Het Groninger Bijbelleesrooster voor vier jaar, jaar-2, februari
Zie voor nadere informatie de inleiding op dit rooster, te bereiken via deze link

1 februari: 1 KorintiŽrs 4
Beoordeling van mensen door mensen (zoals van apostelen door gemeenteleden) is een valkuil. Totdat het tegendeel blijkt (uit daden en verkondiging), gaat niemand anders dan God over de betrouwbaarheid (integriteit) van de apostelen (4,5). Als geestelijk verwekker van deze gelovigen (15,16) stelt hij zichzelf ten voorbeeld: Geen reden tot hoogmoed. Paulus weet zichzelf klein gehouden (11-13). Blijf maar klein onder je geloof in Jezus Christus: je hebt het alleen maar kado gekregen (7).

J.G. Van der Hoeven, Groningen-Noord

2 februari: 1 KorintiŽrs 5
Iemand overleveren aan de satan, dat is nogal wat! Het doet ons denken aan de uitsluiting uit de gemeente. Dat gebeurt zelden. We zijn er ook voorzichtig mee. Als je hierbij een fout maakt, heeft dat verschrikkelijke gevolgen. Misschien vraagt iemand zich zelfs af, of tucht tegenwoordig nog wel kan. Ik wil hier volstaan met twee vragen. Eerst: 'heeft het kwade in de gemeente van de Here Jezus een wettige plaats.' En de tweede vraag is: 'zo niet, neemt u uw eigen overtuiging dan ook serieus?'

3 februari: 1 KorintiŽrs 6
Als een gemeentelid zijn kerkenraad voor de rechter daagt, spreken velen daar schande van. Hij gooit nota bene de vuile was van zijn kerk op straat. Waarom lost hij zijn probleem niet binnen de kerk op?
Misschien heeft hij inderdaad te weinig geduld. Maar je kunt jezelf ook afvragen, of binnen de kerk wel voldoende ruimte is om recht te doen aan het kwaad. P
ersoonlijk en samen zijn wij een tempel van de Geest. Maar in die tempel woont ook de zonde. Durven wij de confrontatie met deze realiteit wel aan? Wie durft rechter te zijn?

4 februari: 1 KorintiŽrs 7
Goed om niet getrouwd te zijn? Goed om wel getrouwd te zijn! 'Je kunt wel zien', denkt iemand misschien, 'dat de apostel Paulus niet getrouwd was. Hij weet gewoon niet, wat liefde is.' Toch is dat maar de vraag. Uit 1 KorintiŽrs 9: 4 blijkt, dat Paulus de voordelen van het getrouwd zijn goed kent. Hij weet wat hij, in vergelijking met Petrus en andere apostelen, mist. Maar het leven is complex. Ook het getrouwd zijn en het niet getrouwd zijn kun je maar zo niet op ťťn noemer brengen. Niet getrouwd zijn kan je eenzaam maken. Maar het kan je ook heel veel ruimte geven om jezelf in te zetten voor het Koninkrijk dat spoedig komt. Je moet het alleen wel kunnen!

5 februari: 1 KorintiŽrs 8
Wij mogen geen aanstoot geven. Iemand kan door ons gedrag in zonde vallen. Dat kan inderdaad. Het gaat dan echter wel om mensen die zwak zijn. Wat Korinte betreft moet u denken aan iemand, die niet kan geloven dat de goden niet bestaan. Daarom koopt hij ook geen offervlees. Het heeft nota bene diezelfde morgen nog op het altaar van een god of godin gelegen! Van zo'n pasbekeerde Christen kun je ook niet verwachten, dat hij in ťťn keer die hele godenboel onzin gaat vinden. Maar hoe zit het met hen die aanstoot nemen? Kunnen zij daar zelf echt niets aan doen? Van een aantal zal dat zeker gelden. Maar ook van iedereen?

