Waarmee kun je het nieuwe jaar beter beginnen dan met 'Het evangelie van Jezus Christus' (1: 1)? Andere vertalingen voegen hieraan toe: Zoon van God. Terecht. Marcus gaat de blijde boodschap over Jezus Christus, Zoon van God, vertellen, beknopt en vol vaart. Hij zal daarbij vooral de nadruk leggen op wat Jezus doet en niet zozeer op wat Hij zegt. Zijn daden spreken voor zich. Flitsend is al het begin. Hier is Hij, Jezus Christus, Zoon van God. Gedoopt. Aangewezen. Klaargemaakt in de woestijn. Het is zover: het Koninkrijk is dichtbij gekomen. Je kunt niet blijven zitten als Hij je roept. In KafarnaŁm geeft Hij zijn visitekaartje af. Iedereen heeft het over Hem in Galilea (1: 28) en tot op vandaag toe zal er niet meer over Hem gezwegen worden.

2 januari: Marcus 1:29-45
Met zulke genezingen kun je er natuurlijk op wachten: dat trekt in de wijde omtrek de aandacht. Geen wonder dat iedereen Jezus loopt te zoeken (1: 37). Toch zijn die wonderlijke genezingen niet de eigenlijke reden van Jezus' komst onder de mensen. Hij is gekomen om het goede nieuws bekend te maken (1: 38): het Koninkrijk is gekomen! Zo is de volgorde. Eerst het evangelie en dan de wonderlijke genezingen. Niet andersom. Demonen moeten zwijgen over wie Hij is. Niet van hen moet de erkenning komen, maar van wie over deze Jezus hoort. Dus: wie denk je zelf dat Hij is? En ook (1: 37): waarom zoek jŪj Jezus eigenlijk?

3 januari: Marcus 2
Denk nou niet, dat Jezus van iedereen een warm onthaal kreeg. Er is weerstand en verzet en het zal nog een ingrijpend vervolg hebben straks. In Marcus 2 worden de contouren van het verzet zichtbaar: Jezus wordt weggezet als Godslasteraar, tollenaarsvriend, en als iemand die het met de gerespecteerde wetten van vasten en vooral de sabbat niet zo nauw neemt. Maar de joodse leiders ondervinden wat het volk al eerder zei: Hier treedt iemand op met gezag (1: 27). Wat kun je nou helemaal tegen Hem inbrengen? Wie Hij is? Zeg nou zelf: zijn daden spreken voor zich (2: 10).

4 januari: Marcus 3
Je ziet het gebeuren. Het verzet tegen Jezus verhardt zich alleen maar. Nu al zijn de plannen in de maak om Hem uit de weg te ruimen (3: 6). Maar het Koninkrijk is niet te stoppen. Dit is nog maar het begin. Jezus kiest twaalf apostelen om Hem terzijde te staan. Hij heeft ze nodig. Ondertussen wordt de toon scherper. Het gaat niet om zomaar een onschuldig evangelie. Weet wat je doet als je deze Jezus willens en wetens afwijst (3: 28-29). Dat betekent dat er dus een keus wordt gevraagd. Bloedbanden zijn niet genoeg. Hoe is dat bij jou: ben jŪj bereid om de wil van de Vader te doen (3: 35)?

5 januari: Marcus 4:1-20
Een toepasselijk bijbelgedeelte voor een zondag. Hoe zit jij in de kerk? Hopelijk niet 'al horend horen en niet verstaan' (4: 12). De vraag is: wat doe jij nou met het woord dat gezaaid wordt? Laat het voor vandaag een punt van bezinning zijn. In hoeverre ben ik een 'mens van het ogenblik' (4: 17) en gaat het mij alleen om de kick van het moment? In hoeverre ben ik iemand die 'het woord laat verstikken' (4: 19) door allerlei zaken en zorgen van buiten? Waar het om gaat: het woord opnemen, opzuigen. Alsof je leven er vanaf hangt. En dat is ook zo.

6 januari: Marcus 4:21-41
De gaat over in de maandag. In het leven van elke dag moet blijken wat de waard is geweest. Zo is het immers ook met het Koninkrijk. Zo alledaags als groeiende halmen. En ondertussen zo veelbelovend als een klein mosterdzaadje. Wie iets verborgen houdt geeft toe dat het eigenlijk openbaar had moeten zijn (4: 22). Laat wie oren heeft om te horen daarom goed luisteren (4: 23). Jammer dat Jezus' eigen volgelingen hierin nog steeds steken laten vallen. Het vertrouwen is maar zo weg in de stormen en golven van het bestaan (4: 35-41). Hoe lang duurt het nog voordat je weet met Wie je te maken hebt?

