Het Groninger Bijbelleesrooster voor vier jaar, jaar-2, augustus
Zie voor nadere informatie de inleiding op dit rooster, te bereiken via deze link

1 augustus: 1 SamuŽl 12
SamuŽl neemt afscheid van het volk. Als profeet. Want we zullen hem terug zien komen, maar dan als priester. Hier blijkt dat al, doordat hij belooft te zullen blijven bidden voor het volk (vers 23). Indrukwekkend zoals hij (net als andere godsmannen uit de bijbel) bij het afscheid het volk nog een keer heel goed op het hart drukt om God niet te vergeten en Hem alleen te dienen met heel het hart.

2 augustus: 1 SamuŽl 13
Hoofdstuk 10:8 gaf aan wat Saul moest doen: wachten. Maar Saul gaat tellen. Hij telt zeven dagen. Dat tellen zit de mens ingebakken. Kijk maar naar wat Petrus aan Jezus vraagt in MatteŁs 18:21. Hoe vaak moet ik mijn broeder vergeven?
Saul wacht niet. Hij trekt zijn eigen plan. Hij rekent niet met God. Nu kan hij geen koning meer zijn.

3 augustus: 1 SamuŽl 14:1-23
"Misschien zal de Here voor ons handelen, want de Here kan evengoed verlossen door weinigen als door velen!" Jonatan weet: bij God tellen geen getallen. Tot die ontdekking was Gideon ook al gekomen. En in Jezus, Gods eniggeboren Zoon, wordt het al helemaal duidelijk: God kan net zo goed door Eťn verlossen als door velen! Minder rekenen en meer vertrouwen!

4 augustus: 1 SamuŽl 14:24-52
Saul komt met een ondoordachte eed. Jonatan heeft honing genomen. Formeel is hij een overtreder, maar Saul is dat in geestelijke zin. Saul is teveel met zichzelf bezig. Hij zei daarom ook dat hij zich zo nodig op zijn vijanden moest wreken (vers 24). Jonatan horen we tegen zijn wapendrager zeggen: Klim achter mij op, want de HERE heeft hen in de macht van IsraŽl gegeven (vers 12). Gelukkig wordt het volk op tijd wakker (vers 45).

5 augustus: 1 SamuŽl 15
De Amen of de Mammon? Saul weet het wel. Hij spaart Agag en alles wat waardevol is. Het gevolg? Geen geluk, maar juist een diep ongeluk. Gelukkig word je alleen wanneer je je houdt aan wat God zegt, met je hele hart. In vers 24 geeft Saul zijn fout toe. Maar niet uit oprecht spijt. Het is anders niet goed voor zijn eigen toekomst. Saul zet een vroom masker op. Meer is het niet.

6 augustus: 1 SamuŽl 16
De nieuwe koning was spuit elf in het gezin van IsaÔ. Op uitdrukkelijk aandringen van SamuŽl wordt hij opgehaald. Geen Eliab of een andere krachtpatser zal koning worden. God kiest nederige mensen, die eerder een beetje bang zijn om belangrijk werk te doen dan dat zij er trots op zijn. Dat zien we ook in vers 21; hij voelt zich niets te min om onderaan op de ladder te mogen beginnen.

7 augustus: 1 SamuŽl 17:1-30
"Wie toch is deze onbesneden Filistijn, dat hij de slagorden van de levende God tart?" De kaas- en broodbezorger is ontsteld. Z'n broers ook: die snotjongen, die nieuwgierige aap die niets van het militaire leven af weet, die zal hun wel even vertellen wat er aan de hand is! De militairen van IsraŽl vluchten en waren doodsbenauwd voor Goliat (vers 24); David weet dat het leger van IsraŽl een naam heeft: de slagorden van de levende God!

8 augustus: 1 SamuŽl 17:31-58
David is zichzelf. Een ander zou het wel stoer gevonden hebben om in de soldatenuitrusting van de koning op de vijand af te gaan. Hij kon goed met de slinger om gaan. En hij ging met zijn God. In vertrouwen op Hem. Belachelijk in de ogen van de mensen en al helemaal in die van de reus Goliat. Maar het lachen zal hen vergaan. De Heer regeert! Ga heen, in deze uw kracht.

