Het Groninger Bijbelleesrooster voor vier jaar, jaar-1, augustus
Zie voor nadere informatie de inleiding op dit rooster, te bereiken via deze link


1 augustus: Exodus 5:1-21
Dat zie je vaker in de bijbel: waar God uitkomst belooft, daar neemt eerst de verdrukking nog toe. Abraham kreeg z'n bloedeigen zoon toegezegd, maar moest juist daartoe eerst te oud worden om in eigen kracht nog een zoon te kunnen verwekken. Waarom verhardt God Łberhaupt het hart van Farao om het volk te laten gaan? Waarom maakte Jahwe dat hart juist niet zacht om IsraŽl te laten vertrekken? Alles balt zich opnieuw samen rondom een hernieuwde machtsopenbaring van Jahwe zelf. Het gaat God erom, dat door alles heen Hijzťlf bekend wordt aan mensen, opdat ze zich tot Hem bekeren en zullen leven vanuit een levende omgang en levende afhankelijkheid van Hem. Het gaat God namelijk nooit om een gemakkelijke verlossing (-lees: onze oplossing) van problemen (hetgeen vaak leidt tot geloofsafval), maar om herstel van de levende relatie met Hem. Daartoe is de vaak in eerste instantie toenemende verdrukking een onmisbare leerschool in zijn hand. 'Eer ik verdrukt werd, dwaalde ik'(psalm 119). Snelle wensbevrediging levert vaak een oppervlakkig geloofsleven op. Dat is ook het gevaar van christenen die beweren, dat bij hard bidden de afgebeden wensen wel in vervulling gaan. HebreeŽn 13 leert, dat gebedsverhoring heel wat anders is.

2 augustus: Exodus 5:22-6:27ļ
Mozes en Ašron worden opnieuw door God naar voren geschoven: door jullie ga Ik mijn volk uit Egypte weghalen. Het brokstuk genealogie, dat vanaf vers 14 in het lopende verhaal ingeplakt is, dient om de voluit IsraŽlitische afstamming van Mozes en Ašron aan te tonen. Nog nader: dat ze volbloed Levieten zijn. De aanvankelijke aanloop vanuit Ruben en Simeon is daar ook op gericht: om bij Levi uit te komen. Het toekomstig profetische en priesterlijke van de stam Levi gloort al in het optreden van Mozes en Ašron in Egypte. En dat is op zijn beurt weer preludium op het werk van Christus. Opdat God koning zij: laat mijn volk gaan!

3 augustus: Exodus 6:28-7:25ļ
Magie tegen magie lijkt het: het eerste treffen van Farao en Mozes met Ašron. De duivel is altijd al de aap van God geweest. Als je maar weet, dat de slang van de beginne ook hier weer geen schijn van kans heeft tegen Jahwe van de machten: de slang van Ašron verslindt de Egyptische slangen met huid en haar. Ondertussen wordt Farao er niet anders van. Wie door de tekens niet op de HEER zelf ziet, wordt door tekens nooit bekeerd. Zelfs ten slotte niet door het ultieme teken van de opstanding van de Zoon van God (Matth.28:11-15, zie ook: Luc.16:30,31!).

4 augustus: Exodus 7:26-8:15ļ
We zijn nu drie plagen ver. Allereerst de Nijl, de god van het leven voor Egypte, wordt een bron van de dood. Natuurlijk kunnen Faraoīs hovelingen dat ook: water in bloed veranderen. Toch kunnen ze juist niet voorkomen, dat hun god De Nijl zich tegen hen keert. Ze staan in hun hemd. Hetzelfde geldt voor de kikkers: ook zoīn religieus symbool in Egypte. Afgoden zijn nietsen. Ze keren zich zelfs tegen je. Na het water (plaag 1 en 2) gaat het het land op: grond verandert in muggen (anderen vertalen: luizen). De duivel als aap van God staat mat: hij kan magisch niet meer meekomen. Het is een vreselijk pijnlijke plaag. De magiŽrs geven toe: God heeft hier de hand in. Farao blijft onvermurwbaar. Hoe kan het toch, dat God mensen tegen de dood aanhoudt, telkens en telkens weer, tot op vandaag toe, maar dat ze zich niet laten gezeggen, zich bekeren en leven? Dat is het duistere geheim van ons mensen.