7 januari: Marcus 5:1-20
Wat valt nou het meest op aan dit bijbelgedeelte? Dat Jezus demonen kan uitdrijven, is al bekend. Dat Hij zelfs een legioen demonen kan uitdrijven, ligt in de lijn van de verwachting. Ja, een vreemd element is dat sturen van die demonen in die varkens die daar lopen. En dat je schrikt als je de bezetene ziet, nu bij zijn volle verstand, okť. Maar dat je Jezus daarom vraagt om weg te gaan. Doet Jezus (je) teveel? Komt Hij te dichtbij? De Gerasenen blijven liever baas in eigen huis. Hoe herkenbaar is dat allemaal voor jezelf?

8 januari: Marcus 5:21-43
Marcus vertelt over het algemeen beknopt en vol vaart. Hier lijkt het alsof hij de tijd neemt. Het is dan ook een indrukwekkend verhaal. Jezus preekt niet alleen met gezag en heeft zeggenschap over ziekte, demonen, wind en golven, maar ook is Hij de overwinnaar van de dood. Maar net als JaÔrus moet een mens leren wachten. Uiteindelijk zal Jezus je versteld doen staan. Voordat het zover is moet je leren om geduld te hebben. Er zijn ook anderen die Jezus nodig hebben (5: 25-34). Maar wat oponthoud lijkt, kan onderweg een bemoediging zijn: geloof alleen is al voldoende. Lukt het jou nog om geduld op te brengen en te geloven?

9 januari: Psalm 38
Wie van binnen uit weet wat ziekte is, zal zich denk ik herkennen in het isolement en in de eenzaamheid, die door David onder woorden worden gebracht (vers 12). Wie geen mensen meer om zich heen heeft of kan hebben, kan alleen maar hopen op God (vers 16). Minder makkelijk nemen we de moeiteloze verbinding tussen ziekte en zonde in de mond: zonde leidt tot ziekte (vers 4-6). Een verouderd gods- of mensbeeld? Dat is denk ik te kort door de bocht. Hoe dan ook, het omgekeerde is ook waar: vergeving en genade reinigen niet alleen de geest, maar ook het lichaam. Spreken de daden van Jezus niet voor zichzelf?

10 januari: Marcus 6:1-29
Het is onthutsend om te lezen, dat de mensen die het dichtst bij Jezus staan Hem weigeren te erkennen. Extra opvallend is dat dit ongeloof Jezus verhindert om wonderen te doen (6: 5). Als het evangelie alleen maar op verzet stuit, kan Jezus dus niet zoveel beginnen. Laat die gedachte eens dichtbij komen. Wanneer sta jij met je eigen ongeloof, je eigen verzet Jezus in de weg? Ondanks ongeloof gaat het werk door. Goddank! Dan maar in andere steden en gebieden. Ondertussen krijgt ook Herodes aandacht voor Jezus. Onheil dreigt, want deze Herodes is de moordenaar van Johannes de Doper.

11 januari: Marcus 6:30-56
De Herder van IsraŽl ontfermt zich over de mensenmassa met o.a. een maaltijd op een berg. Met weinig middelen kan Jezus grote dingen doen. Als Hij eenmaal aan het uitdelen is, houdt het niet meer op. Jammer genoeg blijft het nog zovaak schipperen met de volgelingen van Jezus. Hoe is het mogelijk dat je na de geschiedenis met die broden en vissen schrikt of bang wordt, als Jezus onderweg bij je komt lopen en zelfs je wil voorgaan (6: 48) op weg naar het doel (6: 45). Alleen Jezus zelf kan ons ervan overtuigen dat in Hem God zelf in ons midden aanwezig is. De vraag is: laat je je overtuigen?