6 februari: 1 KorintiŽrs 9
Het Woord van God brengt aan het licht wat er in iemand leeft. Het is een tweesnijdend scherp zwaard. De ťťn gelooft het, maar de ander verzet zich ertegen. Maar dat Woord wordt wel door mensen doorgegeven. Die zijn verantwoordelijk voor de manier waarop zij dat doen.
Iemand die zich dat goed bewust was, was de apostel Paulus. Hij trachtte het evangelie zo dicht mogelijk bij de mensen te brengen. Hij vergat daarbij niet wat het is om Jood te zijn en kroop in de huid van de Griek. Was God ook niet in Jezus heel dichtbij gekomen? Aan God zal het niet liggen. Aan ons mag het ook niet liggen.

7 februari: 1 KorintiŽrs 10:1-22
Je moet elkaar in de gemeente geen dingen opleggen die God iemand niet oplegt. Toch zijn er ook dingen die God verbiedt. Zo kon je in Korinte verschillend denken over het eten van offervlees, maar niet over de deelname aan heidens offermaaltijden. Inderdaad, goden bestonden niet, maar demonen wel. De heidense cultus is niet iets onschuldigs. Integendeel. Denk bijvoorbeeld aan de voodoo. Voor een Korintische christen best moeilijk om op zo'n offermaaltijd te ontbreken. Hij ontmoette daar zijn familie of zijn collega's. 'Een bovenmenselijke beproeving', zou je bijna zeggen. Maar de apostel relativeert het een beetje. 'U hebt geen bovenmenselijke verzoeking te doorstaan.' 'Niet al te dramatisch, alstublieft.'

8 februari: 1 KorintiŽrs 10:23-11:16
"Daarom moet de vrouw een macht op het hoofd hebben Ö " Ik zag deze tekst eens staan op de muur van een zware Gereformeerde Bonds-kerk. Ook zag ik een vrouw daar naartoe fietsen met een plastic tasje aan haar stuur. Driemaal raden wat daarin zat. Wij lachen daarom. Laten we het niet te vlug doen. Misschien lachen anderen om ons, bijvoorbeeld als vlak vůůr de dienst de kerkenraad binnenkomt: allemaal mannen. Dit voorlopig alleen maar ter overdenking.

9 februari: 1 KorintiŽrs 11:17-34
De week vůůr het avondmaal houden wij vaak onze voorbereiding. Het wordt bijna een gewoonte. En als je iets uit gewoonte doet, moet je oppassen. Trouwens ook, als je jezelf niet uit gewůůnte voorbereidt. Zo gauw groeit de gedachte, dat je jezelf op eigen kracht op het geestelijk niveau moet brengen waarop je het avondmaal kunt vieren. Kun je dan zomaar avondmaal vieren? Niet zomaar. Maar als je jezelf onthoudt, moet daar wel een duidelijke reden voor zijn, zoals die er ook in Korinte was.

10 februari: Psalm 41
Niets van het menselijk leed was David vreemd. Een goede vriend die jou finaal in de steek laat. Wie kent dat niet. Zelfs Jezus maakte dat mee. Hij begrijpt dus ook je verdriet, als je je bedrogen voelt. En Hij geeft je de kracht om met je verdriet naar God te gaan.

11 februari: 1 KorintiŽrs 12
"Dit is mijn hand en dat is mijn voet. 'k Heb ze allebei nodig.' Een liedje van Elly en Rikkert over 1 KorintiŽrs 12. Zo duidelijk als wat. Hoe komt het, dat het in de kerk vaak opeens niet meer duidelijk is?

12 februari: 1 KorintiŽrs 13
"Alles bedekt zij, alles gelooft zij, alles hoopt zij, alles verdraagt zij." Hang dat maar boven je bureau of in uw slaapkamer. Niet als een gebod: 'zorg ervoor, dat jij Ö' Maar als iets om echt naar te verlangen. Als ik toch eens Ö.

