Het Groninger Bijbelleesrooster voor vier jaar, jaar-2, december
Zie voor nadere informatie de inleiding op dit rooster, te bereiken via deze link

1 december: Spreuken 27:21 28:13
Is een dwaze te genezen? Het valt te vrezen van niet (22). In de verzen 23 27 vinden we een aantal wijze raadgevingen over het landleven. Bij enig nadenken best terzake voor onze geďndustrialiseerde samenleving.
Opvallend dat in 28:1vv herhaaldelijk een vergelijking wordt gemaakt tussen goddelozen en rechtvaardigen (1,4,6,10,12). Het is wel duidelijk wie uiteindelijk het beste af is. Dus we weten wat ons te doen staat.
Dat dit bijbelboek verder gaat dan algemeen menselijke wijsheid bewijzen de verzen 5 en 9. De mens die de HERE zoekt, ontvangt inzicht (5). Bidden mag nooit vanzelfsprekend worden. Pas wie hoort naar God, vindt gehoor.

2 december: Spreuken 28:14 29:6
Heel het leven komt hier aan bod. Het gaat over koningen en onderdanen (28:15,16,28 en 29:2,4) maar ook over wat past in het ouderlijk huis (28:24 en 29:3). De Spreukendichter kent de dieren (28:15) en hij spoort aan tot het bewerken van de akker (29:19). Wie werkt, zal eten (vergelijk 2 Tess. 3:10 12). Van belang is zeker vers 25. De mens die zijn lot in Gods hand legt, die vaart wel. In 1 Tim. 6:6vv vinden we hierop een mooi commentaar. Lied 429: 'Wie maar de goede God laat zorgen' kan hierbij gezongen worden.

3 december: Spreuken 29:7 27
De Spreuken geven meer dan algemeen menselijke wijsheid. Vaak verwijzen ze direct mar de HERE (13, 25 en 26).Gods ogen gaan over ons leven. Aan Hem hebben alle mensen het levenslicht te danken (13). Door Hem is de gelovige onaantastbaar (lees Spreuken 18:10 hierbij!). God zet alle dingen recht (26).
Vooral vers 18 geeft te denken. Als Gods wet terzijde wordt geschoven, dan is de rem op het kwaad losgelaten. De trein slaat op hol. Mensen weten niet meer waar ze het zoeken moeten. Dit zag Jezus. De mensen waren als schapen zonder herder (Mat. 9:36). Hoe is het vandaag met Nederland gesteld? Leven wij zelf naar Gods wet? Een gelovige levenswandel naar Gods goede geboden kan velen tot zegen zijn

4 december: Spreuken 30:1 14
Een zekere Agur verwoordt zijn geringheid (l 6). Er is maar één wijze levensweg: Gods Woord hoogachten. Bij de Hoogheilige schuilen. Dit geldt voor alle tijden. Van belang is hier om Schrift met Schrift te vergelijken: Ps. 12:7; 19:6; 119:140 en niet te vergeten Openb. 22:18,19. De Bijbel is een eenheid, want God blijft Dezelfde.
Agur gaat de weg van het gebed tot God (7 9). Voorbeeldig. Temeer omdat de wereld vol ontaarde mensen is (l 1 14). Helaas is dit vandaag niet anders. Om moedeloos van te worden? Maar Jezus sprak eens Mat. 5:11,12.

5 december: Spreuken 30:15 33
Via een opklimming van getallen wordt er extra aandacht gevraagd; de spanning wordt opgevoerd. Vier onverzadigbare dingen (l5,16), vier wonderlijke verschijnselen (l8 20), vier onverdraaglijke gebeurtenissen (21 23). Vier dieren - mier, klipdas, sprinkhaan en hagedis - verrassen de mens. Wie niet sterk is, moet slim zijn! Kijk door de schijn heen.
Het laatste woord van Agur roept op tot bedachtzaamheid (32,33). Bedenk vooraf goed wat je zegt. Woorden kunnen grote gevolgen hebben. Zwijgen is vaak beter dan spreken. De bede van Psalm 141:3 past ook ons.