12 januari: Marcus 7
Binnen IsraŽl stuit Jezus op verzet van mensen die beter zouden moeten weten (7: 1-23). Buiten IsraŽl vindt Jezus opmerkelijk geloof van mensen van wie je 't helemaal niet verwacht (7: 24-30). Je komt het nog steeds vaak tegen. De confrontatie met de farizeeŽen spitst zich toe op de vraag rein of onrein. Dijken en dammen voldoen niet om het onreine buiten je te houden. Je zult moeten toegeven dat wat uit de mens naar buiten komt onrein maakt. Het is een trefzekere diagnose van Heiland Jezus. Het kwade heeft zich meer in ons genesteld dan wij vaak waar willen hebben. Kun jij daar voorbeelden van geven?

13 januari: Marcus 8:1-9:1
Wat is er toch veel voor nodig om mensen tot geloof te bewegen! De farizeeŽn vragen om een teken (8: 11-12): kritische afstandelijkheid. Stekeblind. De discipelen kissebissen over de boodschappen. Hebben ze nog niet door met Wie ze te maken hebben (8: 17-21)? Hoezo geen Brood genoeg! Bijziend zijn ze. Net als die blinde zullen hun ogen ook nog voor veel dingen moeten open gaan. Om te beginnen: dat Jezus moet lijden. Het is de eerste keer dat Jezus erover begint. Petrus moet leren loslaten. Net als ieder die Jezus wil volgen. Jezus volgen is geen 'highway to heaven', maar je leven verliezen en kruisdragen. Wat betekent dat voor jou?

14 januari: Marcus 9:2-29
Niet voor niks sluit de geschiedenis van de verheerlijking op de berg aan op het eerste onderwijs van Jezus over zijn lijden. Vanuit de hemel bevestigt de Vader wat de Zoon op aarde zegt: 'Deze is mijn Zoon, mijn geliefde, luister naar Hem'. Maar voordat Jezus' leerlingen mogen spreken over deze Jezus Christus in zijn grootheid zullen ze Hem moeten volgen in zijn weg van lijden en vernedering. Jammer genoeg falen Jezus' leerlingen zo vaak als het aankomt op naast Jezus staan. Het lukt hen niet om die jongen te genezen. Te weinig geloof (9: 19), te weinig gebed (9: 29). Hoe is dat bij jou?

15 januari: Marcus 9:30-50
Ook Jezus' tweede lijdensaankondiging ontmoet totaal onbegrip bij zijn leerlingen. Dat wordt pijnlijk blootgelegd door de onderlinge ruzie over wie de belangrijkste is. Jezus volgen is dienen, omdat je in dienst staat van de Dienende in eigen persoon. Waar maken wij ons als kerk van Christus of waar maak jij je als volgeling van Jezus druk over in de tijd van beproeving nu het erop aan komt (9: 49)? Wees liever duidelijk en radicaal in de keuzes die je maakt. Vlees en bloed zullen het Koninkrijk niet beŽrven. Zet desnoods maar het mes in jezelf. Hoe moeilijk is dat voor jou?

J.M. Oldenhuis, Sauwerd

16 januari: Marcus 10:1-31
De FarizeeŽn wilden een discussie over echtscheiding om zo Jezus' gezag onderuit te halen: Hij zou vast of te rekkelijk of te precies zijn. Maar Jezus liet zich niet vangen. Hij herinnerde eraan hoe God het huwelijk oorspronkelijk heeft bedoeld: als een relatie voor het leven. Dat betekent dat echtscheiding ťigenlijk niet kan. Als die soms toch onontkoombaar is (in Mat.19:9 noemt Christus overspel), dan is er sprake van de weerbarstigheid van ons zondige hart of van de zonde in het algemeen: alle reden om je samen klein te maken voor God.
Uit deze radicaliteit concludeerden de leerlingen: het Koninkrijk is niks voor kinderen. Jezus keerde het om: 'Jullie, volwassenen, moeten juist net als kinderen worden, want zij kunnen tenminste hun handen ophouden.' Op deze manier afhankelijk zijn van God, is uitermate moeilijk; de rijke jongeman kon het in elk geval niet opbrengen z'n zekerheden op te geven. 'In feite kan niemand dat', zei Jezus, behalve als God hem/haar dat geeft.' Maar mŠken we ons van God afhankelijk, dan komen we daarmee niet bedrogen uit: zo royaal is God.