13 februari: 1 KorintiŽrs 14:1-25
In de gemeente van Korinte waren gaven die wij niet kennen. Waarom niet? Je kunt zeggen, dat God aan het eind van de Nieuwtestamentische tijd een streep trekt. Onder die streep staan geen tongen meer. Je kunt ook zeggen, dat ze daar juist wel staan en dat wij echt iets missen.
Ik vind beide iets krampachtigs hebben. Ik zou zeggen: 'sta open voor alles wat God vandaag wil doen. 'Dwing' Hem tot niets en 'verbied' Hem ook niets.

14 februari: 1 KorintiŽrs 14:26-40
Het ging in de gemeente van Korinte dus anders toe dan bij ons. In onze erediensten is vooral die ene predikant aan het woord. Moet het dan ook bij ons niet anders? Moeten niet. Waarom zou een christelijke gemeente in alle tijden en in alle culturen op dezelfde manier vorm moeten geven aan haar erediensten. Het kan dus anders dan in Korinte. Maar het kan dus ook anders dan in onze 20e eeuw.

15 februari: 1 KorintiŽrs 15:1-28
'Je moet de bijbel letterlijk nemen', zegt de ťťn. 'Nee', zegt de ander, 'wat waar is, is nog niet altijd echt gebeurd.' Nu komen wij in de bijbel inderdaad ook veel symbolen tegen. Maar waar zijn we dan met de Schrift aan toe? Het mooie is, dat de bijbel zelf aangeeft wanneer zij ons harde feiten aanreikt, bijvoorbeeld in 1 Korinte 15.

16 februari: 1 KorintiŽrs 15:29-49
Wat is nu dat geestelijk lichaam, waar Paulus over spreekt? Er is dus in elk geval verschil tussen het lichaam dat wij nu en het lichaam dat wij straks hebben. Laten we ook niet te gauw denken, dat wij precies weten hoe het straks zal zijn. Aan de andere kant is er ook continuÔteit, zoals er verband bestaat tussen die korrel en de aar die eruit groeit. DŪt lichaam wordt opgewekt.

17 februari: 1 KorintiŽrs 15:50-58
Kort maar krachtig! 'Dood, waar is uw prikkel?' Voor een bij zonder angel hoef je niet bang te zijn. Je hoeft de dood niet te overschreeuwen. Huil maar, als je iemand kwijt bent. Probeer niet zo nodig flink te zijn. Maar laat het daar niet bij. Durf ook eens zo triomfantelijk zijn als de apostel.

18 februari: 1 KorintiŽrs 16
Een hoofdstuk, dat we misschien geneigd zijn over te slaan. Er staan geen verheven teksten in. Maar is het Woord niet mens geworden? God openbaart zich in dat heel concrete leven van mensen die elkaar brieven schrijven en daarin groeten overbrengen. In dat leven openbaart God zich echt!

T.S. Huttenga, Groningen-West

19 februari: Psalm 42
De dichter van psalm 42-43 (hoort bij elkaar) is waarschijnlijk onschuldig verbannen uit IsraŽl. In de buurt van de bronnen van de Jordaan moet hij leven. Daar vloeien zijn tranen, want het zit niet mee. Tegenslag van allerlei aard schopt hem onderuit. En de mensen zeggen spottend: "Waar is nou die God van je?"
Die pijnlijke vraag stel je jezelf natuurlijk ook. Dan botst het van binnen. Dat intense verlangen naar God en Zijn schijnbare afwezigheid hier en nu. Juist nu je Hem zo nodig hebt is Hij niet te vindenÖ.
Misschien is dat voor u wel heel herkenbaar. Veelzeggend is dan dat refrein van deze Psalm: 42:6, 12 en 43: 5. Toch is God mijn Verlosser. Ik blijf op Hem hopen. Ik blijf Hem loven!