6 december: Spreuken 31:1 9
Lemuël betekent: aan God gewijd. Die naam koos zijn moeder. Ze begeerde dat haar zoon een aan God gehoorzame koning zou worden. Laat je daarom niet vangen in de strik van vrouwen (3,4) en geef je niet over aan de wijn (4,5). Zie het als je plicht op te komen voor de wanhopigen. Wees de mond voor de stomme (8,9). Doe recht aan de verdrukten. Lees hierbij Psalm 72:12 17. De messiaanse Koning wordt ons hier uitgetekend. Veilig is de mens bij vorst Jezus!
Daarom is bedwelmende drank niet nodig (6,7). Jezus nam die ook niet aan het kruis (Mc. 15:23). Bewust onderging Hij zijn bitter lot en daarom kunnen wij al onze bekommernis werpen op God (1 Petrus 5:7).

7 december: Spreuken 31:10 33
Zonder twijfel is vers 30 het belangrijkste vers van heel dit lied. Deze vrouw leeft in ontzag voor de HERE. In heel haar doen en laten - en dat is heel wat! - staat Gods Woord centraal. Gods spreken geeft haar werklust en daadkracht. Gezegend de man die zo'n vrouw ontvangt. Zo'n levensgezel moet je ook zoeken. Met haar kan hij voor de dag komen. Zij doet hem goed (12). Respect voor God geeft een schoonheid die blijft.
Dit is ook dé boodschap van heel het Spreukenboek. De vreze des HEREN is het begin der wijsheid en het kennen van de Hoogheilige is verstand (9:10, vergelijk 1:7a). Dit blijft actueel.

M.H. de Boer, Hoogkerk.

8 december: Prediker 1
Ik ga ervan uit, dat Salomo de schrijver van het boek Prediker is. Dat is m.i. nog steeds het meest voor de hand liggende. Hoe somber Prediker ook klinkt, het zijn toch woorden van wijsheid. We herkennen in het boek de vruchteloosheid van Rom 8. Die vruchteloosheid is een gevolg van de zonde. Maar God zal ook dit gevolg eens wegnemen. Ook daar wijst Prediker op: wie de HERE vreest, ontkomt aan dit alles (7:18).
Voor ons is het wel eens goed om daar op gewezen te worden: veel in deze wereld is leeg, zonder inhoud. Terwijl wij vaak nog zo vast zitten aan het aardse. Maar de wereld gaat eens voorbij. Terwijl wie God vreest blijft tot in eeuwigheid (1 Joh 2:17).

9 december: Prediker 2
Het kernwoord van Prediker is: ijdelheid. Alles is leeg, zonder inhoud. Lucht en leegte, zegt de Nieuwe Bijbelvertaling. En dat geldt zeker voor het handelen van de mens. Dat is wel het toppunt van leegte. En dat geldt zelfs, wanneer de mens al zwoegend een heel vermogen bij elkaar schraapt. Want in de eerste plaats: je weet niet of je nog tijd krijgt om ervan te genieten (denk aan de rijke dwaas van Luk 12), in de tweede plaats heb je vele jaren, je halve leven, moeten zwoegen en je van alles moeten ontzeggen om zo rijk te worden, en in de derde plaats houden zorgen om je vermogen je constant bezig: je zou het ook zomaar weer kunnen verliezen. De bijbel waarschuwt niet voor niets voor het gevaar van de rijkdom (bv Jak 5). Het slot van dit hoofdstuk is waar het om draait: ook een rijke blijft in alles (!) van God afhankelijk.

10 december: Prediker 3
De mens is geschapen met de mogelijkheid om over de dingen na te denken. En te proberen er een lijn in te ontdekken: wat is de zin en de samenhang. God heeft de 'eeuw' in zijn hart gelegd (vs 11): besef van begin en eind, van oorzaak en gevolg, van geschiedenis. Maar van veel dingen blijft de samenhang voor de mens verborgen. Die samenhang is er wčl: achter alles zit Gods Plan. Geen cirkelgang, zoals het voor mensen soms lijkt. Maar een doelgericht werken. Hij heeft alles voortreffelijk gemaakt op zijn tijd. Ook het oefenen van gerechtigheid, het straffen van alle onrecht, komt wanneer God daarvoor de tijd rijp acht. Wanneer de mens dat alles dan ook aan God kan overlaten, is er de mogelijkheid om te genieten van het góede (vs 13).