17 januari: Marcus 10:32-52
Jezus' boodschap blijkt ook voor z'n leerlingen elke keer weer onbegrijpelijk te zijn: Hij ging wel een glorieus koningschap tegemoet, maar de weg daarheen zou bestaan uit dienen, zo vergaand dat Hij zelfs zou lijden en sterven. En Jezus voegde daaraan toe: 'Jullie moeten mij daarin navolgen door ook de ander te dienen': de enige juiste houding van leiders in de kerk.
De genezing van BartimeŁs illustreert prachtig hoe het werkt in het Koninkrijk: je klampt je met hartstocht vast aan Jezus in het besef dat Hij alleen redt, en dan kun je ervan op aan: je ondervindt zijn barmhartigheid.

18 januari: Marcus 11
Jezus' intocht op een ezelsveulen bevatte een dubbele boodschap: Hij is de beloofde koning, maar ook: Hij kan zijn koningschap pas aanvaarden via nederigheid, via lijden. De eerste boodschap werd door de mensen enthousiast opgepakt: 'Hosanna!' Maar voor de tweede boodschap stonden ze niet open. Om hen te waarschuwen vervloekte Jezus die vijgenboom; daarmee zei Hij in feite: 'Wie niet vruchtbaar is voor God, roept Gods straf over zich op.' Ook een waarschuwing voor ons: leeft Christus echt in ons? Toen Jezus de tempel schoonveegde, richtte Hij de mensen op de kern: de band met God. Een kritische vraag naar zijn bevoegdheid pareerde Jezus door aan Johannes de Doper te herinneren: als ze zijn voorloper al niet erkenden, dan zeker Hem-zelf niet.

19 januari: Psalm 39
Ondanks al z'n moeite hield de dichter zich stil, ook tegenover God. Maar wie z'n emoties opkropt, verteert zichzelf. Vandaar het succes van therapie: praten helpt verder. Maar dan moeten we ook praten tegen God. Op een gegeven moment kwam de dichter zover: hij schreeuwde het uit tegen God. Wonderlijk genoeg vroeg hij God om hem te doordringen van z'n kwetsbaarheid. Wie beseft dat hij een nietig, schuldig mens is, zal namelijk niet gauw de glorieuze, heilige God verwijten maken: in dat opzicht hou je dan je mond. Tegelijk smeekte de dichter God om hem weer levensvreugde te geven. We kunnen er zeker van zijn: zo'n gebed wůrdt verhoord, misschien/hopelijk nog in dit leven maar zeker erna. Dat komt doordat Christus het in Getsemane en Golgota voor ons uitgeschreeuwd heeft en daarna zijn lijden en dood te boven is gekomen. Dat is de grond voor al ons perspectief.

20 januari: Marcus 12:1-27
Hoe verder we in het Evangelie naar Marcus komen, des te meer verscherpen de tegenstellingen zich. Jezus gaat al meer de haat van de leiders merken, maar Hijzelf wordt ook scherper in het waarschuwen van en voor hen. Zo ook in de gelijkenis van de pachters. Daarin vertelt Jezus dat het ongehoorde zal gebeuren: de leiders zullen Hem vermoorden, maar daarmee hun eigen einde naar zich toe halen, want de verworpen Jezus is de uitverkoren Zoon. De leiders willen daar niet aan; ze blijven Hem dan ook bestoken met geniepige probleemstellingen om te bereiken dat Hij uit de gratie van het volk zou raken. Maar Jezus blijkt elke keer weer op een superieure manier in staat hen te confronteren met het abc van het geloof: jullie moeten niet alleen eerbied hebben voor God maar ook voor de overheid; jullie moeten niet zo bekrompen denken over de toekomst: Gods kinderen zķllen opstaan en wat seksualiteit betreft gelijk zijn aan de engelen. Jezus' woord is wijsheid voor elke dag en elke situatie.

21 januari: Marcus 12:28-44
Al eeuwen lang onderscheiden de joden in het OT 248 geboden en 365 verboden. Toch ziet Jezus kans dat geheel samen te vatten met twee simpele geboden: God ťn de naaste hebben. Eigenlijk is het geen wonder dat Jezus tot zo'n treffende samenvatting in staat is: Hij is immers de oorspronkelijke auteur van al die geboden en verboden. Om de mensen aan het denken te zetten over Hem als de Messias, herinnert Jezus aan Ps.110:1; daarin gaf David al aan dat zijn zoon, de Messias, tegelijk zijn Heer was. En dan volgt een duidelijke illustratie van Christus' eerdere woord: vele eersten (bijv. de schriftgeleerden) zullen de laatsten zijn, en vele laatsten (bijv. die arme weduwe) zullen de eersten zijn.

