Het Groninger Bijbelleesrooster voor vier jaar, jaar-1, januari
Zie voor nadere informatie de inleiding op dit rooster, te bereiken via deze link

1 januari: Matteüs 1
Dit bijbelleesrooster zetten we in met het eerste Evangelie, het Evangelie zoals Matteüs dat heeft geschreven.
In z'n eerste hoofdstuk noemt Matteüs vier vrouwen: Tamar, Rachab, Ruth en 'de vrouw van Uria', allemaal met een geschiedenis. Toch heeft God hen uitgekozen als stammoeder van Christus: typerend voor God, en daarom is er hoop voor ons, zondige mensen. Matteüs verdeelt de periode vóór Christus in 3x14 geslachten, want de schrale tijd na de ballingschap was even nodig voor Christus' komst als de roemruchte tijden van Abraham en David: Gods gunst hangt niet af van onze prestaties. En dan komt Jozef. Hij wilde Maria de vrijheid teruggeven toen hij merkte dat de Geest beslag op haar had gelegd. Toch moest hij, zoon van David, Jezus als zoon adopteren: God wilde zijn beloftes over Davids huis per se vervullen.

2 januari: Matteüs 2
Een scherpe tegenstelling: heidense tovenaars knielden neer bij het kind Jezus; maar bijbelkenners, voorgangers in het geloof, bleven onge?nteresseerd thuis. Een beeld dat we telkens tegenkomen: de eersten worden de laatsten. De moordlustige Herodes bewijst hoe Jezus van meetaf vijandschap opriep, maar God zette zijn plan met het kind onstuitbaar door: via Egypte kwam Jezus in Nazaret.

3 januari: Matteüs 3
Het liefste dat God wil is dat wij ons aan Hem gewonnen geven. Daarom laat Hij ons telkens zijn Woord horen. Om die reden liet Hij Johannes optreden. Zijn boodschap was streng, maar daarmee wilde God de mensen klaar maken voor Christus' komst. Vanuit de hemel sprak God ook zelf: 'Dit is mijn Zoon!' Daarin zit de oproep opgesloten: 'Vertrouw je toe aan Hem. Dan vind ik ook vreugde in jou!'

4 januari: Matteüs 4
Voordat Jezus ging optreden heeft God Hem een soort examen afgenomen: Hij moest zich verweren tegen duivelse aanvallen. Maar met het schild van het geloof en het zwaard van de Geest, Gods Woord (Ef.6:16-17) sloeg Hij die aanvallen af. Christus is daarmee een redder die kan meevoelen met ons als de duivel ons verleidt. Meteen na zijn 'examen' begon Jezus rond te trekken met zijn boodschap.

5 januari: Matteüs 5:1-20
Zoals God de Tien Geboden begint met zijn gunst ('Ik ben jullie God en heb jullie bevrijd'), zo begint Christus de zgn. Bergrede met variaties op het thema: 'Gelukkig ben je als je het van God verwacht, want met God kom je niet bedrogen uit.' Dan pas volgt de opdracht om licht voor de wereld te zijn. Een bevrijdende volgorde: we mogen ons gedragen weten door God en daardoor is het haalbaar om Christus na te volgen in zijn gehoorzaamheid aan God.

6 januari: Matteüs 5:21-48
We zijn niet klaar als we ons aan de letter van de geboden houden of als we onze liefde beperken tot ons eigen kringetje. We moeten recht doen aan de volle reikwijdte van de geboden. Christus bindt ons dat op het hart in de vorm van spreuken die tot nadenken dwingen. Zo wil Hij ons ertoe bewegen royaal met de geboden om te gaan.

7 januari: Matteüs 6
Bidden en vasten mogen geen publieke actie zijn om te showen hoe vroom we zijn. Het zijn omgangsvormen in onze persoonlijke relatie met God. Daarbij kan hebzucht een stoorzender zijn, want dan zoeken we ons houvast bij ons inkomen, ons bezit. Natuurlijk is het begrijpelijk dat wij, kwetsbare mensen in een bedreigende wereld, ons zorgen maken. Maar, zegt Christus, Gòd is er en Hij zorgt.