5 augustus: Exodus 8:16-9:12ļ
Vanaf de 4e plaag voert de schrijver het verschil op in de situatie van het Egyptische volk, dat onder de plagen doorgaat, en IsraŽl zelf: zij worden op geen enkele wijze getroffen. Dat zal vast ten aanzien van de eerste drie plagen ook al gegolden hebben. Maar de schrijver trekt dit fijne puntje nu naar voren om te laten zien hoe God een God van redding is doordat Hij een God van scheiding, schifting is. De markatielijn gered of verloren gaat dwars door de wereld heen. Vaak lijkt het alsof het allemaal ťťn pot nat is, nietwaar: of je nu gelooft of niet gelooft, allen treft hetzelfde lot. De spotters gebruiken zelfs dat argument voor hun ongeloof. Waar is God? Daar dus, waar Hij in zijn uitredding ťn gericht tevoorschijn komt. Mensen kijken niet verder dan hun neus lang is, zo was het in de dagen van Noach al. Vandaag ook. Wie het boek van God opslaat, weet dat de plagen van Egypte al aankondigen, hoe de schiftende Dag van de HEER eraan komt. Dan zal de ťťn namelijk aangenomen, de ander achtergelaten worden. Lees Matth.24 maar.

6 augustus: Exodus 9:13-35
Hagelstormen zijn een in Egypte zeldzaam verschijnsel. Het collectieve Egyptische volksgeheugen (vs.18) zal deze hagelstormen nooit meer vergeten. De HERE kondigt deze plaag zelf als een zeer zware plaag aan. De plaag heeft apocalyptische afmetingen: donder en bliksem maakt van Egypte een spookland. Het lijkt alsof de wereld vergaat. Bergen valt op ons, heuvelen bedekt ons. Farao's schuldbelijdenis wordt geboren, maar is puur geŽnt op zijn angst en de ravage die aangericht wordt. Niet de schuld moet weggenomen, de strŠf, dat is zijn doel. Vandaag de dag maken we het nog gekker: we beschuldigen God van de straffen die Hij over de aarde laat heengaan, niet onze schuld maar Zijn schuld schuiven we daarin naar voren. Dat is de verhoudingen op zīn kop. Het blijkt trouwens aan Farao, dat waar God dan de strafgerichten tempert, mensen hun schuld aansluitend meteen al weer vergeten zijn. God figureert voor ons slechts als afgod: Hij moet het ons naar de zin maken, voor de rest kunnen we Hem missen als kiespijn. Dat is nou precies de smart van Gods hart. Wie bedenkt, dat God voor zoīn mensheid zijn eigen Zoon gegeven heeft, wordt verwonderd stil. En zwijgt in vertrouwen, ook daar waar het wel eens fors hagelt naar het bestel des HEREN in zijn leven.

M.A. Dronkers, Helpman

7 augustus: Exodus 10:1-20
Gods tegenstanders kunnen ook door Hem in hun tegenstand worden verhard! (vs.1). Gods oordeel over farao om z'n Goddelijke grootheid en macht te etaleren. Tegelijk farao voor eigen verantwoordelijkheid geplaatst (vss 3 en 4). Plagen ook geloofsondersteuning de generaties door (vs.2). Bijbelse-geschiedenis-les niet voor de 'rooie oortjes' alleen, maar vooral om de HERE beter te leren kennen en vertrouwen.

8 augustus: Exodus 10:21-11:10
Stukje bij beetje breekt God verzet: vgl 10: 11 met 24. Inktzwarte duisternis blamage voor de Egyptische religieuze zonverering! Ironische omkering door Mozes van farao's dreigement: Inderdaad zien hij en farao elkaar voor het laatst; maar de dood zal niet bij Mozes en z'n volk maar bij farao en z'n volk toeslaan. Farao's jongste weigering maakt ruimte voor de zwaarst treffende plaag: Dood onder alle oudste nakomelingen onder mensen en dieren. Intussen had God goodwill gekweekt voor z'n volk bij Egyptische volk en voor Mozes bij farao's personeel.