22 januari: Marcus 13
In Jezus' tijd was de Tempelberg met z'n bouwwerken een indrukwekkend complex. Het moet dan ook schokkend zijn geweest toen Jezus nadrukkelijk verklaarde: 'Dat gaat allemaal kapot!' In Jezus' toespraak mondt de beschrijving van de ondergang van Jeruzalem geleidelijk uit in een beschrijving van de laatste periode van de wereld (zie vooral vs.24-27). De ondergang van het toenmalige Jeruzalem in het jaar 70 was kennelijk een voorproef van het einde van de wereldgeschiedenis. Jezus wijst hier niet op om ons angstig te maken. Natuurlijk, wie niet met God rekent, heeft reden bang te zijn voor de toekomst. Maar Christus' eerste bedoeling met zijn tekening van de toekomst is om ons waakzaam te maken. Dat maakt duidelijk wat God het liefste ziet: dat we tot inkeer komen en zijn eindoordeel heelhuids doorkomen.

23 januari: Marcus 14:1-42
Een heel bijzonder moment in die laatste donkere dagen van Jezus' verblijf in Judea was zijn zalving tijdens een diner. Het was een gebeuren met een dubbele bodem: daarmee kreeg Jezus de eer die Hem toekwam, maar tegelijk werd daarmee vooruitgelopen op zijn aanstaande begrafenis.
Wat mij elke keer weer treft in het slot van de EvangeliŽn, zijn de twee lijnen die aanwijsbaar zijn:
- Enerzijds zijn daar de joodse leiders met hun haat, hun gestook, hun acties alsook het verraad van Judas. Het lijkt alsof zij het toneel beheersen. Het tegendeel is het geval, want:
- Anderzijds is daar Jezus, die al wat Hem wordt aangedaan niet als een willoos slachtoffer ondergaat. Dat lijkt oppervlakkig bezien wel zo, maar in feite is Hij actief, doelbewust en zelfs sturend bezig: Hij stelt het avondmaal in, kondigt het verraad door Judas aan en de vlucht van de andere leerlingen; tenslotte voegt Hij zich in wat God met Hem wil, met als afsluiting van deze episodes: 'Sta op, laten we gaan' (vs.42): met open ogen gaat Hij op weg naar zijn gevangenneming en terechtstelling. Zo gespitst was Christus erop om ons te redden!

C. van der Leest, Groningen-Oost

24 januari: Marcus 14:43-72
De verraderskus bedoeld om snel en effectief Jezus te kunnen arresteren. Toch kan dat alleen plaatsvinden onder Gods regie: Terwijl Hij sprak: "De ure is gekomen." (41,43 en 49). 53,54 wijzen op een parallel in vervolg: Jezus belijdt ("Ik ben de Christus, de Zoon van de Gezegende."; 61,62) en wordt veroordeeld; Petrus verloochent en ontkomt. Jezus zet in op de lange termijn en op grote belang Gods koninkrijk (lijden wel dichtbij dieptepunt, hemelse heerlijkheid daarna; 62); Petrus ziet korte termijn en eigen belang lijfsbehoud. Bij Petrus breekt berouw door bij de herkenning van Jezus' woorden (72)!

25 januari: Marcus 15:1-41
Aangrijpend duivels spel. Joodse leiders draaien zich steeds vaster in hun anti-Jezus verzet en mobiliseren het gepeupel (11) voor Pilatus' rechterstoel. Die laten zich opstoken ten gunste van moordenaar Barabbas. Als Jezus maar wordt opgeruimd. Anderzijds Pilatus. Met de beste Romeinse wil van de wereld kan hij in die Jezus niet een schuldige zien. Toch laadt hij verantwoordelijkheid op zich: hij laat Hem geselen en kruisigen. Politiek-tactisch wijken Romeinse wetten wijken even voor joodse volkswil. Bijtend is de spot, pijnlijk Jezus' plaats tussen 2 gekruisigde misdadigers. Ook hierin de Vervuller van de Schriften (Jes 53). Vervuller van offerperiode (38): "Jezus ontsluit de toegang tot Gods binnenste heiligdom." (van Bruggen).

