Het Groninger Bijbelleesrooster voor vier jaar, jaar-1 april, april
Zie voor nadere informatie de inleiding op dit rooster, te bereiken via deze link

1 april: Psalm 10:12-18
Het gebed eindigt heel sterk: indringend wordt God aangeroepen. Het is echt niet meer zo maar even een gebedje. En het eindigt met die allesovertreffende zekerheid, dat God toch Koning is (vs.16a). En dat Hij dus de zaken herstelt (vs.16b). Het slot is de belijdenis van de ootmoedige: geen grootspraak, maar verstilling. Het dicht aankruipen tegen God en je bij Hem veilig voelen zoals een kind bij moeder. Vraag: doet het ons ook wat, zo'n psalm?

J.T. Oldenhuis, Helpman

2 april: Genesis 26
Isaak lijkt op zijn vader wat betreft zijn geloof: Hij koerst op de beloften van de HERE. Hij lijkt ook op zijn vader wat betreft de zwakheid van zijn geloof (vgl. 12:10-20 en 20:1-18) en wringt zich daarom in allerlei bochten. Wat zijn wij gauw bang als de situatie onoverzichtelijk wordt! God neemt het ook nu voor dit bange kind van Hem op.
Het laatste vers doet pijn. Kinderen lijken niet altijd op hun vader en moeder wat betreft hun geloof.... Een onderwerp voor je gebed.

3 april: Genesis 27:1-40
Ze hebben gevreeŽn, Isaak en Rebekka. Dat lazen we gisteren. Ze hebben van elkaar gehouden (zie 24:67). Maar ze zijn om hun kinderen ook uit elkaar gegroeid. Ze hebben nu ieder hun eigen favoriete kind en hun eigen slimheid, die ze gebruiken tegenover elkaar. Er is niet veel moois in dit gedeelte: alle hoofdrolspelers denken vanuit zichzelf. Des te verbazingwekkender is het dat de HERE er iets goeds mee weet te doen.
Trouwens, wil niet op ze neerzien! Ken jezelf!

4 april: Genesis 27:41-28:22
De HERE bemoeit zich met Jakob. Is Hem toch ook gunstig gezind al zal Hij hem later nog zijn vreemde streken moeten afleren. Jakob belooft na een heel bijzondere nacht vlotjes de HERE te zullen dienen. Dat waarmaken zal hem nog niet meevallen.
Wil zo goed zijn even door te bladeren naar de laatste verzen van Johannes 1. Jezus blijkt dť verbinding tussen hemel en aarde te zijn.

5 april: Genesis 29
Het loopt redelijk gesmeerd in Jakobs leven totdat er iemand is die ook iets blijkt te weten van het verwisselen van kinderen...! Laban maakte zich schuldig aan wat wij vandaag met zeker recht vrouwenhandel zouden noemen (vgl. 31:15).
Sommige stukje in de Bijbel zijn best moeilijk te lezen. Je wilt geloven dat de HERE zulke praktijken nooit bedoeld heeft, maar waarom is het dan toch zo gegaan?
De bedoeling van de Bijbel is in ieder geval niet dat wij God de schuld geven van dergelijke wantoestanden. Laten we liever naar onszelf kijken via de spiegel van de Bijbel. Is onze wereld nou werkelijk zoveel beter?

6 april: Genesis 30
Zie de opmerkingen van gisteren over de moeite die zulke gedeelten ons geven.
Elf zonen en (in ieder geval) ťťn dochter. De twaalfde komt later (35:16-20). Het begin van de twaalf stammen.
Het spreken over (de zegen van) God (vs. 6,18,20,23) kan irriteren, maar de andere kant is dat de HERE kennelijk op deze rare manier zijn belofte aan Abraham, Isaak en Jakob vervult.
Hetzelfde geldt ten aanzien van de toenemende welvaart van Jakob.

7 april: Genesis 31:1-35
Het goede (luisteren naar Gods opdracht om terug te gaan naar Kanašn) vermengd met stiekem gedoe bij alle betrokkenen en diefstal van een beeldje dat met afgoderij te maken heeft.
Langzaam maar zeker wordt Jakob op de weg naar Huis voortgeduwd. Hij is aan het leren in de wereld een vreemdeling te zijn en thuis te zijn bij God (vgl. 47:9) en daarom ook van andere waarden uit te gaan dan hij geneigd is te kiezen.
Welke christen herkent dat niet?

8 april: Genesis 31:36-54ļ
Jakob gooit het er nou maar eens uit. Zijn frustratie van twintig jaar komt op tafel. Dat schept duidelijkheid en Laban bindt dan ook in.
De HERE vindt niet alles goed wat Jakob doet en deed, maar heeft in het geding wel duidelijk partij gekozen (vgl. vss. 29 en 42). Want Hij is veel trouwer aan zijn gegeven woord dan zijn menselijke verbondspartner.