9 augustus: 1 SamuŽl 18
Jaloezie kan een mens diep ongelukkig maken. Anderen trouwens ook. David zal het moeten ondervinden. Maar steeds weer merken we bij David dat hij voor zijn God leeft. Hij is toegewijd met de dingen bezig tot eer van God. Het gaat hem niet om zijn eigen eer, maar om die van God. Daarin wordt hij gezegend. Daar kunnen we wat van leren.

10 augustus: Psalm 59:1-10
"Mijn sterkte, op U wil ik acht slaan, want God is mijn burcht". Woorden van David vanuit zijn doodsnood. Gezegend als je dat ook kunt zeggen in tijden van voorspoed!

11 augustus: Psalm 59:11-18
In de angst heeft David een bijzonder wapen: de God die hem liefheeft en die hij op zijn beurt liefheeft. Die God is er nog. Het is de God en Vader van Jezus Christus die, als we weer eens heel erg bang zijn, ons in Zijn armen neemt en die wij můgen omhelzen. Het is de God die Zijn arm om ons heen slaat en - om Christus' wil - bij ons is. Hij heeft lief tot in, zelfs tot over de doodÖ

12 augustus: 1 SamuŽl 19
"Toen sprak Jonatan tot zijn vader Saul goed van DavidÖ" (vers 4) Hierbij is hij het tegenbeeld van zijn vader, die moorddadig is. Saul ziet dat zelfs nog wel in, aanvankelijk. Maar later gaat het toch weer mis. Saul wil z'n schoonzoon vermoorden. Wat kan een mens zichzelf verharden en zich afkeren van God. En wat gaat er dan veel mis.

13 augustus: 1 SamuŽl 20:1-26
Wat een geloof vinden we toch bij Jonatan! Hij wist nota bene dat David koning zou worden. Hij had het vanuit zijn eigen positie kunnen bekijken: zijn vader was koning over IsraŽl en natuurlijk zou hij het recht hebben om op de troon in Jeruzalem te gaan zitten. Omdat hij met zijn God leefde kon hij het van Zijn kant bekijken en nam hij zelfs het risico dat het hem zijn leven zou kosten (vers 14). Hij wist: God zal voor mij zorgen.

14 augustus: 1 SamuŽl 20:27-21:1ļ
De wederzijdse vriendschap tussen David en Jonatan heeft veel betekend voor spannende momenten waarin zij steeds verkeerden. In de naam van de HERE zouden ze hun verbond houden. Later kon David (maar Jonatan was toen al gestorven) nog steeds zijn verbond houden. Hij zorgde ervoor dat Jonatans zoon Mefiboset niet werd gedood en hij zorgde voor hem als voor zijn eigen zoon (2 SamuŽl 9). Als wij ons aan onze belofte houden, dan zullen anderen dat omgekeerd ook doen.

15 augustus: 1 SamuŽl 21:2-16ļ
David gebruikt een list. Hij maakt de Filistijnen bang door net te doen alsof hij krankzinnig is. Dat vinden ze maar eng. Stel je voor dat er in hem een goddelijke, waarzeggende geest of kracht zit. Ze houden hun handen van hem af. De grote Zoon van David, duizend jaar later, wordt niet ontzien. Ze durven Hem wel aan. Hij is volstrekt ongevaarlijk. Maar Hij heeft wel alle vijandelijke macht en kracht onttroond!

16 augustus: 1 SamuŽl 22
Saul is zo ver heen, dat hij medelijden met zichzelf heeft gekregen en alles komt nu in dat perspectief te staan. Alles wordt vertekend. Zijn zoon en zijn dienaar ziet hij nu als ophitsers en lagen-leggers. Hij gebruikt hun eigennamen niet eens meer. Tekenend! Hij doodt Gods schepselen en verscheurt Zijn wet, alleen maar om Hem te ergeren en Hem te dwingen Zich met hem te bemoeien.. Uiteindelijk krijgt God van alles de schuld. Heel triest.

