Handreiking voor begrijpend bijbellezen

Ds. C. van der Leest, predikant van de Gereformeerde Kerk (vrijgemaakt) te Groningen-Oost

 

Begrijpend bijbellezen (korte teksten t/m een heel bijbelboek) volgens de OUT-methode. Hierbij moet je je afhankelijk weten van Gods hulp en daarom ook vragen dat Christus’ Geest je inzicht geeft in Gods Woord en openheid daarvoor.

Voor begrijpend bijbellezen zijn drie acties nodig (lees ze eerst helemaal door voordat je ze uitvoert):

 

1. Observeren: wat staat er?

– Maak gebruik van verschillende bijbelvertalingen: SV, NBG, WBV, GNB, Het Boek, NBV.

– Stel het literaire genre vast: geschiedenis, poëzie, wetgeving, brief, gelijkenis, spreuk.

– Stel over de inhoud vier w-vragen:

  • wie? (bijvoorbeeld schrijver, ontvangers en/of handelende personen);
  • wat? (bijvoorbeeld gebeurtenissen, ervaringen en/of ideeën);
  • wanneer? (bijvoorbeeld tijd, omstandigheden);
  • waar?

– Stel over de structuur vragen inzake:

  • het verband (aanleiding, gevolg, doel en/of tegenstelling);
  • de opbouw (woorden, zinnen, alinea’s, hoofdstuk).

NB: De antwoorden op bovenstaande vragen zijn direct uit de tekst af te lezen. Liggen de antwoorden niet voor het grijpen, dan begint de uitleg, zie 2.

– Schrijf voor jezelf op wat je al observerend hebt gevonden.

 

2. Uitleggen: wat is de betekenis voor de oorspronkelijke hoorders/lezers van toen?

– Leef je in in die vroegere tijd door te vragen naar:

  • de betekenis: wat hield dit toen in?
  • de bedoeling: waarom staat dit hier?
  • de beleving: wat bedoelde die persoon toen?

– Ga de betekenis na van:

  • de gebruikte woorden en uitdrukkingen;
  • de beschreven gebruiken;
  • de geografische en historische aanwijzingen.

NB: De antwoorden op bovenstaande vragen zijn niet direct uit de tekst af te lezen. Deze antwoorden moeten elders gezocht worden: in het verband van de tekst (het directe verband, elders in het boek of in de rest van de Bijbel) of in de toenmalige cultuur.

Maak daarom gebruik van naslagwerken zoals:

  • concordantie en bijbels woordenboek;
  • bijbelse encyclopedie, atlas en handboek;
  • verklaringen van de Bijbel (niet in plaats van eigen studie!).

– Bepaal wat in een tekst letterlijk of figuurlijk genomen moet worden. Bepaal ook in hoeverre een boodschap van toen tijdbepaald is en/of voor alle tijden geldt.

– Schrijf voor jezelf op wat je al uitleggend hebt gevonden.

 

3. Toepassen: wat betekent het voor ons vandaag?

– Je wilt niet alleen begrijpen (door middel van observeren en uitleggen) maar ook gegrepen worden, en wel door je af te vragen wat God via deze tekst jóu te zeggen heeft. Concreet:

Welke algemene, praktische waarheid leert God jou in deze tekst over Hem, de mens (dus jezelf), de wereld en/of zijn reddingsplan?

Op welke punten geeft God jou in deze tekst:

  • een voorbeeld dat je moet navolgen;
  • een gebod dat je moet gehoorzamen;
  • een terechtwijzing die je je moet aantrekken;
  • een oproep waardoor je je laat stimuleren;
  • een wijsheid waarmee je je winst kunt doen;
  • een belofte waarop je kunt vertrouwen?

– Wat je in het bovenstaande geleerd hebt, moet je ook in daden omzetten; daarvoor is nodig:

  • dat je concreet bent: wat wil je binnen een bepaalde tijd bereiken?
  • dat je een plan maakt, incl. wanneer, waar en hoe je begint;
  • dat je God vraagt om de kracht van zijn Geest, zodat je komt tot ontspannen inspanning.

– Op welke punten zet God via deze tekst jou in je gebed aan tot:

  • loven en danken van Hem;
  • erkenning van schuld en vragen om vergeving;
  • vragen om verandering van of hulp voor jezelf;
  • verzoeken aan Hem voor anderen?
  • Schrijf voor jezelf op wat je al toepassend hebt gevonden.

 

Veel hiervan is ontleend aan J. Boekhout, Verantwoord bijbelgebruik, Amsterdam 2000