9 augustus: Exodus 12:1-28
Alleen op Gods genadige aanwijzing ontkomt Gods volk aan het oordeel ; vs.13: "..Wanneer Ik het bloed zie, dan ga Ik voorbij". Wij overleven alleen door het bloed van Het Lam, Jezus Christus. De eerste viering van Pascha kan niet anders dan incompleet zijn: alleen die nacht van vertrek. Pas compleet in het beloofde land. Wat is een uittocht zonder intocht? Geldt ook voor ons: Onze uittocht is ook pas compleet bij de intocht in het nieuwe Jeruzalem. De HERE gunt z'n volk feest, maar wil Zelf met z'n daden centraal staan; zie vs.11 en 17. Vraag: Waarom zou de HERE zo fel zijn op gistvrije huizen?

10 augustus: Exodus 12:29-51
De vijandschap tegen de HERE en z'n volk loopt uit op totale ontreddering in alle lagen van de Egyptische bevolking: Geen huis zonder dode! Opvallend in de aanvullende voorschriften (vs.47,48) is de overeenkomst met onze kerkelijke praktijk: Pas door de doop word je lid van de gemeente en pas dan kun je avondmaal meevieren. Trekken we de vergelijking door, dan een probleem: Kinderen van toen vierden wel Pascha (ze waren besneden; de jongetjes dan), maar nu nemen onze kinderen geen deel aan de viering Avondmaal, terwijl ze wel gedoopt zijn. Vgl bij vs.50 het trieste bericht in 2 Kon.23:21-23. Zelfs de kerk kan zich kennelijk door wat dan ook voor lange tijd laten afleiden van het gedenken van Gods grote daden. Punt van waakzaamheid: Wat is ook al weer het uitgangspunt van onze erediensten?

11 augustus: Psalm 23
Een schaap heeft niet zoveel te willen. Hij wordt geleid. Hij laat zich leiden. Door de herder. Die herder kent de - wisselvallige en vaak gevaarlijke - route. Behalve stukken lekker gras zijn er diepdonkere dalen. Beeld van op en top geloofsvertrouwen: In tijden waarin alle moois beschikbaar is (stukken lekker gras); in tijden waarin stukdonkere duisternis je leven kleurt - ervan overtuigd zijn: mij ontbreekt niets. De HERE is bij mij. Dan heb je alles. Zelfs bij de dood. "Mij ontbreekt niets" boven een overlijdensbericht! Dat kan alleen door geloof in God Heiland, die eeuwig is en eeuwig leven geeft. Daaruit nu al leven in alle omstandigheden geeft jezelf een verzorgd gevoel (vs.5,6); en geeft je tegenstanders (incl. de grootste: satan) het nakijken (vs.5).

12 augustus: Exodus 13:1-16
In de dood van alle eerstgeboren Egyptische mensen en dieren trof de HERE het complete gezin en de hele samenleving. In alle IsraŽlitische mensen en dieren eiste de HERE alles en iedereen op voor zijn dienst. Maar geen menselijke offers. In hun plaats ('lossen') dierlijke offers. Later komen in plaats van menselijke eerstgeborene-offers de levieten (bijv Num.3:11-18). Les: jullie zijn mijn eigendom. Vgl. Heid.Cat. Zondag 1. Vs.8,14,15: Laat het je kinderen weten: de HERE is onze Eigenaar en Verlosser. Zonder die uitgesproken boodschap zijn alle kerkelijke rituelen (sacramenten; feesten) holle vaten.

13 augustus: Exodus 13:17-14:31
Gods overwegingen (13:17) en de paniekreacties van de IsraŽlieten (14:10-12) maken duidelijk: Gods volgelingen nog niet helemaal en allemaal overtuigd van 'succes' van de uittocht. Beleef jij je bevrijding door Jezus altijd als 'succesvol'? Zie je de aankomst in het Beloofde Land al vůůr je? Kernpunt (vs.14): De HERE - de Betrouwbare - staat borg voor succes van uittocht-doortocht en aankomst. Vertrouwen dus! Overgave!