20 februari: 2 KorintiŽrs 1:1-22
Paulus schrijft deze brief na een diepgaand conflict met de gemeente. Na verschillende vergeefse pogingen om de tegenstellingen uit de weg te ruimen is er een opening gekomen. Titus heeft een scherpe brief van Paulus (aangeduid als "tranenbrief") overgebracht en de zaak achter die brief heel verstandig aangepakt. Op die manier heeft God ingegrepen. Zo stuurt Paulus Titus nu opnieuw met een brief naar Korinte.
De inzet van deze brief is Gods troost. Er zijn allerlei vormen van lijden en allerlei gevaren, maar wat we moeten leren is om ons vertrouwen op God te stellen.
Er is kritiek op Paulus. Maar het is ongefundeerd. Paulus houdt het bij de eenvoud en de kracht van het Evangelie van het kruis.

21 februari: 2 KorintiŽrs 1:23-2:17
Wat is het bitter om vals beschuldigd te worden. Als je aan de kant geschoven wordt, terwijl je met grote inzet en toewijding alles gegeven hebt. Als leugenachtige figuren met mooie woorden de mensen naar hun hand weten te zetten.
Het is Paulus overkomen. Een dwaalleer in Korinte maakte het aardse leven ondergeschikt aan het zogenaamd geestelijke. Daardoor werden allerlei zonden op seksueel terrein gedoogd. En Paulus werd als "ongeestelijk mens" uitgerangeerd.
Gelukkig is de zaak in het juiste licht komen te staan. Maar Paulus heeft geen plezier in zijn gelijk of voldoening in hun schuldgevoelens. De liefde van Christus drijft hem. Daarom is er ook hartelijke en royale vergeving, gesteld dat er door hem iets te vergeven zou zijn. Het was een zaak van de gemeente, maar Paulus verheugt zich in de bereikte verzoening!

22 februari: 2 KorintiŽrs 3
We kennen uit Exodus 34 die geschiedenis dat toen Mozes bij God vandaan kwam zijn gezicht de heerlijkheid van God weerspiegelde. Het was meer dan het volk verdragen kon. Maar nu gaat Paulus dit op ons toepassenÖ. Dat wij door de Heilige Geest God Zelf ontmoeten en Zijn heerlijkheid gaan uitstralenÖ.!
Het is dat het overduidelijk in Gods Woord staat, maar het botst met wat ik bevatten kan. Het is ook iets dat me onrustig maakt. Want zoveel bespeur je daar nu niet van in de kerk. Gods heerlijkheid. Barmhartig en genadig, lankmoedig, groot van goedertierenheid en trouw, vol vergeving zonder de onreinheid te verdragen. Blijkbaar moet er niet alleen bij IsraŽl maar ook bij ons een bedekking weggenomen worden! Verlangt u daarnaar?!

23 februari: 2 KorintiŽrs 4:1-5:10
De waarheid mag gezien worden. Het licht van God mag onze duisternis aan de dag brengen. Zodat we kunnen belijden en vergeving mogen ontvangen. Zodat er ruimte is voor echte vernieuwing en geestelijke groei.
Paulus weet er alles van. De geestelijke schat die hij van God ontvangen heeft is als het ware opgeslagen in zijn gewone menselijk-zondige leven. Zoals men in die tijd geld bewaarde in alledaags aardewerk. Aan de buitenkant is het lang niet altijd zichtbaar. En toch is daar die bijzondere schat van Gods genade.
Wat dwars door alles heen wel zichtbaar is, is dat verlangen om de Here welgevallig te zijn. Maar dan kun je geen dingen meer voor God en mensen verbergenÖ..

24 februari: 2 KorintiŽrs 5:11-6:10
Veel mensen snappen niks van het Evangelie van het kruis. Hoe is het mogelijk dat die Ander voor jouw overtredingen gestraft wordt en dat jij vrijuit gaat? Onverteerbaar goedkoop!
Deze moeite heeft mede te maken met het feit dat wij bij de dingen van hoofdstuk 5: 21 gemakkelijk een punt zetten, terwijl Gods Woord verder gaat. Paulus vermaant ons namens de Here om de genade van God niet tevergeefs te ontvangen. Niet als een gapend gat, een bodemloze put, leeg, zonder inhoud of gevolgÖ..
Omdat God ons in Zijn welbehagen alles wil geven om tot Zijn eer te leven verwacht Hij dat ook van ons. Daarom zie je hoe Paulus in alles tracht om Christus na te volgen. Als die nieuwe schepping zichtbaar wordt komt er ruimte om van Gods genade te spreken!