9 april: Genesis 32:1-33
De man die de wereld dacht aan te kunnen leert zijn zwakheid kennen. Hij loopt voortaan slechter, maar heeft in ťťn nacht een geweldige sprong voorwaarts gemaakt.
Zo kan God ook werken in je leven, dat ervaringen van jaren in korte tijd een geweldige levensles worden. Je zult het dan nooit meer vergeten!
Bij de HERE God is het niet erg wanneer je iets niet kunt. Je relatie met Hem wordt alleen maar beter als je leert dat je machtig bent in je zwakheid (vgl. 2 Kor.12:10).

10 april: Genesis 33
Lees ik hier over een andere Jakob, of verbeeld ik me dat maar? Ik heb de indruk dat hij bescheidener geworden is. In ieder geval zijn er voor ons meer keuzes dan sterk of slim. Leven met gelovig vertrouwen maakt dat je kracht of slimheid minder nodig hebt. Want je wordt op een bepaalde manier onkwetsbaar.
Het altaar (vers 20) is een geloofsbelijdenis en tegelijk een monumentje. Mooi om iets te hebben in je omgeving dat je aan de HERE herinnert.

11 april: Psalm 11
Soms vond David vluchten wel het beste. Hij nam de wijk toen Saul hem achtervolgde en ook bij de staatsgreep van zijn zoon Absalom. In dit lied verzet hij zich tegen vluchten uit mismoedigheid. Hij belijdt dat het recht van God hoe dan ook zijn loop zal hebben.
De beelden zijn oosters (vers 6). De gedachte dat God onrecht en goddeloosheid niet op zijn beloop laat is een troost voor iedere tijd.

12 april: Genesis 34
De haren rijzen je ten berge: het teken van het verbond slim gebruikt om iets betaald te zetten.
Het schiet niet echt op met de vroomheid in Jakobs gezin. De Bijbel beschrijft de ene miskleun na de andere. Er leeft een merkwaardige mengeling van besef van Gods bedoeling en eigengereidheid.
Het was toch ook niet best geweest als ze werkelijk zich verbonden hadden aan de mensen in Sichem. Daarvoor had de HERE Abraham niet apart gezet.

13 april: Genesis 35
Een hoofdstuk van dood en leven. Rachel sterft in troosteloosheid (vgl. Jer.31:15 en Mat.2:17-18), omdat het haar aan geloof ontbreekt. Vader Jakob voelt zich zelfs genoodzaakt om de naam van zijn jongste zoon (Ben-Oni: Ongeluksjong) aan te passen..
Isaak mag sterven. Hij vindt het niet erg. Het is mooi geweest. Hij heeft nog meegemaakt dat Jakob met zijn (kerk)gezin terug is in het beloofde land.
Jakob is duidelijk de erfgenaam van de belofte en wil, aangespoord door de HERE - dat wel, ook met God verder.

14 april: Genesis 36
Esau groeit ook uit tot een volk. We zullen ze verderop in de Bijbel tegenkomen: de Edomieten. Vaak zullen we lezen over hun vijandige houding tegenover God en zijn volk. Elke keer doet dat pijn: had Esau toch maar een andere keus in zijn leven gemaakt!
Ze wonen dichtbij, ten zuidoosten van de Dode Zee, maar zijn geestelijk ver weg.
Het lijkt overigens wel een succesvol volk te zijn geweest, gesetteld in eigen gebied met koningen ver voordat IsraŽl aan een koningschap begon te denken (vers 31). Ach ja, een bekende kwestie, die van het onderscheid tussen succes en zegen.

15 april: Genesis 37
Het begin van het fantastische verhaal over Jozef. Heel erg mooi verteld.
De uitleggers verschillen over de vraag of Jozef een vervelende, eigenwijze jongen was of een vrome profeet van God. Er is in zijn optreden zeker iets van de profeet (denk aan zijn dromen die in vervulling gaan), maar je kunt je niet aan de indruk onttrekken dat zowel hij als zijn vader niet erg verstandig omgingen met zijn profetische roeping.
Maar om dan gelijk je broer maar in de uitverkoop te doen...

16 april: Genesis 38
We gaan nog even niet mee met Jozef naar Egypte, maar blijven in Kanašn, waar Juda in al zijn kwetsbaarheid naar voren komt.
Zoals Tamar het aanpakte, dat kon vast niet de goedkeuring van de HERE wegdragen, maar voor haar heb je toch meer respect dan voor Juda, die gelukkig wel zijn fout tegenover Tamar erkent.
En dan te bedenken dat Juda straks de uitverkoren stam wordt, waaruit de Messias te zijner tijd geboren gaat worden (vgl. 49:8-12 en Mat.1:2-3). Wie zich daaraan ergert, moet nog maar eens nadenken over wat God nou bedoelt als Hij het heeft over genade. Reken maar dat je dan ook anders tegen jezelf gaat aankijken!