17 augustus: 1 SamuŽl 23
"Daarom noemt men die plaats: Rots der Ontkoming" (vers 28). Bijna, bijna was David in de handen van Saul gevallen. "Toevallig" is er op dat moment het bericht dat de vijanden IsraŽl zijn binnengevallen. Niks toevallig. Gods beschermende hand was er. Mijn rots, mijn deel, mijn eeuwig goed.

18 augustus: 1 SamuŽl 24
David wist wat het was om gespaard te blijven. Hij laat zich leiden door Gods Geest. Saul was met zichzelf begaan; David had de God van IsraŽl en Zijn Rijk op het oog. Dat bewaart een mens voor verkeerde dingen en het leert een mens ook om zaken uit handen te geven. "Mij komt de wraak toe en Ik zal het vergelden".

19 augustus: Psalm 60
IsraŽl en de vijanden. Komt het goed? God zegt: dat land is van MŪj en dat blijft het ook. Besef toch dat Moab, dat vlak bij de Dode Zee ligt en waar jullie momenteel zo bang voor zijn, niets anders is dan een waskom waarin Ik m'n voeten was. Dat Ik naar Edom, waar jullie alleen maar ellende van ondervinden, m'n schoenen gooi als teken van m'n verachting en dat Ik over het land van de Filistijnen een triomflied aanhef. He's got the whole world in His hands! Mij is gegeven alle macht in hemel en op aarde!

P.J. den Hertog, CGK Groningen

20 augustus: 1 SamuŽl 25:1-22
Het overlijden van de profeet SamuŽl wordt gemeld. Hij heeft David in het verleden gezalfd en de verwerping van Saul afgekondigd. Kan David zonder de steun van deze profeet? In ieder geval moeten de IsraŽlieten zelf nu kleur bekennen, wie ze erkennen als de (toekomstige) koning. Een profeet spreekt namens God, maar het Woord vraagt van de toehoorders nog het nodige om in de aangewezen richting te gaan. Ook zelf zul je moeten nadenken en beslissingen nemen.

21 augustus: 1 SamuŽl 25:23-44
Zelf nadenken en beslissingen nemen: Zoals bijvoorbeeld Nabal en AbigaÔl. Ze krijgen een concrete vraag om hulp van David en zijn mannen. Nu kan aan het licht komen of ze zich verbonden voelen met de weg die de Here wijst. De scheidslijn die er loopt in dit huwelijk wordt duidelijk in het antwoord. Nabal wil van Gods verlossingsplan van IsraŽl door David niets weten, maar AbigaÔl accepteert Gods leiding daarin. Let erop hoe het afloopt! Wat zegt dit over hen die Jezus als de Christus Gods verwerpen?

22 augustus: 1 SamuŽl 26
Generaties kinderen luisterden met rode oortjes naar dit bijbelverhaal. Wat is David moedig!
En vooral: wat is hij edelmoedig. Van wraakzucht is geen sprake, hij doet Saul geen kwaad. Toch blijkt wel dat David moe is van het onrecht dat hem is aangedaan. Hij verwijt Saul diens schuld (vs. 19 en 20). Wat hoor jij/hoort u in Sauls reactie? Kent u/ ken jij de kracht van wraakzucht?

23 augustus: 1 SamuŽl 27
De angst grijpt David naar de keel. Dat hij Saul niet vertrouwt is te begrijpen. Maar in die omstandigheden had hij toch naar Gods wil mogen vragen? David vlucht echter naar de Filistijnen. Dit kan niet goed aflopen. Waarom eigenlijk niet?

24 augustus: 1 SamuŽl 28
In dit hoofdstuk staat Saul weer in de schijnwerper. Hij zoekt een antwoord bij de duistere praktijken in Endor. Had hij de Here maar laten spreken in zijn leven! De weg van Psalm 116. Nu vindt Saul een tegenstander in de Here. Zijn leven eindigt zonder hoop op God. Niet het evangelie-woord maar een doem-woord vergezelt hem op zijn laatste tocht. Waar is bij Saul de wissel om gegaan?