25 februari: 2 KorintiŽrs 6:11-7:16
De dwaalleer in Korinte maakte het "aardse" ondergeschikt aan het "geestelijke". Dit bracht ook een onderschatting van het aardse leven als terrein van de strijd van het geloof met zich mee. Vanuit de gedachte dat men de heerlijkheid al bereikt had was men zorgeloos t.o.v. de verzoekingen, die een christen ten val kunnen brengen. Daarnaast had men niet in de gaten, hoezeer de eer van God met deze dingen gemoeid was.
Met klem roept Paulus op om je af te keren van alles en iedereen waardoor je naar lichaam of geest verontreinigd zou kunnen worden. Wij moeten het contact met God en Zijn volk zoeken, om Hťm te eren en naar Hťm toe te groeien. Ken jij dat verlangen, om echt helemaal van God te zijn?

26 februari: 2 KorintiŽrs 8
Door de verdachtmakingen van de tegenstanders van Paulus waren diens bedoelingen met de collecte voor Jeruzalem in kwaad daglicht gezet. Daardoor waren plannen niet uitgevoerd. Via Titus en andere betrouwbare mannen wordt de zaak nu weer opgepakt. Paulus zet zich in voor de eenheid van de kerk van Joden en niet-Joden. De rijke Grieken worden aangespoord om van hun materiŽle welvaart te delen met de arme broeders en zusters in Jeruzalem. In het veel armere MacedoniŽ had de oproep heel wat losgemaakt. Zij gaven wat ze konden, ja mťťr dan dat. Paulus heeft er een brok van in de keel. De liefde van Christus maakte de harten en de portemonnees open. De genade van de Here Jezus doet wat met mensen. Dat verwacht Paulus ook in Korinte. En in GroningenÖ.!?

27 februari: 2 KorintiŽrs 9
Met een knipoog weet Paulus de KorintiŽrs te prikkelen niet onder te willen doen voor de MacedoniŽrs. Maar er zit ook een diepe ondertoon in: De wetmatigheid van het zaaien en oogsten. Je wordt niet rijk door te schrapen en alles voor jezelf te houden. Je wordt niet arm door mild te geven. Bedenk van Wie je alles hebt ontvangen! Wie gelovig royaal zichzelf en zijn bezittingen aan de Here wijdt mag zegen verwachten. De gerichtheid op God en de ander betekent een beleving van de eenheid en verbondenheid in het geloof. Het wordt overvloedig door de dankzegging aan God, want degenen die via de materiŽle steun geholpen worden prijzen Hem!

28 februari: 2 KorintiŽrs 10
Paulus doet een indringend beroep op de KorintiŽrs, verwijzend naar de zachtmoedigheid en vriendelijkheid van Christus. Dat is de stijl die je in de kerk mag verwachten. Hoezeer de apostel soms ook gedwongen wordt om in de bres te springen en op de barricades te staan, hij is helemaal niet zo'n geestelijke vechtersbaas. Hij zal vanwege de zaak geen duimbreed wijken, maar in het persoonlijk verkeer is hij alles behalve opvallend, veeleer bescheiden, ja schuchterÖ.. Heel anders dan de pseudo-apostelen waar ze in Korinte mee weglopen. Dat zijn mensen die geweldig goed kunnen (s)preken en daarbij hun eigen geestelijkheid prachtig kunnen etaleren. Mensen die zichzelf aanprijzen. Voor Paulus telt iets anders veel zwaarder: Hoe zou God over mij denken?

L.C. Buijs, CGK-Groningen