26 januari: Marcus 15:42-16:20
Jozef van Arimatea's liefdevolle zorg voorkomt dat Jezus' lichaam op sabbat door Romeinen wordt weggehaald en misschien wel oneervol in een massagraf zou terecht komen. Pilatus' welwillendheid tot een snelle en eervolle begrafenis mee ingegeven door getuigenis hoofdman (?) (zie 39; en 44,45). - " ..door zijn opstanding uit de doden verklaard Gods Zoon te zijn in kracht, Jezus Christus, onze Heer."(Rom.1:4) Uitgerekend Maria van Magdala, door Jezus van 7 demonen bevrijd, eerste verkondigster van Zijn overwinning over de dood. Desondanks willen de andere, nog treurende leerlingen zich niet door haar getuigenis uit hun verdriet laten bevrijden. Daarvoor Hijzelf nodig. Modernistisch 'verhaal dat gaat' namelijk dat Jezus' opstanding uit brein van Jezus' leerlingen zou zijn voortgekomen, is alleen daarom al uiterst onwaarschijnlijk! Over 16:16: Er is best wat Bijbels te zeggen over volwassendoop (in relatie tot kinderdoop), maar dit vers is daar nu precies ongeschikt voor, nŠ 15: In een zendingssituatie altijd volwassenen benaderd; die worden op hun geloofsgetuigenis gedoopt. De tekens in 17,18 "geen tekenen van de gelovigen, maar tekenen bij het goede nieuws. Deze wonderen bewijzen niet dat iemand gelooft, maar dat het woord over Jezus waar is."; aldus van Bruggen. Vraag hierbij: Is dit niet een valse en onnodige tegenstelling?

27 januari: Psalm 40:1-9
Soms zit je zo diep ("kuil van het verderf", "slijk van de modderpoel"), dat het zingen voor God je vergaat. Hij alleen kan je weer op vaste grond ("rots") zetten; je leven weer een vaste koers geven ("schreden vast") en je weer leren 'praisen'. In die verwachting - die de dichter deelt en wil delen met anderen (4)- wordt niemand teleurgesteld. Gods mogelijkheden, daden en wonderen, niet in woorden te vatten (6). Wat past bij onze grote God? Offers aan Hem zijn loze gebaren als ze niet van harte worden gebracht (7-9).

28 januari: Psalm 40:10-18
Zo dubbel kan het zijn in een gelovig leven: moed verloren door overstelpende ellende (13) en toch: rekenen op Gods beschermende liefde en trouw (12), grote dingen van Hem zeggen (10,11) en oproepen tot lof op God, door jezelf en de andere gelovigen (17,18).

29 januari: 1 KorintiŽrs 1:1-25
Over de gemeente te Korinte als geheel is Paulus opvallend dankbaar, en hoopvol met het oog op de dag van Jezus' terugkomst (4-9). Opvallend, vergeleken met de scherpe kritiek op onderdelen; hier: de eenheid in Christus opgeofferd aan een concurrentieslag tussen groepen gemeenteleden die elk van weer een andere voorganger sympathisanten zijn (10-17). Centraal dient te staan: het 'dwaze' evangelie van God: de behoudende kracht van Christus' kruisigingsdood (18-25).

30 januari: 1 KorintiŽrs 1:26-2:16
Maatstafgevend voor God is niet je plek op de maatschappelijke ladder (integendeel:1:26,27), ook niet de sprekersgaven van verkondigers (2:1-4), maar de aanvaarding van het evangelie van de gekruisigde Christus. Die aanvaarding door ons ("ongeestelijk" als we zijn;2:14) en de beoordeling van dat evangelie (2:14) kan alleen door de Geest van God (2:11-14). Hoe belangrijk voortdurend gebed om de Geest! "Wij hebben de zin van Christus" (slot 2:16) zoveel als: de gedachten van Christus: Paulus en z'n helpers kennen door Gods Geest Gods plannen en overleggingen.

31 januari: 1 KorintiŽrs 3
Tegenover menselijk denken binnen de gemeente (richtingenstrijd; 3,4) en menselijk werken aan de opbouw van de gemeente (kan verkeerde leer of motivatie zijn; 12) stelt Paulus: Jullie zijn als gemeente Gods bouwwerk (9), Gods tempel (16). Die hoge geestelijke status is de gemeente verleend op basis van het fundament: Jezus Christus zelf (11). Dit relativeert zelfs Paulus' eigen inbreng en die van alle voorgangers (7-9), zonder er overigens geringschattend over te doen.

J.G. Van der Hoeven, Groningen-Noord