Jt. Janssen, Groningen-Zuid

17 april: Genesis 39
Jozef is afgedaald naar Egypte. Afgedaald in de diepte, dieper dan de put bij Dotan waar z'n broers hem in hebben gesmeten. Maar er komt nog meer misŤre. Genesis 39 is als verzoekingsgeschiedenis de OT-tegenhanger van MatteŁs 4: zal de zoon van IsraŽl staande blijven en zijn roeping niet verzaken? Jozef blijft overeind, dat wel. Maar verder brengt het hem niet. Integendeel. De beker met lijden is nog lang niet leeg. Nu in het gevang. Toch is er ook een refrein: 'en de HERE was met Jozef' (vers 2 en 21). Diep in de put misschien, maar nooit zonder de Heer.

18 april: Genesis 40
Er is iets met dromen in de geschiedenis van Jozef. Jozefs dromen brengen hem in de Egyptische ellende. De dromen van de schenker en de bakker vormen misschien een weg omhoog uit het dal. Heeft Jozef iets geleerd misschien? De uitleggingen zijn Gods zaak', zegt hij in vers 8. Dat is andere taal dan de taal tegenover zijn broers, lang geleden met z'n eigen dromen. Toen waren Jozefs dromen vooral z'n eigen zaak. Maar Jozefs geduld wordt op de proef gesteld. De schenker vergeet de hebreeuwse slaaf. En Jozef moet wachten: twee volle jaren.

19 april: Psalm 12
Psalmen zijn liederen en gebeden waar elke gelovige zich in mag herkennen. Het is opmerkelijk hoe Psalm 12 vanuit het leven van Jozef kleur en diepte kan ontvangen. Bij de woorden gesproken met gladde lippen kun je denken aan de snoevende woorden van de schenker. Maar nu maakt de Heer zich op om de onderdrukking der ellendigen en het zuchten der armen. God laat geen van zijn woorden ter aarde vallen. Zijn belofte van bescherming en nabijheid komt Hij na. Altijd. Reken er maar op.

20 april: Genesis 41:1-36
Alweer dromen, maar nu zijn ze van de grote farao zelf. Er ontstaat paniek in het paleis. Want niemand kan ze uitleggen. Dan herinnert zich de schenker een hebreeuwse slaaf en Jozef komt. 'Jij hoeft een droom maar te horen om hem te kunnen uitleggen', zegt farao. 'Nee, zo zit het niet', zegt Jozef. Je moet maar durven... Maar het zijn woorden in geloof gesproken. In het paleis van deze heidense wereldleider komt Gods woord te klinken. Alles wordt uitgelegd. En zelfs extra: farao krijgt kundig advies van hoe met alles om te gaan.

21 april: Genesis 41:37-57
De 'dromengeschiedenis' leest als een droom. De voetveeg wordt machthebber en is alleen nog aan farao ondergeschikt. Het echte wonder is denk ik nog meer, dat deze heidense koning onder de indruk komt van het werk van Gods Geest in Jozef. Maar de geschiedenis is nog niet afgelopen. De namen van Jozefs zonen weerspiegelen een verlangen. Het doel van Jozefs afdalen naar Egypte is niet het halen van de hoogste tree, maar het redden van een heel volk.

22 april: Genesis 42
Eens zaten de broers te eten bij de put (Gen.37:24) en leed Jozef honger in de put. Nu is het andersom: hongerende broers komen bij Jozef eten halen. Wat is Jozef van plan? Vanwaar die barse toon? Benjamin moet komen en Simeon moet blijven. Wil Jozef zijn broers laten voelen wat het is om als eenling afgezonderd te worden van de anderen? Ruben denkt terecht aan de onverkwikkelijke geschiedenis van Jozefs verkoop (vers 22), maar heeft nog weinig geleerd: het leven van zijn twee zoons heeft hij voor Benjamin over, maar zijn eigen niet.

23 april: Genesis 43
Het is Juda die zijn broers voorgaat: Hij stelt zich persoonlijk borg voor de veiligheid van Benjamin. Het is die persoonlijke toon die vader Jakob overtuigt boven het gebral van Ruben in het vorige hoofdstuk. Als woorden nou maar geen woorden alleen blijven... En zo gaat Benjamin mee. Er is een vriendelijke ontvangst. Er is de hereniging met Simeon. Er is ontroering bij Jozef. Er is verbazing bij de broers: ze zitten keurig op volgorde van de oudste naar de jongste. Wat is hier aan de hand? Hoe het ook zij, de wijn is goed.