11 december: Prediker 4
Het is niet goed voor een mens om alleen te zijn. Deze woorden uit Gen 2:18 klinken door in Pred 4:7-12. Daarom is een 'gemeenschap der heiligen' ook van zoveel waarde. Door elkaar te steunen is de kans groter om het einddoel te halen. Wanneer je een verre reis moet maken bijvoorbeeld. Of ook wanneer je het leven op aarde ziet als een reis naar de eeuwigheid. En drie staan nog weer sterker dan twee. Uiteindelijk staan we alleen met de HERE sterk. En - ook al wordt dat hier niet direct bedoeld - dat mag je ook op het huwelijk toepassen.
Opgaan, blinken en verzinken. Dat is het lot van de mens. Ook eer van mensen is maar tijdelijk (vss13-16).

12 december: Prediker 5
Het thema van Prediker is nog steeds de (schijnbare) zinloosheid van alles. Dat is zijn ervaring. En van die ervaring doet hij verslag. Maar tussen die verslagen in staat ineens een stukje, waarin Prediker een goede raad geeft. Met als doel om die zinloosheid te boven te komen. Die zinloosheid heeft dus niet het laatste woord. Met dat doel wijst Prediker op het belang van geregelde kerkgang (4:17), van het gebed (5:1-2) en het doen van geloften (vss 3-6). Bewaak de deuren van uw mond (vgl. Ps 141).
In het hierop volgende gedeelte wijst de Prediker op het betrekkelijke en ook het gevaar van rijkdom (zie ook bij hst 2): alle rijkdom gaat een keer teniet. Dus niet oppotten voor later. Maar genieten van het goede wat God geeft.

13 december: Prediker 6
Hoofdstuk 6 sluit nauw aan bij 5. Genieten van het leven is een kunst. Soms lukt dat een arme beter dan een rijke! (vss 8 en 9). Een belangrijk punt daarbij is, dat de mens zijn plaats weet: als schepsel onder de Schepper (vs 10). Het is God, Die arm of rijk maakt. Hij doet dat in Zijn wijsheid. Voor mensen vaak onnavolgbaar (vs 12). Daarom moet een mens leren om tevreden te zijn, met wat hij heeft (vgl. 1 Tim 6:6-10).

14 december: Prediker 7
Wat is wijs? Daar hoort in elk geval bij, dat je bedenkt, dat je als mens sterfelijk bent (vss 1-6). Feestvieren maakt gauw oppervlakkig, een sterfgeval stemt tot nadenken.
In de schijnbare zinloosheid van alle dingen, moeten we toch erkennen, dat niets op aarde buiten God omgaat (vss 13-14). Wie wijs is, houdt daar rekening mee. Die wil niet wijzer of rechtvaardiger zijn dan God (vs 16). Die is ook niet zo dwaas, dat hij God vaarwel zegt. Maar die stelt zich bescheiden op. Hier wordt dus niet een soort gulden middenweg gewezen, maar aangespoord om de HERE te 'vrezen' (vs 18).
Dat maakt ook wijs in de omgang met andere mensen. Dan leg je niet op alle slakjes zout (vs 9), maar besef je dat er hier op aarde geen volmaakte mensen zijn. Net zo min als je zelf volmaakt bent (vs 20).

15 december: Prediker 8
Wat gelovige mensen vaak als een moeilijk probleem ervaren, is, dat het goddelozen vaak zoveel béter lijkt te gaan dan gelovigen (vs 10v, 14v). Wat dat betreft lijkt Gods bestuur van alle dingen vaak onlogisch. Is in elk geval voor ons vaak ondoorgrondelijk. Toch wil Prediker vasthouden aan het geloof, dat het de rechtvaardigen uiteindelijk beter vergaat dan de goddeloze (vs 12,13). Dat zal vooral blijken aan het einde van zijn leven! (vgl. Ps 73:17 en 24).

S.M. Alserda, Hoogkerk

16 december: Psalm 71:1-13
Ik kies opnieuw voor de 'interactieve' methode: ik werp een vraag op, waardoor er een gesprek met jezelf of met elkaar, en hopelijk vandaaruit ook met God kan ontstaan. Bidden is allereerst immers wat God zelf zegt al spiegelend prijzend en vragend aan Hem voorleggen en Hem houden aan wat Hij gezegd heeft. Vergelijk antwoord 117 H.Catechismus maar eens.
De dichter van ps.71 heeft van jongsaf aan gemerkt, dat God hem beschermde en hielp. Herken je dat in je leven en maak dat dan eens concreet? Als je oud wordt en je eigen kracht steeds meer gaat wegvallen (-en de tegenstanders je nu dus makkelijk kunnen grijpen: noem eens een paar concrete tegenstanders!-), komt het erop aan of je echt geleerd hebt niet op jezelf maar op God te vertrouwen. Is de ouderdom zo niet een proef op de som van het geloof zoals dat in een heel mensenleven tot ontwikkeling gekomen is? Is de ouderdom zo gezien ook haast onmisbaar in de leerschool van de Heilige Geest? Denk een aan de groene vruchten van psalm 92:15 zoals die aan een stokoude boom bloeien...