14 augustus: Exodus 15
Niet een lied van wraak of leedvermaak, maar loflied op de overwinning door de HERE. En een oproep aan al die volken die ervan krijgen te horen (vs.14-16): Erken dat de HERE, onze God, Koning is (vgl. Openb.15:3,4). Vs.26: Ook al voordat de 10 geboden er waren: God volgen gaat niet zonder luisterende oren en vertrouwende harten in Gods richting.

15 augustus: Exodus 16:1-20
Opvallend dat de HERE zich gevoelig toont voor gemopper, dat a) wel een echte oorzaak had (honger), maar b) blijk gaf van gebrek aan vertrouwen en overgave; en c) op Mozes (en Ašron) gericht is alsof die god is. Leiders in de kerk zijn op z'n best doorgevers van wat God zegt/geeft. Vgl. situatie kerk toen met: "en de vrouw vluchtte naar de woestijn, .. een plaats .. door God bereid, opdat ze daar .. onderhouden zou worden "(Openb.12:6).

16 augustus: Exodus 16:21-36
Is dit sabbatsgebod over te poten naar nu? Dan de aardappels 's zaterdags al schillen voor de ..! Of is het een voorbeeld van vertrouwen op/ afhankelijkheid van de HERE? Over het sabbatsgebod in 't algemeen: "...slechts een schaduw van wat komen moest, terwijl de werkelijkheid (van) Christus is" (Col 2:16,17).

17 augustus: Exodus 17
Gods staf (vgl. Ps.23) in Mozes' hand zorgt a) voor dorstlesser uit Gods natuur en b) voor de overwinning tegen het lafhartige (Deut.25:17-19) Amalek, dat generaties lang aartsvijand van Gods volk blijft tot in Esters tijd: Haman, een Amalekiet.

18 augustus: Exodus 18
Jetro, een heidense priester, weet goede dingen te zeggen over de HERE. In de denkwereld van toen stond de HERE bovenaan op de godenlijst. Jetro geeft nog een zegenrijk advies: Grote leiders in de kerk moeten nooit 'solo' willen. God geeft meer Godvrezende leiders, in een gezond teamverband.

19 augustus: Exodus 19
vs.5,6: vgl 1 Petr.2:9: Uitgekozen-kerk-zijn om zijn grote daden te verkondigen -> evangeliserende gemeente zijn! God in zijn heiligheid huiveringwekkend, zoekt genadig omgang met z'n volk. Die omgang was toen nog omslachtig via middelaar Mozes, nu rechtstreeks dankzij Middelaar Jezus.

20 augustus: Psalm 24
Grootheid, heiligheid en kracht van onze God bezongen. Je kunt alleen maar in je handjes knijpen dat je bij z'n dienstvolk mag horen. Eer aan onze Koning! De psalm is mogelijk gedicht of gebruikt bij feestelijk binnenbrengen van de ark in Jeruzalem.

21 augustus: Exodus 20
Gods 10 grondregels voor zijn ideaalbeeld van ons. Alleen Gods mensgeworden zoon voldoet daaraan. Die stelt ons zijn Geest ter beschikking zodat wij in Gods liefdegebod(en) kunnen ingroeien. Vs.22-29: Dienst aan God moet heilig zijn; dit tegenover seksuele losbandigheid in heidense erediensten.

J.G. van der Hoeven, Groningen-Noord

22 augustus: Exodus 21:1-27
Oog om oog, tand om tand. Dat klinkt heel hard. Ook bij andere bepalingen frons je de wenkbrauwen. Is dat nu de manier om met medemensen om te gaan? Laten we goed bedenken dat deze woorden uit een totaal andere tijd en cultuur komen. Onze gevoelens van afstand worden versterkt door de casuÔstiek, het beschrijven van situaties: als dit is voorgevallen, dan is dat het antwoord. Wanneer we deze woorden plaatsen in het raam van de tijd, dan is het heel bijzonder dat slaven rechten krijgen. Dat de wraak aan banden gelegd wordt. Voor een striem mag je niet iemand doodslaan. Onder en achter alles klinkt de stem van de HERE, die het leven en het levensgeluk wil beschermen. Geweldig dat de God van het recht in Jezus Christus nog een stap verder gaat en ons de weg van de liefde wijst!