24 april: Genesis 44
Het zag er zonnig uit voor de broers in Genesis 43. Maar nu pakken donkere wolken zich samen. Benjamin wordt beschuldigd van diefstal. Het blijkt de testcase te zijn, het uur van de waarheid. Wat doen de broers? Laten ze weer uit egoÔstische motieven een van hen vallen of komen ze nu voor elkaar op, trekken ze ťťn lijn? Het is Juda die voor allen spreekt: 'God heeft de schuld van uw knechten aan het licht gebracht'. Uit zijn verhaal blijkt, dat het niet alleen gaat om die zilveren beker, maar ook om die ene broer die verkwanseld is. Dat nooit weer!

25 april: Genesis 45
Meer hoeft Jozef niet te weten. Hij heeft geen spelletje gespeeld met zijn broers. Verzoening kan alleen wat worden, als de schuldige partij open staat voor verandering. En die verandering is er: de broers hebben hun les geleerd uit het verleden. Jozef kan z'n broers om de hals vallen, omdat hij Gods leiding in zijn leven heeft ontdekt: 'God heeft mij voor jullie uitgestuurd' (vers 8). En het voortbestaan van IsraŽl wordt verzekerd. Want Jakob zal naar Egyptes graanschuren komen. De oude vader wil nog ťťn ding doen voor hij sterft: zijn zoon zien.

26 april: Genesis 46
Iedereen gunt Jakob en Jozef hun hereniging, maar wat moet IsraŽl in Egypte? Komt daar niet alleen maar ellende van? Na veel omzwervingen en moeite keerde vader Jakob ooit terug in het aan hem beloofde land. En nu weer weg. Naar Egypte nog wel. Hij kan dan ook alleen maar gaan met het woord van God dat de reis draagt. Het moment en de woorden lijken op een moment lang geleden, een vluchteling bij Betel. 'Ik ben God, Ik ga mee, wees niet bang, en er komt een groot volk en het komt terug hier'. En zo gaat Jakob. En IsraŽl komt in Egypte, in Gosen.

27 april: Genesis 47
Twee grootheden ontmoeten elkaar. De wereldleider en de drager van Gods beloften. En Jakob zegent farao. Farao biedt Jakob een plek om te wonen, maar is het niet eigenlijk Jakob die farao een schuilplaats biedt? Wat Jakob betreft: Gosen is voor hem niet meer dan een schuilplaats, een tijdelijk onderkomen. Vreemdeling was hij en vreemdeling blijft hij, zegt hij in vers 9, levend in verlangen op een beter, hemels vaderland (Heb. 11). Maar let ook op vers 27: IsraŽl woont in het land Egypte en zij worden ingezetenen. Het tijdelijk onderkomen wordt een huis.

28 april: Genesis 48
Je hoeft niet te beschikken over de juiste papieren en diploma's - en al helemaal niet over het juiste paspoort - om groot te worden in Gods Koninkrijk. Jozefs jongens - jawel, met onmiskenbaar Egyptisch bloed - worden stamvaders in IsraŽl. Ze zijn bestemd voor het beloofde land en voor de ene, ware God. Zo is de stijl van God. Buitenstaanders worden stamvaders. En de kleinste wordt de grootste. De zegen voor de oudste gaat naar de jongste. Dat is voor Jozef kennelijk een verrassing, maar voor Jakob allang niet meer (vgl. Gen.25:23).

29 april: Genesis 49
Jakob gaat sterven, maar voordat het zover is krijgen zijn blinde ogen een vergezicht met het oog op de toekomst, de terugkeer van IsraŽl in het beloofde land (Gen.48:21). Een voor een komen ze langs. Ruben, Simeon, Levi: de gewelddadigheden van vroeger worden niet vergeten. Juda: hij is het, van wie de heersersstaf niet zal wijken. En Jozef: de uitverkorene onder zijn broers. Een voor een. En midden tussen alle woorden vers 18: op uw heil wacht ik, o Here! Dat was de levensles voor Jakob. De les geleerd door schade en schande. En zo wachtend sterft de oude Jakob.

30 april: Genesis 50
Het boek der geboorten nadert zijn eind. Geboorten hebben we gezien: de geboorte van de wereld, van de gelovige Abraham, en natuurlijk de geboorte van IsraŽl. Hoe zal het IsraŽl vergaan, als Jakob er niet meer is? Oud zeer komt boven. Angsten van vroeger. Ziet Jozef nu zijn kans schoon om zich te wreken? Maar Jozef wijst nogmaals op Gods leiding. Kijk naar God en hoe Hij zijn weg is gegaan. Is dat niet de les van het hele boek Genesis: kijk naar God en heb respect voor de weg die Hij gaat met zijn mensen. Het einde wacht op een nieuw begin: God zal zeker naar u omzien!

J.M. Oldenhuis, Sauwerd