8 januari: Matteüs 7
We mogen niet uit de hoogte oordelen als zouden wij beter zijn dan de ander. Bidden we God om wat we nodig hebben als kind van Hem, dan zal God ons nooit in de steek laten. Het is belangrijk dat te weten, want gehoorzamen aan God lijkt op het gaan door een smalle poort. Maar op die manier brengen we goede vruchten voort en bouwen we op een degelijk fundament.

9 januari: Psalm 1
Het psalmboek begint a.h.w. met een zwart-wit-schema. Er zijn zondaars, mensen die volop de kant van het kwaad kiezen (zie 'wandelt...staat...zit' in de NBG-vertaling); met hen loopt het slecht af. En er zijn mensen die vreugde beleven aan Gods Woord; zij zijn te feliciteren want het geluk lacht hun toe. Iets hiervan merken we nu soms al, maar op lange termijn zullen we dit helemáál ondervinden.

10 januari: Matteüs 8:1-27
Door zijn wonderen maakte Christus zijn tijdgenoten duidelijk wie Hij is: Gods Zoon, die macht heeft over alles. Ook maakte Hij zichtbaar waar Hij heen wil: een wereld zonder ziekte, zonder destructieve krachten in de natuur, zonder de invloed van de duivel. Nog steeds werkt Christus aan die toekomst.

11 januari: Matteüs 8:28-9:17
Bij Matteüs gaat het maar door: de prediking en wonderen van Jezus. Daarmee gunt Jezus ons een blik in zijn hart. God is kennelijk uit op de redding van mensen, op hun welzijn.. En daarbij ziet Hij zelfs de afzonderlijke mens; vandaar Jezus' keuze van die ene tollenaar, Matteüs.

12 januari: Matteüs 9:18-10:15
Als Jezus redding betekent, moet je bij Hem zijn. Dat had die bloedvloeiende vrouw begrepen; vandaar dat zij alles op alles zette om maar contact te maken met Jezus: ter navolging. En dan ondervind je Gods 'ontferming' (9:36): hèt kernwoord van Christus' optreden. Bemoedigend voor mensen die zich afhankelijk weten. En in die ontferming is Christus royaal: toen al stuurde Hij er mensen opuit om anderen erbij te roepen.

13 januari: Matteüs 10:16-42
Delen in Christus' ontferming is een bemoedigende ervaring. Maar de keerzijde hiervan kan zijn: vijandschap van je omgeving, onenigheid in de familie, strijd en pijn om trouw te blijven aan Christus, en zelfs: je leven verliezen. 'Vrede op aarde' zongen de engelen in de kerstnacht, maar die vrede wordt pas allesomvattend door veel moeiten heen. Maar eens zùllen Gods kinderen die vrede ervaren.

14 januari: Matteüs 11
Zonder aarzeling had Johannes Jezus als de Christus aangewezen. Maar in de gevangenis nadenkend kon hij Jezus' optreden moeilijk rijmen met wat hij verwacht had. Jezus gaf hem toen weer houvast door Gods Woord aan te halen. En dan volgt die ernstige waarschuwing: als je veel van God hebt ontvangen maar toch jezelf afsluit, neemt God dat extra hoog op. Maar geef je gehoor, dan kun je al je lasten bij Hem neerleggen.

15 januari: Psalm 2
God spot met het verzet van Davids trotse tegenstanders, want niets en niemand kan zijn plan met koning David doorkruisen. In Hand.4:25-26; 13:33 wordt deze psalm toegepast op Christus: zijn opstaan uit het graf bewees het dat Hij koning is en macht over alles heeft. Hieraan kan niet getornd worden. Daarom moeten we 'de zoon kussen', dus Christus erkennen. Dat geeft ons toekomst.