23 augustus: Exodus 21:28-22:16ļ
Letselschade en smartengeld. Daar worden in onze samenleving ingewikkelde processen om gevoerd. In het bijbelgedeelte van gisteren en vandaag zien we dat God op dit punt achter de slachtoffers staat. We worden via deze woorden opgeroepen om onze verantwoordelijkheid voor het welzijn van de naaste te kennen. In het verkeer, op het werk, in de persoonlijke omgang, in de grote vraagstukken van het milieu, enz.
Het tweede gedeelte handelt over schade aan bezit. De strafmaat is op dit punt opvallend mild: wat gestolen was moet teruggegeven of vergoed worden, en daarbovenop komt een boete. Dit moet ons te denken gevenÖ.
Soms is onschuld niet te bewijzen. Dan dient men voor God (beter dan "de goden", opgevat als rechters) in het heiligdom te verschijnen en een eed af te leggen. God zal de schuldige straffen!

24 augustus: Exodus 22:17-23:12ļ
Een inhoudelijk sterke samenleving komt op voor haar zwakste leden. Liefde moet de onderlinge omgang stempelen. God geeft twee klemmende redenen voor Zijn eis. Hij herinnert Zijn volk aan hun voormalige vreemdelingenbestaan. In de tweede plaats verklaart Hij dat Hij genadig is. En God laat niet met Zich spotten!
Hij duldt het niet dat goden die niet bestaan mensenlevens de verkeerde kant op sturen. Hij neemt het niet dat Hij gepasseerd wordt voor bovennatuurlijke krachten, die de ene mens macht verlenen over de ander en die ruimte geven aan Zijn tegenstander. Hij gruwt ervan als mensen hun seksuele lusten beestachtig botvieren, geld naar zich toegraaien ten koste van anderen, of door leugens het recht krom maken. Zijn volk moet aan Hem toegewijd zijn!

25 augustus: Exodus 23:13-33
IsraŽl gaat van feest tot feest steeds voort. Vreugde om Wie de HERE is moet hun bestaan doortrekken. Hem moeten ze van harte dienen door het beste wat ze hebben aan Hem te geven. Zoals je doet bij iemand van wie je veel houdt.
Natuurlijk kun je die liefde niet afdwingen. Maar als een mens echt ontdekt Wie God is, dan kan het niet anders of hij zal Hem aanbidden. Hij is zo groot, zo volmaakt, zo liefdevol en goed, zo zuiverÖ..
Deze God gaat Zijn volk voor op weg naar het beloofde land, in die gestalte van de Engel des HEREN. Van IsraŽl wordt gevraagd Hem blijvend te volgen. Alleen dan is er zegen te verwachten in dat beloofde land.

26 augustus: Exodus 24
God zien. Dat is iets waar je naar verlangt en voor huivert. God is zo groot, zo heilig. Op de berg SinaÔ ervaren Mozes en Ašron met 72 van de oudsten van IsraŽl dat geweldige wonder. Net als b.v. in Openbaring "zien" we God als Koning op de troon, onder Zijn voeten iets als een plein van edelsteen. En God wil bij hen zijn, maaltijd met hen houden. Dit gebeuren staat in het teken van de verbondssluiting tussen God en Zijn volk. De oudsten vertegenwoordigen het hele volk. Door het gesprenkelde bloed van de aan God gewijde offers is er gemeenschap met God. Een door God tot stand gebrachte eenheid met Hem. Zijn volk mag van Hem ontvangen, alles wat nodig is in leven en sterven. Ten diepste verwijst dit alles naar Christus, die ook bij u wil binnenkomen om "maaltijd met u te houden".

27 augustus: Exodus 25
God wil in het midden van Zijn volk wonen. Geen vakantie houden, maar blijvend aanwezig zijn. Het heiligdom, eerst de tabernakel, later de tempel, is daar een symbool van. God bouwt Zijn heiligdom via mensenhanden en met behulp van vrijwillige giften. Wij worden ingeschakeld in Zijn dienst!
Drie voorwerpen worden in dit hoofdstuk beschreven. De ark: een gouden kist bestemd voor het Woord van God, concreet in die stenen tafelen, die Mozes op de berg zal ontvangen. Met een bijzonder deksel, dat de hemel symboliseert in die engelgestalten. Een gouden tafel waarop broden zullen worden neergelegd, als teken van dank voor Gods zorg voor het leven. Een gouden kandelaar, die het volk IsraŽl symboliseert; mťt het wonder van het altijd brandende licht: symbool van God, die leven en vruchtbaarheid schenkt.