25 augustus: 1 SamuŽl 29
Opnieuw David in beeld. Hij heeft zichzelf in een lastige positie gebracht. Zal hij op het slagveld tegenover zijn eigen volksgenoten komen te staan? In dit hoofdstuk zien we hoe de Here uitredding brengt en Davids weg leidt naar het koningschap. Vraag: Handigheid, aanvechtbare beslissingen in het licht van Gods Woord enÖ genadige uitredding door God, kent u/ ken jij daarvan voorbeelden uit eigen leven?

26 augustus: 1 SamuŽl 30
Ondanks Gods zorg krijgt David te maken met een vervelende nasleep. Terug in Ziklag hebben vijanden deze asielplaats aangevallen. Alles wat waarde heeft voor David is meegeroofd. David kan maar ťťn ding doen: Ontredderd als hij is wendt hij zich tot God. Zo is David echt sterk!

27 augustus: 1 SamuŽl 31
Terug naar het strijdtoneel, waar Saul en zijn zonen zijn. De strijd wordt op een manier verteld, dat je de beelden op het netvlies krijgt. Wordt de dood van Saul zo beeldend beschreven om te laten zien wat het gevolg is van het verlaten van Gods weg? Er zijn mensen in Sauls omgeving die de schande van de eens door God uitgekozen koning diep peilen. Het gaat om mannen uit Jabes, die nog niet vergeten zijn wat Saul ooit voor hen deed. Ze roven de koninklijke lichamen en verbranden ze. Dat was wel helemaal tegen het gebruik in van IsraŽl. Toch was het een daad van barmhartigheid, want zo wordt een verdere schandelijke vertoning van de koninklijke doden onmogelijk gemaakt.

28 augustus: 2 SamuŽl 1:1-16
Saul is dood! Wat zal David opgelucht zijn met dat bericht: eindelijk wordt hij niet meer opgejaagd door zijn tegenstander! Toch lees je hier dat David en zijn mannen een dag lang treuren, huilen en vasten (vrs.12). Waarom doet hij dat? Doet het denken aan het verdriet dat de Here Jezus later toonde over de ongehoorzaamheid van Jeruzalem?

29 augustus: 2 SamuŽl 1:17- 2:7
Hoe moet het nu verder. IsraŽl is door de strijd zo ernstig verzwakt, dat David hoopt dat het hun vijanden niet ter ore komt (vs. 20). David vraagt de Here naar Zijn wil. Stap voor stap laat hij zich leiden. Voor hem begint het koningschap in Hebron, waar hij door de leiders van Juda gezalfd wordt.

30 augustus: 2 SamuŽl 2:8-3:1
David is koning, maar het duurt nog lang voordat hij algemeen als koning wordt aanvaard. Wat zijn er veel mensen in de weer na Sauls dood. Abner kroont een zoon van Saul over IsraŽl. De geschiedenis die volgt is er een van krachtmetingen en vechtpartijen. Dit werpt een schaduw over de vreugde van David. Hij tracht het gebruik van geweld te ontmoedigen. Problemen moeten echt anders worden opgelost! Stelling: het Koningsschap van Christus gaat niet samen met een machtsstrijd tussen zijn onderdanen.

31 augustus: Psalm 61
Kijken we er van op? God is voor ons een toevlucht . Is het wel werkelijkheid voor jou/ voor u? Het is belangrijk om iemand te hebben bij wie je kunt schuilen, bij wie je bescherming vindt. Niet altijd heb je genoeg aan de mensen in je omgeving. Ze zijn beperkt. Als David geen levensmoed meer heeft zoekt hij zijn toevlucht in de hemel, bij zijn God. In het bidden is David een voorbeeld voor ons. Deze psalm laat de kracht ervan zien:
Je raakt verzekerd van Gods eeuwige zorg en brengt daarvoor je dank bij Gods troon.

A. van der Sloot, Bedum