C. van der Leest, Groningen-Oost

16 januari Matteüs 12:1-37
De spanning loopt steeds verder op tussen Jezus en de 'geestelijke' leiders. Onthutsend is het om te zien hoe zij zich met beroep op Gods sabbatsgebod sterk willen maken tégen Jezus (12:1-19). Wie Jezus' werk aan de duivel gaat toeschrijven, begaat een onvergeeflijke zonde. Zo loop je zelf over naar de kant van de grote vijand (12:22-37).

17 januari Matteüs 12:38-13:23
Nota bene, mensen die zo dicht bij het vuur zitten, blijven zich verzetten tegen Christus (12:38-42). Laten ze oppassen dat het niet van kwaad tot erger gaat (12:43-45). Het gaat niet om de familieband met Jezus, maar om de geestelijke band die door gehoorzaamheid wordt gelegd (12:46-50). De gelijkenis van het zaad maakt duidelijk hoe belangrijk het is om echt te luisteren en te gehoorzamen. Let er ook eens op dat de gelijkenissen niet alleen dienen om te verduidelijken, maar ook om te verhullen. Wie zijn oren toestopt, kan met doofheid geslagen worden (13:1-23).

18 januari Matteüs 13:24-58
In de afsluiting van dit gedeelte over de gelijkenissen blijkt dat de mensen die Jezus hebben zien opgroeien niet in Hem geloven. Daardoor zullen zij niet delen in de zegeningen van zijn Koninkrijk. Veel van de gelijkenissen van het Koninkrijk maken duidelijk dat het Koninkrijk alles te maken heeft met het oordeel van God: wanneer het Koninkrijk komt valt de definitieve scheiding. Zorg dat je voor die tijd al je kaarten op Jezus gezet hebt!

19 januari Matteüs 14
Dat de vijandschap tegen het evangelie menens is blijkt uit de laffe moord op Johannes de Doper. Jezus zoekt in reactie daarop de luwte op, maar het is Hem niet vergund, zijn populariteit bij het gewone volk neemt snel toe. Stel je voor: tienduizenden mensen die Hem op de voet volgen. En voor allen heeft Hij aandacht. Ondertussen blijkt het vertrouwen van zijn meest nabije volgeling Petrus -ondanks de heerschappij van Hem over water en wind- toch nog heel wankel.

20 januari: Matteüs 15
Let in dit hoofdstuk eens op de grote verscheidenheid aan emoties die Jezus toont: verontwaardiging, boosheid, felheid (15:1-20), schijnbare onverschilligheid -maar die schijn bedriegt gelukkig- (15:21-28), zorgzaamheid (29-39). Welke gevoelens zou Hij momenteel jegens u hebben?

21 januari: Matteüs 16
Weer een hoofdstuk vol contrasten: 'geestelijke' leiders die Jezus ten val willen brengen, en zijn nabije volgelingen die het Grote Goddelijke Geheim van Jezus hebben ontdekt: U bent de Messias. Overigens moeten zijn leerlingen nog veel leren: de Messias gaat een lijdensweg tegemoet. En zijn volgelingen eveneens!

22 januari: Psalm 3
Deze Psalm is een morgengebed voor wie tegen de komende dag opziet. Onze omstandigheden zijn ongetwijfeld zeer verschillend van die van David, op het moment van dit gebed politiek vluchteling, en nog wel voor zijn eigen zoon. Denk je die situatie eens in. Wat geweldig als je dan je veiligheid zoekt en kunt vinden bij de Here!

23 januari: Matteüs 17:1-23
Op de berg zien we een stukje hemel op aarde: Christus stralend in het middelpunt, met de vertegenwoordigers van het Oude Testament (wet en profeten, Mozes en Elia) en het Nieuwe Testament (de apostelen) om Hem heen (17:1-13). Terwijl Jezus als het ware even in de hemel is, zijn z'n leerlingen door gebrek aan geloof niet in staat zijn kracht in te roepen voor mensen in nood (17:14-20). Voor Jezus definitíef zijn hemelse glorie ontvangt, is het nodig dat Hij eerst vermoord wordt (17:21-23).