17 december: Psalm 71:14-24
Het gaat er blijkbaar om, dat God je leven zo geleid heeft gedurende al je levensjaren, dat je oog gekregen hebt voor Hemzelf en zíjn grote daden. Voorspoed op zich is dus niet het criterium of God met je is en was, maar of je God zelf hebt leren kennen. Pas dat eens toe op jezelf. Is God voor ons vaak niet slechts de God van ons natje en droogje in plaats van allereerst de Vader van Jezus Christus?

18 december: Prediker 9
Je kunt duidelijk merken dat Prediker nog een oudtestamentisch boekje is. Zo weet prediker niks van wat er na de dood is, zo lijkt het. Eigenlijk kun je zeggen, dat prediker een vrome is die God en zijn wet wel kent, maar de Here Jezus nog niet. Door Jezus is alles anders geworden en zijn sommige heel erg sombere waarnemingen van Prediker ingehaald door het blijde nieuws van wat Jezus Christus voor ons gedaan heeft. Noem eens zo'n achterhaalde waarneming van Prediker uit het stuk van vandaag. Hou zouden we het vandaag zeggen, nu we God in Chrístus kennen?

19 december: Prediker 10
We hebben om ons heen in de wereld wel de voorbeelden van die dwaze vorsten, overheden en dictators: denk maar aan Irak bijvoorbeeld. Bid je wel eens voor goede overheden zodat alle mensen tot hun recht kunnen komen onder hun bestuur? Ook voor Nederland? Naar welke koning ziet Prediker ten diepste uit in dit bijbelgedeelte? Lees psalm 72...

20 december: Prediker 11
Zou de durf, waartoe Prediker in vers 1-6 oproept ook te maken hebben met vertrouwen op God zelf in de dingen die je onderneemt? Zegt het ook iets over de manier waarop je de dingen dan aanpakt, ook al kun jij vaak de uitkomst ervan niet bepalen voor de toekomst? Geniet je van je jeugd of heb je dat gedaan? Wat speelt God daar voor rol in, in dat genieten van je fitte en sterke levensjaren?

21 december: Prediker 12
Wat een prachtige beeldspraak over oud-worden, geen goeie tanden meer hebben, slechte ogen, een hoog wordende stem, een slechte rug enzovoort, vers 1-6. Maar het onderstreept voor Prediker wel de ijdelheid, de zinloosheid van het leven-op-zich, vers 8. Wat vind je nou van Predikers eindconclusie: alles is ijdelheid, niks waard. Stimuleert dat nou wel om God in je leven echt te dienen, vs.13 en 14? Denk nog weer eens na over wat we bij 18 december onder ogen zagen: zonder Christus is dit boekje on-christelijk op het randje af: maar wil Prediker, of beter: wil de Heilige Geest dat juist niet bereiken door dit boekje: dat het hele Oude Testament ópen gaat staan naar Jezus Christus: zónder dat Hij komt is en blijft het leven ten slotte niks waard...!