28 augustus: Exodus 26
Een verzameling bouwinstructies. Interessant voor de liefhebber. Er zijn aardige modellen gemaakt, die ons helpen een voorstelling van de tabernakel te maken.
Ongemerkt is er een behoefte om iets "geestelijks" uit dit hoofdstuk te halen. Er zijn dan ook allerlei bespiegelingen gegeven bij de diverse onderdelen. Graag wijs ik op de hoofdlijn. Het heiligdom is mooi en kostbaar. Er omheen komt straks de voorhof. Binnen het heiligdom is er het heilige en het heilige der heiligen. Er is een toenemende heiligheid. Daarin wordt de afstand tussen God en mens uitgedrukt. Het Nieuwe Testament verhaalt ons hoe bij het sterven van Christus God Zelf het voorhangsel in de tempel in tweeŽn heeft gescheurd. Door het bloed van Christus hebben wij vrije toegang tot God gekregen!

29 augustus: Exodus 27
Heilig. Dat wil zeggen: apart gezet, voor de dienst aan God. Aan Hem gewijd. De ruimte binnen die voorhof is afgescheiden van de rest van de wereld. Wit is dan ook de kleur van de stof die rondom de voorhof afgrenst. Rein.
Wie deze ruimte binnenkomt moet gereinigd worden. Daarom staat daar dat brandofferaltaar. Het bloed van dieren vloeit. Schuldige mensen mogen gereinigd naar huis. Onschuldige dieren sterven in grote getale. Want, zo zegt de HebreeŽnbrief (10: 4) bloed van dieren kan uiteindelijk de zonde wel aanwijzen, maar niet wegnemen. De reiniging is door de HERE gegeven op grond van het bloed van Christus, dat eens en voor goed de zonden wegneemt. In het oude testament ontving men als het ware een voorschot daarop. Wij mogen leven uit de rijkdom van de erfenis!

30 augustus: Psalm 25:1-11
David zit in het nauw vanwege vijanden. Alles gaat in hem te keer. Kijk ook maar even naar vers 17 en 19. Misschien heb jij het vandaag ook wel erg moeilijk. Luister dan eens naar deze psalm.
Alles draait eigenlijk om "gedenken". David denkt aan God en bidt om Gods leiding. Dwars door alles heen staat het vast: "U bent de God van mijn heil". "Allen, die U verwachten worden niet beschaamd". Deze vaste overtuiging stempelt de psalm.
Niet omdat David het waard is. Hij bidt: Here gedenk niet mijn overtredingen. Hij bidt: Here gedenk toch Uw barmhartigheid en Uw gunstbewijzen. God is goed. Dat zien we ten diepste in de Here Jezus Christus, die uit liefde Zichzelf voor schuldige mensen gaf. Al staat alles op z'n kop, ťťn ding staat vast: Je kunt bij de HERE terecht, want Hij is de Liefde Zelf.

31 augustus: Psalm 25:12-22
God heeft ons geen kalme reis beloofd, maar wel een behouden aankomst. Zo'n spreuk kom je soms zo maar ergens tegen. Uit het Bijbelgedeelte van vandaag blijkt wel, dat wie de Here vreest niet automatisch een gemakkelijk leven heeft. Alles staat soms op z'n kop. En toch, toch geeft de HERE Zijn zegen aan wie Hem vreest. "Vrezen" is niet "bang zijn voor", maar het wil zeggen, de HERE God laten zijn en Hem met liefde dienen. Daarvoor moet je die God wel leren kennen. Meer en meer. Christenen worden niet voor niets discipelen, leerlingen genoemd. Het komt je niet aanwaaien. Juist als het moeilijk is, heb je soms de neiging om het bijltje erbij neer te gooien. De Bijbel leert ons: het komt op volharding aan. Geef het niet op, maar bidt: leer mij Uw weg, o Heer!

L.C. Buijs, CGK