24 januari Matteüs 17:24-18:14
Jezus die geen vreemde is in de tempel, maar kind aan huis bij God, betaalt toch de belasting voor zichzelf en zijn leerling. Hij leert zijn volgelingen om niet zichzelf belangrijk te vinden maar de ander, speciaal de kleintjes. Wees streng voor jezelf in je strijd tegen de zonde, en wees zuinig op anderen. Zo zuinig als de goede herder is op zijn schapen, stuk voor stuk.

25 januari Matteüs 18:15-35
Hier vinden we de bekende "regel van Matteüs 18". Hebt u die regel wel eens toegepast in uw eigen gemeente? En kent u zelf de ervaring van opluchting als God uw schuld vergeeft? Wat zegt het u dat in dit verhaal onze schuld vergeleken wordt met een bedrag van miljoenen? Kun je de woede van de koning begrijpen?

26 januari: Matteüs 19
Wat bij mensen onmogelijk is, is mogelijk bij God. Dat geldt voor echte trouw in je huwelijk ook als het moeilijk wordt (19:1-12); het geldt voor de toegang tot het koninkrijk van God: die wordt je gegeven als je wordt als een kind (19:13-15); maar wie denkt dit met zijn prestaties te verdienen, komt er nooit binnen (19:16-26); in de navolging van Christus zul je veel moeten laten staan, maar je krijgt er alles voor terug (19:27-30).

27 januari: Matteüs 20:1-19
We voelen waarschijnlijk wel mee met de mensen die mopperen dat ze niet méér uitbetaald krijgen terwijl ze wel méér gewerkt hebben. De achtergrond van deze gelijkenis is het onbegrip dat Jezus ontmoette toen Hij de genade zo royaal uitdeelde, ook aan mensen die er in hun leven een potje van gemaakt hadden. Vraag aan u: na een lang leven in dienst van de Here, met tal van ontberingen, mag u het Rijk van God binnengaan. Hoe kijkt u dan naar hen die op het nippertje gered worden, en die dan even royaal beloond worden dankzij de goedheid van de Heer?

28 januari: Matteüs 20:20-34
Onderweg naar zijn kroning in de koningsstad Jeruzalem (aan het kruis!) leert Jezus ons dat volgelingen van de koning volgelingen in nederigheid moeten zijn. Deze koning heeft, in tegenstelling tot zijn enthousiaste volgelingenschare, persoonlijke belangstelling voor twee blinde bedelaars die schreeuwen om aandacht.

29 januari: Matteüs 21:1-27
Stel je voor: je woont zelf in Jeruzalem en je ziet Jezus met een superenthousiaste aanhang de stad binnenkomen, als koning in glorie en bescheidenheid. Hoe zou u reageren? Het is niet vanzelfsprekend dat je zelf ook enthousiast wordt. Je kunt ook kregelige vragen gaan stellen: wie bent U dat U dit doet? Het is duidelijk: wilt u zich onderwerpen aan hem of probeert u zich overeind te blijven?

30 januari: Matteüs 21:28-46
Twee gelijkenissen maken hetzelfde duidelijk: binnen het ene volk van God heb je ja-zeggers en ja-doeners. Op dat laatste komt het aan. Het gaat niet om je goede positie in de kerk, maar om je goede daden. Wie blijft weigeren te gehoorzamen, zal stuklopen op Christus, de hoeksteen die God uitkoos.

J.W. Roosenbrand, Groningen-Oost

31 januari: Psalm 4
Invloedrijke 'mannen' belasteren David. Een zware beproeving. Maar hij roept tot God! In het 'hart' van die 'mannen' leven bóze plannen, aan David geeft God een gelúkkig 'hart'. Daarom kan hij 'in vrede' gaan slapen. Die 'mannen' liggen op bed onrustig te woelen. De vraag wie hun geluk zal brengen, houdt ze wakker. David kent geen slapeloosheid. Machtiger dan de HERE zijn die machtige 'mannen' nooit! Dat maakt hem rustig. Zijn avondgebed leert ons hoe wij mogen slapen, ook al zijn onze zorgen vele.

J.M.A. Groeneveld, Bedum