22-29 december: in deze dagen lezen we het Hooglied. In het Hooglied wordt de liefde tussen een jongen en een meisje bezongen, zoals die kan zijn, zo geweldig, maar ook moet zijn: eerlijk, open, hartstochtelijk, elkaar bewonderend, elkaar stimulerend, de mooie en goede dingen in elkaars buiten- en binnenkant naar boven halend, kortom elkaar belevend als door God aan elkaar gegeven: en wat is het leven dan mooi. Het mooiste lied onder de liederen.
De werkelijkheid ten aanzien van de liefde en de relaties die wij erop na houden onder elkaar is vaak heel anders. Soms begint het al verkeerd, bijvoorbeeld doordat we van huis uit nooit geleerd hebben wat dat is: die echte open onbaatzuchtige liefde zoals die in het Hooglied bezongen wordt. Vaak hebben de teerste emoties in ons leven een knauw gekregen, we hebben aan ons innerlijke instrumentarium van de liefde enorme deuken opgelopen, we staan wantrouwend in de wereld. Dat stempelt dan ook vaak onze relaties. Geluk is misschien wel de meest aangevochten zaak in het gebroken leven van na de zondeval: kijk maar meteen in Genesis 4, Kaďn slaat zijn eigen broer dood, en Lamech staat 7 generaties verder toch z'n vrouwen te intimideren, hij heeft er twee inmiddels, liefde is tot het 'bezitten-van' geworden, hardvochtige manipulatie, seksuele intimidatie, bij Lamech zie je het begin van wat wij vandaag de souteneurs of pooiers noemen, liefde is verworden tot macht, uitbuiting enzovoort. Om over de pornografie maar niet te spreken, kijk eens naar wat er in Sodom gebeurt rondom Lot en zijn gezin. Maar ook David gaat de fout in, en Salomo nog veel meer (-lees eens 1 Kon.11:1-13!). In die alledaagse werkelijkheid is het Hooglied een top die hoog boven ons uitrijst en die daarin op de maat van een verhouding tussen een jongen en een meisje ook al heenwijst naar hoe God in Jezus Christus van ons houdt, bruidegom en bruid!
Maar voor alles is het Hooglied 'gewoon' een lied over aardse liefde tussen een jongen en een meisje van vlees en bloed! En alle schatten die God daarin gelegd heeft, alle facetten van eerlijke, gevierde liefde komen langs.
Ik ga de hoofdstukken niet stuk voor stuk bespreken. Lees ze samen of voor jezelf de komende dagen. Laten geliefden ze samen lezen. Lees ze aan tafel in het gezin en stel elkaar maar eens confronterende vragen: komen de mooie dingen die hier over relaties en liefde gezegd worden bij jullie ook een beetje aan bod? Komt in de manier waarop wij met elkaar omgaan, man-vrouw, ouders-kinderen, broers-zussen, verliefden en verloofden, de prachtige glans van het Hooglied een beetje uit de verf? God wordt in heel het boekje niet genoemd, maar dat Hij de Schepper van deze liefde is en daarom ook de voortdurende bron er van, dat je dus elke keer bij Hem moet zijn voor deze liefde in je leven, ook als je al 50 jaar getrouwd bent met elkaar, dat is duidelijk.
Probeer elke dag met elkaar eens aan te wijzen in het hoofdstuk wat je leest:
1. Waarin is de liefde tussen die twee nu zo mooi in deze bijbelverzen?
2. Waarin kun je duidelijk zien, dat God zelf het zo bedoeld heeft?
3. Wat kan ik voor mezelf hiervan leren over hoe ik lief kan leren hebben en liefde kan leren ontvangen in mijn leven?
4. Zie je iets in de gelezen verzen over de manier waarop Gód ons liefheeft en Christus ons liefheeft?
5. Wat voor rol kan vergeving spelen als je ziet hoever wij soms onder de maat van de liefde blijven en telkens weer opnieuw met elkaar moeten beginnen? Kan je vergeven zonder dat de ander berouw toont en dat ook bewijst? Kan liefde zonder respect over en weer? Kan intimiteit zonder tederheid en eerlijkheid?

22 december: Hooglied 1

23 december: Hooglied 2

24 december: Hooglied 3

25 december: Hooglied 4

26 december: Hooglied 5

27 december: Hooglied 6:1-12ş

28 december: Hooglied 7:1-14ş

29 december: Hooglied 8

30 december: Psalm 72:1-14
Hier heb je nu de ideale koning, waar Prediker al naar uitzag. Noem zijn belangrijkste kenmerken als vorst eens op.

31 december: Psalm 72:15-19
Met deze koning kan het leven niet meer stuk. Er komt een ongekende welvaart, die de maatschappij niet gaat opdelen in de haves en not-haves, in een eerste en een derde wereld...
Dat komt omdat psalm 72 uitziet naar de nieuwe aarde waarop Christus zelf koning zal zijn, God en het Lam, Openb. 21 en 22!
Staan wij eigenlijk, ook aan het begin van het nieuwe jaar, wel echt op de uitkijk naar deze nieuwe koning? En waar blijkt dat dan concreet uit in ons leven? Goeie voornemens??...Gelukkig nieuwjaar!

M.A.Dronkers, Helpman